www.wandelen.ssr.be

Originele wandelingen in BelgiŽ
Porcheresse

De gehuchten en riviertjes Our en Lesse

Praktische gegevens

Folder

wandelfolder Porcheresse

GPS

gpx-bestand

Google kaart

Google kaart


Porcheresse, deelgemeente van Daverdisse, is een landbouwdorp in de provincie Luxemburg. Aan elke uitgangsweg staat een smeedijzeren kruisbeeld dat reizigers en akkers moet beschermen. Het dorp kreeg het bij het begin van de Eerste Wereldoorlog hard te verduren. Duitse soldaten staken, na een zwaar gevecht in Daverdisse, alle huizen van Porcheresse in brand. Bij de kerk herinnert het ‘Monument des Morts’ aan de oorlogsslachtoffers. In de vroegere meisjesschool is het ‘Musťe des Sabots’, het Klompenmuseum, ondergebracht. Porcheresse was vroeger een van de grootste klompenproducenten van de provincie Luxemburg.
We verlaten het dorp door de velden en akkers en krijgen mooie vergezichten op het Ardense landschap. We duiken dan Les SpŤches in, een zeer verscheiden bos van enerzijds dennen en anderzijds kreupelhout onder hoog opgeschoten loofbomen. Het krioelt hier van de wilde zwijnen. Deze slimme en gespierde dieren fourageren ’s nachts, overdag slapen ze in het bos. Het overkwam ons tijdens de voorbereiding van deze wandeling dat we op een pad tussen manshoge varens op een rot slapende zwijnen botsten. We een beekje over via ‘La Planchette’, een grote, platte steen die in de loop der eeuwen door het water gepolijst werd. Na de oversteek van de weg Our-Porcheresse volgt een volgend schitterend bosparcours. Tijdens dit gedeelte volgen we over een afstand van meer dan een kilometer een paadje door dicht naaldbos, zonder enig oriŽntatiepunt. Af en toe moet je jezelf een weg banen en niet iedereen zal hier met evenveel vertrouwen doortrekken. Opgelucht komen we in open veld vanwaar we de afdaling naar het gehucht Our inzetten.
Our is een gehucht van Opont, zelf deelgemeente van Paliseul. Door het dorp stroomt de rivier de Our, die later op de wandeling nog een hoofdrol zal spelen. De naam Our is afgeleid van ‘ours’, bruggen van hout en gevlochten twijgen die hier in de streek vervaardigd werden. Le Clairval bij de kerk nodigt uit tot een halte. In de zomer biedt het terras onder de bomen verkoeling en in de winter knettert binnen gezellig de haard. Het vlees wordt er boven een vuur van houtblokken gegrild. De openingstijden zijn even twijfelachtig als de bereidheid van het personeel om je te bedienen. Tijd ebstaat hier niet, we hebben het gecontroleerd op onze klok. Toch wordt Our meegesleurd door de bedenkelijke golf van moderne vooruitgang. Thomas & Piron, een van de grootste bouwbedrijven van ons land, koos in de jaren ’80 het gehucht Our uit om er zich te vestigen. Ondertussen is het bedrijf uit zijn voegen gebarsten en is het op weekdagen uit met de rust. Afwegingen van authenticiteit tegenover werkgelegenheid en economische vooruitgang vormen het gespreksonderwerp in het dorp. De discussies in Le Clairval worden nog opgevoerd sinds Piron een van zijn huizen in het dorp verhuurt aan ene Maxime Collard. Collard ruilde de Karmelieten in Brugge om in Our zijn droom waar te maken. La Table de Maxime paalt uitdagend aan Le Clairval en biedt moderne kamers en verfijnde menu’s. Louis-Marie Piron beheert en beheerst niet alleen het dorp, maar ook de bossen. Van de ‘chalet de chasse’ die hij zonder bouwvergunning in Our bouwde zegt men bij Stedebouw in Arlon ironisch dat hij ‘presqu’aussi grand que le Sportpaleis d’Anvers’ is.
Na het dorp Our komen we aan de gelijknamige rivier. De Toup-Toup weide bij de rivier biedt niet alleen een natuurlijke kampplaats aan scouts. Ook de hippies van de Rainbow Family kozen deze plaats uit voor een gathering gedurende een volle maancyclus, in vrede en harmonie met de natuur en onder elkaar. Een rustig en bebost parcours brengt ons gemakkelijk in Lesse, een gehucht dat ocharme niet eens een kerk heeft. Dat La Fille d’Ardenne, zoals de rivier de Lesse genoemd wordt, hier nog niet onteerd is, hebben we te danken aan de moedige strijders die in het begin van de jaren 70 de bouw van een gepland stuwmeer voor electriciteitsproductie konden verhinderen. Een gebied van 700 hectare werd zo gespaard van de verdrinkingsdood. Vandaag steekt het oude plan weer de kop op in de context van de zoektocht naar alternatieve energiebronnen. Het stuwmeer wordt afgewogen tegen een windmolenpark en ingenieurs rekenen ons voor dat turbines veel efficiŽnter electriciteit produceren. Moet ik nu juichen?
Hoog boven de Lesse komen we langs de ‘Roche des Chevaux’. De boeren van Lesse leidden vanaf deze rots hun afgedankte paarden geblinddoekt de diepte in. Een mooier einde kan een paard zich nauwelijks voorstellen. We steken de hier rijpere en wildere Lesse over langs de Pont des Cochettes. De inwoners van Porcheresse gebruikten deze brug om ter bedevaart naar Redu te trekken. Een mooi oeverpad brengt ons bij de samenvloeiing van Lesse en Our. In de wilde vallei van de Our heerst de Dame Blanche, een fee die in de vorm van nevelslierten uit het water opstijgt en de vallei vult. Al even mysterieus is de Roche Minguet. Hier hielden afgescheurde priesters na de Franse Revolutie clandestiene missen.
We verlaten tenslotte de Our. Over weinig gebruikte en niet altijd gemakkelijk te lokaliseren bospaden trekken we door het ‘struikjesbos’ Ramibuchaille, een gemengd bos met hoogopgeschoten beuken en een ondoordringbare ondergroei.
Het verdient aanbeveling om voor deze tocht een hele dag te voorzien. Misschien is het wel een goed idee om ter plaatse te overnachten, bijvoorbeeld in 'ons vakantiehuis' in het piepkleine kleine gehucht Lesse dat op de wandeling ligt.

Google kaart