Warresworld

Birma

Een maand met de fiets door Birma

Donderdag 25 oktober

Om 5u40 loopt de wekker af. Ja, het is vroeg maar het is van moeten. Nog snel ontbijten, de fiets in de auto en ik kan den Yves gaan oppikken om mij naar de luchthaven te brengen. Bij de Sabena balie is het heel erg rustig, verdacht rustig zelfs maar wat wil je, ze zijn dan ook bijna failliet. De veiligheidscontrole is ook streng. Ik word gefouilleerd want een reservesleutel van mijn fiets deed het systeem piepen. De inhoud van mijn rugzakje is ook niet in orde met als gevolg dat ik een spuitbusje met kettingolie moet afgegeven. Ik zou er eens een bom van kunnen maken hé. De vlucht naar Londen verloopt vlot. Door het spitsuur en dus de drukte in de lucht, moeten we een kwartiertje rondcirkelen voor we mogen landen. Om 12u vertrekt de vlucht met Malaysia Air naar Kuala Lumpur. De service is uitstekend. Iedereen heeft een privé TV schermpje waarmee je kan selecteren uit verschillende films. Tegen de avond aan probeer ik wat te slapen maar dat is niet gemakkelijk in zulk een zetel.

Vrijdag 26 oktober

Om 8u landen we veilig op de luchthaven van Kuala Lumpur waar het hevig regent en dus is dat niet de ideale plek om te blijven. Ik neem dan maar om 10u een vlucht naar Bangkok. Bij de controle van mijn handbagage blijkt dat de sleutels om aan de fiets te werken niet mee mogen. Verduidelijken dat het in Londen en Brussel geen probleem opleverde helpt niet en ik moet ze afgeven. In Bangkok mag ik ze terug ophalen verzekert men me en inderdaad, het systeem werkt nog ook. Na de nodige controle en het ophalen van mijn fiets ga ik met een minibusje naar het Newrotel waar ik een kamer heb geboekt. Een eerste werk is steeds even een wandelingetje maken om de buurt te verkennen. Daarna vertrek ik met een tuk-tuk voor 50 Bath naar Malaysia Air want ik wil mijn terugvlucht regelen vanuit Yangon. De chauffeur zegt dat hij het bureau weet zijn maar uiteindelijk moet hij het toch 10 keer vragen alvorens we via een grote omweg op de bestemming zijn. De terugvlucht regelen blijkt een moeilijke zaak want de vlucht zit al vol. Ik kan op een wachtlijst staan maar van die plannen zie ik uiteindelijk af. Voor de terugweg naar het centrum neem ik de Skytrain, dat is een metrostel dat in de lucht rijdt. Het is een fantastisch zicht om zo in de lucht tussen al die hoge kantoorgebouwen te rijden. Nu nog een vlucht regelen naar en van Yangon en dat doe ik bij een reisbureau in het hotel. Een avondmaal en een kleine wandeling sluiten deze eerste dag af.

Zaterdag 27 oktober.

Ik ben pas tegen de ochtend echt in slaap geraakt en dus is het al 10u wanneer ik uit mijn bed kom. Ik neem de Skytrain naar de weekendmarkt die ten noorden van de stad ligt. Ze verkopen hier heel veel kleren en schoenen en voor de rest plastieken en houten prullaria waar je volgens mij niets mee kan aanvangen. Het zullen wel eerder dingetjes zijn die als versiering dienen denk ik. Het enige nuttige wat ik kan vinden is een busje naaimachineolie waar ik mijn ketting mee kan smeren. Ik eet op de markt nog kip met rijst, het nationale menu, en neem terug de Skytrain naar het eindpunt en dat is bij de rivier. Hier kan je dan met een expressboot, dat is een soort busverbinding met boten, verder naar het centrum. Ik stap af aan de Chinese wijk om er wat rond te slenteren. Er heerst hier een ongelooflijke drukte wat ook geldt voor het vervoer, want als je de straat moet oversteken kan je het slenteren wel vergeten. De wijk bestaat uit ontelbare winkeltjes waar je echt alles kan kopen. Om plaats te creëren zijn sommige winkeltjes op pontons gebouwd die dan op de binnenwateren liggen. Vanuit de Chinese wijk wandel ik verder naar de Wat Po, dat is een tempel waar zich een reuze liggende Boeddha bevindt. Met de overzetboot ga ik ook nog een kijkje nemen bij de Wat Run. Er zijn hier voorbereidingen bezig voor een feest maar dat start pas over enkele dagen. Als avondmaal ga ik een pizza eten, kwestie van mijn maag en darmen nog wat te sparen. Daarna nog een biertje in de Patphong wijk van Bangkok. Hier is het echte nachtleven van de stad te vinden met shows, marktkraampjes en allerhande pubs.

Zondag 28 oktober

Mijn wekker stond om 8u geprogrammeerd maar ik ben nog een beetje lui zodat ik pas rond 9u30 aan de ontbijttafel zit en ik ben hier blijkbaar niet de laatste. Met de expressboot gaat het terug richting stadscentrum waar ik het nationaal museum bezoek. Ze hebben hier een uitgebreide collectie van wapens, aardewerk, beelden, juwelen,..... zo uitgebreid zelfs dat je het een beetje beu wordt. In het restaurant van het museum kan je een maaltijd met een drankje krijgen voor 40 Bath en die gelegenheid laat ik natuurlijk niet aan me voorbijgaan. Een korte wandeling brengt me tot bij het koninklijk paleis waarvan een deel kan worden bezocht. Het is hier echt ongelooflijk mooi. Fantastische tempels met gouden beelden en allerlei gebouwen die prachtig versierd zijn. Ik geniet er echt van. Op de terugweg naar het hotel begint het een beetje te regenen en wanneer ik juist binnen ben breekt een heus onweer los boven de stad. Binnen blijven is dus de boodschap. Ik pak alvast mijn boeltje goed in want morgenvroeg moet ik terug naar de luchthaven. Ik verstuur nog een e-mail naar het thuisfront om te zeggen dat ik goed ben aangekomen en dat ik morgen naar Myanmar vertrek. Daarna is het tijd voor het avondmaal dat ik nuttig in het hotel.

Maandag 29 oktober

Om 4u45 loopt de wekker af. Met mijn ingepakte fiets gaat het dan met een taxibusje naar de luchthaven van Bangkok waar ik 3u voor de vlucht moet inchecken. Het is veel te vroeg naar mijn zin maar wegens de uitgebreide controle en de fiets die mee moet ben ik toch maar op tijd. Uiteindelijk valt het nogal mee met de controle en zit ik om 10u op de vlucht naar Yangon. Bij de aankomst in Myanmar is het eerst lang aanschuiven voor de paspoortcontrole. Eerst wachten om je paspoort af te geven en dan aanschuiven in de volgende rij om je paspoort weer af te halen. Dan verplicht 200 dollar omwisselen in FEC, dat is toeristengeld met dezelfde waarde als de dollar. Je kan mits betaling van een tip van 10 dollar ook maar 100 dollar wisselen maar ik zal de 200 FEC wel opkrijgen dus die praktijken laat ik maar links liggen. Met een taxi voor 2 dollar naar het Motherland Inn 2 hotel waar ik een kamer bezet voor 7 dollar per nacht. Mijn eerste werk is mijn fiets in elkaar steken. Zware arbeid is dat niet en toch loopt het zweet langs alle kanten van mijn lijf, zo warm is het hier. Met de fiets ga ik dan de stad verkennen. Eerst fiets ik tot in het hartje van de stad. Daar is de Sule pagode gelegen. In de buurt spring ik een theehuisje binnen voor een versnapering. Ik bestel thee met melk en krijg daarbij enkele borden met gebakjes voorgeschoteld. Je eet waar je zin in hebt en je betaalt wat je opgegeten hebt. Zo simpel is het. Verder staat er ook steeds een kan of thermos met Chinese thee, en die is gratis. Bij het buitenkomen van het theehuisje kom ik een tiental gevangenen tegen. Zij lopen geketend tussen bewakers en worden zo over de straat naar hun bestemming gebracht. Ik sta er even bij stil. Misschien waren het gewoon mensen die hun mening geuit hadden tegen het militaire regime. Ik fiets nog tot bij het huis van de vroegere generaal Bogyoke Aung San, maar dat is vandaag gesloten. Langs het Kandawgyi park waar een ongelooflijk restaurant in de vorm van een boot gebouwd is, keer ik terug naar het centrum van de stad. Ik ga informeren voor een busticket naar Mandalay maar de bussen voor morgen zijn allemaal vol. Bij het treinstation kan men mij ook niet verder helpen want het boekingskantoor voor buitenlanders is reeds gesloten. Dan maar terug naar het hotel voor een wasje en een plasje. Als avondmaal laat ik me eens goed gaan in een Chinees restaurant in het centrum van de stad. Er is hier ook een soort kleine kermis aan de gang met enkele draaimolentjes en optredens. Het is best leuk om het eens te zien. De avond sluit ik af met enkele pinten Myanmar bier in het gezelschap van enkele Engelsen en een Australiër.

Dinsdag 30 oktober

In de ochtend fiets ik terug naar het treinstation om te informeren naar een ticket voor de rit naar Mandalay. Het loket is al open maar de persoon die er achter moet zitten is zich aan het omkleden en heeft dan ook geen oog voor mij. Wanneer hij uiteindelijk klaar is om te beginnen aan zijn dagtaak meldt hij mij dat het loket niet open is voor buitenlanders. Pas om 13u is er service voorzien. Een jonge man wijst mij dan de weg naar een gebouwtje aan de andere kant van het station waar ik in een kamertje een ticket kan kopen. De prijs voor buitenlanders is 30 dollar terwijl de plaatselijke bevolking 1000 Kyat betaalt (wat nog geen 2 dollar is). Iedereen gelijk voor de wet is hier zeker niet van toepassing. Eens mijn ticket in handen fiets ik tot aan het Bogyoke Aung San museum. Het is een prachtig huis gelegen op een heuvel iets buiten het centrum. Buiten enkele meubels, een bibliotheek en foto's van de generaal met zijn kroost is er niet veel te zien. Toch is het eens interessant te zien hoe hij vroeger leefde. Niet ver van het museum ligt de bekendste pagode van het land, namelijk de Shwedagon. Met zijn hoogte van 100m is hij een nationaal symbool. De toegang kost 5 dollar en wanneer je na het bestijgen van een heleboel trappen op een bovenste plateau komt val je er bijna terug af van verwondering. De pagode is volledig bedekt met goud en schittert hevig in de zon. Rondom staan kleinere pagodes, paviljoenen en rusthuisjes waar het heerlijk is om uit te blazen en de koelte op te zoeken. Ik geniet van de sfeer die de pagode uitstraalt, en wanneer ik voldaan ben keer ik terug naar het centrum van de stad waar ik mijn maag nog een vulling geef. Ik keer terug naar het hotel om mijn spullen te pakken en fiets daarna naar het station. Ik moet mijn fiets in de bagagewagon zien te krijgen en omdat ik de juiste procedure niet ken ben ik maar ruimschoots op tijd gekomen. In een hal van een station liggen allerhande pakken en dozen en daartussen bevinden zich enkele bureaus waar ik moet zijn om een ticket te kopen voor mijn fiets. De prijs is 150 Kyat en dat is duidelijk geen toeristenprijs. Mijn fiets wordt weggebracht en ik hoop maar dat hij veilig op de trein geraakt. De plaatsen op de trein zijn genummerd en na wat zoeken vind ik de juiste zetel in de juiste wagon. Om 5u vertrekt de trein en na een uurtje is het reeds donker dus genieten van het landschap kan ik wel vergeten. In de trein zelf is het ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Mijn zetel zou normaal naar achter moeten klappen, maar is blijkbaar vastgeroest in één stand. De TL verlichting is duidelijk een aantrekkingskracht voor allerhande vliegend ongedierte. Er zijn zelfs exemplaren bij van meer dan 10cm groot. Op de grond kruipt of rent ook van alles in het rond. Ik merk op een bepaald moment zelfs een muis op die zit te snuffelen tussen de banken. Om het compleet te maken hangen aan de wanden ook nog spinnenwebben. Daarbij is het hier nog broeiend heet dus je kan al raden hoe lekker je hier kan slapen.

Woensdag 31 oktober

In de plaats van schaapjes tellen worden het eerder muggen maar uiteindelijk kan ik af en toe toch indommelen. Midden in de nacht moeten we stoppen voor een panne. Er is ergens een drukleiding gesprongen maar na een goed half uur hebben ze het gemaakt. Normaal zou de trein om 7u in Mandalay moeten zijn maar ik schat dat we op dat moment ergens goed halfweg zijn. In alle grote stations stoppen we en dat is dé gelegenheid voor de verkopers om hun waar aan te bieden. Ik koop enkele sinaasappels die als ontbijt moeten dienen. Het zijn niet van de sappigste maar het is beter dan niets. Rond 13u hobbelen we het eindstation binnen. Mijn fiets staat al op het perron. Aan de kleur te zien heeft hij precies ergens tussen zakken bloem gestaan. Het begint ook stilletjes te regenen dus ik zoek maar snel een slaapplaats op. Voor 3 dollar kom ik terecht in het AD1 hotel. De kamers zijn niet erg bijzonder maar je hebt er wel een leuk dakterras van waaruit je de buurt kan gadeslaan en die buurt ga ik dan ook maar eens verkennen. De eerste stop is een restaurantje want ik sterf bijna van de honger. Daarna ga ik de sfeer op de markt opsnuiven. Je hebt hier verschillende marktjes die blijkbaar in elkaar lopen. In de vooravond ga ik iets eten in een vegetarisch restaurant waar je Indisch kan eten. De aubergines zijn heel lekker en de lasi met fruit is geweldig. Het is lang geleden dat ik dit nog gedronken heb. De rest van de avond vul ik met een bezoek aan het marionettentheater. Het is een erg klein theatertje waar ze de traditie van het marionettenspel nog willen behouden. Het gezelschap is zelfs bekend tot in het buitenland waar ze ook reeds verschillende malen geweest zijn. Het is een heel leuke voorstelling en het is goed gespeeld. Bij momenten is het erg grappig en zo heb ik weer een aangename avond gehad.

Donderdag 1 november

's Morgens geniet ik van een heerlijk ontbijt op het dakterras en daarna gaat het al fietsend richting busstation om een pick-up te regelen naar Pyin U Lwin. Eerst was de prijs 600 Kyat maar met fiets en tassen erbij werd het 1400 Kyat. Even onderhandelen en we kwamen voor 1000 Kyat tot een akkoord. Nu nog even wachten tot de pick-up vol zat en dan konden we vertrekken. Onderweg worden nog mensen opgepikt zodat we op een bepaald moment met bijna 30 personen op en in de wagen zaten. Pyin U Lwin ligt op een hoogte van 1000 m en de klim daar naartoe wordt halfweg onderbroken om olie en water te controleren van de wagen. De tijd wordt dan ook gebruikt om de innerlijke mens bij te vullen. Rond de middag ben ik op mijn eindbestemming en vind ik mijn onderkomen in Motel Dahlia. Ik heb hier nog maar juist mijn kamer betrokken of ik hoor buiten veel kabaal. De eigenares van dit motel smijt namelijk geld uit voor de gasten en het personeel. Het is vandaag volle maan en er zijn feesten voorzien en het uitsmijten van geld is een goed werk vanwege de eigenares. Nadat iedereen zijn geld geraapt en geteld heeft keert de rust snel terug. In de buurt van het Motel zijn botanische tuinen gelegen die nog zijn aangelegd door de Engelsen en dat vraagt natuurlijk om een bezoek. Ik ben duidelijk de enige toerist want de mensen bekijken en begroeten me van alle kanten. Voor veel mensen is dit ook een daguitstap en overal wordt er gepicknickt. Ik wandel wat rond om de tuinen te bekijken maar er komen dreigende onweerswolken opzetten en ik besluit om maar terug te keren naar mijn slaapplaats. Die beslissing is juist op tijd genomen want net na mijn aankomst raast een stortbui naar beneden. Na de regen fiets ik nog even tot het treinstation en de informatie die ik daar krijg leert me dat ik morgen om 8u30 een trein kan nemen naar Hsipaw. In een restaurant nuttig ik nog een lekker avondmaal met vis, rijst, rauwe en gekookte groenten, soep en wel vijf soorten sausjes. Erg lekker allemaal maar wel straf gekruid. Bij mijn terugkeer in het Motel is het lichtfeest aan de gang dat bij volle maan hoort. Overal brandt men kaarsjes en worden vuurpijlen omhoog geschoten. Het is echt een heel gezellig zicht.

Vrijdag 2 november

De ganse nacht heeft het geregend dat het niet mooi meer is en ik heb constant wakker gelegen van het lawaai. Tegen de ochtend is de neerslag gelukkig iets minder waardoor ik het toch waag om naar het station te fietsen. Voor 2 dollar koop ik een kaartje tweede klas naar Hsipaw. Natuurlijk is de trein er nog niet om 8u30 maar een half uurtje later. Eerst worden dan enkele wagons af- en aangepikt en dan mogen we opstappen. De fiets moet deze keer niet in de bagagewagon maar moet gewoon mee in de wagon. Hij krijgt een plaatsje naast de WC en er wordt zelfs geen extra kost voor aangerekend. De rit zelf verloopt heel langzaam en ook hier komen er verkopers rond. Op een bepaald moment komt een man met één been en een gitaar door het gangpad en hij geeft zowaar een optreden. Een echt talent van eigen bodem is hij nog niet maar een fooi heeft hij wel verdiend. Het geld verdwijnt gewoon in de klankkast en als extra speelt hij nog een liedje. Op de trein zit ook nog een Australiër die al enkele jaren aan het rondtrekken is. Hij kwam juist van Pakistan en aangezien de situatie daar wat te gespannen werd, was hij toch maar vertrokken. In het station net voor de befaamde Gokteik brug uit het jaar 1900 moeten we bijna een uur wachten op de trein uit tegenovergestelde richting. Er ligt hier namelijk over het ganse traject maar één spoor. Rond 18u zijn we dan toch ter plaatse en neem ik samen met de Australiër mijn intrek in een guesthouse. Als avondmaal eten we Chinees in één van de plaatselijke restaurantjes en dan is het weer bedtijd.

Zaterdag 3 november

In de ochtend loop ik even langs de lokale markt en verken ik de buurt een beetje. Zo bots ik op een man die me meeneemt naar twee kloosters. Eigenlijk zijn het voor een deel scholen want er wordt buiten het Boeddhisme ook nog wiskunde, de moedertaal en een beetje Engels aangeleerd. Ik loop nog even langs een sandalenfabriekje alhoewel je eerder kan spreken van een éénmansbedrijfje want er werkt maar één sandalenmaker. In de namiddag neem ik de fiets voor een tochtje in de omgeving. In de buurt van een kerkhof laat ik mijn fiets staan. De doden zullen er wel over waken zeker! Te voet maak ik dan een trektocht door de rijstvelden naar een waterval. De richting waar je naartoe moet is van ver te zien maar de weg zelf is iets moeilijker te vinden. Je moet over richeltjes en door beekjes en daarbij maakt de natte kleigrond het niet simpel. Mijn benen en sandalen moeten een heus moddergevecht doorstaan maar uiteindelijk geraak ik bij de waterval. Het water raast met een grote snelheid naar beneden en het is veel te koud om daar onder te gaan staan. Een zwempartij laat ik dus ook maar achterwege. Gewoon wat genieten van het uitzicht is ook niet slecht. Tijdens mijn terugtocht wijst een kleine jongen mij de weg. Het is niet dezelfde langs waar ik gekomen ben maar via een grote omweg geraak ik toch weer tot bij mijn fiets. Bij het eerste winkeltje op mijn terugtocht stop ik voor een frisdrank. Ik krijg lokale sterke drank aangeboden maar meer dan een proevertje neem ik toch niet. Bij een riviertje ga ik het slijk van mijn benen en sandalen wassen. Ik krijg zelfs een borsteltje van een jonge vrouw om mijn voeten te schrobben. Voor ik terugkeer naar het dorp fiets ik nog tot aan de heuvel met de vijf Boeddha's. Een klim van een half uur brengt me tot bij een tempel van waaruit je normaal een prachtige zonsondergang kan bekijken maar ik ben vandaag juist te laat om dat te kunnen aanschouwen. Toch kan ik nog genieten van een mooi uitzicht. Bij de terugkeer in het guesthouse ontmoet ik er een Spaans koppel, een Fransman en Jan, een Belg die in Yangon eerst drie maanden was komen mediteren en die nu door het land aan het reizen is. Met zijn allen gaan we iets eten bij de belangrijkste tempel van het dorp, want daar is een festival aan de gang. Overal staan eet- en dranktentjes en er zijn twee podia opgesteld waarop voorstellingen gegeven worden. Er heerst een gezellige drukte en we sluiten er de avond af met enkele pinten bier.

Zondag 4 november

Met hetzelfde groepje van gisteravond gaan we het Shan paleis bezoeken. Het is nog bewoond door de neef van de vroegere koning die hier zijn eigen Shan staat had. Vandaag is hij echter niet aanwezig en de vrouw des huizes heeft niet de tijd om ons een uitgebreide rondleiding te geven. We houden het dan maar bij een verkenning van de tuin en een wandeling rond het huis. In de namiddag ga ik samen met Jan een thee drinken op een terras. Er is vandaag een grote optocht naar de tempel gepland. De toeschouwers hebben hun beste pak aangetrokken om te komen kijken. Het is een lange stoet met dansende mensen, wagens die versierd zijn met grote panelen waarop geld en gebruiksvoorwerpen aangebracht zijn. Dat dient dan geofferd te worden aan de Boeddha en de monniken van de tempel. De sterke drank is ook aanwezig en enkele mensen hebben daar duidelijk te veel van op. Het is echt een geweldig spektakel om de meer dan 4u durende stoet te zien voorbijtrekken. Op een bepaald moment komt er een man verkleed als oermens afgestormd op enkele meisjes die op de stoet zitten. Die verschieten zo hard dat ze gaan lopen en we zien ze nooit meer terug. Die dachten waarschijnlijk dat er een echte boze geest, zwaaiend met een knuppel, op hen afkwam. Met blikken dozen hebben sommige mensen camera's nagemaakt en zo 'filmen' ze het gebeuren. Je ziet hier werkelijk onbeschrijflijke taferelen. Ondertussen ben ik met Jan al overgeschakeld van thee naar bier en zo wordt het een gezellige zondag namiddag. Met dezelfde mensen van gisterenavond gaan we het avondmaal nuttigen op het festivalterrein waarna we nog blijven plakken met de nodige pinten tot laat in de nacht. Het was weer een zware avond.

Maandag 5 november

Tijdens de ochtend komen alle monniken van de streek bijeen aan de pagode, maar omdat we vannacht al de eerste monniken tegenkwamen, en de slaap ook zijn tijd eist, missen we dit spektakel. Het wordt dus een ochtendje rustig bekomen van gisteren. Rond de middag gaan we met de kliek eten bij een Chinees. In de namiddag ga ik dan met de Spanjaard een eindje fietsen. Ik met mijn eigen fiets en de Spanjaard met een gehuurde. We nemen natuurlijk de weg in de heuvels en de Spanjaard heeft het soms erg lastig. Hij heeft namelijk geen versnellingen dus ik kan gemakkelijk praten met mijn 27 keuzes. Helling op en helling af en zo komen we bij een dorpje waar we een tochtje maken naar een pagode die op een heuvel staat. Hier hebben we een prachtig zicht over het dorp en de mooie vallei. We fietsen nog iets verder over de wel erg slechte weg tot aan de rivier en keren dan terug. Bij het stoppen begeven de remmen van de gehuurde fiets het. De remblokjes - eigenlijk slechts stukjes autoband die men mooi versneden heeft - zijn uit hun behuizing gevallen en het is onmogelijk om zonder werkgerei de blokjes terug te plaatsen. We rijden dan maar door zonder remblokjes en ik rij voortaan naast de Spanjaard zodat, wanneer we moeten remmen, ik hem bij de schouder kan nemen en voor twee kan remmen. We zijn op tijd terug in het dorp om nog naar de heuvel te gaan waar we van de mooie zonsondergang kunnen genieten. Met de bende gaan we terug iets eten en daarna drinken we een afscheidsdrankje op het festival. Op de twee podia is nog steeds zang en toneel te aanschouwen en in één van de eettentjes eten we een pannenkoek als dessert. Vandaag kruip ik wat vroeger onder de wol want morgen komt de eerste fietsdag eraan.

Dinsdag 6 november

Na een stevig ontbijt vertrek ik rond 9u voor een tocht van 40km. Het is nog even wennen met de bagage op de fiets maar na enkele kilometers voelt alles weer normaal aan. De weg gaat meestal de hoogte in maar de steilheid valt best mee en met de nodige stops ben ik om 11u30 in Kyaukme. Ik vind snel een guesthouse voor 500Kyat. Omdat er hier geen erkende overnachtingsmogelijkheden voor toeristen zijn, moet ik gewoon een formulier invullen waarmee ze naar de politie gaan. Na een wasje en een plasje, en het kuisen en smeren van de fiets, ga ik de stad verkennen. Ik passeer een trouwfeest en word uitgenodigd. Het trouwkoppel paradeert door de zaal en moet achter elke tafel even halt houden voor een foto. Dat gebeurt natuurlijk ook aan de tafel waar ik zit. Op de tafel staan cake en gebakjes en enkele obers komen rond met thee. Het gebruik van begin- en einduur is hier niet gekend want het is een komen en gaan van mensen. Wanneer men de zaal verlaat, is het wel de gewoonte om een donatie te geven voor het koppel en dat is natuurlijk het minste wat ik kan doen. Je donatie wordt dan mooi in een boek opgeschreven en zo ben ik hier ook weer vereeuwigd. Een verdere verkenning van het stadje brengt mij bij een theehuis waar ik in gesprek kom met studenten. Ze volgen avondschool Engels en nodigen me uit in de les. Ik moet vooraan in de klas gaan staan om wat over mezelf te vertellen. De studenten mogen vragen stellen maar uiteindelijk is de leraar het meest aan de beurt. Het gaat vooral over België, mijn werk en of ik getrouwd ben of niet. Na de les ga ik met de twee studenten langs een fotograaf want ze willen met mij op de foto. Ik neem ook een foto van hen met mijn digitale camera en kan hen direct het resultaat laten zien op een schermpje. Ze kijken even vol ongeloof en kunnen het gebeuren niet goed volgen maar ze vinden het wel geweldig. Voor ik afscheid neem spreken we nog af voor morgen want één van de studenten wil mij zijn dagschool nog laten zien.

Woensdag 7 november

Ik sta iets voor 7u op en beneden in het guesthouse zit die ene student reeds te wachten. Samen gaan we ontbijten in een thee shop. Die vindt je trouwens overal in Myanmar. Ik eet enkele broodjes en iets dat lijkt op de Spaanse churros maar dan veel dikker. Na de nodige krachten verzameld te hebben fietsen we samen naar zijn school. Het lijkt ook hier meer op een privé school want ik word in een gewoon huis binnengeleid. Er worden hier gesproken lessen gegeven en daarmee bedoel ik dat men voornamelijk hardop nazegt wat de leraar zegt. Ik hou het bezoek zo kort mogelijk want er staat mij nog een lange dag fietsen te wachten. Het eerste deel van de rit verloopt langzaam omhoog tot ongeveer 800 meter en dan volgt een steile afdaling naar een diepe kloof. De ene haarspeldbocht na de andere brengt je dan 400 meter lager bij een brug waarna je natuurlijk weer aan een klim kan beginnen. Tijdens mijn klim kom ik een tiental jongeren tegen die me doen stoppen. Ik maak ze ongelooflijk gelukkig door samen met hen te poseren voor een foto. Wanneer ik bijna boven ben passeer ik een controlepost van de politie. Ik moet mijn paspoort afgeven en hun vertellen vanwaar ik kom en waar ik naar toe wil. Bepaalde gegevens worden gecheckt via de walkietalkie en dan mag ik doorfietsen. Het is echt een aangename omgeving om door te fietsen en de weg is meestal ook in goede staat. Onderweg laten alle vrachtwagens, bussen, auto's en bromfietsen hun toeters horen. Dit is niet om je goedendag te zeggen maar het is eerder een waarschuwing om uit de weg te gaan. Eens veilig aangekomen in Pyin U Lwin neem ik terug hetzelfde motel en ik ontmoet er enkele lokale bewoners die ik hier een paar dagen geleden ook al gezien had. Samen met hen ga ik in een plaatselijk restaurant iets eten. Het wordt vis met noedels en verder staan op de tafel nog allerlei potjes met groenten en sausen. Wanneer na de maaltijd de rekening komt mag ik niets betalen. Ja, soms val je hier van de ene verrassing in de andere.

Donderdag 8 november

Om 7u30, na een lekker ontbijt in het motel, vertrek ik met de fiets richting Mandalay. In het begin is de weg nog vlak maar na een tijdje ligt er een afdaling van bijna 1000 meter voor me. Spijtig genoeg kan ik vandaag niet genieten van het prachtige uitzicht want er hangen serieuze wolken en soms is het net of je door mist rijdt. De fietsremmen worden ook stevig getest want het wegdek is niet altijd even vlak. Er zitten heel wat putten en oneffenheden in en voluit naar beneden sjezen zit er spijtig genoeg niet in. De laatste kilometers fiets ik terug door een vlakte en rond 13u is Mandalay in zicht. Ik probeer het busstation te vinden waar ik een bus kan nemen naar Thazi maar dat is niet gemakkelijk. Na verschillende keren de weg te vragen, en soms in de verkeerde richting gewezen te worden omdat ze het niet weten of niet verstaan en dus vriendelijkheidshalve maar yes zeggen, kom ik bij enkele bussen die aan de rand van de weg staan. Eén van die bussen gaat richting Meiktila, en dat is in de buurt van Thazi. Voor 1500 Kyat mag ik samen met mijn fiets mee. Ik in de bus en mijn fiets er bovenop. Buiten wat gerammel en geschud, te wijten aan het slechte wegdek, verloopt de rit vlot. Onderweg moet de bus bijtanken maar alvorens dat te doen stappen alle mensen uit. Hebben ze schrik van het tanken? Denken ze dat het gevaarlijk is? Ik weet het niet. In Meiktila aangekomen is het even zoeken naar een hotel. Na wat rondvragen en verschillende richtingen geprobeerd te hebben rijdt uiteindelijk een kleine jongen me voor tot bij een hotel waar ik voor 3 dollar een kamer kan hebben. Het is niets speciaals maar goed, het is gelukkig maar voor één nacht. De stad ligt aan een prachtig meer waar je van een mooie zonsondergang kan genieten. Op de markt ga ik aan een kraampje de plaatselijke specialiteit proeven. Ik krijg vlees, vis en rijst voorgeschoteld. Het speciale is wel dat alles koud geserveerd wordt. Ik drink nog een star cola, dat is het plaatselijke merk, en zo kunnen we er weer tegen.

Vrijdag 9 november

Om 5u45 loopt mijn wekker af want ik wil vandaag op tijd vertrekken. In een eetstalletje ga ik eerst een soort pannenkoeken eten met erwtjes. Ja, de combinatie is wel een beetje vreemd maar ik aanvaard ze toch maar. Om 6u45 ben ik op weg en de eerste kilometers trappen vlotjes. De weg is goed en de wind zit mee. Mijn gemiddelde ligt dan ook boven de 20km/h. Na iets meer dan 60km en 2 drankstops komen de bergen eraan. Eerst is er een stevige klim te trotseren en daarna is het redelijk vlak maar de weg is wel heel slecht. Het wegdek lijkt meer op een keienveld met zand ertussen. Ook de nodige putten ontbreken niet. Je kan al raden hoe snel ik vooruit kom. Eigenlijk lijkt het meer op een marteling en dat over een afstand van wel 20km. Gelukkig kan ik af en toe eens stoppen bij een stalletje om iets te drinken of iets te eten. De laatste 30km is het dan nog 1000 meter klimmen maar gelukkig is de weg hier al iets beter. Uiteindelijk ben ik rond 16u uitgeput, geradbraakt en met een pijnlijk achterwerk in Kalaw. Een warme douche doet wonderen! Ik was nog wat kleren en ga het stadje even verkennen. Als avondmaal ga ik eten bij een Nepalees. Wanneer aan mijn tafel nog twee toeristen aanschuiven, blijken het nog Belgen te zijn ook. We wisselen wat ervaringen uit en de avond vliegt weer voorbij.

Zaterdag 10 November

Kalaw is een rustig stadje in de bergen waar vroeger de Britten kwamen afkoelen. De bevolking heeft duidelijk verschillende roots want buiten Birmezen zie je hier invloeden van Chinezen, Indiërs en Nepalezen. Nu is het hier iets minder rustig want er is hier in een tempel een soort gebedswake aan de gang en dat wil zeggen dat men 10 dagen continu bidt. Spijtig genoeg bidt men niet in stilte maar hardop en als toemaatje hangt men dan nog boxen buiten aan de tempel zodat iedereen dag en nacht kan meegenieten. Echt heerlijk slapen heb ik dus niet gedaan. Ik plan vandaag een wandeltochtje naar een heuvel in de buurt waarop, hoe kan het ook anders, een tempel staat. Het is een aangenaam tochtje en een welgekomen afwisseling na het fietsen van de voorbije dagen. Het padje is goed bewandelbaar en de omgeving is prachtig. Zeker wanneer je bij de tempel bent want daar is een mooi panorama te bewonderen. Tijdens de tocht zie ik ook een eerste serieuze slang over het pad kruipen. Ik zal maar wat uitkijken met mijn sandalen. Bij mijn terugkeer in Kalaw zie ik bij een hotel twee fietsen staan. Het blijken die van Koen en Mark te zijn, twee fietsers uit de streek van Gent. Samen gaan we die avond in een Chinees restaurant eten en omdat de portie iets te klein is voor ons, kan er op de markt nog een pannenkoek bij. We ontmoeten ook nog een Nederlander die een groepsreis begeleidt en van hem krijgen we een plannetje van de streek waarop enkele wandelroutes uitgetekend zijn. Daarmee is onze planning voor morgen gemaakt. Samen gaan we naar de Nepalees om de avond af te sluiten met enkele pinten bier. We sluiten niet alleen de avond af maar ook het restaurant.

Zondag 11 november

Ik heb voor de wandeling afgesproken met Mark en Koen in hun hotel. Normaal kan je hier in de streek trektochten doen door de bergen. Onder begeleiding van een gids kan je enkele dagen van dorp tot dorp stappen maar er zijn enkele weken geleden wat rellen geweest en daarom heeft de overheid besloten om die activiteit te stoppen. Er is enkel nog de mogelijkheid tot een trektocht van één dag. Wij besluiten de tocht te doen zonder gids aangezien we toch een plannetje hebben. Eerst brengen we nog een bezoek aan een dorpstempel want daar zijn weer feesten aan de gang. De mensen staan in rijen rond de pagodes en hebben eten meegebracht. De monniken komen dan in stoet voorbij en bij iedereen belandt in de bedelnap een schep met eten. Ons kaartje is wel niet veel soeps want reeds na enkele honderden meters moeten we de weg al vragen. We passeren een militair complex en een golfterrein en na wat zoeken komen we bij de juiste veldweg die ons moet leiden naar het eerste dorp in de bergen. Onderweg komen we mannen tegen die houten balken versleuren. Blijkbaar is de mens hier het enige transportmiddel. Rond de middag zijn we aan de rand van het eerste dorp. We worden uitgenodigd bij mensen in hun huis. Ze serveren thee en we krijgen bananen en appelsienen om te eten. Alle conversatie gebeurt met gebaren en tekens want men begrijpt hier niets van onze taal. De mensen hebben hier echt niets. Ze koken binnen met hout op een open vuur, elektriciteit en stromend water zijn hier ver te zoeken. Ze hebben wel enkele familiefoto's van één of ander feest die ze ons met alle plezier tonen. Buiten komen de wolken opzetten en wordt het zelfs wat mistig zodat we dan maar snel de terugweg aanvatten. Onderweg houden we halt bij een bar en wordt de dorst weer gelaafd met enkele pinten. In de vooravond zijn we moe maar tevreden terug in Kalaw. Na het avondmaal komen we terecht in een piepklein barretje in het centrum van het stadje waar lokale mannen zich komen bezatten met Whisky. Er wordt gezongen en gitaar gespeeld en we moeten ook eens meeproeven van de vissoep die iemand gemaakt heeft. Er is maar één lepel en iedereen heeft er al aan gezabberd. Ook de soep ziet er echt niet uit maar toch smaakt ze lekker. Om 11u moet de bar toe en daarmee is het ook bedtijd. Voor sommige mannen is het sluitingsuur welgekomen en broodnodig.

Maandag 12 november

Met Mark en Koen heb ik voor vandaag een fietstocht gepland. Er is namelijk een wekelijkse markt in een dorpje op zo'n 30 km van Kalaw en naar we vernomen hebben komen daar veel mensen van de omliggende bergstammen op af. Wanneer we vertrekken geeft Mark direct het tempo aan. Hij heeft precies springbonen gegeten, zo snel gaat hij de heuvels op. Koen en ik proberen natuurlijk niet onder te doen en blijven in zijn wiel hangen. Onderweg houden we natuurlijk de gebruikelijke stop voor een frisdrank en we hebben weer alle bekijks. Hier komen duidelijk niet al te veel toeristen voorbij, en zeker niet met de fiets. De markt zelf is niet erg groot maar kleurrijk is ze wel. Vooral groenten en fruit worden er verhandeld. De mensen uit de bergdorpen hebben allemaal verschillende kleuren van haardoeken. De kleur bepaaldt namelijk de stam waartoe ze behoren. Een foto nemen is niet altijd evident. Ze hebben een beetje schrik van het toestel denk ik. Wanneer we echter met het digitale toestel enkele foto's nemen zodat ze het resultaat kunnen zien, zijn ze wel enthousiast. Op de markt eten we aan een kraampje nog wat noedels met een soepje alvorens we de terugweg aanvatten. De rit is licht heuvelend en de omgeving is echt prachtig. We rijden hier op een hoogte van ongeveer 1200 meter en daardoor is het klimaat iets koeler en de omgeving erg groen. Overal zijn velden waarop men diverse groenten kweekt. Een heerlijke afdaling op het einde van de rit brengt ons weer in Kalaw waar we natuurlijk eerst een terras aandoen. Wanneer ik in mijn guesthouse kom wordt mij verteld dat er twee fietsers zijn aangekomen in het nabijgelegen hotel. Het zijn Patricia en Sabine, die ik ken vanuit België en waarmee ik hier in Kalaw afgesproken had. Ze waren gisteren met de bus van Yangon naar Meiktila gereden en vandaag al fietsend en liftend tot Kalaw geraakt. Samen met Mark en Koen gaan we eten bij de Nepalees en daar ontmoeten we nog een Nederlands koppel die met de fiets door Myanmar rijden. Het lijkt hier wel een heel peloton. De avond wordt weer afgesloten in de bar van gisteren. De gitaar is er vandaag helaas niet en de vissoep is vervangen door stukjes kip. De enige constante is de whisky en die vloeit met dezelfde hoeveelheden. Mark en Koen vertrekken morgen naar Inle lake en dus dat is weer een reden om een afscheidsdrankje te nuttigen.

Dinsdag 13 november

Om de vijf dagen is het markt in Kalaw en dus maken we langs daar een wandeling. Ze is veel groter dan die van gisteren maar de basis blijft toch de verkoop van groenten en fruit. Verder zijn er ook vlees, vis en veel bloemen, die de markt nog kleurrijker maken. Even buiten het centrum van het stadje bevindt zich een grot die vol Boeddha's staat en dat is natuurlijk ook een bezoek waard. Erg groot is het er niet maar het heeft wel sfeer en rondom de grot staan nog verschillende pagodes. In de namiddag gaan Patricia en Sabine de stad verkennen maar ik ben aan wat rust toe. Ik voel me namelijk niet zo lekker vandaag. Mijn achterste doet pijn en mijn maag ligt wat overhoop. Ik kan ook wat slaap gebruiken want pas sinds gisteren is het nachtelijk bidden afgelopen. Het wordt dus een luie namiddag met wat thee drinken, iets lezen en wat rusten. 's Avonds gaan we met ons drieën eten bij de Chinees en als afsluiter belanden we voor enkele pinten terug in ons favoriete café. Er is vandaag beduidend minder volk dan de vorige dagen. Komt het omdat wij hier komen zitten? Ik denk het niet want de vaste klanten zijn nog steeds op post. We zwanzen wat door hen wijs te maken dat we van Afghanistan afkomstig zijn. Ze kunnen hier wel tegen een grapje.

Woensdag 14 november

Vandaag staat de verplaatsing naar Inle lake op het programma en we zijn dan ook al om 7u30 op weg. Eerst een kleine beklimming en daarna een afdaling tot Aungban. Hier houden we al een eerste drankstop. Een tweede stop is voorzien in Heho maar voor we daar zijn moeten we nog enkele heuvels over en een kleine vlakte door. In Heho drinken we thee en krijgen we bananen om te eten. Dan is het weer de fiets op om de laatste helling te beklimmen waarna het enkel nog afdalen is tot in Nyaungshwe. Dit is een waterrijk lief stadje ten noorden van het meer waar verschillende slaapgelegenheden te vinden zijn. We vinden onderdak in de Remember Inn voor 4 dollar. Door de hevige regenval van de laatste maanden staat er extra veel water in het meer en zijn sommige straten ondergelopen. Hier en daar heeft men balken en keien gelegd of heeft men verhoogjes aangebracht om over het water te lopen. We willen een pannenkoek gaan eten in een pannenkoekenhuis maar dat staat ook onder water. Gelukkig hebben ze een tijdelijk onderdak gevonden in een huis een straat verder zodat we die lekkernij toch niet aan onze neus zien voorbij gaan. Met de fiets maken we een eerste verkenningstocht door het stadje. Het is ongelooflijk om te zien hoe al die huizen hier op of rond het water staan. Veel transport gebeurt dan ook nog met bootjes. We komen Mark en Koen weer tegen en we spreken af om 's avonds iets te gaan drinken bij de Four Sisters. Dat is het restaurant waar zij reeds gereserveerd hadden om te eten. Wanneer we daar aankomen zit er nog een Belgisch koppel bij Koen en Mark aan tafel. Zij reizen met de Nederlandse organisatie Koning Aap. Het is een gezellig restaurantje waar je op de houten vloer moet zitten aan lage tafeltjes. Eén van de zusters brengt als ontspanning enkele traditionele liederen waarbij ze begeleid wordt door een snaarinstrument dat gelijkt op een gitaar en door een slaginstrument wat dan weer iets wegheeft van een xylofoon. Wanneer we naar huis gaan is duidelijk te zien aan welke tafel de Belgen gezeten hebben. Er is namelijk maar één tafel waar zoveel lege bierflessen op staan.

Donderdag 15 november

Vandaag hebben we een boottocht gepland op het meer. Voor 1300Kyat per persoon kunnen we een ganse dag genieten van de boot, zijn bestuurder en natuurlijk van de omgeving. Eerst varen we volledig het meer af tot het meest zuidelijke dorp. Hier vindt vandaag ook een markt plaats. Buiten de groenten en het fruit vind je hier ook heel wat souvenirkraampjes. Ze zijn hier duidelijk meer toeristen gewoon. Daarna volgt een rondvaart tussen de dorpen en door de kanaaltjes tot bij verschillende ateliers waar gewerkt wordt. Zo stoppen we bij een ijzersmid, een zilversmid, een paraplufabriek en een sigarenfabriekje. Het is wel fascinerend om te zien hoe alle leven en werk hier op het water georganiseerd is. Alle woningen staan op palen en al het transport gebeurt met bootjes. Soms zijn ze met een motor aangedreven maar meestal is het de peddel die gebruikt wordt. Ze hebben hier wel een speciale techniek om te roeien. Ze staan namelijk recht en slaan één been rond de roeispaan. Daardoor sparen ze een hand uit waarmee ze dan kunnen werken tijdens het vissen of het bewerken van de tuinen. Ze hebben hier namelijk drijvende tuinen gemaakt van wier, stokken en slijk. Momenteel groeien er overal tomaten op die tuinen en met boten vaart men dan tussen die mini eilandjes om de tomaten te plukken. Het is werkelijk een uniek schouwspel. We stoppen ook bij een tempel waar vijf Boeddha beeldjes staan alhoewel je er niets van een Boeddha kan in herkennen want ze zijn vol gekleefd met bladgoud. We brengen nog een bezoek aan een klooster waar enkele katten zitten die door hoepels springen. Blijkbaar hebben de monniken hier niet veel meer te doen dan hun dit aan te leren. Rond 17u zit de prachtige tocht er op en zijn we terug in Nyaungshwe. Koen en Mark komen ons opzoeken in ons hotel en samen gaan we iets drinken en iets eten. Er is vanavond geen elektriciteit in het dorp en dus worden overal op de tafels kaarsen gezet. Rond 21u is de panne blijkbaar gemaakt en flitsen de lampen terug aan. Het is gedaan met de romantiek.

Vrijdag 16 november

Eerst zwaaien we Mark en Koen uit want zij vertrekken vandaag met de fiets naar Bago. Wij hebben een fietstocht gepland aan de oevers van het meer. Op aanraden van het hotel kunnen we de westkant van het meer volgen tot in het dorp Indein en daar een boot regelen voor de terugtocht. Het lijkt ons een prima plan. Eerst fietsen we over een tamelijk goede weg naast het meer en langs warmwaterbronnen tot aan het dorpje Kaungdaing. Vanaf hier wordt het wegdek heel wat slechter en kun je beter spreken van een veldweg, en dan een hele slechte want we fietsen meer over keien en slijk. Af en toe moeten we zelfs een riviertje oversteken of doorrijden. Na een tiental kilometer over de slechte weg komen we in een dorp waar in een tempel gefeest wordt. We worden uitgenodigd om rijst met vis te eten en dat aanbod nemen we natuurlijk aan. Het is dan ook al middag en zelf hadden we geen voedsel bij. De reden van het feest kunnen we niet achterhalen want niemand spreekt hier Engels. Waarschijnlijk een offerfeest of omdat iemand monnik geworden is. We bedanken hen in ieder geval en fietsen verder over soms steile hellingen tot onze eindbestemming Indein. Hier bezoeken we een tempel die omringd is met erg veel pagodes. De staat van die bouwwerken laat soms wel te wensen over en er zijn exemplaren bij waarvan de versheiddatum reeds heel lang overschreden is. We regelen voor 4500Kyat een boot voor de terugweg naar Nyaungshwe en genieten nog van het uitzicht over het meer. Een frisdrank op een terras hebben we nu wel verdiend. Wanneer we ons avondmaal gaan nuttigen is er weer geen elektriciteit. De romantiek komt weer boven want de nodige kaarsen worden aangestoken. Een biertje kan er bij zulke momenten ook wel bij.

Zaterdag 17 november

We staan vroeg op want we willen vandaag tot in Meiktila geraken. Met de fiets zal dit niet lukken maar wanneer we stukken met een pick-up doen moet het haalbaar zijn. Het is nog frisjes wanneer we om 7u vertrekken en overal hangt er nevel of mist, maar dat geeft extra sfeer aan de omgeving. Na 12km komen we bij de hoofdweg waar we een pick-up zoeken. De eerste die we aanspreken vraagt 1000 Kyat per persoon en de tweede maar 700 Kyat voor drie personen. Het is snel beslist natuurlijk. De fietsen en onszelf achteraan in de laadbak en we kunnen vertrekken richting Kalaw. Het is een aangenaam tochtje vooral door het zicht op het dal waarin mist en wolken hangen. Bij aankomst in Kalaw blijkt de prijs die afgesproken was niet juist te zijn. Hij dacht dat hij 7000 Kyat moest ontvangen. Na wat discussie komen we min of meer overeen dat 2500 Kyat een redelijk bedrag is. We gaan eerst iets eten en drinken in een theehuisje en dan kunnen we weer vertrekken. Eerst ligt een serieuze afdaling voor onze wielen. Eerst gaat alles heel goed maar wanneer ik bij het remmen iets te hard aan de voorrem trek, blokkeert mijn wiel en donder ik over mijn fiets. Ik schuif nog wat over de weg en het grind en ik heb me lelijk pijn gedaan. Enkele grote schaafwonden, wat putten en wat bloed aan mijn schouder en mijn bil, en verder een zere borstkas. Al bij al valt het nog mee en dus klauter ik recht om verder te fietsen. Ik doe het wel iets rustiger aan. Sabine moet ook ergens remmen en schuift ook onderuit. Ze loopt ook een schaafwonde op. Enkel Patricia komt heelhuids uit de afdaling. We maken een stop bij een winkeltje om iets te drinken en wanneer een Birmaan mijn wonden ziet vraagt hij om mij te verzorgen. Ik stem toe en hij ontsmet mijn schouder en elleboog. Hij tovert ook nog enkele plakkertjes te voorschijn en geeft me enkele medicijnen voor de pijn. Terug opgelapt vervolgen we onze weg. Na 110km fietsen zijn we in Thazi en omdat het al redelijk laat is nemen we hier voor de laatste 25km tot Meiktila een pick-up. We zoeken een mooi hotel vlak bij het meer waar wonderwel nog zeven andere fietsers logeren. Het lijkt hier wel een favoriete bezigheid. Als avondmaal verwennen we ons in een restaurant met garnalen en noedels zodat we weer sterk staan voor morgen.

Zondag 18 november

Vandaag ligt een lange rit naar Mt Popa voor onze wielen maar de weg is goed berijdbaar. Het landschap is heuvelachtig waardoor we soms eens lekker kunnen afdalen. Het is de eerste keer dat ik eens 50km/h kan halen. Onderweg worden we langs de weg begroet door kinderen. Ik denk dat roepen naar toeristen hun zondagse ontspanning is. Wanneer we rusten voor een drankje en een hapje, passeren de vijf Engelse fietsers die gisteren ook in ons hotel zaten. Hun tempo ligt iets hoger dan het onze maar daar zitten we niet mee in hoor. We zullen er ook wel geraken. Na bijna 100km komen we in Kayukpadaung waar we de afslag nemen voor Mt Popa. Van hieruit is het nog een klim tot 600m. Sabine ziet het niet zo goed meer zitten en neemt de bus. Boven vinden we een guesthouse en een hotel en we kiezen voor het goedkopere guesthouse. De Engelsen zitten in het hotel en ook van hun groepje hebben er drie de bus genomen voor de klim. Na de bagage afgeladen te hebben fiets ik nog even door tot aan de rots waar het klooster op staat. Om het klooster op de top te bereiken moet je dan een trap van ongeveer 400 treden trotseren. Boven heb je wel een prachtig uitzicht en ik blijf even wachten tot de zonsondergang er is. Dan snel terug naar het geesthouse fietsen alvorens het helemaal donker is. Voor het avondeten wenden we ons tot het hotel want in het guesthouse is niet veel activiteit te beleven. We kijken die avond ook eens naar het nieuws op de TV. Het is echt wel ongelooflijk hoe ze hier het nieuws brengen. Er zit gewoon een dame die het nieuws afleest van papieren die voor haar liggen. Soms krijg je wat beeldmateriaal te zien maar de nieuwsdame leest dan gewoon verder met commentaar. De onderwerpen zijn ook ongelooflijk lang. Ze kunnen wel 10min bezig zijn met een opening van een brug. Echt slaapverwekkend is het en dat gaan we dan ook maar doen.

Maandag 19 november

Gisteren zei de eigenaar dat een klein ontbijt bij de prijs inbegrepen was en dat gaan we dan maar verorberen. En klein is het in ieder geval. Een kop koffie en één zachtgekookt ei, daarmee moeten we het stellen. We fietsen dan maar tot het dorpscentrum waar we in een theehuisje een iets steviger ontbijt nemen. Ons einddoel voor vandaag is Nyaung U in de buurt van Bagan. Het wordt een rustig ritje met vooral veel afdalingen. In een bocht van een afdaling ligt een Pick-up op zijn dak. Het ongeluk moet nog niet lang geleden zijn gebeurd want iedereen staat juist naast de auto. Niemand lijkt ernstig gewond en dat is maar goed ook want ik denk dat de eerste hulp hier ver te zoeken is. Iets na de middag hebben we ons doel bereikt en nemen we onze intrek in hotel Yar Kinn Thar. We hebben voor het eerst airco en een ligbad op de kamer. Wat een luxe. In de namiddag brengen we een bezoekje aan de lokale markt waar ook veel souvenirs te koop zijn en waar we iets eten. We fietsen tot oud Bagan om een eerste indruk van de streek op de doen. Een gebied van ongeveer 40 vierkant km2 ligt hier bezaaid met duizenden tempels en pagodes. De streek wordt hier dan ook beschouwd als een historisch wereldwonder. Het is echt ongelooflijk prachtig. Terug in het dorp telefoneer ik voor 6 dollar per minuut naar huis. Het thuisfront vertelt mij dat een goede vriend is omgekomen bij een ongeval en om daarvan te bekomen ga ik een pint pakken. Voor het avondeten kiezen we een openluchtrestaurant vlak bij een kleine pagode. Een mooier decor kan je niet bedenken. Om ons te vermaken wordt er ook nog poppenspel gespeeld. Het spel is niet zo spectaculair maar het is wel vermakelijk. We sluiten de avond af met een pintje, dat bevordert de nachtrust.

Dinsdag 20 november

Vandaag slapen we lekker uit en daarna genieten van het heerlijke ontbijt dat hier in het hotel gereserveerd wordt. Het plan voor vandaag is simpel. Fietsen tussen tempels en pagodes. Bagan was namelijk tussen 1057 en 1287 het hart van het eerste Birmaanse rijk en de toenmalige koningen lieten de vele tempels en pagodes bouwen. Aan hun rijk kwam echter een einde door de inval van de Mongolen. Van de toenmalige stad is niets meer overgebleven maar gelukkig hadden de tempels het overleefd. Het merendeel van de tempels heeft ondertussen al heel wat restauratie- of verbouwingswerken ondergaan want jaren van verval en verschillende aardbevingen hadden er geen goed aan gedaan. We fietsen van pagode naar tempel over zandweggetjes en af en toe stoppen we om er één te bezoeken. Op sommige kan je opklimmen waardoor je een prachtig uitzicht krijgt van de omgeving. De velden die tussen de monumenten liggen worden nog steeds bewerkt door de bevolking en dat geeft nog iets extra aan het uitzicht. Na wat fietsen komen we in een dorpje aan waar lakwerk gemaakt wordt. We lopen langs enkele ateliers om te zien hoe ze vakkundig van bamboe allerlei potjes maken. Eigenlijk zijn het hier allemaal kleine familiebedrijfjes. We drinken in het dorp een soepje en fietsen verder tot New Bagan. Daar gaan we even relaxen op een terras bij de rivier. We bestellen een milkshake met banaan maar het goedje dat we krijgen is zo stijfgeklopt dat we het moeten uitlepelen. Waarschijnlijk zit er meer eiwit in dan wat anders. Wanneer het heetste van de dag voorbij is fietsen we nog verder tot de Dhammayazika pagode die zich onderscheidt van de rest omdat hij een vijfhoekig plateau heeft. We sluiten af met een zonsondergang op een van de tempels.

Woensdag 21 november

Voor het ontbijt maak ik reeds een fietstochtje door het dorp en zo kom ik een lange rij monniken tegen met hun bedelnap. Het zijn er wel een vijftigtal schat ik. Ze krijgen van de mensen langs de straat eten toebedeeld. We bezoeken in de voormiddag de Shwezigon Pagode waar de voorbereidingen begonnen zijn voor een festival en de Ananda Pagode. Deze laatste is de meest bekende en best bewaarde tempel van Bagan. Bij de vier ingangen staat een gouden Boeddha van 10 meter hoogte. In de muren van de gangen zijn overal nissen gemaakt waarin kleine Boeddha's staan. Voor de rest van de dag besluiten we om ons te splitsen en ik fiets naar een dorpje in het zuiden waar katoenverwerking het basisgebeuren vormt. Bij een marktje stop ik om te eten en daar schuif ik aan tafel bij een Australiër die ik reeds ontmoet had in Kalaw. We wisselen wat ervaringen en vullen onze buik met soep, rijst en groenten. De rest van de namiddag is het luieren op een terras aan de Bupaya pagode. Deze ligt vlak bij de rivier en diende lange tijd als oriëntatiepunt voor schepen. Om van de zonsondergang te genieten beklim ik terug een tempel en ik ben hier blijkbaar niet alleen. Hele busladingen dropt men hier. 's Avonds gaan we in een lokaal restaurant het Myanmar Food uitproberen. Je krijgt dan rijst, enkele soorten koud vlees, groenten en een viertal potjes met saus waarvan je maag openbrandt. Blussen doen we dan maar met een Myanmar bier.

Donderdag 22 november

Na het ontbijt fietsen we naar de haven waar we een boot willen nemen naar Pakokku. In het hotel kon niemand ons juiste informatie geven aangaande het aantal boten dat op de lijn vaart en zeker niet over het afvaartuur. We moeten het dan maar aan de haven zien uit te vissen. Aan een houten hokje kunnen we een ticket kopen voor 300 Kyat plus nog 100 Kyat voor de fiets. We moeten nog meer dan een uur wachten en van die tijd nemen we gebruik om nog een thee te drinken. In het theehuisje staat ook een TV te spelen en vandaag draaien ze een video over het leven van Boeddha. Dat heeft hier uiteraard veel succes want de zaak zit vol. Om 9u30 vertrekt de boot voor een rustige tocht van ongeveer 30km stroomopwaarts en om 12u zijn we ter plaatse. De fietsen worden van het dek gehaald maar alvorens we vertrekken gaan we eerst nog iets eten. Onze volgende bestemming is Monywa maar vandaag zal die afstand niet meer te overbruggen zijn. Toch vertrekken we met de hoop onderweg een slaapplaats te vinden. Onze eerste stop is het dorpje Pakhangyi waar in een tempel één van de oudste houten Boeddha beeldjes te vinden moet zijn. Het was wel even zoeken voor we het gevonden hadden want het beeldje was amper enkele centimeters groot. Na een spaakbreuk van Patricia's fiets zijn we rond 16u in het dorp Yesagyo. We drinken en eten wat in een theestal en informeren naar een slaapplaats. De communicatie verloopt erg stroef want niemand spreekt hier Engels. We gebruiken in hoofdzaak de gebarentaal en maken tekeningen. De politie komt erbij en zij zorgen voor een tolk. We leggen onze wensen uit en na paspoortcontrole, getelefoneer en gediscussieer is het ons niet toegestaan om hier te overnachten. We moeten verder tot het dorp Chaung U. Dat lijkt ons wel iets te ver zeker wanneer je weet dat het binnen een uur donker wordt. We vragen of er geen auto kan worden gevonden om ons weg te brengen maar die mogelijkheid bestaat ook niet. Verder argumenteren helpt niet en we moeten vertrekken. We fietsen dan verder tot het eerste dorp dat we tegenkomen en zoeken naar een tempel want daar kan je normaal gezien blijven overnachten. In het dorp is echter niet veel te beleven en we besluiten om maar verder te fietsen. Bij een volgend dorp zie ik een monnik zitten bij een theehuis en ik ga direct op hem af om te informeren naar een slaapplaats. Met plezier deelt hij mee dat die mogelijkheid bestaat en we kunnen mee naar het klooster. Wanneer we binnen zitten komen zeker wel 50 dorpelingen rond ons staan. Enkele mensen kunnen enkele woorden Engels en zo zitten we daar meer dan een uur te kletsen over eten en slapen. Ze vragen of we ons niet willen wassen en brengen ons naar de openbare wasplaats. Daar kan je in open lucht emmers water over je uitgieten. Ondertussen staan wel 10 mensen naar je te staren om te kijken hoe je het doet. We zijn hier duidelijk een attractie. De man die ons vergezelde naar de wasplaats heeft avondeten klaargemaakt en we moeten mee naar zijn huis. Het is echt ongelooflijk wat een gedekte tafel er voor ons klaarstaat: soep, rijst, groenten, eieren, koffie en gebak. Het is een heerlijke maaltijd en ondertussen worden we aangestaard door zeker 30 man. Ik neem enkele foto's met mijn digitaal toestel en laat hen het resultaat zien. De reacties die we daarmee krijgen zijn onbeschrijflijk. Ik beloof hun de gemaakte foto's op te sturen. Nadat we nog wat nagepraat hebben keren we terug naar het klooster waar drie harde gevlochten matten klaarliggen met drie dekens. Dat zijn onze bedden voor de nacht en die zullen we dan maar eens uittesten.

Vrijdag 23 november

Van slapen is niet erg veel in huis gekomen. Ons bed was keihard en elk half uur sloeg er een klok. De monniken rochelden en snurkten als de lieve lust. Er was er zelfs één die te veel vocht in zijn lichaam had en dus regelmatig naar de toilet buiten moest. En dan beginnen ze om 5u al te bidden! Dus moesten wij ook vroeg opstaan. We nemen afscheid van de familie waar we gisteren ons avondmaal gekregen hadden en bedanken hen met zeep. We bezoeken nog even de dorpsschool en geven balpennen af. Daarna vertrekken we richting Monywa. Onderweg moeten we een rivier over en dit doen we langs de enige brug die er ligt. Vóór de brug is er terug politiecontrole en men vraagt ons waar we geslapen hebben. Blijkbaar hadden ze hier gisteren doorgekregen dat er nog drie fietsers moesten passeren. We kunnen hun echter enkel zeggen dat we in een klooster geslapen hebben. Van de naam van het dorp weten we zogezegd niets. Het zal niet de eerste keer zijn dat mensen in de problemen geraken omdat ze te goed voor buitenlanders zijn. Men werpt ons nog wat schuwe blikken toe maar ze laten ons toch verder fietsen. De weg is echt heel slecht en we moeten dus meer ernaast rijden dan erop. De laatste 30km voor Monywa is dan weer een stuk beter omdat we hier op de hoofdweg zitten naar Mandalay. Aangekomen gaan we op zoek naar een hotel. Blijkbaar hebben niet alle hotels een vergunning voor toeristen en dus is de keuze erg beperkt. Ik kijk in de namiddag mijn fiets wat na want hij begon een vreemd geluid te produceren. Na wat kuis- en oliewerk sta ik nog steeds niet verder en dus laat ik het maar verder kraken. Ik verken het stadje en rij even tot bij de haven waar het leuk is om wat rond te kuieren. Haven is wel een groot woord want eigenlijk liggen de schepen gewoon aan de oever van de rivier.

Zaterdag 24 november

Als ontbijt nemen we wat bladerdeeg en suiker in een stalletje aan de straatkant. Rond 7u30 zijn we dan de baan op en we houden een eerste stop na 11 km bij de Thanboddhay tempel. Dit is een ongelooflijk complex waar meer dan 580 000 Boeddha beelden huizen. Ze variëren in hoogte van enkele centimeters tot enkele meters. Alle muren en pilaren zijn tot aan het plafond bedekt met beelden. Het is een onwaarschijnlijk zicht. Met de nodige drankstops fietsen we verder over de relatief goede weg en zo belanden we rond 16u in Sagaing. Het enige hotel voor toeristen is iets te duur maar we vinden ons onderkomen in een guesthouse waar we één nacht illegaal mogen slapen. Ik fiets nog even tot bij de Ayeyarwady rivier waar ik een prachtige zonsondergang kan aanschouwen. Ons avondmaal nemen we in een Chinees restaurant en daarna ga ik nog even een pint drinken aan de oever van de rivier. Er heerst hier een aangename sfeer. De mensen kuieren wat langs het water, kinderen spelen in het rond en enkele jongeren zingen liederen met een gitaar. Omdat het café sluit ga ik in het centrum van de stad nog een pintje drinken. Ik beland aan een tafel met twee jonge gasten die al serieus onder de rum zitten. Er ontstaat een primitieve conversatie en de mannen betalen me zelfs nog een pint. Ik kan het niet weigeren. Bij de terugkeer in het guesthouse maak ik nog een praatje met enkele Birmaanse mensen die hier ook logeren. Om 23u is het bedtijd want dan wordt de elektriciteit uitgeschakeld.

Zondag 25 november

We worden gewekt door muziek van een trouwfeest die vlak naast het guesthouse plaats heeft. Dat vraagt om een bezoekje natuurlijk. We moeten samen met het bruidspaar op de foto en de video en we krijgen ook hier thee en gebak. Patricia en Sabine besluiten om vandaag naar Mandalay te fietsen maar ik zie een dagje Sagaing nog wel zitten. In het guesthouse vraag ik een nacht extra maar dat is niet direct te regelen. Ik moet al mijn bagage uit de kamer halen en beneden achter de balie zetten. Vanavond mag ik dan mijn kamer terug hebben. Het zal iets met controle te maken hebben denk ik omdat de eigenaar geen vergunning heeft voor toeristen. Sagaing is het hart van het Boeddhisme in Myanmar en in de buurt zijn ongeveer 600 kloosters. Een deel ervan ligt op Sagaing hill en dat is dus een bezoekje waard. Ik fiets en wandel er wat rond en word uitgenodigd in een huis voor een koffie. De heer des huizes neemt me mee voor een kijkje naar een vlakbij gelegen nonnenklooster. Ik beklim ook de top van de heuvel waar je een prachtig uitzicht hebt tot Mandalay. Ten westen van de stad ligt de bekendste pagode, de Kaungmudaw genaamd. Hij lijkt op een halve bol en steekt 46m in de lucht. Erg veel is er niet te zien en ik keer dan maar terug naar het centrum. In de namiddag ga ik naar de vroegere hoofdstad Inwa. Eerst moet ik de Ava brug over. Deze 730m lange brug was lang de enige vaste oeververbinding. Daarna volgt nog een overzet met tal van andere toeristen die hier met bussen afgezet worden. Zij doen het transport op Inwa met paard en kar maar ik hou het bij de fiets. Erg veel is er niet meer te zien van de oude stad. Een scheve toren, een klooster en de stadsmuren zijn zowat het belangrijkste. Maar het is wel een verademing om eens geen tempels te bezoeken. Voor zonsondergang fiets ik nog snel tot bij de U-Bein. Deze brug is 1200m lang en zou de langste houten brug ter wereld zijn. Ik neem enkele foto's en besluit om hier morgenvroeg nog eens langs te komen. Terug in Sagaing mag ik mijn kamer van gisteren terug innemen. Daarna ga ik iets eten in het restaurant waar ik gisterenavond iets gaan drinken was. Als bestek krijg ik hier stokjes, dus ze zijn hier niet veel toeristen gewend. Na een ijsje en een thee begint de slaap door te wegen.

Maandag 26 november

Vóór ik vertrek vraagt een gast van het guesthouse of ik één dollar wil wisselen. Hij wil dat briefje als aandenken. Ik maak er natuurlijk geen probleem van en wanneer ik wissel wil nog een andere gast ook een briefje hebben. Zou het geluk voor hen opbrengen vraag ik me af? Als ontbijt eet ik cake en koekjes en dan de fiets op, terug naar de U-Bein brug. Het is nog redelijk vroeg in de ochtend en er hangt een mystieke nevel over het water en onder de brug. Ik maak een wandeling tot aan de andere kant van de brug en geniet van de omgeving. Vlakbij ligt een groot klooster waar veel monniken een opleiding hebben. Elke dag rond 10u30 eten ze voor de laatste keer en dat wil ik ook wel eens zien. Ik ben echter juist te laat. Een bezoek aan de eetzaal geeft me wel een idee van hou het er hier aan toe gaat. Terug in Sagaing loop ik nog even langs de markt om mijn middagmaal te nuttigen. Aan een kraampje bestel ik een soort koude spaghetti. De verkoopster heeft er duidelijk plezier in om een vreemdeling eten voor te schotelen. In de namiddag fiets ik dan naar het 20km verder gelegen Mandalay waar ik mijn intrek neem in het hotel waar Patricia en Sabine logeren. Ik maak een grote wandeling langs de haven en sluit af met een ijscrème. Ondertussen heb ik Patricia en Sabine gevonden en 's avonds gaan we naar een typisch Bamar restaurant. Je kan daar uit verschillende potten kiezen wat je gaat eten maar de inhoud heeft wel iets gemeenschappelijk. Het is koud en zeer pikant. Een biertje om de avond af te sluiten kan zeker geen kwaad.

Dinsdag 27 november

In de voormiddag staat een uitstap naar Mingun op ons programma. Aan de haven kan je een boottrip regelen voor 500Kyat en die brengt je tot de oude koningsstad. De grootste bezienswaardigheid is de Mingun pagode. Normaal moest dit de grootste pagode van de wereld worden maar de koning die het project gestart had stierf en de werken werden stilgelegd. Nu blijft enkel de basis van de pagode over maar die is ook al 150 meter breed en 50 meter hoog. Aardbevingen hebben ondertussen het bouwwerk toegetakeld maar de massa stenen is nog enorm. Vlak bij de pagode is de grootste nog intact zijnde bronzen klok van Mingun te vinden. Deze weegt 9 ton. We brengen ook een bezoek aan het bejaardentehuis waar maar één zuster werkt. De werkingskosten van het tehuis worden bijna volledig gedragen door giften want het merendeel van de bejaarden heeft geen geld noch familie. Rond de middag keren we met de boot terug naar Mandalay waar we nog een fietstochtje maken. We brengen een bezoek aan een atelier waar ze goudblaadjes maken. Met een hamer wordt het goud tot flinterdunne blaadjes geslagen. Als avondmaal eten we noedels met kip en dit smaakt wel na enkele dagen rijst. Om de rest van de avond te vullen gaan we naar de moustache Brothers. Zij brengen een show vol humor en traditionele dans en ze geven kritiek op de regering en hun beleid. Eén van de broers is pas enkele maanden geleden uit de gevangenis ontslagen na een verblijf van meer dan vijf jaar. Hij had namelijk een ontmoeting gehad met de oppositieleidster Aung San Suu Kyi en dat kon niet vond de regering. De voorstelling is best wel leuk en leerrijk. Voor het slapengaan neem ik afscheid van Sabine en Patricia want zij vertrekken morgen naar Pyin U Lwin.

Woensdag 28 november

Wanneer ik ga ontbijten zijn mijn twee kompanen reeds vertrokken. Voor mezelf plan ik een rustig dagje Mandalay. Eerst fiets ik Mandalay hill op. Deze heuvel ligt ten noorden van de stad en boven op de top heb je een mooi uitzicht over de stad en het Mandalay fort. Dit fort was vroeger de eigenlijke stad waarvan enkel de muren en de wal nog overblijven. Verder kun je van op de heuvel ook een strafkamp zien en zelfs een golfterrein. Ik bol terug naar beneden om iets te gaan eten en daarna verken ik de oostkant van de stad. Hier fiets je al snel tussen rijstvelden en kleine mooie gehuchtjes waar nog niet veel toeristen geweest zijn. Om 16u keer ik terug naar het hotel om mijn bagage op te halen want vanavond neem ik de nachtbus naar Bago. Ik heb twee zitplaatsen voor mij alleen besteld, zodat ik genoeg ruimte heb en hopelijk een beetje kan slapen. Mijn fiets en de bagage gaat onder in de bus. Het voorwiel moet ik, om plaats te besparen, wel uit de vork nemen. Om 17u30 vertrekken we met een volle bus. Vandaag is het lariamdag en dus neem ik snel een pil maar dat bekomt me blijkbaar niet goed. Is het mede door de warmte of komt het omdat ik de pil niet met een maaltijd genomen heb? Ik weet het ook niet maar ik krijg het plots heel warm en koud tegelijkertijd en mijn maag begint zich in alle richtingen te draaien. Gelukkig zijn in de bus plastic zakjes voorzien want op een gegeven moment komt de ganse inboedel van mijn maag naar buiten. Ik kieper de plastic zak met inhoud maar snel door het raam. Hopelijk loopt er op dat moment geen voetganger naast de bus. Om 21u houden we een eerste stop in het stadje Meiktila en daar probeer ik toch wat rijst te eten. Echt goed lukt het mij nog niet maar ik voel me toch al iets beter. Ik probeer voor de rest van de rit wat te slapen. Maar het zal eerder rusten zijn want achteraan op een bus zitten en over slechte wegen rijden zet niet direct aan tot slapen.

Donderdag 29 november

Omstreeks 1u30 stoppen we voor een drank- en plasstop. Ik drink een thee bij een stalletje. Kinderen van rond de 10 jaar lopen hier nog rond om te serveren en de tafels te vegen. Die zullen ook wel niet naar school gaan. Om 9u30 zijn we in Bago en ik ben de enige passagier die hier moet uitstappen. Nog vóór ik mijn fiets en mijn bagage uit de koffer kan nemen staan er al enkele mannen rond mij die een hotel willen aanprijzen of mijn bagage willen dragen. Ze gaan zelfs met mijn bagage op stap en ik roep hen beleefd terug om hen duidelijk te maken dat ik zelf wel voor mijn boeltje zal zorgen. Ik neem het dichtbijgelegen Empiror hotel voor 5 dollar. Het ontbijt is niet meegerekend maar aan de overkant van de straat is een theehuis met heerlijke gebakjes. De rest van de voormiddag vul ik met enkele bezoeken aan tempels en pagodes. Er staat hier namelijk een groot monument met vier reusachtige hoofden. Er is een heel grote liggende Boeddha te bewonderen en je kan een pagode beklimmen waardoor je een uitzicht over de stad krijgt. In de namiddag doe ik een dutje want dat is welgekomen na een nacht op de bus. In de late namiddag breng ik nog een bezoek aan de grootste pagode van de stad. De 114 meter hoge en met bladgoud bedekte pagode torent indrukwekkend uit boven de stad. Momenteel is het er nog rustig maar vanavond heeft hier een weefcompetitie plaats. Men moet dan met vier personen om het snelst een doek van een bepaalde lengte weven en dit met een volledig handmatig bediend weefgetouw. De voorbereidingen voor de wedstrijd zijn volop bezig en dus zal ik vanavond moeten terugkeren om het spektakel te zien. Eerst een douche nemen, Chinees eten en een pintje drinken. Rond 19u keer ik met de fiets terug naar de pagode. Voor de wedstrijd aanvangt, worden de vijf ploegen voorgesteld. Daarna wordt het startsein gegeven en komen de weefgetouwen in actie. Er is een massa volk komen opdagen en samen met een muziekgroep en een zangeres porren ze de ploegen aan. Ik weet niet wie er gewonnen heeft want ik ben door de drukte niet tot het einde gebleven. Maar de beste zal wel gewonnen hebben zeker.

Vrijdag 30 november

Een uitstap naar Mt Kyaiktiyo, waar zich een gouden rots bevindt, zie ik wel zitten en daarom neem ik om 7u30 de bus naar Kinpun. Mijn fiets gaat ook in de bus want het plan bestaat erin om er morgen de terugweg mee aan te vangen. In Kinpun boek ik eerst een kamer en daar vertelt men mij dat er twee wegen zijn om de berg te beklimmen. Meerijden met een truck en het laatste stuk te voet doen of een 13km lange wandeling naar de top. Ik kies voor het laatste en vertrek langs een mooi wandelpad. Overal langs het pad zijn er drank- en eetstalletjes zodat je zeker niet met honger of dorst boven komt. Rond 14u ben ik bij de ingang van één van de heiligste Boeddhistische plekken in Myanmar, toegang: 6 dollar. De gouden rots hangt gevaarlijk te balanceren op een klif en er zijn hier wel 1000 mensen op deze bergtop. Er is een groot tempelcomplex rond gebouwd met verblijfplaatsen en theehuisjes. Vanavond is het volle maan en iedereen wil dan de nacht doorbrengen bij de rots. Voor buitenlanders zijn er twee hotels voorzien maar die zijn erg duur. De mensen mediteren en offeren bloemen en geld. Je kan hier ook goudblaadjes kopen om tegen de rots te plakken. Vrouwen mogen niet tot vlak bij de rots komen en daarom is het goudplakken een pure mannenzaak. Ik krijg van enkele meisjes wat eten. Het is een soort droge mengeling van vruchten, takjes en noten. In ruil voor de maaltijd moet ik met hen op de foto en die beloof ik natuurlijk op te sturen. Er hangt hier vandaag veel bewolking wat het uitzicht belemmert en waardoor ik een mooie zonsondergang wel kan vergeten. Ik blijf er dan ook niet op wachten en vat de terugtocht aan. Deze keer neem ik echter de truck. Iedereen moet achter in de laadbak zitten en zo brengen ze je voor 150Kyat terug naar beneden. Het is al goed donker wanneer ik terug in Kinpun ben.

Zaterdag 1 december

De mensen die hier voor het ontbijt moeten zorgen zijn nog maar net wakker en ik kom hen al storen om mij te bedienen. Ik krijg brood en eieren en dat was toch weer een poosje geleden. Om 6u30 zit ik op de fiets richting Bago. De weg is redelijk goed en soms zelfs uitstekend waardoor het tempo redelijk hoog ligt. Enkel de laatste kilometers zijn heel slecht waardoor ik mijn snelheid moet aanpassen. Rond 12u30 ben ik na 110 km weer bij mijn hotel waar ik dezelfde kamer krijg als twee dagen geleden. Wat de namiddag betreft zal het luieren worden. Ik heb gisteren en vandaag al genoeg actie gehad en mijn benen en gat doen zeer. Rust en massage zullen me goed doen en daarvoor laat ik me door een fietstaxi naar een massagesalon brengen. Hij moet een beetje zoeken alvorens hij er één vindt waar je als toerist ook welkom bent. Maar het rondrijden loonde de moeite. Voor 2000 Kyat word ik deskundig onder handen genomen door een mooie vrouw. Onder handen nemen wil hier zoveel zeggen als trekken, kraken, duwen, op mij staan, stampen,…. Het is af en toe afzien maar het resultaat doet goed. De taalbarrière zorgt ook voor hilarische momenten want ik moet geregeld van houding veranderen en ik weet niet welke richting ik moet uitdraaien. Ik kan bij zulke situaties het lachen niet laten. De fietstaxi brengt me terug naar mijn hotel en ik ga nog een thee drinken in het theehuis aan de overkant van de straat. De rest van de dag wordt verder opgevuld met eten, rusten, kijken en slapen.

Zondag 2 december

Omdat het hier rond de middag te heet is om te fietsen, besluit ik om vóór 6u op te staan. Vlug de boel inpakken, ontbijten en een half uur later zit ik op de fiets voor mijn laatste traject tot aan de hoofdstad. De weg is echt uitstekend. Het is zelfs een viervaksbaan. Ik heb zelden zo een goede weg gezien alhoewel hij iets slechter wordt naarmate ik Yangon nader. Hier heeft men de middelste rijstrook opnieuw aangelegd waardoor iedereen daar probeert te rijden. Om voorbij te steken doen ze het dan langs de rechterzijde maar dat vormt hier weinig problemen aangezien het stuur ook meestal rechts staat. Rond de middag en na bijna 90km ben ik in Yangon waar ik terug mijn intrek neem in het Motherland Inn 2 hotel. In de namiddag fiets ik de stad in naar de markt want ik wil nog een stel poppen als souvenir kopen. Ik slenter wat rond op de markt en plots hoor ik mijn naam roepen. Ik twijfel even want dit is toch een beetje onmogelijk. Toch kijk ik om in de richting vanwaar het geluid kwam en wat zie ik daar tot mijn grote verbazing! Nancy en Leen uit Bornem. Het is echt niet te geloven dat ik die hier tegenkom. Ze trekken voor 4 maanden door Azië en zijn gisteren in Myanmar toegekomen. We gaan samen iets drinken en spreken af om vanavond iets te gaan eten. Ik heb nog steeds mijn poppen niet gekocht en dat is vervolgens mijn eerste werk. Bij een stalletje dat uitgebaat wordt door een oudere dame koop ik twee mooie handgemaakte poppen voor 10 dollar. Voor de rest van de namiddag trek ik naar een chique bar om enkele drankjes te nuttigen. De prijzen zijn hier zelfs in dollar en dat is ook de eerste keer dat ik dit zie. 's Avonds pik ik Nancy en Leen op in hun hotel en samen gaan we in een Chinees restaurant eten. We wisselen ervaringen uit en ik geef ze wat tips. Het is een gezellige avond die wordt afgesloten met enkele pinten in een lokaal café. We merken dat Pasen hier al is ingetreden want de man aan het tafeltje naast het onze zit met zijn rok zo hoog dat zijn klokken bloot hangen. Hij is dan ook al in een vergevorderd drankstadium.

Maandag 3 december

Vandaag wordt het rustig uitbollen want het is mijn laatste volledige dag in dit prachtige land. Eerst bezoek ik de Botataung pagode. Deze pagode is uniek omdat hij hol is en je binnen een bezoek kan brengen. Het interieur is versierd met heel veel spiegels en het heeft dan ook iets kitscherig. Ik kuier ook wat rond aan de haven waar ik zie dat de boten handmatig gelost worden. Mannen lopen met zware zakken via loopbruggen naar de kade waar de goederen op vrachtwagens geladen worden. Het is echt geen lachertje om met dit warme weer zulk een job uit te oefenen. 's Middags ga ik een laatste keer naar een theehuis waar ze een uitgebreid assortiment gebakjes hebben. Het wordt weer heerlijk smullen. Ik fiets nog een laatste keer door de stad waarna ik terugkeer naar het hotel om al een beetje in te pakken. Het is een heel werkje om de fiets en een deel van de bagage in een doos te krijgen maar met wat schikken en duwen lukt het me. Ik wandel daarna nog wat rond en wordt aangesproken door twee jonge gasten. Ik trakteer op wat pinten die we aan een bar in het park opdrinken. Het is hier mijn laatste dag en dan mag het iets meer zijn natuurlijk. Met Nancy en Leen heb ik afgesproken om te gaan eten in een heel chique staatsrestaurant. We moeten aan de ingang 2400Kyat betalen maar het is dan ook voor een buffet waar we ons eens goed laten gaan. Soep, twee maal hoofdgerecht, een ijsje en koffie met gebak. Op een podium worden ondertussen traditionele dansen opgevoerd afgewisseld met poppenspel. Meer moet dat niet zijn voor een laatste avond Myanmar alhoewel enkele pinten in het hotel er nog wel bij kunnen. Het is omdat mijn geld opmoet!

Dinsdag 4 december

Na het ontbijt neem ik een taxi voor 2 dollar naar de luchthaven. De bagage wordt hier niet gewogen en dus mag mijn fiets zonder problemen mee. Bij de paspoortcontrole ziet men dat mijn visum reeds vervallen is en dus moet ik even meekomen naar een speciaal bureau. Enkele papieren invullen en 27 dollar extra betalen en ik ben er van af. De vlucht vertrekt iets later dan gepland maar ik heb toch tijd genoeg. Om 12u ben ik in Bangkok waar ik terug de eerste maal mijn mail kan lezen. Ik kom nog eens te weten dat Sabena failliet is en dat ik voor mijn terugvlucht maar iets in Londen moet regelen. Om 17u heb ik dan een vlekkeloze vlucht naar Kuala Lumpur waar ik een nacht moet wachten op mijn vlucht naar Londen.

Woensdag 5 december

Het vliegtuig naar Londen is maar voor 40 procent gevuld en dus heb je ruimte zat om je neer te leggen en te rusten. Daar maak ik dus gretig gebruik van. In Londen moet ik even wennen aan het temperatuursverschil. Ik zal maar een trui meer aantrekken. Ik informeer voor mijn ticket naar Brussel en kom te weten dat Virgin de vlucht zal regelen dus dat is ook weer in orde. Wanneer ik naar de gate wandel kom ik plots voor een verrassing te staan want ik loop bijna tegen Mark, de jongen die ik samen met Koen in Kalaw was tegengekomen. Hij moest vandaag naar Londen voor zijn werk. Het is bijna niet te geloven maar de wereld is soms klein. Tijdens mijn vlucht naar Brussel kijk ik terug op een fantastisch verlof.

©2011 Warre Schelfhout