Weetjes

Wat is een boomverzorger?

Een boomverzorger is iemand die met kennis en opleiding werken uitvoert in en rond bomen. Hij plant, verplant, begeleidt, snoeit, velt, onderzoekt, beschermt, taxeert en registreert bomen. Werken in bomen vergt een doorgedreven training. De veiligheid van de klimmer is van groot belang en daarom werkt hij met gekeurd materiaal.

De boomverzorger neemt zoveel mogelijk preventieve maatregelen om problemen te voorkomen. Hij adviseert over maatregelen bij mogelijke aantastingen, zwakkere groei, slechte bladontwikkeling en andere zaken die hij bij de bomen constateert. Zodra de groei stagneert kan er groeiplaatsverbetering plaatsvinden, de wortelgroei wordt gestimuleerd door bemesting, beluchting of verbetering van de waterhuishouding.

Een boomverzorger mag niet verward worden met een boomchirurg of boomkweker.

Boomchirurg

Doordat de kennis van bomen de laatste 2 decennia enorm geëvolueerd is zijn de oude praktijken die kenmerkend waren voor de taken van een boomchirurg nu niet meer correct. Een boomchirurg ging enkel curatief te werk. Zijn activiteiten situeerden zich hoofdzakelijk op het moment waarop er zich reeds problemen voordeden aan een boom.

De boomchirurg werd ingeschakeld om problemen aan bomen op te lossen of om te analyseren waar het probleem zich situeert. Een boomchirurg voerde nooit “het echte bomenwerk” zoals klimwerk, snoeiwerk, … uit maar hield zich vooral bezig met het behandelen van wonden en aantastingen.

Boomkweker

Een boomkweker zaait en vermeerdert bomen met het oog op het afleveren van kwalitatief plantmateriaal. Het plantmateriaal wordt ook wel verzorgd en eventueel bijgesnoeid maar verdere begeleiding gebeurt niet. De boomkweker levert het plantmateriaal voor de boomverzorger.

Terug naar boven

Wanneer planten?

Bomen plant men in de rustfase.

De beste periode is in de late herfst, na het vallen van de bladeren tot net voor het zwellen van de knoppen, in de vroege lente. Het weer is best vochtig en zacht. Tijdens natte periodes of vorst mag er zeker niet geplant worden.

Sommige soorten hebben het meeste kans op overleven indien ze in het voorjaar worden geplant; Magnolia, Liriodendron, Juglans, Carpinus, Liquidambar. Betula (berk) en Fagus (beuk) worden liefst zo laat mogelijk geplant. Voor coniferen zijn de beste planttijden eind augustus + september en april + mei.

Terug naar boven

Wanneer snoeien?

In tegenstelling tot wat velen denken is de zomer de beste snoeiperiode voor de boom.

Het is wetenschappelijk onderzocht en bewezen dat bij het snoeien van bomen in de zomermaanden de boom de nodige stoffen aanmaakt om de wonden op natuurlijke wijze af te grendelen om zo infecties en bacteriën tegen te gaan. De kans op het inrotten van de gemaakte wonden, de aantasting door schimmels en waterlotvorming is dan kleiner.

Niet tegenstaande moet er nog altijd rekening worden gehouden dat sommige boomsoorten in bepaalde periodes niet mogen gesnoeid worden. Voor enkele soorten (bv. esdoorn, berk, notelaar) is de snoeiperiode beperkt omdat ze kunnen gaan “bloeden”.

Terug naar boven

Maatregelen voor het beschermen van bomen

Een heel eenvoudige maatregel van boombescherming is het afschermen van nieuw aangeplante bomen met stambeschermers tegen schorsvraat van bv. konijnen, schapen, paarden.

Soms is het niet de boom maar de omliggende elementen die beschermd moeten worden. Daar waar wortels niet verder mogen groeien, kan een ondoorwortelbare doek geplaatst worden. Zo kunnen bv. nutsleidingen beschermd worden. Dit heeft ook het voordeel dat bij latere reparatie of aanpassingswerken de wortels niet geraakt worden. Met een systeem voor boomwortelgeleiding kan er voorkomen worden dat de verharding wordt opgedrukt.

Op bouwwerven kunnen er niet-verplaatsbare hekkens aan de grens met de kroonprojectie of de bewortelbare zone worden geplaatst om te verhinderen:

  • dat er over de wortels of tegen de takken wordt gereden
  • in deze zone materialen worden gestapeld of voertuigen worden geparkeerd
  • dat schade wordt veroorzaakt door graafwerken.

Als het onvermijdelijk is om over de wortelzone te rijden kunnen er stevige rijplaten met een laag grof zand eronder worden geplaatst.

Sommige bomen met een dunne schors, zoals beuken, zijn gevoelig voor schorsbrand. Als door het vellen van omstaande bomen of struiken de stam plots bloot komt te staan aan direct zonlicht kan de schors verbranden en kan de boom sterven. Een mogelijkheid is de stam te behandelen met een coating of in te wikkelen met jute, waardoor de bast zich kan aanpassen aan de veranderde situatie.

Terug naar boven