Tak A

 Begijntjes in de familie Vervaet tak A

Begijntjes…, het  lijkt  anno 2004 alleen nog een begrip uit een ver verleden, toen de Kerk nog diep was ingeworteld in onze westerse maatschappij. Nochtans overleed het laatste begijntje van het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg (Gent) pas op 20 januari 2003.  Josepha Goethals was er tevens de laatste grootjuffer. 

In dit begijnhof hebben echter rond de vorige eeuwwisseling ook drie begijntjes uit onze familie (tak A) gewoond! Dankzij de mondelinge overlevering via mijn grootvader Richard Vervaet, was dit voor ondergetekende een bekend gegeven.  Tijdens de 1e wereldoorlog werd hij als tiener regelmatig te voet van Lokeren-Heiende naar Sint-Amandsberg (de spoorlijn Lokeren-Gent volgend) gestuurd om de ‘tante begijntjes’ - die hij steevast ‘Genie’ en ‘Collette’ noemde – te gaan bevoorraden met voedsel.
Wanneer ik, jaren later, één en ander via archiefonderzoek terugvond, bleek dat het er ooit liefst drie waren, en dat er over die ‘tantes’ toch wel meer te vertellen viel! 

Als eerste trad Joanna Coleta Vervaet in.  Zij werd geboren te Lokeren wijk Staakte op 28 april 1837 in het landbouwersgezin van Augustinus Vervaet en Rosalia De Bock.  Haar moeder overleed reeds vóór haar tweede verjaardag, op 6 februari 1839. Bij de volkstelling van 1856 wordt ze niet meer vermeld in het gezin van haar vader, die intussen hertrouwd was met Maria Catharina Van Mieghem.  Mogen we hieruit afleiden dat zij in haar kinder- en jeugdjaren werd uitbesteed aan familie, zoals toen vrij gebruikelijk was wanneer de moeder wegviel?
In alle geval zal Joanna Coleta tien jaar later, op 16 januari 1866, haar intrede doen in het Sint-Elisabeth-begijnhof te Gent.  Ze is dan al 28 jaar oud.  Op 21 januari 1867 zal ze er ‘gekleed’ worden in convent ‘Ter Engelen’.  En een half jaar later, 21 juli 1867, wordt ze er plechtig ‘gesteed’. Zij is ook de enige van de drie verwante begijntjes Vervaet die in 1874 de verhuis zal meemaken van Gent naar het nieuw gebouwd ‘Groot Begijnhof’ te Sint-Amandsberg.
Hogervermelde data, welke we terugvinden in het boek ‘125 jaar Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg 1874-1999’, worden ook bevestigd door een kopie van het bidprentje van Joanna Coleta in ons bezit.  Hierop vinden we ook volgende passage: ‘Deze duurbare overledene beheerschte haar eigen zelven.  Dit betuigde ze met offervaardig en zorgvuldig tal van jaren zieken te verplegen, met in vrede te leven met hare medezusters, met steeds gelaten en blijmoedig jarenlang bittere pijnen en ellenden te verduren’. 

Ze overleed in het Groot Begijnhof op 26 mei 1922, 85 jaar oud.  Van bij haar intrede tot aan haar dood verbleef ze in het convent ‘Ter Engelen’.  Dit wijst er op dat Joanna Coleta niet bepaald van begoeden huize was.  In hogervermeld boek lezen we immers dat de begijntjes na zes jaar conventleven alleen of met een medezuster in een huis mochten gaan wonen, tenminste wanneer zij de huurpacht konden betalen… 

Het tweede begijntje uit de familie was Eugenia Vervaet, alias ‘Genie’.  Zij is een dochter uit het tweede huwelijk van Augustinus Vervaet met Maria Catharina Van Mieghem, derde van negen kinderen.
Eugenia werd geboren op 21 januari 1845 te Lokeren wijk Staakte.  Op 4 oktober 1877 werd ze in de Lokerse bevolkingsregisters uitgeschreven naar Sint-Amandsberg.  In het jubileumboek uit 1999 vinden we haar inderdaad terug met intrede op 2 oktober 1877, reeds 32 jaar oud.  Een jaar later werd ze als begijntje ‘gekleed’ op 30 september 1878, om uiteindelijk het volgende jaar, op 04 mei 1879 ‘gesteed’ te worden.
Bij haar intrede waren de toen wel 700 begijntjes nog maar een drietal jaar overgekomen uit Gent naar het splinternieuwe ‘Groot Begijnhof’ te Sint-Amandsberg.  Net als haar oudere halfzuster Joanna Coleta zou ook Eugenia haar ganse religieuze leven in hetzelfde convent blijven wonen, nl. ‘Ter Engelen’.  Ze zal er ook overlijden op 73-jarige leeftijd.  In het begraafregister van het begijnhof vinden we haar terug op pagina 175b als overleden op 28 februari 1918, na 40 jaar begijnenleven.  Ze werd dus wel ruim vier jaar overleefd door Joanna Coleta, die er 56 jaar verbleef. 

Tenslotte was er ook nog Emma Maria Vervaet, waarover wel het één en ander te vertellen valt.
Zij werd geboren op 08 september 1861 te Lokeren wijk Everslaar als voorkind van Justina Francisca De Cock, toen amper 16 jaar oud.  De aangifte gebeurde dan ook door de vroedvrouw, zonder vermelding van de vader, zodat zij geboekstaafd werd als Emma Maria De Cock.
Wanneer  het kind zeven jaar oud is, huwt Justina Francisca De Cock te Lokeren met Joannes Baptista Vervaet, op 22 oktober 1868.  Hij is de volle broer van begijntje Eugenia Vervaet, en halfbroer van  begijntje Joanna Coleta.  In de huwelijksakte wordt het kind gewettigd met volgende passage:
“En ten zelfden tijde hebben de kontraktanten ons verklaard dat er van hun geboren is een kind ingeschreven ter registers van den burgerstand van Lokeren den negensten september achttienhonderdeenenzestig  nr.350, met naam en voornamen van De Cock Emma Maria, het welk zij herkennen voor hunne dochter, in tegenwoordigheid van…”
  Hierdoor verkreeg zij dan ook de familienaam Vervaet.  De bewettiging  “bij nader huwelijk harer vader en moeder…” werd later ook in rand vermeld bij haar geboorteakte.

Of Joannes Baptista Vervaet de biologische vader was, valt heden niet meer te achterhalen, vast staat dat hij het kind erkend heeft en het ook bij hem verder opgroeide.  Haar moeder overleed op jonge leeftijd, een paar maand na de geboorte van het eerste kind uit haar huwelijk met Joannes Baptista, op 11 september 1869.  De kleine Petrus zal geen jaar oud worden… Emma Maria is dan pas acht jaar oud…
Binnen het jaar hertrouwt haar vader met Nathalia Amalia De Backer.  Uit dit vruchtbaar huwelijk zullen nog liefst 15 halfbroers en –zusters voortspruiten, waarvan er dertien opgroeien!
In tegenstelling tot haar tantes, wordt Emma Maria al heel jong naar Sint-Amandsberg ‘gestuurd’ om in te treden in het Groot Begijnhof.  Het jubileumboek vermeld bij Emma Maria De Cock (‘genoemd Emma Vervaet’) geen data, maar zij werd uitgeschreven uit de bevolkingsregisters van Lokeren op 12 december 1878, naar Sint-Amandsberg.  Ze is pas zeventien jaar oud, meteen de vereiste minimumleeftijd!
Wellicht is wat hier voorafgaat een mogelijke verklaring voor deze jonge intrede, mede vergemakkelijkt doordat reeds twee familieleden in het begijnhof woonden.  Ze zou inderdaad ook in hetzelfde convent ‘Ter Engelen’ gaan wonen!
Helaas is zij er op jonge leeftijd gestorven, op 11 oktober 1886 blijkens pagina 104b van het begraafregister van het begijnhof.  Ze is dan amper 27 jaar, en zal nog vele jaren door haar tantes begijntjes overleefd worden.