1) Voorwoord :

In deze cursus worden de meeste commando’s die het werken met AcadLT3 interessant maken verder toegelicht.
We werken in lessen. De lessen stemmen overeen met de lessen TEKN van het tweede jaar graduaat bouw.
Deze richting wordt ondermeer gegeven aan de KaHo St.-Lieven te Aalst.

Achteraan deze cursus zit een handige samenvatting met onderdelen van de handleiding van Acad zelf.
Als U wil, kan U per lesdeel een bestand dat hierover handelt downloaden.
Het is ten strengste verboden om deze bestanden te gebruiken in de lessen zelf.
Op het einde van deze snelcursus wordt U ook een bibliotheek aangeboden die U vrij kan gebruiken.
 

2) Les 1 : Inleiding :

In release 3 benaderen we meer de Windows-interface dan de vorige versies van AutoCad.
Zo vinden we erase in het menu terug bij EDIT - CLEAR.
De drawing limits kiezen ? Zie vademecum.
Om objects, layers, e.d. weg te werken gebruiken we het commando Purge.
Deze objects, layers, ... moeten wel ongebruikt zijn : dus lege layers, ongebruikte styles, ...
Vanaf dit jaar (1997) werken we met bepaalde standaard diktes en kleuren voor layers : zie samenvatting.

Layer Lock
Geen wijzigingen meer mogelijk
Geen objecten selecteerbaar
Layer Freeze
Layer onzichtbaar
Wordt niet meer geregenereert
Layer OFF
Layer onzichtbaar
Wordt wel nog geregenereert

Opgelet : Je kan nooit de current layer bevriezen, wel afzetten !
REDRAW
schermbuffer heroproepen
REGEN
tekening weer laten uitrekenen

Dus als je inzoomt op een circel ziet hij eruit als een zes of achthoek.
Als je redraw uitvoert, blijft dit zo.
Als je regenerate uitvoert, wordt het weer een circel.
Met andere woorden, het schermgeheugen van de grafische kaart wordt ververst.
Als we bij het tekenen van lijnen, maten, ... op de rechtermuistoets duwen verschijnt er een menu met de snap-to commando’s zoals intersection (kruising) ...
Nieuw is de from ... snap-to.
Als we een lijn of ander object willen tekenen op een bepaalde afstand van een kruising of endpoint of zo gaan we als volgt tewerk :


   Lesbestand 1 van AutoCad ...


3) Les 2 : Maataanduiding :

Ziehier de nieuwe methode om maten te zetten ...
Er zijn 4 soorten maten :
Linear
Horizontal
horizontaal
 
Vertical
verticaal
 
Aligned
met de te meten lijn mee
Radians
Straal
 
 
Diameter
 
Angular
Hoeken
 
Andere
 
Aanduidingspijltjes

We kunnen voor onze maataanduiding alle instellingen doen in FORMAT-DIM.ENSION STYLE.
Zo kunnen we ook (vertrekende van de current style) verschillende stylen voor de maatanduiding geven.
Bij het tekenen van de maat kunnen we ook op de rechtermuistoets duwen en dan het te meten object gewoon selecteren. Dit gaat veel sneller.
Voor de groottes van de waarden van de in te stellen zaken zoals gap, text height enz... kiezen we best de units en kiezen we een overall scale.
Wensen we dan later de schaal aan te passen van de hele tekening dan hoeven we slechts de waarde van de overall scale aan te passen en alle maten zijn weer aangepast. Anders zouden we elke waarde moeten aanpassen.

Zo zetten we 0.2 voor annotation height, 0.2 voor de arraowheads
Als we dan de overall-scale op 50 zetten dan staat alles juist om op 1/50 te plotten.
Als we dan de overall-scale op 100 zetten dan staat alles juist om op 1/100 te plotten.
Hieronder staat een duidelijke tekening van wat we allemaal kunnen instellen :
De kaders van ACAD staan hieronder afgebeeld.
Als we in millimeter tekenen dan staat de overall-scale juist voor een A4-formaat.

Op dit blad kunnen we de naam van de style van de maataanduiding geven of kiezen.
Ik kies als naam "MAATAANDUIDING".
Hierin staan alle instellingen juist. (staat in file layer.dwg)
(Parent is de oorsprong van alle maten, zowel hoek als diameter als ...)

Hier volgen de andere keuzeschermen.
 

Let ervoor dat de UNITS juist staan (0.000 is niet praktisch !)

Bij prefix en suffix kan je respectievelijk intypen wat voor of na elke maataanduiding moet komen. Zo kan je bij suffix bijvoorbeeld "mm" plaatsen.
Suppress wil zeggen : onderdrukken of weglaten dus !

Je kan steeds de tekst van een maat veranderen door op properties te klikken.
Als je een verandering aan de stijl aanbrengt en op OK klikt dan zal de maataanduiding die je erna tekent in de nieuwe of aangepaste styl getekend worden.
De reeds getekende maataanduiding blijft zoals hij was.
Als je weer in het kader DIM-STYLE gaat kijken staat er een plusteken voor de naam van de maataanduiding.
Wens je alle maten (ook de oude) in de nieuwe style te zetten, dan duw je op save.
Wens je slechts enkele (oude) maten in de veranderde style te zetten dan klik je in het dimension menu op Update en duidt je de te veranderen maten aan.
We kiezen bij Format Fit best voor TEXT ONLY. Dit zorgt ervoor dat de computer zoveel mogelijk de tekst binnen de extension lines houdt.
Handig zijn de maataanduidingen CONTINUE of BASELINE.
Hiervoor moet de spacing van de dimension lines juist staan. Dat is de afstand (verticaal) tussen de maataanduidingen die boven elkaar staan.

4) Les 3 : Arceren, view modes, speciale lijnen :

In deze les behandelen we arceringen, de verschillende view modes en tenslotte enkele lijntypes die ons het werk sterk vereenvoudigen.
We weten reeds hoe een gewone lijn tot een polyline geconverteerd kan worden.
We kunnen er lijnstukken aan toevoegen met het commando JOIN.
Een handig nieuwtje is een arc te tekenen die aansluit op een polyline.
Denk maar aan de groef onderaan de raamdorpels ...
Bij het tekenen van de polyline drukken we op A op de plaats waar de boog moet komen.

We kunnen tevens een LTSCALE instellen die afwijkt van de andere lijnen.
Je kan dus een algemene scale nemen, en een aantal lijnen hiervan laten afwijken.
De algemene waarden stel je in bij de linetype-icon.
Een afwijkende lijn stel je in met het property-icon.
De property painter is ook handig. Deze laat je toe om de formatering van lijnen, teksten, en andere over te nemen voor andere. (net zoals in Lotus)
Het icon staat naast het PASTE-icon.

Er zijn in de ACADLT3 nieuwe lijntypes beschikbaar.
Deze staan in de file LTYPESHPE.LIN en bevatten onderstaande lijnen.

Zo nemen we voor isolatie te tekenen de BATTING-lijn.
We moeten er wel voor opletten dat de LTSCALE juist staat. (Try & Error !)

We kunnen best de volgende Zoom-modes gebruiken : ZOOM ALL, ZOOM WINDOW en AEREAL VIEWER (onder het vliegtuig-symbooltje)
De aereal viewer toon een apart kader waarin alle zoom-modes beschikbaar zijn.

Voor het arceren hoef ik alleen te vermelden dat er geen algemene schaalfactor bestaat.
Je kiest best schaalfactor 1 om op 1/50 zichtbaar uit te plotten.
Gissen dus ! Doe een ZOOM ALL en beeld je in hoe groot je afgedrukte tekening is
(A4 => A1) Denk dan hoe groot het patroon mag zijn en bekijk met preview.
Ook kan je patronen associatief maken. Dit wil zeggen dat het patroon meeschaalt met de grootte van het verschaalde object.
Een hatch editeren doe je ook met het properties-icon en dan edit hatch.


   Lesbestand 3 van AutoCad ...


5) Les 4 : Blocks :

Blocks nemen linetypes, en colors van de layers over als je ze op layer 0 getekend hebt.

Block met entiteiten getekend op layer 0
Dit block invoegen op een andere layer
Het block geeft zich weer zoals de layer waarop we invoegen.

Block met entiteiten getekend op verschillende layers
Dit block invoegen op een andere layer
Het block geeft zich weer zoals de layers waarop het getekend werd.

Indien dan de entiteiten op verschillende layers getekend was en deze layers niet aanwezig zijn in het bestand waar we wensen in te voegen... dan maakt Acad deze automatisch aan.
Wensen we toch de kleuren te veranderen, dan zetten we de kleur op

Kortom tekenen we alle blocks in units, op de layer 0 met de kleur BYBLOCK.
Bij het invoegen kiezen we dan tussen de kleur van het block of de kleur van de layer.

Opgelet : Als we een block exploderen keert het terug naar de layer waarop het gemaakt is !
We kunnen kiezen voor retain object. Hierbij zal het aangemaakte block niet verdwijnen van het scherm. Anders moet je oops typen of gewoon het block weer invoegen. Uiteraard schrijven we de aangemaakte blocks best weg naar een bestand zodat we ze later nog kunnen gebruiken.
Dit doen we met het commando WBLOCK, waarna we de bestandsnaam typen en vervolgens de blocknaam.

TIP : PROBEER DEZE VERSCHILLENDE SITUATIES ZELF UIT !


6) Les 5 : DLINE, Stretch :

Dline is een handig commando om dubbele lijnen te trekken, denk maar aan muren.
Het probleem is dat je de hartlijn tekent van de dubbele lijn.
We kunnen deze hartlijn verschuiven !

Een voorbeeldje :
Ik wens een muur te tekenen van 150 mm dik.
Commando DLINE, width 150, D (dragline) 75 (=1/2 width).
Nu ligt de hartlijn van de gewenste dline op één van de 2 lijnen. Maar welke ?
Dat hangt ervan af hoe je tekent !!!
Onderstaande tabel toont ons dat een waarde 75 en tekenen van links naar rechts, ons een lijn tekent die samenvalt met wat we tekenen, en een die 150 mm boven deze lijn ligt. Tekenen we echter deze lijn van rechts naar links ligt de tweede lijn onder de getekende lijn.

TIP : Om dit snel te onthouden hanteren we de volgende regel !
We tekenen steeds met een positieve d-waarde.
We tekenen de "binnenlijnen" van een muur in tegenwijzerszin.
De tweede lijn vormt automatisch de "buitenlijn".
We tekenen de "buitenlijnen" van een muur in wijzerszin.
De tweede lijn vormt automatisch de "binnenlijn".

Oefen ook zelf wat het commando stretch allemaal kan.
Bij onze oefening kunnen we er deuren mee verplaatsen in de muur en de opening meenemen, we kunnen de dagmaat van een raam aanpassen, ...


   Lesbestand 5 van AutoCad ...


7) Les 6 : XREF :

Dit commando laat toe om blocks op een speciale manier in te voegen.
Als je een block invoegt met INSERT BLOCK, dan staat het in de tekening.
We kunnen met het oorspronkelijke bestand doen wat we willen, zelfs wissen, het block blijft ongewijzigd.
Dit is erg onhandig als meerdere mensen aan 1 tekening werken of als een block voortdurend veranderd, terwijl de plaats in de tekening moet ingenomen zijn.

Neem nu bijvoorbeeld een plan waar een zithoek wordt ontworpen door architekt nummer 1 en de rest van de kamers door een tweede architekt. Op de server staat dus de hele tekening.
De tweede archtekt voorziet plaats voor de zithoek door de omtrekslijnen reeds in te laden uit het nog redelijk lege block "zithoek".
Architekt 2 begint te tekenen. Architekt één werkt de zithoek af.
Als architekt 2 zijn tekening de volgende keer inlaadt staat de hele zitkamer erop.
De bouwheer wenst de zithoek aan te passen. Architekt 1 past aan.
De volgende keer dat architekt 1 de tekening opent verschijnt de vernieuwde zithoek.

We dienen dus wel op te letten dat de file op dezelfde plaats blijft staan.
Uit eenvoud tekenen we dus alles in 1 directory.
Anders kan bij het copiëren naar diskette of andere server het boeltje onvindbaar worden.
Als dit het geval is zal er bij het openen van de tekening een foutmelding zijn, en zal het block veranderen in de beschrijving van de XREF-link (XREF file.dwg)

Opgelet : Je kan een bestaand geïnserteerd block niet meer Xreffen.
Het moet helemaal gepurged worden vooralleer we dit kunnen.
Ook met vermeld worden dat blocks met attributes niet worden ingeladen met de vragen (zie les verder) gevraagd.

Wens je toch de verwijzing of link aan te passen dan gebruik je : XREF - Change Path
Je geeft dan de naam van de XREF in, en geeft daarna de nieuwe file van het block dat je wilt Xreffen.
Let op, want het eerste is een verwijzingsnaam, het tweede is een hele bestandsnaam inclusief path !
De verwijzingsnaam is echter nog steeds dezelfde gebleven ! (uiterst onlogisch !!!)

Opgelet : Een geïnserteerd block kan je ook reloaden.
De file van het block moet hiervoor weer ingelezen worden.
Weer hetzelfde blocknaam kiezen.
AutoCad vraagt nu of de blocks die reeds in de tekening zitten dienen
geherdefiniërd worden.


   Lesbestand 6 van AutoCad ...


8) Les 7 : TEXT, ATTRIBUTE Blocks :

Er zijn twee soorten teksten in AutoCad.
We hebben Paragraph text en Line text.
Soorten tekst
Uitzicht
Wijzigen
Line text
dtext
Uitlijning
Inhoud
modify - objects - edit text
Paragraph text
mtext
Stijl
Uitzicht
 
 
Stijl

Alignement :

Zo is middle zeer handig voor een letter dat bijvoorbeeld in een circel staat (A-meter).
Na verschaling of aanpassing van de style staat alles nog juist !

Bij paragraph text is de grootte afhankelijk van :
Met text style kan je bestaande styles aanpassen, aanmaken van nieuwe styles, ...
Verschillende soorten fonts :

Van een reeds getypte tekst in een bepaalde style kan alleen het font worden aangepast in de dialoog van text style. Wensen we de hoogte of breedte of inhoud van de tekst aan te passen moeten we met het properties-icon werken.
Opgelet : Het probleem is hier nog steeds dat bijvoorbeeld een titelhoek op verschillende schalen kan worden ingevoegd als block.
Een goede oplossing hiervoor is een ATTRIBUTE !
Dit is een soort vraag die gesteld wordt bij het invoegen van zo’n block.
We moeten dus eerst een attribute in een te maken block invoeren.
We bewaren dan dat block.
Bij het invoegen worden ons verschillende vragen gesteld.
 
Laat ons het voorbeeld nemen van een titelhoek !
Bij schaal, datum, titel moeten steeds andere gegevens worden ingevuld.
We kunnen dit later manueel in een geëxplodeerd block.
Eenvoudiger is het block aan te maken met attributes.
In het menu DRAW kiezen we voor DEFINE ATTRIBUTE.
We krijgen dan het volgende dialoogvenster :

De tag is de tekst die verschijnt op de plaats waar het attribute staat.
De prompt is de vraag die de computer stelt bij het invoegen van het block.
De Value zet de computer tussen <> en is de standaardwaarde of tekst die wordt geplaatst als we niet typen of dus enteren bij deze vraag.
Als justification nemen we best FIT zodat het ingevulde steeds in het kader kan.
Als we dan straks op OK duwen, zal de computer het eerste en het laatste punt van de "FIT-line" vragen.

Opgelet : Vergeet nooit Pick Point te doen of je attribute staat op (0,0)
Als we in de in te voeren tekening de attributes van het block snel en overzichtelijk willen invullen typen we best eerst ATTDIA en zetten deze actief door op 1 te zetten. Nu komen al de vragen in een dialoogkader tevoorschijn. In LAYER.DWG is dit reeds gebeurd.
De volgorde van de vragen is dezelfde als deze van aanmaken van de attributes.
Wensen we een andere volgorde te bekomen dan selecteren we alle entiteiten in de gewenste volgorde bij maken van het block in plaats van met een kader alles te selecteren in één keer.
Opgelet : Het ingevoegde attribute is weer een geheel.

Wensen we achteraf iets aan te passen, kiezen we modify - objects - attribute single.
Met properties gaat dit niet !!!
Zo maken we vanaf nu alle blocks aan in drawing units en voegen ze in met de noemer van de schaalfactor waarmee we wensen te tekenen en uit te plotten.
VANAF NU IN TKGB EN TKWE MET ATTRIBUTES WERKEN !!!


   Lesbestand 7 van AutoCad ...


9) Les 8 : Plotten van een tekening en info erover :

In AutoCad LT3 is er een mogelijkheid om tekeninginformatie af te drukken als tekst.
We dienen gewoon de file te bewaren als een DXF-file en deze te openen met een tekstverwerker.

TIP : De legende van de gebruikte layers is zo, handig en snel afgedrukt !
Ook een objectlist en de drawing limits zijn snel terug te vinden.

Het plotten van een file vraagt een speciale manier van tekenen.
Uiteraard wordt elke file in AutoCad wel eens afgedrukt. Onder afdrukken en afplotten verstaan we hier hetzelfde tekenscenario.
Bij een plotdienst kan men werken met plotfiles of met tekeningen.
Als ze met tekeningen werkt mag je deze indienen op diskette en zij doen al het nodige. Als men echter vraagt om een plotfile in te dienen, is er wat meer werk.
Dan dien je de plotterdriver te hebben en alles zelf reeds in te stellen op voorhand.
Ook vraag je best of men met oversized paper werkt of met welke margins je rekening moet houden.

Op voorhand bij het tekenen :
Bij het plotten of het voorbereiden :

x) Samenvatting :

Op schaal 1/1
Formaat
Staand
Liggend
 
LowerLeft
UpperRight
LowerLeft
UpperRight
A4
(0,0)
(210,297)
(0,0)
(297,210)
A3
(0,0)
(297,420)
(0,0)
(420,297)
A2
(0,0)
(420,594)
(0,0)
(594,420)
A1
(0,0)
(594,840)
(0,0)
(840,594)
A0
(0,0)
(840,1188)
(0,0)
(1188,840)

Om nu een andere schaal te bekomen vermenigvuldigen we de waarden met de noemer van de breuk van de te kiezen schaal.
Zo wordt een A4 of 1/50 liggend : Limits => (0,0) ... (14850,10500)
We tekenen in millimeter, drukken af op een A4 en bekomen alles op 1/50.

Om dingen weg te werken => Purge
Deze dingen moeten wel ongebruikt zijn : dus lege layers, ongebruikte styles, ...
 
Standaard kleuren en pendiktes opgelegd voor TEKN :
Kleur
Nr.
Pendikte
Wat ?
Rood
 
0,18
Maataanduiding, arcering
Geel
 
0,35
Schrijnwerk
Groen
 
0,35
Andere (reserve)
Cyaan (lichtblauw)
 
0,5
Muurdoorsneden
Blauw
 
0,7
Dikke letters, betondoorsneden, details
Magenta (paars)
 
0,5
Beton in aanzicht
Wit
7
0,25
Tekst
Lichtgrijs
8
0,25
Meubeltjes
Donkergrijs
9
0,25
...

Deze kleuren zijn reeds opgenomen in het bestand : LAYER.DWG


Wensen we tekeningen te maken met deze instellingen, dan openen we LAYER.DWG en we bewaren het onder de naam van onze opgave.
Opgelet : We moeten nu ook een soort tabel opstellen voor de niet zichtbare lijnen.
Zo hebben we Schrijnwerk zichtbaar, schrijnwerk onzichtbaar.
Ze dragen dezelfde kleur en pendikte, echter een ander lijntype.


We gebruiken meestal 4 lijntypen, nl.

Dit is reeds opgenomen in het bestand LAYER.DWG
Om goed zichtbaar te tekenen kiezen we voor de file ACLT.LIN


   Layer.dwg ...
   Complete zelfgemaakte symbolenbibliotheek ...
   Knappe AutoCadtekeningen gevonden op internet ...



 
Graag reacties aan : david.verhoeven@advalvas.be

Mail me je eigenhandig gemaakte symbolen gerust door als attachment.
 
Versie : 26/12/1997

    Terug naar overzicht

    BACK TO MAIN PAGE