
Bij portraitfotografie is het model het belangrijkst element in het beeld, niet de omgeving. Dit geldt in het bijzonder voor een portfolio, het visitekaartje van een model.
De omgeving kan heel interessant zijn, maar als die de foto domineert, dan is het geen protraitfotografie meer maar een vakantiefoto.
Nemen we een voorbeeld: deze foto is fout. Het model is scherp en staat midden in het beeld, maar de ogen worden onvermijdelijk getrokken naar het bord dat op het gebouw achter het model hangt. Je kan de boodschap niet lezen, en toch gaat er teveel aandacht naar dat bord, en dat is dus een storend element. En juist omdat het plakaat onscherp is probeert iedereen het toch te lezen.
Dit is een voorbeeldfoto met een slechte 'bokek' (niet uit te spreken zoals 'Bouquet' in Keeping up appearances'). Bokeh hoort bij een goede lens met het hoofdonderwerp dat zeer scherp is en de achtergrond perfect flou. Een goede lens is echter niet voldoende: je moet ook de beginselen van de fotografie kennen.
Deze pagina over de beginselen van de optica is een goede leidraad.
|
![]() |
Verschil tussen twee camera's
| Sony DSC-F828 | Canon D300 | |||
|---|---|---|---|---|
| F (lensopening) | 5.5 | 7.1 | ||
| ISO | 64 | 100 | ||
| Sluitertijd | 1/250 | 1/320 | ||
| Focale afstand | 51 mm | 55 mm |
Een hoge sluitertijd is belangrijk, daardoor bevriest je het beeld en voorkom je bewegingsonscherpte. 1/250 is een goede waarde. Een hoge sluitertijd zal het toestel ook verplichten zijn lens meer open te doen, waardoor de scherptediepte kleiner wordt en de achtergrond zo onscherp mogelijk. Beroepsfotografen gebruiken de "A" stand op hun camera (A staat voor aperture opening, en niet automatic) en kiezen een lage f-waarde (lens open). Bij iedere lens bestaat er een ideale f-waarde waarbij het onderwerp zo scherp mogelijk is en de achtergrond voldoende onscherp (maar niet teveel). Aan u om de "sweet spot" van je lens te bepalen. Openingen van meer dan f/2.8 geven doorgaans een achtergrond dat te onscherp is.
De Sony moet ook op een lage ISO-waarde ingesteld worden, omdat de sensor veel ruis produceert (de ruis is zelfs zichtbaar op 100 ISO). De ruis kan nogal storend zijn bij portraitfotografie.
Als je de beelde goed vergelijkt, dan merk je dat de Canon een betere beeld geeft met juistere kleuren. Het model komt beter toch zijn recht, maar dit laatste is een subjectief oordeel.

Je kan natuurlijk het gezicht het volledig beeld laten vullen. Je hoeft dan niet het model op 1/3 of 2/3 van het beeld te plaatsen en je hebt geen last dat de camera op het verkeerde onderwerp scherpstelt. Een beeldvullend onderwerp stelt echter hoge eisen aan het model. Iedere imperfektie in de huid is direkt zichtbaar, terwijl dezelfde detail niet zou opvallen als je Micha op straat zou tegenkomen.
Voor de fotograaf is een dergelijke shoot eenvoudiger: bij een dergelijke foto zijn de verschillen in contrast kleiner zodat je altijd verzekerd ben van een correcte belichting, het focus-punt zit in het midden van het beeld (maar niets belet je scherp te stellen op de ogen zoals het hoort) en omdat het onderwerp dicht bij de lens zit is de achtergrond altijd onscherp, zelfs al gebruik je geen specifieke "portrait"-instelling.
Je gebruikt best een brandpuntsafstand van 50mm: bij lagere waarden (meer breedhoek) ontstaan er vervormingen en bij hogere waarden (100mm of meer) moet je een relatief snelle sluiterinstelling gebruiken om bewegingsonscherpte te voorkomen. Een 50mm-lens wordt een normaallens genoemd. Een goede regel om bewegingsonscherpte te voorkomen is een sluitertijd te gebruiken dat korter is dan de brandpuntsafdstand. Je kan bewegingsonscherpte gemakkelijk herkennen op een foto: geen enkel deel van de foto is volledig scherp, zoals op volgende foto:
|
|---|
| De foto heeft een sluitertijd van 1/250, maar de brandpuntsafstand was ingesteld op 350 mm. De foto had moeten getrokken worden met een sluitertijd van 1/350 of nog beter 1/700 |
Nog een paar voorbeelden (meer te zien op mijn portraitfotografie-site.
![]() Om een meer dramatisch effekt te bekomen kan je het model in het midden van het beeld zetten, maar doe dit niet voor alle foto's. Zorg dat de zon de spieren goed laat uitkomen, maar vermijd zon op het gezicht (in dit geval werd een truc toegepast, maar eigenlijk hoort dit niet). | ![]() Neem een foto van onderaan (kikvorsperspectief) om de kracht van het model te beklemtonen. Teveel foto's zijn op ooghoogte genomen, en dit is verkeerd want je kijkt op het model neer. Een bounce-flash (flits gericht naar het plafond) is ideaal. De Sony HVL-F32X is de beste maat van de DSC-F828: de camera gebruikt TTL-meting om de juiste belichting in te stellen. | ![]() Laat je model niet poseren. Er komt wel een ogenblik dat het model gaat rusten. Een gespannen model heeft rimpels in zijn gezicht. | ![]() Als je foto's in de zon neemt, wacht dan tot de zon minder sterk is. Je kan ook de flitser gebruiken om het gezicht extra te belichten en storende schaduwen te vermijden. Het harde zonlicht is niet aantrekkelijk op een gezicht. |
![]() Mooie foto, een moment van bezinning voor de inspanning. |
| ||
|---|---|---|---|