Op
modderige of stenige
paden zal je uiteraard opletten om je voet niet te verzwikken en op
enkele zeldzame plaatsen bovenaan rotsen en afgronden in de Ardennen
moet je je voetstappen veloverwogen plaatsen, maar natuurwandelen in
België is niet
gevaarlijk. Hierna toch enkele aandachtspunten.
Verkeer
Op een wandeling in ons land kunnen wegen met gemotoriseerd verkeer
onmogelijk vermeden worden. Het is op wegen met verkeer altijd goed
uitkijken voor
auto’s en moto's die soms gevaarlijk snel rijden. Gebruik zoveel
mogelijk de
onverharde wegbermen langs de kant van de weg.
Verloren
lopen
De beschrijving van een wandeling kan je soms in de war brengen doordat
de situatie op
het terrein wijzigt: bossen kunnen gekapt zijn, een smal pad kan een
brede weg geworden zijn en omgekeerd, een jonge aanplant kan een bos
geworden zijn, een pad kan dichtgegroeid zijn, nieuwe wegen kunnen
ontstaan zijn. Al is de beschrijving nog zo nauwkeurig, al let je nog
zo goed op, soms kan je toch verkeerd lopen. Enkele grotere wouden in
ons land zijn groot genoeg om er echt in te verdwalen. Zelfs in een
kleiner bos kan je zonder het te weten in rondjes lopen. Als je merkt
verkeerd gelopen te zijn, is de eerste richtlijn om rustig te blijven.
Loop terug tot op het vorige punt waar je met zekerheid nog op het
juiste pad was. Als je regelmatig de kaart in het oog houdt, kan dat
vorige punt niet zo ver zijn. Evalueer aandachtig de relatie tussen het
te volgen traject op de topografische kaart en de reële situatie.
Wanneer je echt in de problemen raakt, kan je een vaste windrichting
kiezen en met je kompas constant die richting uitlopen tot bij een
herkenbaar punt in open land dat je ondubbelzinnig op de kaart kan
identificeren (een weg, een dorp, …). Bij mooi weer kan de zon aan de
hemel helpen bij het volgen van een vaste richting. Een beek
stroomafwaarts volgen is soms een goed idee: met zekerheid kom je na
een tijd bij een grotere rivier en in de bewoonde wereld.

Dieren
Uitzonderlijk kan een opspringend woest everzwijn in de Ardense bossen
je lelijk laten schrikken. Vooral de zeug kan aanvallen als ze in jou
een bedreiging voor haar jongen ziet. Het is dus belangrijk om uit de
buurt van deze frislingen te blijven.
Loslopende honden zijn soms erg lastig. Probeer je in elk geval kordaat
tegen het dier op te stellen en vlucht niet angstig weg. Dikwijls word
je vriendjes als je met het dier communiceert, maar niet iedereen heeft
hiervoor de nodige ervaring met honden. Met een stok kan je een hond op
afstand houden. Desnoods, als een hond je bedreigt en zeer dichtbij
komt, kan je met kleine steentjes of zand gooien. Er is een apparaatje
op de markt, een “Dazzer”, dat met
zeer scherpe en hoge tonen een hond afschrikt. Ontmoetingen met honden
kunnen ook aangenaam zijn. Verschillende keren vond ik in een
wildvreemde en loslopende hond een wandelgenoot die mij kilometers lang
vergezelde.
Vossenlintworm
De vossenlintworm is een kleine lintworm die voorkomt in de dunne darm
van
de vos. De vos kan soms drager van deze parasiet zijn, net zoals alle
wildlevende knaagdieren. In de Ardennen zijn er gebieden bekend waar
tot 33 % van alle vossen drager kan zijn van de vossenlintworm. In de
ontlasting van een besmette vos komen stukjes lintworm met eitjes voor.
Opname van lintwormeitjes kan leiden tot Alveolaire echinococcose, een
zeldzame maar bijzonder gevaarlijke ziekte die zonder behandeling in de
meeste gevallen de dood tot gevolg heeft. Pluk geen bosvruchten en
bessen die lager dan 1 meter boven de grond hangen. De aanraking van
levende of dode vossen moet absoluut vermeden worden.
Teken
Teken worden mee rondgedragen door hun gastdieren. Bijna overal waar
die dieren komen, en zeker in een plantenrijke omgeving met hoog gras,
struiken en een rijke onderbegroeiing, vindt men dus ook teken. De
ziekte van Lyme is een ernstige maar goed behandelbare ziekte die wordt
overgedragen door teken. Niet alle teken zijn drager van de bacterie
die verantwoordelijk is voor de ziekte van Lyme, maar in sommige
streken (bv. in de provincie Namen) zijn wel bijna alle teken drager.
Om besmetting te voorkomen, wordt meestal aangeraden om de huid te
beschermen met lange mouwen, lange broekspijpen en gesloten schoenen.
Daarnaast is het aan te raden om op de paden te blijven en niet door
struiken en planten te kruipen waarop misschien teken zitten te wachten
op een gastheer. Indien men gebeten wordt door een besmette teek, duurt
het minstens 12 uur voor de ziektekiem kan overgedragen worden.
Het is dus een goed idee om na het wandelen het hele lichaam zorgvuldig
te controleren op de aanwezigheid van teken. Hou er rekening mee dat
teken op het lichaam dikwijls hun weg zoeken naar onverwachte plaatsen
en holtes. Wordt een teek gevonden, dan moet die zo snel mogelijk
verwijderd worden. Dit kan met een pincet of met de vingers, en er
worden ook speciale verwijdersets voor teken verkocht. Wees de dagen na
het verwijderen aandachtig voor mogelijke symptomen. Verschijnt er een
rode ring rond de bijtplaats of word je ziek, raadpleeg dan een arts.
Hitte-
en zonneslag
en uitdroging
Het spreekt voor zich dat je in de zomer
voorzorgsmaatregelen moet
nemen om een zonne- of hitteslag te vermijden. Zonnecrème en een
hoofddeksel behoren in de zomer dan ook tot de vaste uitrusting. Bij
warm weer
is het belangrijk om minstens twee liter water per persoon mee te nemen
op de wandeling: het gevaar op uitdroging op een lange wandeling is
niet denkbeeldig.