Geschiedenis van de Goormolen te Turnhout (3)

                                                  

   De verpachtingen

Aflevering 3: "De Belgische Molenaar - Levende Molens" - 74e jaargang  -7 mei 1979.


 


De verpachtingen

Ook molengeschiedenis blijft mensengeschiedenis. De namen van de duizenden die op onze Goormolen lieten malen blijven onbekend. Wel willen we de namen van onze molenaars, de pachters en dus de verantwoordelijken van de Goormolen voor U zo volledig mogelijk vermelden. Ook deze opsomming is te vervolledigen mits volledig nazicht van de rentmeesterrekeningen.
 

 

1403

Meeus die Bruke

1416

Hein Van den Dyc

1446

Joris Cocx

1462

Jacops den Jonge

1535

Gielis Faes en Claes Coecx
Heensone ende Claes Coecx Heylisonne

1551

Andries Struyckx

1556

Henrick Fayendries

1569-1570

Henrick Fayendries

1570-1571

Henrick Fayendries

1572-1573

Wouter van Immersele

1573-1574

Crispyn Vereertheeze

1576

Goris Mertens

1578

Goris Mertens

1579-1580

Jan Geerts

1580-1581

Janne Geerts en nadien Adriaan Wouters

1581-1582

Cornelis Batens

1584-1585

Jan Geerts

1585-1586

Hans Geerts

1586-1587

Gielis Horemans

1587-1588

1588-1589

Goevaart Cornelissen van alphen
Goyvaert Cornelissen

1589-1590

Godevaert Cornelissen

1590-1591

Wouter de Wilde

1591-1592

Henrick Anthonis

1592-1593

Matthys Pancras

1593-1594

Peeter Goris

1594-1595

Claes Jacobs

1595-1596

Peeter matthysen

1597-1598

Adriaan Hermans

1598-1599

Hendrick Anthonis

1599-1600

Peeter mathys

1600-1601

Hendrick Anthonis

1606-1607

Adriaen Janszoon

1686

Adriaen Geerts Casteleyns

1716

Cornelis Van Dam van Weelde

1733

J.A. Lombaerts

1748

Mattheys Berttens

1771-1776

J.B. Valentteyns


 


We kennen nu al heel wat pachters van de ons een beetje vertrouwd geraakte Goormolen. Een dergelijke verpachting bracht heel wat leven in de Turnhoutse brouwerij. En waar alle vergelijkingen mank lopen, durven we ook moeilijk de vergelijking met de jaarlijkse foorverpachting voorstellen. Alhoewel. Toch willen we proberen iets meer historisch te blijven en laten we met enkele elementen van deze verpachtingen ten tonele komen, welke belangrijk waren voor de rentmeesters, omdat ze een rond sommetje in de kas van het domein brachten. De economische rol van onze windmolens staat dus buiten twijfel. In verband met de verpachting van de molens bestonden ordonnanties van Maximilliaan van Oostenrijk (1501) en Maria van Hongarije (1551).

De verpachting zelf gebeurde met brandende kaars. De rentmeester zat de verpachting voor. Van elke verhoging kwam de helft aan de heer en de andere helft aan de koopman. Na de palmslag mocht men hogen zolang de kaars brandde. Acht dagen na de verpachting mocht men blijven hogen. Degene die won moest een borg storten. De rentmeester leverde aan de molenaars wel de molenstenen. De pachters moesten ook zweren dat ze alle zaken goed zouden doen. De verpachting gebeurde voor een termijn van een half of één jaar, drie, zes of wel twintig  jaar naargelang de periode. Tussen de andere voorwaarden kunnen we o.a. vermelden dat de rentmeester toestemming moest geven voor elke reparatie. De pachters mochten aan de brouwers, stokers, bakkers of  anderen geen nieuwjaarsgiften geven. Al de roerende elementen van de molens moesten door de pachters onderhouden worden.

(o.a. de assche met de halssteen, de pinsteen, beide de borsten, de roeden met al het yserwerck, ’t camrat en vutsel, het groot ofte staekijzer metten reyn, den hals mette panne, de ijzeren handboom met het breekijzer, den vonderhamer met het caer met den schoen, de meelgote, de cuypen en de rickhout. rontsom den steenen, den prange met den prangboom, het aschgebind met het windasken en de steenreep. de binnen en de buitenreep met den clamandel en beide de prangzelen, den haspel aen de steert met den cruysreep).

Al de rest behoorde tot de onroerende elementen van de molen en werd op last van Zijne Majesteit door de rentmeester verzorgd (o.a. het cruyswerk met zijn blokken daar onder liggend, den standaard met zijn zetel, den steert met den graat, den coocker metten voorhouters, paelen, steenbalk, beyde de solders, het klein graetken, den wintbalk, alle het schutse met de cappen, beide de deuren, den aschsteen en de mortier, de corenkuip en de moutkuip met alle het yserwerk).

 In de achttiende eeuw gebeurde de verpachting “in gelde ende afmeynen met carolus gulden”.

 Ook met betrekking tot de valse concurrentie worden zware maatregelen genomen. Luister…

“ Item want de voorgescreven moelens syn banmoelens, soe en sal nyemant onder den selven ban geseten buyten moeghen malen oft doen maelen oft meel van buyten innebrengen optte verbeurte van meel, waghen, kerren, peerden oft ossen ende daarenboven noch voor dierste reyse 50 Carolusgulden ende voer de tweede reyse 100 guldenen en de voer de derde reyse gebannen te syn ende te blijven buyten den lande van Turnhout. Ten waere dat bleke dattet selve graen drye dagen gelegen hadden op een van den voirs. moelens ende daeraf gehaelt waere bij gebreke van malen”.

                                                                                                                                                             28 augustus 1586
 

Ook mocht volgens deze ordonnantie geen enkele inwoner van het domein een querne of handmolen in  huis hebben. Belangrijk was wel het aankondigen van de verpachting. Daarom gebeurden.

voergaende publicatien ende kerckgeboden. Zo werden op 28 augustus 1599 ghesonden naer doude ghewoonte diversche billetten op de omliggende plaetsen ende dorpen al tot Herentals, Ghele, Molle, Rety, Arendonck, Weelde, Poppel, Ravels, Baerle, Hoichstrate, Mercxplas, Beerse, Vosseler, Malle, Lille, Ghierle ende Thielen, diversche billetten van dat hij Rendant soude sitten op de verpachtinghe van voorscreven meulensom die ter kercke te doen publiceren ende voirsts opde kerckdeure te affigeren. Betaelt voer elcken billet te draeghen twee blancken ende voerde vorsters neyt synde onder de jurisdictie van Turnhout oick twee blanck beloepende.

Op alle kerkdeuren en van alle preekstoelen van onze regio werd dus de verpachting van onze Goormolen aangekondigd. Een dergelijke affiche van 1695 ( koning Willen III ) geven we in foto met de volgende tekst.

 

HONI SOIT QUI MAL Y PENSE

VERPACHTING VAN BAN -WINT-MOOLENS

Staande in de Baronnye van

TURNHOUT

De heeren gecommiteerden van Syne Majesteyt van Groot- Brittannien, etc. Sullen ten hooghsten  en schoonsten aen de meest-biedende verpachten op den acht en twintigsten november / 1695 zynde maendagh voormiddagh ten negen uyren precis / op den stadthuyse binnen Turnhout / syne hoogh-gemelte majesteyt Ban-Moolens, gestaen ende gelegen in de Baronnye van Turnhout / te weten vier onder de stadt van Turnhout / waer onder een Tarwe Moolen / eenen tot Lille / eenen tot Gierle / ende eenen tot Wecheldersande en Vlimmeren; ende dat voor eenen termyn van ses of drie Jaren / innegaende den eersten januay 1696 ende uytgaende op gelycken termyn / gelyck als men als dan sal conditioneren. Men sal opden selven tijdt oock verpachten ’t recht vanden Kleynen Tol / Wage / Gruyte en Vercken-besien / deselve syne Majesteyt aldaer competerende

  

VERKOOPINGE VAN

OPGAENDE

EYKEN BOOMEN ENDE

SCHAERHOUT

OP DEN BOSSCHE VAN

GROOTENHOUT

Ende des anderendaeghs / wesende den negen en twinitghsten november / 1696 sullen de heeren Gecommitteerden op den Bossche van Grootenhout verkoopen verscheyde koopen van schoone Eycke opgaende Boomen / gelyck als die aldaer liggen gevelt /  en tot koopen gesteld  / mitsgaders het ordinaire Schaerhout / ende enige Sparren.Men sal beginnen ’s morgens ten negen uuren / precis is’er yemand  die middeler tydt deselve gelieve te besien / die konnen haer addresseren aen den Boschwachter / die d’aenwysinghe sullen doen

                                                                             Segget voort    

Dit voortvertellen is dan weer een manier van bekendmaking,  net zoals de traditionele uytbellinge op alle hoecken van straeten.

Na de verpachting werd een maaltijd gehouden in een herberg samen met de aanwezigen van de andere domeinverpachtingen. Dat gebeurde b.v. in 1573 bij Mette, weerdinne in den Engel.

Een ander voorbeeld was dat op 15 september 1587 de rentmeester na de verpachting van de domeingoederen een maaltijd gaf met als genodigden de deken, de schout, de schepenen, de secretaris, de burgemeester, de stadhouder de vorster, de pachters en vele anderen, in totaal meer dan vijftig personen.

Vanaf 1716 waren de pachters van de Turnhoutse molens verplicht elk vier gebrouwten mout te malen voor de Paters Minderbroeders van Turnhout zonder daarvoor een maalloon te rekenen. De pachters moesten bovendien bij iedere verpachting één gulden godspenning betalen, één pattacon voor het schrijven van de voorwaarde, en ieder naar proportie een som voor het zegel.

Verpachtinge Ban - Wint - Moolens

                                                                                                                                                         
                                                                                                                                                          Terug naar overzicht

(wordt vervolgd)
  Harry De Kok
  
Stadsarchivaris