De Avaren

Home
POLITIEK
Introductie

Volkeren
    De Alamannen
    De Angelsaksen
    De Avaren
    De Franken
        De Merovingers
        De Karolingers
    De Friezen
    De Gepiden
    De Goten
        De Ostrogoten
        De Visigoten
    De Hunnen
    De Longobarden
    De Vandalen

Biografieën
    Clovis
    Geiserik
    Karel de Grote
    Theodorik

Strijd
    Casilinum
    Taginae
Sociaal-economisch
Cultureel
Bijkomende informatie
www.vroege-middeleeuwen.tk

Oorsprong - Het Avaarse rijk

Oorsprong

De Avaren waren een Mongools volk, bekend bij de Chinezen als de Juan-Juan. In de vierde eeuw waren zij een van de vele Mongoolse en Turkse groepen die de noordelijke grenzen van het Chinese rijk teisterden. Er heerste een politieke chaos in het noorden. Dit gebied was verdeeld in verschillende lokale staten. De onrust en revolutie aan beide kanten van de Chinese Muur, weerspiegelden wat er op hetzelfde ogenblik gebeurde in Europa.

Rond dezelfde tijd begonnen de Hunnen, een ander volk dat China's noordelijke grenzen probeerde te teisteren, westwaarts te migreren. Zij dreven de Goten en andere Germaanse volkeren verder en veroorzaakten dus de kettingreactie die leidde tot de val van het West-Romeinse rijk. Maar hun bewegingen beďnvloedden eveneens gebeurtenissen in Oost-Azië. De trek van de Hunnen baande een weg voor de Kök Türük (de Celestijnse Turken). Het waren de Celestijnse Turken die als eerste de Juan-Juan (samen met veel van hun broeders Turken) westwaarts dreven.

De Juan-Juan trokken via Noord-Iran naar de Russische steppen. Hier vermengden zij zich met andere Turkse en Hunse volkeren en werden in het midden van de zesde eeuw uiteindelijk ontdekt in Oost-Europa. Deze nieuwe confederatie, vandaag gekend als de Avaren, zouden Constantinopel en veel gebieden van West-Europa drie eeuwen lang bedreigen.

Het Avaarse rijk

Wij weten weinig over de Avaren in hun glorierijkste periode. Hun basis was gesitueerd ergens dichtbij het hedendaagse Belgrado. Aan het einde van de zesde eeuw reikte hun gebied van de Wolga tot aan de Baltische Zee. Archeologisch onderzoek toont aan dat zij een machtige aanwezigheid bleven tot ver in de achtste eeuw. Zij verdreven zowel de Gepiden (567 n.C.) en de Longobarden uit de Donauvallei en brachten de West-Slaven naar de gebieden die zíj voordien hadden bezet. Tijdens deze periode werden zij geregeerd door de khan (Aziatische leider) Baian.

Toen een nieuwe keizer, Justinus II, werd gekroond in Constantinopel, eisten de Avaren het belastingsgeld op, dat hen was beloofd door zijn oom en voorganger, de grote Justinianus. Natuurlijk weigerde Justinus. Daarop vielen de Avaren in 568 Dalmatië binnen en vernielden alles in een vlaag van waanzin. Justinus zond toen een grote strijdkracht onder aanvoering van de 'Graaf van de Excubitors': Tiberius. De oorlog die eruit voortkwam, duurde drie jaar, waarna de Byzantijnen gedwongen waren voor een wapenstilstand te zorgen. Dit kostte Justinus 80 000 zilveren munten - veel meer dan de door zijn oom beloofde som.

In 581 namen zij door oplichterij Sirmium in, aan de rivier de Save. Deze plaats gebruikten zij als uitvalsbasis om een aantal weinig verdedigde Byzantijnse forten langs de Donau in te nemen. Hun vraag naar schattingen bleef groeien. Nadat de khan uitheemse giften als een olifant en een gouden bed afgewezen had, dwong hij keizer Mauricius om akkoord te gaan met een gift van niet minder dan 100 000 zilveren munten. Deze aantasting van keizerlijke financiële bronnen was van die aard dat, toen in 599 de Avaren 12 000 Byzantijnen gevangen namen, Mauricius moest weigeren om hen losgeld te betalen. Daardoor was ieder van hen ter dood veroordeeld.

Mauricius' opvolger Phocas, die voortdurend oorlog voerde met de Perzen, werd gedwongen om akkoord te gaan met een wapenstilstand met de Avaren, hetgeen hem reusachtige sommen kostte. Met het Byzantijnse leger in het oosten, gingen de Avaren ondanks de wapenstilstand verder met de uitbreiding van hun gebied naar het Balkan-schiereiland.

Door clandestiene oplichterij was het op het nippertje gelukt om keizer Heraclius gevangen te nemen. Hierdoor konden de Avaren Constantinopel bereiken. Gedekt achter de reusachtige wallen van Theodosius, stelden zij zich echter tevreden met het vernietigen van enkele kerken. Daarna vertrokken zij.

Avaarse ruiter

Avaarse ruiter (© Angus McBride)

In 626, samenzwerend met de Perzen, belegerde de khan met een barbaars leger van 80 000 Avaren, Hunnen, Gepiden en Bulgaren Constantinopel vanuit de Europese kant van de Bosporus. De Perzen deden dit eveneens vanuit de Aziatische kant. De Avaren deden nog één laatste voorstel om de stad te sparen, in ruil voor losgeld, maar de keizer wees dit af. Zoals zo vele aanvallen op Constantinopel, liep deze op niets uit. De Perzische vloot werd verslagen en vóór de volgende ochtend was het kosmopolitisch leger van de khan opgebroken en vertrokken.

Na de dood van hun khan kwam het Avaarse rijk in verval ten voordele van de Slavische en Bulgaarse expansie. Karel de Grote bracht hen verpletterende nederlagen toe, door hun zware militaire versterkingen te vernietigen, bijvoorbeeld de 'Avaarse Ring' in 791. De Bulgaren, wiens macht groter werd onder hun koning Krum, vernietigden de Avaren voor eens en altijd in de vroege negende eeuw.

Werken:

Terug naar boven - Deze pagina afdrukken

© 2000, Rien van de Wall

Laatst bijgewerkt op 17 augustus 2003.