ONTSTAAN van de

ONAFHANKELIJKE PAROCHIE ZONDERSCHOT  

 

Hoe Zonderschot een kapelanie en uiteindelijk een onafhankelijke parochie is geworden, heeft Lode Gysemans uitvoerig beschreven in zijn boek “Zonderschot, 50 jaar groeien”. Over de start van de kapelanie schrijft Lode ondermeer (en in de originele schrijfwijze en bewoordingen uit 1942!):

 

Uit het register van de beraadslagingen van het Schepencollege en den Gemeenteraad is het volgende getrokken:

Zitting van 20 februari 1942

Het college verleent gunstig advies op de vraag gedaan door Z.E. den Kard. Aartsbisschop van Mechelen aan den Heer Secretaris-Generaal van het Ministerie Van Justitie op 2 Februari 1942 opdat, onder de aanroeping van O.L.Vrouw, Koningin van den Vrede, de wijk “Zonderschot” alhier, zou opgericht worden tot Kapelanij afhangend van de St. Lambertuskerk.

Het beaamt ten volle de aangehaalde beweegredenen welke hierna volgen:

Het gehucht Zonderschot is een verwijderde uithoek van de gemeente Heist-op-den-Berg. De bevolking beweegt tusschen 560 en 600 inwoners, waarvan ongeveer een derde op afstand van 50 minuten van de parochiekerk woont, een derde op afstand van 40, en een derde op afstand van 30 minuten.

Er valt op te merken dat de parochiekerk St.Lambertus, waartoe Zonderschot behoort, op een hoogte gelegen is welke bedoelde parochianen nog moeten beklimmen, wanneer zij reeds een verren afstand hebben afgelegd. Voor bejaarde en zwakke menschen is zulks niet doenlijk.

Reeds in 1905, vroeg die bevolking door een gezamenlijk vertoogschrift de oprichting eener kapelanij aan.

In 1930 heeft het Gemeentebestuur van Heist-op-den-Berg in ’t centrum van Zonderschot, op aanvraag der inwoners eene Lagere Gemeenteschool gebouwd, die thans overbevolkt is.

De St.Lambertusparochie telt voor ’t ogenblik 5600 zielen en gaat met rassche schreden naar de 6000. Na de verhoopte oprichting van de kapelanij zullen de twee erkende plaatsen van onderpastoor volstrekt onmisbaar blijven voor de dagelijksche bediening dier zeer uitgestrekte buitenparochie.

Het College oordeelt dat deze oprichting onvermijdelijk en dringend noodzakelijk is.  

Voorgeschiedenis

Om te vermijden dat een deel van de grote parochie Heist Sint-Lambertus zou verwaarloosd geraken daar die mensen zo ver van de kerk woonden, werd in 1940 besloten om een kapelanij op te richten op Zonderschot. Op 1 juli 1942 kwam de toelating vanwege het Ministerie van Justitie: “Het gehucht Zonderschot te Heist-op-den-Berg is opgericht, onder de aanroeping van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van den Vrede, tot kapelanij afhangende van de parochie van den H. Lambertus aldaar.”

Jan Van Dyck, onderpastoor te Heist, werd kapelaan en bouwde een kapel die reeds op 13 december door Mgr. Van Cauwenbergh werd ingezegend. Dopen, begraven, huwen… het moest allemaal nog in de grote kerk van Heist gebeuren.

Dan wordt op 31 juli 1948 mijnheer Van Dyck door het bisdom volledig vrijgesteld als directeur van de vakschool en komt Paul Polleunis hem opvolgen als kapelaan. In 1949 al vergroot deze levendige herder de kapel die reeds op 21 mei wordt gewijd. De jaren verlopen heel rustig tot in 1953 het bericht komt uit het aartsbisdom dat Zonderschot zal verheven worden tot parochie.

Verheven tot de rang van parochie

Een probleem in verband met het oprichten van een parochie is de begrenzing die met veel wikken en wegen door de betrokken kerkraden (Heist, Booischot en Goor) meermaals wordt besproken en tot zes maal toe als ‘advies’ wordt opgestuurd. Op 13 maart 1954 volgt dan vanuit het Ministerie van Justitie een besluit dat:

“Gezien het plan van de gebiedsomschrijving der hulpparochie waarvan de oprichting gevraagd wordt; hebben wij besloten en besluiten wij:

 Art.1.- De wijk der kapelanij van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van de Vrede, op het gehucht Zonderschot te Heist-op-den-Berg, is opgericht tot hulpparochie, onder dezelfde aanroeping. (volgen dan de begrenzingen)

Art.2.-  Een fabrieksraad zal onmiddellijk bij de nieuwe hulpparochie opgericht worden.

Art.3.- Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van  dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 maart 1954.

 Zelfstandige parochie

De naam ‘parochie’ is niet van goddelijke oorsprong maar is een kerkelijke instelling. Het omvat een gebied dat door vaste grenzen is afgebakend en alzo een onderdeel van een bisdom vormt en waarin de gelovigen bestuurd worden door een pastoor. Vandaag is die strikte afbakening wel verdwenen en kan de gelovige een vrije keuze maken.

In een eigenhandig getekende ‘Pastorale Verklaring’ van 8 april 1954 wordt de kapelanij door Kardinaal Van Roy tot parochie verheven en op paasmaandag 19 april 1954 valt de eer te beurt voor E.H. Paul Polleunis om als eerste pastoor van Zonderschot te worden ingehaald. Deken Corluy leest de aanstellingsakte en doet de rondgang met de nieuwe herder tot bij het tabernakel, doopvont, biechtstoel en preekstoel.

Een parochie die zichzelf respecteert, bezit ook een pastorij! Reeds einde juni van datzelfde jaar dient de pastoor hiervoor een aanvraag in en er volgt heel snel de toelating.

Ook de ‘kerkfabriek’ of het kerkbestuur moet worden samengesteld en de eerste zitting ervan was op 18 juli 1954 met volgende heren: voorzitter: Edmond Ceulemans, secretaris: Emiel Bellens, schatbewaarder: Florent Coeckelbergs, leden: Juul Cannaerts en Antoon Viskens.

Een volwaardige parochie mag ook beschikken over een kerkhof. Het schepencollege van Heist beslist dan op 19 februari 1959 met eenparigheid van stemmen om een perceel grond aan te kopen tot dat doel.

Kapel, parochiekerk, feestzaal.

De veranderingen die het gebouw heeft ondergaan in die zestig jaar, waarvan vijftig als parochie, is in die toch nog korte geschiedenis heel merkwaardig. Zomer 1942 worden de eerste stenen aangebracht voor de kleine bidruimte die op 13 december 1942 in gebruik wordt genomen. Zondag 28 maart 1949 start de bijbouw van het koorgedeelte en nog datzelfde jaar volgt op 21 mei de inzegening. Op zondag 5 maart 1967 heeft er de laatste Eucharistieviering plaats. Daarna gebeurt de omvorming van kapel tot zaal waarin eind november 1968 de eerste vergaderingen en ontspanningsavonden plaats vinden. Tot in 1992 blijft het een bescheiden feest- en vergaderruimte maar in maart groeit er een zeer mooi parochiecentrum met naam: “Withof”. Sta me toe even een tekst uit mijn boek te citeren. “De voormalige kapel wordt bedankt voor haar diensten en krijgt het statuut van zaal  toegewezen met de daaraan verbonden logische gevolgen: koor wordt podium, biechtstoel blijft ontlastingsplaats, sacristie wordt keuken, doopkapel wordt tapplaats, kerkvloer wordt dansvloer, muziek van Bach wordt muziek voor Bacchus… alleen het ‘dopen’…!  

Zonderschot: een naam van oeroude oorsprong

Het woord Zonderschot kan men splitsen in ZONDER en SCHOT. Gaan we even na wat elk van die begrippen inhoudt:

1. ZONDER of SONDER:

Van "sonder" (Middelnederlands), sundir (Oudnederfrankisch), sundar (Oudsaksisch-= voor zich, afgezonderd, sundar (Oudhoogduits), sauntar (Sanskriet) = verwijderd. De eerste betekenis is dus apart, afgezonderd, zoals in zonderling, afzonderen, uitzonderen.

(ref. Vercoullie J., Beknopt etymologisch woordenboek der nederlandse Taal, p. 407, Gent, 1925)

2. SCHOT:

a. Schot als afsluitingsmiddel, houten schot, grendel.

- "een schot schieten"= een versperring of sluiting aanbrengen.

- afgeperkte ruimte, afgeschoten terrein.

- het "Schutten" of opsluiten van vee dat andere eigendom beschadigt.

- belasting als landrente verschuldigd aan de heer, het door iemand te betalen aandeel in lasten en beden: "schot ende schout"= schot en andere geldelijke verplichtingen.

"schot ende lot gelden"= belasting betalen.

"te schot ende lot staen"= belasting schuldig zijn.

(ref. VerdamJ., Middelnederlandsch Handwoordenboek, p. 525, 's-Gravenhage, 1932).

b. In de Vlaamse plaatsnamen werd een bijzondere groep gevormd door de namen die een afsluiting, begrenzing of beheining van eigendom aanduiden. Zij zijn zeer talrijk in akkerbouwtoponiemen: naast namen als Brogel (Keltisch), Perre, Meer, Hag, Blok, Bilk, Knok, enz. vinden we Scot (schoot, scheut en schaat). Hieruit blijkt dat de "omheining" een grote rol speelde in die plaatsnamen.

(ref. dr. Lindemans J., Plaatsnamen, p. 42, Brussel, 1925).

c. Schot (Middelnederlands), afgeperkte ruimte, inzonderheid voor vee.

Andere voorbeelden hiervan zijn o.m.:

- Aarschot, afgeleid van "Arescod" (naam bekend in 1107), Aren + Scot:

Ara, Are is een Germaanse voornaam, dus: afgesloten ruimte voor vee van Ara.

d. Schot, afsluitsel (Middelnederlands). Hier betekent schieten, beschieten een afsluiting plaatsen. Vergelijk met het woord "beschot).

(ref. Vercouillie J., Beknopt Etymologisch woordenboek der Nederlandse Taal, p. 306, Gent, 1925)  

 

“schot” hoeft dus niet enkel een afsluiting te betekenen, maar kan ook als een vorm van belasting beschouwd worden:

“belasting als landrente verschuldigd aan de heer, het door iemand te betalen aandeel in

  lasten en beden: "schot ende schout"= schot en andere geldelijke verplichtingen.

- "schot ende lot gelden"= belasting betalen.

- "te schot ende lot staen"= belasting schuldig zijn.

(ref. VerdamJ., Middelnederlandsch Handwoordenboek, p. 525, 's-Gravenhage, 1932)”.

Het woord “Zonder” of “sonder” zou dan ook kunnen geïnterpreteerd worden als “uitgezonderd”, “geen” wat dan tot het tweede besluit kan leiden, nl.

ZONDERSCHOT: een (omheind) gebied waarop geen belastingen geheven werden door de heer van Heist.

(ref.: Theo Heremans, lic. thesis, Toponymie van Heist-op-den-Berg, Booischot en Hallaar, p. 288, K.U.L. 1960.

3. Samengevat

mogen we besluiten dat ZONDERSCHOT betekent "een afgezonderde omheining voor het houden van vee". Wellicht hield één van onze verre voorvaderen zijn vee in een toen nog afgelegen plaats aan de zuidkant van Heist. Waaruit het overbekende Zonderschot!

4. Enkele historische bijzonderheden:

Het oude Land van Heist was onderverdeeld in zeven "haardgangen, heerdgangen" of gehuchten. In 1552 sprak men van "hertganck".

Deze zeven haardgangen waren: Bergeraerde, Hallaer, Laer ende Sonderschot, Bosch ende Achterheyde, Booischot, Werft, Bernum met Bruggeneynde. Elk van deze haardgangen had zijn eigen burgemeester. Een "burgemeester" uit het "Ancien Régime" (d.i. voor de Franse Tijd, 1795) had echter helemaal niet dezelfde functie als de huidige burgemeesters. Het waren mensen die in de schepenbank zetelden en die belast waren met het innen der taksen (accijnzen).

Marcel Van der Auwera, voorzitter Kon. Heemkundige kring "Die Swane" Heist-op-den-Berg  

Lode Gysemans

 

In 2002 vierde de parochie haar 60-jarig bestaan. Enkele sfeerbeelden daarvan vind je hier.

 

Terug naar de startpagina

Deze pagina maakt deel uit van www.zonderschot.be