Onkerzele ligt in de
vallei van de Dender. Het provinciaal domein De Gavers ligt vlakbij en
dat zorgt gedurende de zomermaanden voor nogal wat drukte in de vallei.
Ten zuiden van Onkerzele strekt zich echter het stiltegebied
Dender-Mark uit.
Door zijn jachtige levensstijl heeft de moderne mens meer dan ooit
behoefte aan momenten van rust en stilte. Het grote aantal
geluidsbronnen zorgt er echter voor dat het aantal plaatsen in
Vlaanderen waar je deze rust kan vinden als zeer schaars geworden zijn.
In Vlaanderen is er geen specifieke wetgeving over stiltegebieden. Wel
zijn stiltegebieden al sinds verschillende jaren opgenomen in het
leefmilieubeleid van de Vlaamse Regering. De ontwikkeling van
stiltegebieden wordt als één van de prioriteiten naar voor geschoven.
In 1994 werd door de Vlaamse milieuadministratie een globale screening
gedaan naar
stiltegebieden. Stilte betekent
hier niet de totale
afwezigheid van geluid maar wel een aangenaam geheel van geluiden. Het
eerste concrete project rond stiltegebieden was het pilootproject
Dender-Mark. Dit project heeft in de loop van de jaren geleid tot een
groot aantal acties, niet enkel op het vlak van leefmilieu maar ook op
heel wat andere terreinen zoals plattelandsbeleid, cultuur, vorming,
onderwijs,... Onderweg op de wandeling zullen je de bordjes van het
‘Stiltepad’ opvallen. Wat soms ook opvalt is dat quads en vliegtuigen
zich niets aantrekken van het stiltegebied.
Een groot deel van de tocht is bebost. Je loopt door het Moerbekebos,
het Raspaillebos, het Karkoolbos en het Kluysbos. Deze bossen liggen
alle op de flanken van de Bosberg, de wereldberoemde passage uit de
Ronde van Vlaanderen. Het Raspaillebos en het Kluysbos zijn
aankoopprojecten van Natuurpunt. Het Moerbekebos en het Karkoolbos zijn
grotendeels eigendom van de Afdeling Bos en Groen van de Vlaamse
overheid. Het Moerbekebos en het Raspaillebos zijn dooraderd met
wandelpaden, geliefkoosde zondagswandeling bij de lokale bewoners. Het
Kluysbos is slechts 12 ha groot maar heeft veel van zijn oude eigenheid
mogen bewaren. In dit bos loopt geen bewegwijzerd pad, wel een prachtig
verborgen pad. In het Karkoolbos wordt een nietsdoenbeheer toegepast,
wat betekent dat bomen mogen sterven, vallen en blijven liggen als ze
daar zin in hebben. In 2003 werd het Karkoolbos een bosreservaat en
besliste het
Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse overheid om het
bos ontoegankelijk te maken.
Wie deze wandeling op een weekdag doet, moet zeker een bezoek brengen
aan het natuurcentrum
De Helix. De Kerkuil heeft een
vaste stek in de
Helix. Buizerd, Sperwer, Wespendief, Torenvalk en Bosuil hebben hun
horsten binnen het bos. In de knotwilgen erbuiten broeden Ransuil en
Steenuil. De beboste hellingen tussen de valleien van Dender en Mark
zijn bovendien een belangrijk richtpunt voor tienduizenden vogels op
hun trek naar het zuiden.