Deze
wandeling start in Durnal, een
deelgemeente van Yvoir. We bevinden ons in de Condroz, een streek met
lage, golvende heuvels waarop bossen worden afgewisseld met landbouw-
en weidenvelden.
Al snel komen we aan in Crupet, een van “
les plus beaux
villages
de Wallonie”. Crupet is bekend om zijn middeleeuws kasteel
met
mooie donjon. Evenveel bekijks heeft de kunstmatige grot, tussen 1900
en 1903 gebouwd door de plaatselijke pastoor Gérard en zijn
parochianen. Deze brave mensen hebben door hun toewijding
waarschijnlijk allen het eeuwige geluk gevonden, want hun grot werd
opgedragen aan Sint-Antonius, patroonheilige van de verloren
voorwerpen. Door de ligging van Crupet aan de beek de Crupet, kende het
dorp bloeiende tijden in de periode van de industriёle revolutie en je
vindt er nog verschillende oude watermolens. In Crupet, met zijn cafés
en restaurants, heerst altijd een
gezellige
sfeer en je blijft er wellicht even rondhangen.
Na een doortocht door grote bossen zoeken we de vallei van de Bocq op.
De Bocq is een bijriviertje van de Maas. In de waterrijke kalkstenen
werden in de vallei van de Bocq rond de jaren 1900 verschillende
galerijen geboord. Nog steeds zorgen 50 bronnen in de vallei aldus voor
de drinkwatervooziening van Brussel: een leiding van 80 kilometer lang
brengt het water van Spontin naar de hoofdstad.
Het water zorgde nog op een andere manier voor welvaart: in de
negentiende eeuw ontdekte een boer uit Spontin een bron met water van
uitzonderlijke kwantiteit en begon tijdens de winters, als er op de
velden onvoldoende werk was, bier te brouwen. Vandaag nog staat de
zesde
generatie uit de brouwersfamilie aan het hoofd van de
Brasserie du
Bocq, een van de laatste traditionele brouwerijen van ons
land. Men
brouwt er bekende bieren zoals de Deugniet en de Gauloise.
Aan de Bocq biedt een schuilhok voor vissers een uitzonderlijke
rustplaats tijdens onze wandeling.
We lopen langs de spoorlijn L128, een enkelzijdige lijn van 20
kilometer lang tussen Ciney en Yvoir. De Bocq-spoorlijn werd afgewerkt
in 1907, is 20 kilometer lang, kent heel wat bruggen, haltes en tunnels
en wordt beschouwd als een van de mooiste van Belgiё. De volledige
spoorlijn kan te voet bewandeld worden en biedt gelegenheid voor een
prachtige, avontuurlijke wandeling. Wegens de aanwezigheid van talrijke
steengroeven en wegens het dunbevolkte karakter van de streek, was
vooral het goederenverkeer belangrijk. In 1983 reed de laatste
goederentrein tussen Ciney en Spontin. Sinds 1992 werkt de VZW Toerisme
en SpoorPatrimonium aan het herstel van de spoorlijn, samen met de
vrijwilligersvereniging
Chemin
de Fer du Bocq, en tegenwoordig rijden
er worden er weer toeristische ritten georganiseerd tussen Ciney en
Purnode.
De hier voorgestelde wandeling volgt vooral goed begaanbare
veld- en boswegen.