|
We kennen nu
al heel wat pachters van de ons een beetje vertrouwd geraakte Goormolen. Een dergelijke verpachting bracht
heel wat leven in de Turnhoutse brouwerij. En waar alle vergelijkingen
mank lopen, durven we ook moeilijk de vergelijking met de jaarlijkse
foorverpachting voorstellen. Alhoewel. Toch willen we proberen iets meer
historisch te blijven en laten we met enkele elementen van deze verpachtingen
ten tonele komen, welke belangrijk waren voor de rentmeesters, omdat ze
een rond sommetje in de kas van het domein brachten. De economische rol
van onze windmolens staat dus buiten twijfel. In verband met de
verpachting van de molens bestonden ordonnanties van Maximilliaan van
Oostenrijk (1501) en Maria van Hongarije (1551).
De
verpachting zelf gebeurde met brandende kaars. De rentmeester zat de
verpachting voor. Van elke verhoging kwam de helft aan de heer en de
andere helft aan de koopman. Na de palmslag mocht men hogen zolang de
kaars brandde. Acht dagen na de verpachting mocht men blijven hogen.
Degene die won moest een borg storten. De rentmeester leverde aan de
molenaars wel de molenstenen. De pachters moesten ook zweren dat ze alle
zaken goed zouden doen. De verpachting gebeurde voor een termijn van een
half of één jaar, drie, zes of wel twintig jaar naargelang de periode.
Tussen de andere voorwaarden kunnen we o.a. vermelden dat de rentmeester
toestemming moest geven voor elke reparatie. De pachters mochten aan de
brouwers, stokers, bakkers of anderen geen nieuwjaarsgiften geven. Al de
roerende elementen van de molens moesten door de pachters onderhouden
worden.
(o.a. de assche met de halssteen, de pinsteen, beide de
borsten, de roeden met al het yserwerck, ’t camrat en vutsel, het groot
ofte staekijzer metten reyn, den hals mette panne, de ijzeren handboom met
het breekijzer, den vonderhamer met het caer met den schoen, de meelgote,
de cuypen en de rickhout. rontsom den steenen, den prange met den
prangboom, het aschgebind met het windasken en de steenreep. de binnen en
de buitenreep met den clamandel en beide de prangzelen, den haspel aen de
steert met den cruysreep).
Al de rest
behoorde tot de onroerende elementen van de molen en werd op last van
Zijne Majesteit door de rentmeester verzorgd (o.a. het cruyswerk met
zijn blokken daar onder liggend, den standaard met zijn zetel, den steert
met den graat, den coocker metten voorhouters, paelen, steenbalk, beyde de
solders, het klein graetken, den wintbalk, alle het schutse met de cappen,
beide de deuren, den aschsteen en de mortier, de corenkuip en de moutkuip
met alle het yserwerk). In de
achttiende eeuw gebeurde de verpachting “in gelde ende afmeynen met
carolus gulden”. Ook met
betrekking tot de valse concurrentie worden zware maatregelen genomen.
Luister…
“ Item
want de voorgescreven moelens syn banmoelens, soe en sal nyemant onder den
selven ban geseten buyten moeghen malen oft doen maelen oft meel van
buyten innebrengen optte verbeurte van meel, waghen, kerren, peerden oft
ossen ende daarenboven noch voor dierste reyse 50 Carolusgulden ende
voer de tweede reyse 100 guldenen en de voer de derde reyse gebannen te syn
ende te blijven buyten den lande van Turnhout. Ten waere dat bleke dattet
selve graen drye dagen gelegen hadden op een van den voirs. moelens ende
daeraf gehaelt waere bij gebreke van malen”.
28 augustus 1586
Ook mocht volgens deze ordonnantie geen
enkele inwoner van het domein een querne of handmolen in huis hebben.
Belangrijk was wel het aankondigen van de verpachting. Daarom gebeurden.
voergaende publicatien ende kerckgeboden. Zo werden op 28
augustus 1599 ghesonden naer doude ghewoonte diversche billetten op de
omliggende plaetsen ende dorpen al tot Herentals, Ghele, Molle, Rety,
Arendonck, Weelde, Poppel, Ravels, Baerle, Hoichstrate, Mercxplas, Beerse,
Vosseler, Malle, Lille, Ghierle ende Thielen, diversche billetten van dat
hij Rendant soude sitten op de verpachtinghe van voorscreven meulensom die
ter kercke te doen publiceren ende voirsts opde kerckdeure te affigeren. Betaelt voer elcken billet te draeghen twee blancken ende voerde vorsters
neyt synde onder de jurisdictie van Turnhout oick twee blanck beloepende.
Op alle
kerkdeuren en van alle preekstoelen van onze regio werd dus de verpachting
van onze Goormolen aangekondigd. Een dergelijke affiche van 1695 ( koning
Willen III ) geven we in foto met de volgende tekst.
HONI SOIT QUI MAL Y PENSE
VERPACHTING VAN BAN
-WINT-MOOLENS
Staande in de Baronnye van
TURNHOUT
De heeren
gecommiteerden van Syne Majesteyt van Groot- Brittannien, etc. Sullen ten
hooghsten en schoonsten aen de meest-biedende verpachten op den acht en twintigsten november
/ 1695 zynde maendagh voormiddagh ten negen uyren
precis / op den stadthuyse binnen Turnhout / syne hoogh-gemelte majesteyt
Ban-Moolens, gestaen ende gelegen in de Baronnye van Turnhout / te weten
vier onder de stadt van Turnhout / waer onder een Tarwe Moolen / eenen tot
Lille / eenen tot Gierle / ende eenen tot Wecheldersande en Vlimmeren; ende
dat voor eenen termyn van ses of drie Jaren / innegaende den eersten
januay 1696 ende uytgaende op gelycken termyn / gelyck als men als dan sal
conditioneren. Men sal opden selven tijdt oock verpachten ’t recht vanden
Kleynen Tol / Wage / Gruyte en Vercken-besien / deselve syne Majesteyt
aldaer competerende
VERKOOPINGE VAN
OPGAENDE
EYKEN BOOMEN ENDE
SCHAERHOUT
OP DEN BOSSCHE VAN
GROOTENHOUT
|
Ende des
anderendaeghs / wesende den negen en twinitghsten november / 1696 sullen
de heeren Gecommitteerden op den Bossche van Grootenhout verkoopen
verscheyde koopen van schoone Eycke opgaende Boomen / gelyck als die
aldaer liggen gevelt / en tot koopen gesteld / mitsgaders het ordinaire Schaerhout / ende enige Sparren.Men sal
beginnen ’s morgens ten negen uuren / precis is’er yemand die
middeler tydt deselve gelieve te besien / die konnen haer addresseren aen
den Boschwachter / die d’aenwysinghe sullen doen
Segget voort
Dit
voortvertellen is dan weer een manier van bekendmaking, net zoals de
traditionele uytbellinge op alle hoecken van straeten.
Na de
verpachting werd een maaltijd gehouden in een herberg samen met de
aanwezigen van de andere domeinverpachtingen. Dat gebeurde b.v. in 1573
bij Mette, weerdinne in den Engel.
Een ander
voorbeeld was dat op 15 september 1587 de rentmeester na de verpachting
van de domeingoederen een maaltijd gaf met als genodigden de deken, de
schout, de schepenen, de secretaris, de burgemeester, de stadhouder de
vorster, de pachters en vele anderen, in totaal meer dan vijftig personen.
Vanaf 1716
waren de pachters van de Turnhoutse molens verplicht elk vier gebrouwten
mout te malen voor de Paters Minderbroeders van Turnhout zonder daarvoor
een maalloon te rekenen. De pachters moesten bovendien bij iedere
verpachting één gulden godspenning betalen, één pattacon voor het schrijven
van de voorwaarde, en ieder naar proportie een som voor het zegel.

Terug naar overzicht
(wordt vervolgd)
Harry De Kok
Stadsarchivaris
|