Warresworld

Kameroen

Met Jeeps en de fiets door Kameroen

Dinsdag 1 december

Mijn vriendin doet mij weg naar de luchthaven waar ik mijn reispartner Elien voor het eerste deel naar Kameroen tegen kom. Om 19u vertrekt de vlieger en we hebben plaats zat. Ik zet me op een andere plaats die voorzien is voor mij om wat meer plaats te hebben maar tijdens de tussenlanding in Parijs komt het vliegtuig proppensvol gelopen en ik moet van mijn veroverde plaats naar de plaats die voor mij voorzien was. Naast mij zit een oudere dame en die heeft grappig genoeg een bloes aan met zeskantmotiefjes. En haar haar is blijkbaar ook zo geknipt. Echt grappig. Een slechte korte nacht met enkel wat dutten brengt ons in Addis Abeba waar we moeten overstappen.

Woensdag 2 december

De airco staat vollen bak in de luchthaven en ik moet zelfs mijn fleece aandoen. De vlucht naar Douala vertrekt mooi op tijd en om 11u30 zijn we in Douala. De reiszakken hebben we direct maar op onze fietsen moeten we even wachten. Nog vlug even de douane voorbij waar ik al lachend zeg dat ik een groot cadeau bij me heb. Ze willen meer weten en ik moet bekennen dat het een fiets is. Buitengekomen worden we bijna bestormd door dragers die de dozen naar de auto willen brengen. We hebben een taxi gevonden en de fietsen worden er in gelegd. De dragers moet de taxichauffeur maar betalen want wij hadden er niet om gevraagd. Na wat discutie kunnen we vertrekken en geraken we veilig in de Foyer du Marine. We betalen de taxichauffeur een biertje en drinken er zelf ook eentje. In de namiddag verkennen we de stad een beetje, Van de wijk waar we logeren met zijn vele winkeltjes tot aan de wijk waar de regeringsgebouwen staan. We willen langs een spoorlijn aan de haven terugkeren tot een mevrouw ons roept en ze zegt dat we best niet langs daar gaan want daar zitten bandieten. Brrrrrrr. Dank u madam. We eten in ons hotel een gebakken vis  met wat groenten en frieten. Ik kruip vroeg in mijn bedje want de nachtvlucht zit nog in mijn kleren.

Donderdag 3 december

We vertrekken in de ochtend na een ontbijt in het hotel van brood met confituur. Met een taxi naar het rond punt om daar met een taxi naar het busstation te rijden. Na 100m stopt hij omdat hij een wiel moet verwisselen wegens platte band. Een busje komt voorbij en dat moet naar Buea. Dat is onze eindbestemming en dus stappen we over. Maar eerst nog 200 Cfa betalen voor de rit van 100m. Rond 13u komen we aan in Buea aan het bureau voor de mount Kameroen. We vragen of we de berg kunnen beklimmen en dat is geen probleem zeggen ze. We kunnen nog direct vertrekken en dan zijn we morgen of overmorgen terug. Ze bellen een gids op en twee dragers. Gaan naar de markt om eten te kopen en om 14u vertrekken we voor de klim van op 1000m. Rond 17u zijn we aan hut 1a en daar waren we van plan om te slapen maar daar was niet echt veel plaats. Ze vroegen of we niet verder wilden stappen tot aan hut 1b zo'n 400 meter hoger. Wij vonden dat geen probleem, dus hopla nog wat omhoog tot 2200 meter. Daar kwamen ook enkele kameroense vrouwen en een man toe. Zij hadden een vriendin 200m lager achtergelaten omdat ze wat ziek was. En nu zaten ze daar maar en waren niet van plan om terug te gaan. Die zieke vriendin moest maar naar boven komen. Uiteindelijk zijn onze dragers die vriendin maar gaan halen. Onze gids had ondertussen spaghetti met sardienen klaar gemaakt en na de maaltijd was het stilaan tijd om te gaan slapen want morgen zouden we om 4u moeten opstaan voor de klim. Maar dan begon het onwaarschijnlijke: één van die vrouwen begon rond 22u te zingen en te bidden en dat bleef maar duren. Rond middernacht was het even stil maar daarna begonnen ze met de ganse groep te bidden en te zingen. Soms was het ook heel luid roepen en aanbidden en smeken. Soms iedereen door elkaar en dan weer te samen. Echt niet te doen. Om 3u komt onze gids ons roepen. We zeggen dat hij een uur verkeerd is, en hij bekijkt zijn horloge en inderdaad, hij is terug voor een uurtje weg. Resultaat, we hebben bijna niet geslapen wanneer we om 4u de klim aanvatten.

Vrijdag 4 december

We klimmen met onze gids en zaklamp naar omhoog. De dragers zijn achter gebleven. Het is echt stijl en je moet soms zoeken naar het paadje tussen het gras. Maar tegen dat we aan hut 2 komen op 2800 meter is het al klaar. We houden even een pauze en vertrekken verder naar hut 3 op 3700 meter. Het is soms echt stijl en door de hoogte en vooral door de vermoeidheid van het weinig slapen gaan we maar traag vooruit. Elien ziet het niet meer zitten en wil stoppen. Ze mag echter van de gids niet meer alleen naar beneden tot aan hut 2. We besluiten om haar achter te laten alhoewel de gids denk dat ze gaat bevriezen. Maar daar denken wij anders over. Ik trek dan met de gids alleen verder en uiteindelijk geraak ik toch aan hut 3. Daar eten we wat en rusten we een beetje en trekken dan verder. Hier heb je wel een mooi landschap. Je ziet overal de lava om je heen en je kan goed zien waar die gevloeid heeft. Ik ben echt kapot en vraag of ik niet tot bij de kraters mag lopen. Voor mij hoeft die top al niet meer, als ik die kraters en die dampen maar kan zien. De gids zegt dat hij de weg niet weet en dat ik nog een klein beetje verder moet om de top te bereiken. Dus hou ik nog maar even vol en al doende geraak ik toch op de top. Ik ben blij dat ik er geraakt ben. Het is ondertussen 9u45, het waait er enorm en het is er niet al te warm. Dus snel terugkeren is de boodschap. Ik raap nog snel enkele kleine lavastenen op voor mijn vriendin en haar kinderen en daal dan de berg weer af. We vinden Elien terug, die ondertussen wat van de zon genoten heeft en wat heeft kunnen slapen. Kou heeft ze niet gehad. De afdaling van hut 2 naar hut 1b is echt niet te doen. Kei stijl en echt gevaarlijk omdat er op het padje overal kleine lavasteentjes liggen. Dus voor je het weet schuif je weg. Het is echt vermoeiend omdat je bij elke stap die je zet moet uitkijken. We vallen wel af en toe. Elien heeft zich wat pijn aan haar been gedaan en ik aan een hand maar we geraken zonder veel problemen aan hut 1b. Daar hebben onze dragers rijst met wortelen en sardientjes klaar gemaakt. Het smaakt en het doet goed om wat op krachten te komen. Nu nog eens 1200 meter dalen en we zijn er. Maar het gaat niet echt zoals we willen. Kniepijn en spierpijn verhinderen de snelle terugkeer. Ik moet regelmatig eens rusten om mijn knie niet te forceren. Gelukkig heb ik de hele klim en afdaling al met twee stokken gelopen om mijn volle gewicht niet altijd op mijn knie te laten komen. Uiteindelijk zijn toch rond 17u beneden geraakt. We nemen afscheid van onze gids en dragers en vinden op aanraden van hen nog een guesthouse om in te slapen. Ik ga nog een pint drinken om de beklimming te vieren en we kopen nog wat noedels om klaar te maken in de keuken van het guesthouse. We ontmoeten er ook 2 duitse meisjes die we al gezien hadden in hut 2. Zij hadden de beklimming in 3 dagen gedaan. Dat zou natuurlijk een veel beter plan geweest zijn. Wij hadden het echt wat onderschat, maar volgens de madammen op het bureau was het precies een makkie. Waarschijnlijk waren ze er zelf nog nooit op geweest. Ik ben doodop en ga vlug slapen.

Zaterdag 5 december

Om 6u ben ik wakker van de kinderen die lawaai maken op de speelplaats die vlak naast het guesthouse ligt. Ik wist niet dat die op een zaterdag naar school moesten en zeker niet zo vroeg. Ik probeer nog wat te slapen maar het lukt niet echt meer. Rond 8u sta ik op en ga naar de markt wat brood en wat bananen halen. Ook water heb ik nodig want ik stik van de dorst. Teruggekomen maak ik een potje koffie en eet een beetje. Daarna ga ik nog wat op bed liggen. De kinderen maken al iets minder lawaai. Rond 10u vertrekken we terug richting Douala. Elke stap die ik doe doet pijn in mijn spieren. Gelukkig doet mijn knie geen pijn meer. Elien heeft grote blaren onderaan op haar hiel en het stappen gaat ook niet vlot meer. De taxi en de bus brengen ons terug tot in Douala. We waren eerst nog van plan om door te reizen naar Kribi maat we geraken niet direct aan onze fietsen omdat de receptie toe is. We moeten ook nog uitzoeken waar het busstation is en we besluiten dan maar om de dag verder in Douala te blijven. We zoeken ook een ander hotel en komen bij de protestantse missiepost terecht. Hier zit een Nederlandse uitbaatster en ze heeft nog net 1 kamer vrij. Maar wat voor een kamer......... Het is meer een klein appartementje. Een salonnetje en drie aparte ruimtes om te slapen. Er is hier voor 6 man slaapgelegenheid. Ook een zwembadje in de tuin is fantastisch. We halen onze fietsen en bij de poort aangekomen wil de bewaker ook eens op mijn fiets rijden. Mijn kader is wat te groot maar de fiets van Elien is beter voor hem. We doen samen een klein toertje door de stad en hij vindt het echt geweldig. 's Avonds gaan we ergens een pizza eten en bij de terugkeer naar het hotel worden we tegengehouden door de politie. Paspoortcontrole. Ik heb mijn paspoort bij maar Elien niet. We willen er wel omgaan naar het hotel wat maar 300 meter verder is, maar dat willen ze niet. Ofwel mee naar het immigratiebureau ofwel hier betalen. Uiteindelijk hebben we na discutiëren 15000 Cfa betaald. Natuurlijk voor hun eigen zak. Zo hebben we ook weer ons lesje geleerd.

Zondag 6 december

We krijgen een lekker ontbijt voorgeschoteld en ik maak nog een praatje met een Duitser die hier is voor een aidsprogramma. We fietsen naar het busstation waar we rond 10u aankomen. De bus is om 11u30. Ik wou nog een mailtje doen ondertussen maar het internet is toe. Zondag hé. Iets voor 11u mogen onze fietsen onderaan in de bus en om 11u vertrekt ze. Een half uur te vroeg. Gelukkig waren we niet ergens iets gaan drinken. De bustocht verliep vlot en rond 14u zijn we in Kribi. Met de fiets zoeken we een hotelletje aan het strand. Het is er erg mooi. We rijden terug naar de stad met onze fiets en gaan iets eten aan de haven. Je kan een vis kiezen en die wordt dan gebakken met frieten of bakbanaan. Het duurt wel meer dan een uur voor het eten klaar is maar het is wel lekker. We keren terug naar het hotel en ik doe nog een plons in de oceaan. Dat doet echt goed, zo'n warm water. Ik neem nog wat foto's en dan keren we terug naar het centrum waar we een internetcafé zoeken. Het eerste heeft geen verbinding maar bij het tweede hebben we prijs. Ik stuur wat mailtjes naar het thuisfront en mijn vriendin is ook net online. We kunnen dus wat over en weer mailen. Terug in het hotel maken we onze boel klaar voor morgen zodat we vroeg kunnen vertrekken.

Maandag 7 december

We staan om 6u op om onze eerste serieuze fietstocht van ongeveer 50km te maken. De eerste kilometers is de weg goed maar dan begint het. Zand, steentjes, putten en slijk. Vroeger was deze weg nog goed omdat er in Campo een houtverwerkingsbedrijf was. Dat bedrijf onderhield de weg maar sinds 2 jaar is het definitief gedaan met het bedrijf en dus ook met de weg. Tijdens het regenseizoen kan je er zelfs gewoon niet meer door. Maar er is goed nieuws want ze zijn de weg aan het herstellen. Dat wil zeggen dat ze alle bruggen opnieuw aan het bouwen zijn. Maar dat wil ook zeggen dat wij met onze fiets steeds over voorlopige bruggen of door de bedding moeten. Het gaat ook steeds een beetje bergop en gelukkig ook bergaf. We maken een stop aan een stalletje om wat brood met boter te eten en kunnen weer verder. Wanneer we op een bepaald moment weer over een brug zijn staan ons enkele kinderen op te wachten. Ze zijn van een pygmeeën dorp vlak langs de weg. We gaan vlug even mee om een kijkje te nemen. Ik vraag om foto's te nemen en dat mag indien we wat betalen We vinden het niet erg om enkel euro's achter te laten want ze leven hier nog wel erg basic. Onderweg komen we een Zuid Afrikaan tegen met een landmeterstoestel. Hij verteld ons dat hij metingen doet voor de aanleg van een nieuwe haven omdat 500km landinwaarts een ijzermijn gaat ontgonnen worden en ze met een spoorlijn dat ijzer naar hier gaan brengen. De buurt zal er hier binnenkort heel anders uitzien. We kunnen zelfs een klein stukje meerijden met hem en daar maken we dankbaar gebruik van. Rond de middag zijn we in ebodje. Dat is een klein dorpje waar reuzenschildpadden rond deze tijd hun eieren komen leggen. We hebben er echter geen enkele gezien. We mogen verblijven in een soort ecolodge. Een slaapplaats die door een organisatie van het dorp uitgebaad wordt. Voor de maaltijden is er ook een beurtrol en vandaag is het de beurt aan Julienne. We krijgen vis met rijst. In de namiddag ga ik even zwemmen in de oceaan, waarna ik nog een wandelingetje maak door het dorp. Ik doe wat inkopen voor morgenvroeg en we sluiten de avond af bij Julienne met een warm biertje.

Dinsdag 8 december

We zijn weer om 6u paraat om te vertrekken. De weg is op sommige plaatsen al iets beter maar goed vooruit gaat het toch nog niet. Gelukkig moeten we vandaag nog maar 25 km. Rond 8u30 zijn we in Campo. We rijden eerst naar het bureau van de WWF omdat ik dacht dat ze daar slaapplaats hadden, maar dat is niet zo. Ze hebben wel een slaapplaats 4km verder op Campo beach. Maar eerst willen we wat ontbijten en dus begeleiden ze ons naar het dorp waar we koffie brood en een omelet kunnen krijgen. Het doet ons goed om eens deftig te kunnen ontbijten. Daarna gaan we het campement opzoeken voor onze slaapplaats. We vragen onderweg de weg en worden steeds verder gestuurd. Op den duur moeten we door zo'n slechte weg door de brousse dat we van onze fiets moeten om hem door het slijk te duwen. Dit is echt  niet meer te doen. Uiteindelijk komen we in een dorpje en daar vertellen ze na wat rondvragen dat we veel te ver zijn gereden. Dus wij terug door die slechte weg op zoek naar het goede adres. Uiteindelijk vinden we het. Er is echter niemand aanwezig. We krijgen hulp van iemand en die belt wat rond en zo komt er iemand met de sleutels. Het is al 4 maanden geleden dat er hier nog iemand gelogeerd heeft. Vanwege de slechte staat van de weg komt er hier bijna niemand meer. Het water is blijkbaar ook af gesloten en kan niet meer hersteld worden. We moeten ons dan maar wassen in de rivier. Afrikaanser kan niet denk ik dan. Ik doe een wasje en een plasje en we eten wat spaghetti. In de namiddag proberen we een boot te versieren om een tochtje te maken op de rivier. Een boot hebben we al gevonden maar nu moeten we blijkbaar ook nog enkele formaliteiten ondergaan. We moeten toestemming hebben van een commandant om te mogen meevaren met de piroque. En die toestemming kunnen we niet vast krijgen. De mens die ons wou helpen snapt het ook allemaal niet goed meer. Vroeger konden ze gewoon met de toeristen een rondvaartje doen maar nu wordt dat blijkbaar tegengewerkt. Het enige wat we nog kunnen doen is een pintje drinken met onze helper. We fietsen ook nog terug tot aan het bureau van de WWF om een tocht voor morgen te regelen. De persoon die er nog zit heeft naar eigen zeggen te veel werk en hij zal iemand naar onze slaapplaats sturen tegen 19u, want dat was het uur dat ze ook ons eten zouden brengen. Het eten was op tijd maar de mannen van het bos kwamen pas tegen 21u. Vlug wat afspreken want om 5u morgenvroeg komen ze ons halen met de brommer.

Woensdag 9 december

Tuut tuut, het is nog voor 5u en ze zijn er al. Ieder op een brommer en dan maar rijden. Het is nog goed donker al geeft de maan toch een beetje licht. We rijden meer dan een uur om tot bij de ingang van het nationaal park te komen. Het zijn soms heel smalle wegeltjes en ik ben blij dat ik mijn lange broek aan heb want ik krijg regelmatig slaag van de planten langs de weg. Voor we beginnen aan de wandeling eten we nog wat koekjes als ontbijt en dan kunnen we op pad. Het is hier een echt regenwoud. Vochtig en volledig volgegroeid. De weg die we bewandelen is ook bijna dichtgegroeid. En zeggen dat ze hier 3 jaar geleden nog met de auto doorkonden. Toen was er nog een soort lodge aan de andere kant van het natuurgebied, maar nu werd die niet meer gebruikt en dus kwam de weg ook in verval. Vroeger kon men dus via die weg snel diep in het park rijden om dieren te zien. Er kwamen dus ook veel meer bezoekers. Nu kan je een stukje wandelen en dat is alles. We hebben echter enkel sandalen aan en dat is niet de juiste keuze. De planten op de grond hebben stekels en snijdende bladeren en het is opletten geblazen om er te stappen. We zien wat vogels, wat rupsen en enkele apen. Verder leert men ons enkele vruchten eten. Het is niet echt overweldigend maar de gids is wel een toffe peer. Hij is hier opgegroeid en kent het park heel goed. Hij vertelt ook hoe het er vroeger aan toe ging toen er meer volk kwam. We wandelen ook nog een ander padje door waar we olifantensporen zien. De olifanten zijn hier enkele weken geleden gepasseerd en je ziet overal de vernieling van de planten waar ze gegeten hebben. Iets na de middag keren we terug en gaan we eerst iets eten in een restaurantje in de stad. Bij onze slaapplaats doe ik terug een wasje in de rivier. Ik wandel nog wat langs het strand en porbeer nog eens te informeren voor een boottocht. Zonder succes. Aangezien er hier op campo beach niet veel meer te eten is dan rijst en we wel iets anders willen, besluit Elien om spaghetti te maken. Het is wel vegetarische maar het gaat goed binnen. De gerant van het verblijf komt er ook bijzitten maar hij is precies weer goed dronken. Veel hebben we er niet aan en het is dan ook beter om het bed op te zoeken.

Donderdag 10 december.

Om 4u30 loopt de wekker af want we willen vroeg naar de gare de routière. Ze hebben ons wijsgemaakt dat je vanaf 4u het meeste kans hebt om een auto te hebben. Na 6u is het al moeilijker. We moeten nog 5km fietsen en dan zijn we er. Er zit al volk te wachten en met ons erbij zit de auto vol en kunnen we vertrekken. Ze hadden ons gezegd dat er 6 mensen met de auto's meegaan maar bij ons zijn het er acht. Vier vooraan en vier achteraan. Dan is er nog het probleem van de fietsen die meemoeten. Op het dak is geen porte bagage. Maar ze willen die er wel gewoon opbinden. Ik vind dat veel te riskant en daarbij gaan de fietsen er veel te veel van afzien. Elien haar fiets kan in de koffer wanneer de wielen er uit gaan. Dat is al iets. Mijn fiets is echter te groot voor de koffer. Mijn wielen kunnen er wel in maar de rest van de fiets moet op het dak.. Gelukkig heeft er nog iemand twee grote tassen mee en die kunnen onder mijn fiets als bescherming. Ik ben nog wel een beetje wantrouwig maar het gaat niet anders. Rond 6u zijn we eindelijk weg maar we zijn het dorp nog niet uit of er is controle. Iedereen zijn paspoort. Bij mij zit hij wat te zagen over mijn vaccinatieboekje. Hij zegt dat ik mijn gele koorts moet laten vernieuwen. Ik vertel hem dat het nog in orde is want anders had ik zeker geen visum gekregen. Dan komt de vraag van wie de fiets op het dak is. Van mij natuurlijk. Hij vraagt of ik er papieren van heb om te bewijzen dat het mijn fiets is. Dat heb ik natuurlijk niet. In België koop je gewoon een fiets en heb je geen bewijs nodig dat het de jouwe is. Hij blijft maar zeuren en zagen en hij zegt dat de fiets er af moet. De chauffeur moet er bij komen en samen moeten we naar het bureau. Weer een hele preek van registratie. Blijkbaar wil die persoon zijn tijd wat verdrijven en wil hij uiteindelijk geld. Ik begin wat te bluffen, zeg dat ik van de pers ben en dat ik een reportage over Kameroen maak en dat dit verhaal er zeker zal inkomen en ik toon hem een soort perskaaartje. Uiteindelijk na drie kwartier gezever en gepreek van hem mogen we gaan zonder boete. De chauffeur moet nog wel bij hem komen om een papier en dan kunnen we eindelijk verder. De andere passagiers vroegen hoeveel ik moest betalen en toen ik zei dat ik niets betaald had keken ze wel een beetje ongelovig. Het voorval was in ieder geval goed voor een half uur gespreksonderwerp. Een half uur verder moeten we weer stoppen want er zit een vrachtwagen vast in het slijk. Iedereen uit de auto en gelukkig kan de onze er nog juist naast. Het gaat heel langzaam vooruit vanwege de slechte staat van de weg. Op een bepaald moment roept er iemand dat we wat verder moeten stoppen om een klein jongetje mee te nemen. En inderdaad, wat verderop staat een klein mannetje van een jaar of drie vier met een tasje langs de weg. Hij wordt bij een vrouw op de schoot gezet en we kunnen weer verder. Uiteindelijk komen we rond 11u toe in Kribi. We gaan eerst stevig ontbijten en eigenlijk is het meer al een middagmaal. De namiddag wordt gespendeerd aan een dutje, kleren wassen, mezelf eens goed wassen en een plons in de zee. We gaan nog even naar het centrum om wat mail te checken en het avondeten te nuttigen en dan kan de rest van de avond rustig verder kabbelen op het terras van het hotel met een biertje en dit dagboek bijwerken.

Vrijdag 11 december

Ik probeer wat uit te slapen maar goed lukt het toch niet. Ik eet een klein hapje en dan gaan we op de fiets naar de watervallen zo'n 7 km verder. Die watervallen komen recht in de zee uit. Wanneer we er aan komen worden we natuurlijk aangeklampt door de lokale mensen om een tochtje te varen op de rivier, en om tot aan pygmeeën te gaan en om te eten. Ze hebben een gans programma voor ons. We zeggen dat we later wel beslissen wat we doen. We wandelen zelf tot aan de watervallen waar de vrouwen hun was doen en er mannen zitten te vissen. Garnalen is hier ook een specialiteit en we besluiten om er toch enkele te proeven. Ze worden er ter plaatse klaar gemaakt. We fietsen terug en ik doe nog een plons in de zee. Daarna naar het busstation voor de bus terug naar Douala. Rond 18u zijn we er en nemen onze intrek in het hotel Foyer du Marine. Daar komen we Solange tegen, ook één van onze medereizigers. Ze kwam van Ghana waar ze een vriend was gaan bezoeken. Na een opfrisbeurt kunnen we iets gaan eten. We zoeken nog snel een internetcafé, maar vinden er geen. Ze zijn allemaal al gesloten. Wanneer ik de straat oversteek, zet ik mijn voeten op het grasveldje van de middenberm. Dat was weer niet naar de zin van enkele politiemensen. Ze willen dat we betalen, maar weer wat zeuren van onze kant en we geraken er van af.

Zaterdag 12 december

We gaan vanmorgen nog wat regelen met de protestantse missiepost om onze dozen daar op te slaan. Dan vlug even internetten en dan terug naar het eerste hotel waar de jeeps ondertussen zijn aangekomen. We verhuizen gans onze boel naar de protestantse missie. Daarna nog wat water gaan halen en dan naar de luchthaven om de rest van de groep gaan op te halen. Wanneer we aankomen gaan we naar de vertrekhal en daar is het wel grappig om te zien dat alle mensen applaudisseren wanneer er een vliegtuig vertrekt. Ze vertellen ons dat ze blij zijn dat hun familieleden weg zijn. Het is lang wachten op onze groep want ze hebben wel 2 uur vertraging. Maar die vertraging staat wel nergens aangegeven. Uiteindelijk zijn ze er en kunnen we met alle bagage en de jeeps naar ons hotel. Eerst wordt er wat kennis gemaakt en dan is het tijd om de fietsen in elkaar te steken. We moeten ook nog de bagagedragers op de auto plaatsen en dan kunnen de fietsen er op. We vertrekken richting Kribi. Er is ergens een weg afgesloten en daardoor is er enorme file. Op een uur hebben we nog geen 10 km gedaan. Uiteindelijk vlot het toch een beetje en zijn we rond 10u ’s avonds in Kribi. We willen in de camping van de botanische tuin slapen maar dat lukt eerst niet. We bellen enkele hotels af en vervolgens gaan we nog enkele hotels bezoeken maar er is nergens plaats. De bewaker van de botanische tuin laat dan toch toe om onze tenten er op te slaan al heeft hij geen toestemming van de baas. We vinden nog wat te eten in de bakkerij aan de overkant van de straat en dan is het weer bedtijd. Af en toe zijn er hevige bliksemschichten te zien maar gelukkig gaat het niet regenen.

Zondag 13 december

Ik heb weer niet al te goed geslapen maar kom er toch op tijd uit. Een douche kunnen we nemen in het gebouw van de werkmannen. Er is maar 1 douche en echt onderhouden is hij niet. We mogen niet blijven staan met onze tenten en dus is het opruimen geblazen en een andere plaats zoeken. We vinden na wat rondrijden en zoeken een andere plaats waar we ook onze tenten kunnen opslaan naast het zwembad. We nemen er een ontbijt al is het bijna een middagmaal. Dan de fiets op om het dop te verkennen. We rijden langs de vissershaven en wanneer Edgard stopt om een foto te nemen en zijn rugzakje naast zijn fiets legt, is het 2 minuten later weg. Er zat alleen maar een petje in maar het is toch even schrikken. Iemand vraagt wat er gaande is en ze kunnen het zakje waarschijnlijk wel terugvinden, en dan zal het geld kosten. Uiteindelijk is het maar 5 euro veloren en dus laten we het er maar bij. We fietsen nog wat verder en komen bij een kerk een soort feest tegen. Ze houden er collecte om een nieuwe kerk te bouwen. Er zijn verschillende standjes met eten, er is verkoop per opbod. Er zijn spelletjes. Alles om geld in te zamelen. We kuieren er een beetje rond en dan fietsen we tot aan de dierentuin. Daar zitten vooral veel apen. De meeste apen hebben ze gekregen omdat het merendeel vroeger gediend heeft als huisdier. Er waren hier dus mensen die een klein aapje of een vogel kochten, maar wanneer die groter wordt, dan wouden ze hem niet meer. Daarom werden die dieren geschonken aan de zoo. Hier probeerden ze die terug normaal te krijgen, en sommige dieren gingen ook terug de natuur in. Een stop bij een plaatselijke bar brengt ons terug bij het hotel waar we onze tenten opslaan en een plons in het zwembad doen. De openluchtdouche aan het zwembad is de enige mogelijkheid om ons te wassen. Ons avondmaal nuttigen we in het hotel en dan is het weer bedtijd.

Maandag 14 december

We rijden eerst wat met de auto tot aan een vissersdorp. De boten met vis zijn juist aangekomen en worden geledigd. Met karretjes wordt het naar auto's gebracht om zo verder vervoerd te worden. We rijden nog wat verder tot aan een ziekenhuis. Gisteren was hier een kindje geboren en we mogen het bezoeken. Van hier af aan gaan we fietsen maar het is wel heel slechte weg. Het komt vooral door het vulkaangesteente als ondergrond. We stoppen in een dorpje waar we iemand zien met een speer. Het is er wel eentje van ijzer. We vragen waarvoor het dient en hij zegt dat het dient om zich te verdedigen. We vragen of hij er mee kan gooien en dat doet hij. Wij smijten dan ook een speertje, en de mensen vinden het wel grappig. Er komen ook enkele vrouwen gooien. Uiteindelijk komen we terug in een dorpje en kunnen we op het grasveld voor de school slapen. Wassen moeten we in de rivier doen en eten doen we op de plaatselijke markt. We moeten ook nog een bezoek bij de plaatselijke chef brengen. Het is er een beetje raar. We krijgen het gevoel dat hij geld wil, maar uiteindelijk valt het allemaal wel mee en wil hij wat contacten leggen om zaken te doen in België.

Dinsdag 15 december

We krijgen rijst met bonen als ontbijt. Dat hadden we gisteren bij Stella, een vrouw van de chef besteld. Al twijfelen we wel aan de echtheid van haar verhalen. We zetten de fietsen op de jeeps om later te fietsen. De weg is echter super slecht. In het stadje Kumba moet één van de chauffeurs geld afhalen. Dat neemt wel meer dan een uur in beslag en we bezoeken ondertussen de plaatselijke markt. We vervolgen de weg die soms meer op een droogstaande beek gelijkt. En die beek is dan juist breed genoeg om één auto door te laten. Dus wanneer we een tegenligger tegenkomen moet die achteruit tot de weg terug wat normaal is en we elkaar kunnen passeren. Uiteindelijk hebben we ongeveer 100km gereden met jeeps en niets met de fiets. En dat op een ganse dag. Wanneer het donker wordt stoppen we in Het dorp Tombel en vragen naar de chef du village. Iemand brengt ons tot bij hem en we kunnen in zijn tuin slapen. Het is een dokter in de literatuur en het is echt een super vriendelijke kerel. Nochtans is hij niet de burgemeester want dat is een rijke vrouw. Maar hij is eerder de traditionele chef. We kunnen zijn badkamer gebruiken en daarna gaan we nog een omelet met spaghetti eten. Om af te sluiten nog een pintje.

Woensdag 16 december

We krijgen voor we vertrekken nog een brief van de chef. Over het leven in Kameroen zonder water en elektriciteit. En dat we aan hen nog eens moesten denken in België. Het eerste stuk is een serieuze beklimming en daarom besluiten we het eerste deel met de auto te doen. Boven op de plateau, nemen we ontbijt in het dorpje Nyasoso. Ik neem terug rijst met bonen. Dan ben ik klaar om te fietsen. De omgeving van de weg is eg mooi. Soms rij je door een soort riet, dan weer tussen bananenbomen en dorpjes. De kinderen supporteren luidkeels voor ons. We nemen af en toe een stop om wat te drinken en een praatje te doen met de mensen. Rond 14u houden we het voor bekeken, want we zouden nog een heel stuk richting Bamenda willen omdat we morgen naar een festival in de buurt willen. Dus fietsen terug op de jeeps en weg ermee. In een grote stad nemen we nog een avondmaal in een heus restaurant en dan is het nog rijden tot ongeveer 23u. In een dorpje vragen we om te slapen en iemand brengt ons naar het huis van de dokter waar een klein graspleintje dienst doet als slaapplaats.

Donderdag 17 december.

Na een ontbijt dat we daar kregen gaan we met de jeeps naar Bamenda. Daar gaan we eerst even kijken of er slaapplaats is bij de Baptisten. Dat kan maar we besluiten toch nog niets vast te leggen want misschien kunnen we ook bij het festival slapen. Dus verder naar Makon, een klein dorpje waar de fon, de plaatselijke chef, al 50 jaar aan de macht is. We kunnen onze tenten in de tuin van het hospitaal zetten. In de namiddag gaan we naar het paleis van de fon, want daar heeft het festival plaats. Het festival was al maandag begonnen, en duurt een ganse week. Deze namiddag treden er traditionele dansers en zangers op. Het zijn verschillende koren en dansers uit de omgeving die één voor één hun optreden doen. Ze krijgen elk hun bepaalde tijd en dan komt een soort goeroe zeggen dat het tijd is. Dikwijls gaat het om dezelfde soort muziek en dans. Maar toch zit er afwisseling in. En sommige groepen zijn erg leuk. Zo is er een groep met een klein mannetje dat staat te dansen, en dan doen ze weer toneeltjes met jagers. Als slot wordt iedereen op de dansvloer geroepen en Nadia en Kristin van onze groep gaan de fon uitnodigen. Het is wel grappig om te zien hoe de fon meedanst met de groep. Als avondmaal is er niet veel te vinden maar gelukkig hadden we al een voorraad rijst en groenten van enkele dagen geleden gekocht. We vragen aan de vrouw waar we iets drinken of ze het kan klaarmaken en dat is geen probleem. In het hospitaal hebben we gelukkig ook een WC dat we kunnen gebruiken en waar we ons kunnen opfrissen. S' avonds is er ook nog wat dans van kinderen en volwassenen in een hal. Er wordt ook nog een debat gehouden over het onderwijs. Het is wel erg saai en slaapverwekkend en dus tijd om in mijn tentje te kruipen.

Vrijdag 18 december

Alles in de tent is weer nat. Het is niet te geloven hoe het kan. Waarschijnlijk door al het vocht dat hier in de lucht hangt. Maar na een tijdje komt de zon er door en kan alles terug drogen. We gaan het museum van Makon bezoeken. Er zijn vele traditionele stukken te zien van klederdracht en gebruiksvoorwerpen van de fon. Zo is er ook een bed te zien, eigenlijk meer een houten koffer, en op dat bed worden alle kinderen gemaakt. De fon heeft ook meerdere vrouwen. Een normale kameroenees kan max 4 vrouwen hebben maar een fon kan er nog veel meer hebben. Wanneer de fon dood gaat wordt zijn hoofd, zijn hart en zijn teelballen verwijderd en dat wordt in het paleis begraven. De rest gaat naar een heilige plaats waar ook de vorige fons liggen. Daar wordt het samen met een troon begraven. Er is ook een foto te zien van een onzichtbare haan die in het paleis verblijft. Raar, wanneer die onzichtbaar is zeggen we. Maar sommige mensen kunnen hem dus wel zien en er een foto van maken!!!! Wanneer er gevaar dreigt voor het paleis of het volk, kan de fon ook een masker van een olifant of een ander dier opzetten, en dan veranderd de fon in dat dier. Zo kan hij als dier het gevaar verjagen. En dan te zeggen dat ze dit allemaal nog geloven ook. Echt fantastisch. Met de jeeps gaan we nog even naar Bamenda, waar we wat inkopen doen en proberen te internetten. De stroom valt regelmatig uit, dus simpel is het niet. Terug in Makon is er eerst niet veel te zien van het festival maar plots is er dan toch een optocht van jagers. De eerste jager heeft een kip bij. Na de optocht wordt er nog een dans gedaan voor de fon en wordt de kip de nek omgedraaid en volgen er nog wat kleine rituelen. We hebben ondertussen weer eten laten klaarmaken, neen geen kip, en met een pintje erbij is de avond weer voorbij.

Zaterdag 19 december

Slecht geslapen. Eerst was er nog veel muziek en geroep van mensen op de straat en tegen de ochtend begonnen ze muziek te maken. Een soort repetitie denk ik. Maar waarom dat om 4u in de nacht moet gebeuren is me ook een raadsel. We gaan in de voormiddag een beetje fietsen. Het is een rustige weg tot een dorpje, zo'n goeie 10 km verder. Daar is een winkeltje waar we wat drinken en eten, en daarna keren we terug naar het dorp. Er is ondertussen wel heel veel volk komen opdagen. Er is een grote tribune met alle genodigden en er worden speechen gehouden. In de late namiddag wordt het feest afgesloten met geweerschoten. Er zijn tientallen jagers die met geweren rond een boom wandelen en dansen en met losse flodders in de bomen schieten. De mensen vinden het echt geweldig. Voor 's avonds hadden we kaarten gekocht voor een galabal in Bamenda. Het koste 5000 Cfa, zo'n 8 euro. En het zou doorgaan in de feestzaal van de stad. Volgens de uitleg zou zelfs de minister komen en zou er muziek en traditionele dans zijn. Rond 21u gaan we naar daar maar wanneer we de zaal gevonden hebben is er nog bijna niemand. Ze zijn de zaal nog volop aan het klaarzetten. We besluiten eerst nog maar een pintje ergens anders te gaan drinken. Wanneer we terug zijn is er nog niet veel te zien. Maar alle tafels zijn gedekt met een bord waar zilverpapier over hangt. Dat is dus de maaltijd. Dank is er ook. Voor ieder één fles. We kiezen voor Whisky cola. De zaal is voor ongeveer één tiende gevuld en de groepen kunnen optreden. Daarna wordt de dans geopend. We gaan ook een stapje wagen en nodigen de traditionele dansers ook uit. Zo is er toch nog een beetje volk. Eigenlijk is dit feest een groot fiasco. Veel te weinig volk, slecht georganiseerd. Maar door die toestanden vind ik het wel grappig en daardoor is het nog wel leuk. Het is al goed nacht wanneer we terug naar onze tentjes bij de kliniek rijden.

Zondag 20 december

We staan rustig op, ontbijten en zetten de fiets op de auto om naar Bafut te gaan. Daar is ook een paleis van een fon. Het is wel de moeite om te zien en er is ook een museum bij. We krijgen een uitgebreide rondleiding. Het heilige huis midden in het paleis is ook erg mooi, met bamboe stokken en palen met figuren ingekerfd. Daarna iets eten, rijst met bonen en dan rijden we tot aan de watervallen van Menchum. We kunnen er niet vlakbij maar van op een afstand kunnen we ze wel zien. Het is in ieder geval toch geen kleintje. Volgens de chauffeur is de grond waarop we staan mysterieus en is het beter om te vertrekken. We willen nog tot in Wum geraken, dus fietsen zit er niet meer in. We zijn net voor het donker in het dorp. We doen wat inkopen en zoeken een restaurant. Er is echter momenteel geen eten maar we kunnen wel bestellen en binnen een uur of twee is het klaar. We vragen of we ergens kunnen slapen en ze verwijzen naar de missiepost. Dus, we bestellen eten, en gaan naar de missiepost om de overnachting te regelen. Daarna naar het restaurant om onze maaltijd te gaan verorberen en dan mijn tentje in voor de nacht.

Maandag 21 december

We staan redelijk vroeg op want vandaag is het fietsdag. Het begin is redelijk goed te fietsen, we halen soms goeie snelheden. Daarna gaat het wat moeilijker omdat de weg slechter wordt en het ook meer bergop en bergaf gaat. Het wordt ook steeds warmer maar we zouden toch graag aan het meer van Nyos geraken waar op 21 augustus 1986 een explosie geweest was. Wanneer we het vragen zeggen ze dat het niet ver meer is. Wat verder vragen we het weer, en nog steeds is het niet ver. Zo'n 2 kilometer. Maar 2 kilometer verder is het nog steeds 2 kilometer. Uiteindelijk is het nog een serieuse beklimming tot aan het meer. Daar eten we wat en verfrissen ons in het meer. Het is ondertussen al wat koeler en we besluiten nog wat te fietsen. Tijdens de afdaling doet Nadia een lelijke val. Haar knie doet pijn en ze moet voorlopig even verder met de jeep. Ook het verzorgend personeel gaat mee. We stoppen in een dorpje waar zoveel jaar geleden de explosie uit het meer vele slachtoffers heeft gemaakt. We mogen er slapen op het erf van een huisje. Het is echt heel basic. Wassen in de rivier, koken in een hut op open vuur, geen elektriciteit. Echt puur afrika. De man is wel heel geïnteresseerd in ons doen en laten en dat is wel erg leuk.

Dinsdag 22 december

Na wat brood en bananen vetrekken we terug met de fiets. Het is soms echt wel een hele slechte weg en we beginnen eraan te twijfelen of de jeeps er wel gaan door kunnen. Op een bepaald moment passeren we een rivier en we gaan ons even verfrissen. Na een half uur horen we plots de jeeps. Ongelooflijk dat die er zijn doorgekomen. De chauffeurs komen zich ook wassen en dan kunnen we weer verder tot het volgende dorp Misange. Daar drinken we wat en eten rijst met bonen. Ik bezoek nog even de plaatselijke fon, die woont wel in een heel simpel huis. Wat een verschil met de fon in Makon. De fietsen gaan terug de jeep op omdat we toch wat willen vooruit geraken. In het kleine dorp Binka voorbij Nkambé stoppen we en we mogen slapen op de fon zijn terrein. Het is echt een gezellige boel. De fon is erg grappig. We mogen een kampvuurtje houden en we koken zelf ons potje. Groenten met aardappelen en eieren. De fon komt ook enkele verhalen vertellen en dromen analyseren. Echt een toffe boel hier.

Woensdag 23 december

Na een uitgebreid ontbijt met koffie en pannenkoeken vertrekken we met de fiets. Het is in het begin wel een echte pechdag. Ik rij plat. Na het plakken blijkt dat er nog een gat in zit, dus terug stoppen. Even verder heeft Edgard een klapband. Het was echt een knal van jewelste. Dus nieuwe band erin, maar even verder was hij terug kapot. Uiteindelijk een nieuwe buitenband en we kunnen weer verder. Tijdens een beklimming valt mijn ketting eraf. Ik val stil maar zit ook nog in mijn klikpedalen. Gevolg.....pardoes op de grond. Wat schaafwonden en wat bloed is het resultaat. De vrouwen waren ondertussen al verder gefietst en wij konden de achtervolging aanvatten. Rond de middag zijn we in het dorp Mbot en gaan we een paleis van een fon bezoeken. Hier is het wel echt triestig. Het is hier echt in verval. Het dak is stuk en de fon moet zelfs gaan werken. Het is hier blijkbaar een doodlopende boel. Omdat het te warm en nog te ver is gaan we terug jeepen en we belanden in Kumbo waar we kunnen slapen naast de kerk op het plein van de school. We gaan nog iets eten in het plaatselijk restaurant. Frieten met kip. Het duurt wel verschrikkelijk lang alvorens we de maaltijd op ons bord krijgen maar we zijn toch blij dat we iets deftigs te eten hebben.

Donderdag 24 december

We gaan op het gemakje ontbijten vlak naast de kerk. Iemand van het personeel zegt ons dat we de vorige avond een geldbeugel vergeten zijn in het restaurant. Het is die van Ina. Ze zullen iemand met een brommertje sturen om hem te brengen. Vandaag jeepen we naar Oku. Het is een weg die normaal gezien altijd een beetje omhoog gaat. Maar we zijn ergens verkeerd gereden en we dalen meer. Uiteindelijk Is het moeilijk rijden en vragen we de weg. We moeten door enkele kleinere dorpjes en smalle veldwegeltjes en daarna is het nog een steile klim tot het dorp. We vinden onderdak bij John. Hij heeft een groot huis en daar kunnen we enkele kamers krijgen. Hier willen we enkele dagen blijven en dus is het tijd om kleren en onszelf te wassen. De rest van de namiddag ga ik een pintje drinken. In het plaatselijk restaurantje hebben we eten besteld. Terug kip met frieten, rijst en groenten. Na de maaltijd gaan we nog even naar de kerk. Het is er erg rustig. De kerk zit misschien maar voor een vierde vol en de dienst is een beetje saai. Ik had wel wat meer verwacht van de avond voor kerstmis. We kopen nog wat bier en geven cadeautjes aan elkaar. Ik ben keimoe en kruip rond 23u in mijn nest.

Vrijdag 25 december

Ik slaap heel slecht vanwege het bed waar je de planken door de matras voelt. Na het ontbijt gaan we een traditionele dokter bezoeken. Hij is gespecialiseerd in buikklachten, epilepsie en vruchtbaarheid. Na de diagnose maakt hij plantensapjes of iets dergelijks om de mensen te genezen. Hij heeft wel niks tegen de moderne geneeskunde, want soms stuurt hij ook mensen door naar de normale dokter. We gaan nog langs de markt om spaghetti te kopen en in de namiddag is er tijd om dat klaar te maken. Voor de rest is het een rustige namiddag waar ik gebruik van maak om een wandeling te maken. Het is hier echt een mooie streek. De bergen en de tuintjes die op de hellingen liggen, en dat in een mooie groene omgeving. Bij de markt gaan we ons avondmaal nuttigen. Aardappeltjes met eieren. Blijkbaar is dat voor de meeste mensen niet goed bekomen, want er volgen veel maagklachten. Zouden het de eieren geweest zijn die niet al te vers waren?

Zaterdag 26 december

We willen met de fietsen op de jeeps terug verder maar eerst moeten we nog even naar het centrum van het dorp. De chauffeur wil nog geld afhalen en Inque wil nog een beeld kopen. Nu hebben we een veel kortere weg gevonden en dus zijn we veel vlugger in Kumbo. We rijden nog wat verder tot Jakiri waar we tanken en een middagmaal kopen. Hier vertrekt de weg naar Foumban en daar willen we terug op fietsen. In het eerste dorpje met enkele huizen stoppen we onder een boom, eten wat en stappen op de fiets. Het is goed fietsen, meestal bergaf en redelijk goeie piste. De zon begint al onder te gaan en het is lekker rijden. In een dorpje bij een moskee vragen we terug naar de chef du village. Hij is er niet maar zijn vrouw, of vrouwen zijn er wel. Ze vind het goed dat we rond zijn huis kamperen. Wassen is weer met water uit een rivier te doen, al lijkt het mij eerder een soort aftakking van een riviertje of meertje, want het water staat gewoon stil. Echt fris water is het in ieder geval niet. De vrouwen willen voor ons koken en we hebben rijst en groenten gekocht zodat ze aan de slag kunnen. Als voorgerecht krijgen we geroosterde maïs. Op twee houten vuurtjes worden de potten gezet en het eten klaargemaakt. We hebben genoeg porties voorzien om het gezin ook nog wat te geven. Maar eigenlijk eten ze liever Couscous en dus wordt dat ook  nog klaar gemaakt. Daar moeten we uiteraard ook nog van proeven. Er wordt nog wat gekeuveld rond het vuur.

Zondag 27 december

We gaan in de ochtend terug fietsen richting Foumban. De weg is iets minder mooi, maar het fietsen is toch nog aangenaam, al gaat het dikwijls bergop. Kristin hangt wat achter op de groep en ik blijf ook wat achter omdat ik af en toe foto's maak. Tijdens een afdaling gebeurt het plots. Ik geraak van de weg af en omdat er naast de weg een ophoping is van kieseltjes, geraakt mijn voowiel daar in geklemd. Plots staat mijn voorwiel dus stil terwijl ik tegen een tempo van 30 km per uur aan het rijden was. Het gevolg kan je al raden. Ik vlieg over mijn stuur, maak een halve salto en val op mijn rug. Ik voel het overal kraken en daar lig ik dan te kermen van de pijn. Ik weet echt niet goed hoe ik me moet draaien of keren. Ondertussen is Kristin bij mij gekomen en die probeert me wat te sussen. Mijn elleboog ligt open en die spoelt ze direct met water. Toevallig stopt er ook een politiewagen en die zorgt er wat voor dat de weg waarop ik lig ook een beetje afgeschermd is. Even later komen de jeeps er ook aan. De politieman rijdt door tot aan de groep om iemand te verwittigen en komt even later met Inque terug. Zij is dokter en kijkt vlug na of mijn ruggenwervel nog OK is. Dat is het geval, maar naast mijn ruggenwervel doet het verschrikkelijk pijn. Ik stap in de auto van Louis en we rijden naar het ziekenhuis van Foumban, wat gelukkig niet heel ver is. Daar aangekomen moet ik de trap op naar een kamer voor onderzoek. Er staat zo’n oud doktersbed en een trapje en dat is het eigenlijk. Ze proberen de schaafwonden wat te kuisen en over het gat in mijn elleboog wordt gewoon een plakker gedaan, al zou men het beter naaien. Ze proberen een infuus te steken maar na wat prutsen en draaien in mijn hand, waarbij dit geweldig opzwelt, proberen ze het toch op een andere plaats. Uiteindelijk lukt het de verpleegster en kan ik met de ziekenwagen naar een ander hospitaal want hier kunnen ze geen foto's nemen. Eerst moet alles nog betaald worden natuurlijk. De ambulance is gewoon een jeep waar de achterste zetels uit zijn en waar ze een brancard in kunnen leggen. Verder is er niks. Ik zou liegen want ze hebben ook een sirene en die gebruiken ze om mij naar Bafoussam te brengen. Al lopen de mensen gewoon door en gaan ze zelfs niet uit de weg voor de ambulance. Inque en Kristin gaan mee met de ambulance en de rest van de groep blijft achter om nog het paleis van Foumban te bezoeken en een trappistenklooster in de buurt. In het ziekenhuis van Bafoussam word ik in een grote zaal op een bed gelegd. Er liggen nog enkele patiënten. Het is blijkbaar de zaal waar iedereen komt te liggen die binnengebracht wordt. Er komt iemand langs om de bloeddruk te nemen en de hartslag. Dan komt er een dokter met een stethoscoop om wat te luisteren naar mijn longen en die zegt dat het links iets minder is. Inque vraagt om ook eens te luisteren en zij bemerkt wel geen verschil. We vragen om mijn elleboog te naaien maar daarvoor moeten we eerst het materiaal kopen. Dit is hier blijkbaar een algemene regel, wil je iets gedaan krijgen, dan moet je eerst de medicijnen of het materiaal kopen. Je moet er dus voor zorgen dat er steeds iemand bij je is die voor je naar de apotheek gaat of die voor je zorgt. Ook voor eten en wassen moet je zelf zorgen. Blijkbaar gebeurt het soms dat iemand binnen gebracht wordt zonder geld of zonder dat er iemand bij is, die voor die persoon kan zorgen, en dan wordt die niet geholpen. Dus Kristin en Inque moeten eerst een voorschrift halen, dan naar de kassa, dan naar de apotheek en dan terug naar mij om het materiaal voor het naaien aan de verpleegster te geven. Die verdooft me wat en naait de elleboog. Ik krijg ook een spuit in mijn bil om me te verdoven. Dan is het tijd voor een foto te nemen van mijn ribben, want men heeft het vermoeden dat er enkele niet meer juist zitten. Eerst dus naar de kassa, om de foto te betalen en dan kan ik weggebracht worden. Met moeite geraak ik op de rolstoel en tijdens het rijden val ik bijna flauw van de pijn. Gelukkig kan Inque mijn benen wat omhoog houden. Het röntgentoestel is echt heel heel oud. Zoiets zou echt een foto waard zijn maar mijn fototoestel is achter gebleven. Al kermend van de pijn geraak ik op de tafel en nemen ze een foto. Het toestel zal wel een serieuze straling afgeven, maar de man die het moet bedienen draagt zelfs geen loden schort, waarschijnlijk heeft hij er geen. In plaats van met de rolstoel naar de kamer terug te keren rijden ze met het bed van het röntgentoestel terug naar mijn kamer. Een radioloog of een specialist is er niet, ze gingen hem bellen, maar hij is nooit gekomen. Inque kijkt de foto's na en kan toch zien dat er drie ribben gebroken zijn, maar omdat de foto genomen is terwijl ik lag, is het wel onduidelijk. Een meisje in de zaal die waarschijnlijk bij haar moeder zat brengt wat eten naar ons. Wat couscous met een slijmerige pap. Uit beleefdheid doen we maar een hapje. Uiteindelijk wordt ik naar een kamer gebracht. Het is geen zaal maar een kamer met drie ijzeren bedden waarop een plastieken matras ligt. Lakens zijn er niet en ook een toilet of pompbakje is er niet. Er zijn wel nog luxekamers, waar je wel een WC hebt en een douche, maar daar moet je eerst meer dan 150 euro waarborg voor betalen. Dat hebben we hier niet bij ons en dus is het wachten op de groep die met het geld kan komen. Wanneer de groep er is kan ik dus verhuizen. De luxekamer heeft inderdaad luxe. Er is een tv en een frigo, maar de douche is kapot, het wc blijft doorlopen en de pompbak is verstropt. Maar er komt gelukkig wel water uit de kraan. Ik kan me wat wassen en eet wat brood met kaas. Lekker is dat. Nog enkele spuiten verdoving en ik kan de nacht aanvatten. Volgens de dokters hier zijn de eerst 24u heel belangrijk en moet er iemand naast mijn bed blijven. Dat vinden we wat overdreven maar we spreken met de groep af dat er elk uur iemand komt kijken. Ze zullen hun wekkers zetten en een beurtrol maken. Om te slapen mogen ze gewoon hun tentjes op het binnentuintje van het hospitaal zetten. De nacht verloopt niet al te best. Het is meer een rustnacht dan een slaapnacht. Zeker wanneer er elk uur iemand komt kijken en dan komt er midden in de nacht nog gehuil bij van familieleden waarvan iemand gestoven is enkele kamers verder.

Maandag 28 december

Vandaag gaat de dokter langs komen en moeten er papieren en verslagen gemaakt worden voor de verzekering. Eest maakt de radioloog een verslag op en na een tijdje komen er nog enkele verpleegsters binnen die de bloeddruk komen nemen en die me komen vragen wat er gebeurt is. Wanneer de dokter binnen komt heeft hij nog enkele mensen bij. Ze staan uiteindelijk met negen witte jassen rond mijn bed. Ze gaan mij een verband aandoen zodat ik met de jeep naar Douala kan. Het is beter dat ik vandaag de rit van meer dan drie uur kan doen, zodat ik in Douala nog een beetje kan bekomen alvorens het vliegtuig op te moeten. De reisgroep wordt dus gesplitst en een deel gaat verder en een deel gaat met mij mee naar Douala. De rit valt uiteindelijk nog mee, al zal de zware verdoving er ook wel mee te maken hebben. In de protestantse missiepost willen we terug onderdak hebben, omdat onze fietsdozen daar nog staan. Er is echter maar één kamer meer vrij met twee bedden. En voor morgen is het nog een groter probleem. Dus dan maar met vier op de kamer, waarvan er twee op een slaapmatje op de grond. Gelukkig mocht ik in een bed. Vlakbij de missiepost is een restaurant en ik voel me nog goed genoeg om tot daar te wandelen. We eten er pizza. Na al het eten van de voorbije dagen is dit wel totaal iets anders. Het zitten doet me toch niet al te goed en het is hoog tijd om in mijn bed te gaan liggen.

Dinsdag 29 december

Slapen is al iets beter gegaan dan gisteren al ben ik wel heel vroeg wakker. Ik heb bij het opstaan ook meer pijn. Ofwel is de verdoving uitgewerkt, ofwel is er nog wat meer beginnen pijn doen. Kristin en Inque waren van plan om naar Kribi te gaan en morgenvoormiddag terug te keren. Dat zou het kamergebrek oplossen en ze zouden dan ook nog iets van hun vakantie hebben. Maar omdat het niet al te best is met mij, staken ze hun plannen. Volgens de verzekering moet de luchtvaartmaatschappij ook nog foto's hebben die niet ouder zijn dan drie dagen, anders kunnen ze me weigeren. Wij dus terug naar een ziekenhuis voor foto's. Eerst betalen. Dan foto met iets moderner toestel, maar in mijn ogen ook een museumstuk. Nu kan ik rechtstaand een foto laten nemen. Resultaat is dat er vijf ribben gebroken zijn en dat er eentje helemaal over elkaar zit. Pijnlijke zaak, maar dat wist ik natuurlijk al. Een geruststelling is wel dat er geen gevaar is om te vliegen en dus kan ik veilig naar huis geraken. Mijn medereizigers zijn ook content en ze gaan nog de stad en een marktje bezoeken. Tegen de avond zijn ze terug en wordt er nog spaghetti met veel groenten gemaakt. Ik neem nog wat pijnstillers en ontstekingsremmers en kruip het bed in.

Woensdag 30 december

De airco van de kamer maakte veel lawaai en het slapen was niet ideaal. We staan rustig op, al kost opstaan en bewegen me steeds moeite. Het is precies of de houding van het liggen me 's morgens niet veel goed doet. Ik leg me wat in de enige ligstoel in de tuin. We moeten van kamer veranderen en we moeten onze fietsen inpakken. Bij geen van beide kan in veel helpen. Het enige wat ik echt kan doen is instructies geven en commanderen. Inque heeft haar fiets gegeven aan de chauffeur, maar zij heeft wel een beeldje in te pakken. En niet zomaar een beeldje, maar eerder iets van meer dan een meter groot. Zij verknipt en versnijdt haar fietsdoos om het beeld in te pakken. Het is geleden van in de kleuterklas dat ze nog zo heeft mogen knippen en plakken, en het doet haar deugd. Uiteindelijk is ze er meer dan 4 uur mee bezig. Ik zou haar niet per uur willen betalen!!! Elien wil naar de bakker gaan, maar durft uiteindelijk niet alleen de stad in. Kristin gaat mee en ze brengen heerlijk stokbrood met kaas mee. De verdere namiddag wordt besteed aan Carcassonne spelen en voor het avondmaal gaan we een laatste keer pizza eten. Nu in een ander restaurantje. Er is live muziek aanwezig van een zangeres met een pianist. Zij zing melerige engelse liedjes en kijkt meer in de spiegel en hij speelt blindelings en kijkt ondertussen naar de voetbal op TV. Overtuigend is het dus niet. We drinken een laatste pintje als afscheid en dan is het weer bedtijd.

Donderdag 31 december

Ik heb redelijk goed geslapen. Het doet eens deugd. Alhoewel uit bed komen nog steeds een marteling is. Het ontbijt nemen we terug op het terras bij het zwembad. Van het zwembad heb ik hier nog niet veel deugd gehad. Dan is het inpakken geblazen. Ik wordt zelf ook nog wat ingepakt, want voor de vlucht willen ze mijn borst nog wat extra verstevigen met tape. Ook mijn elleboog die blijkbaar wat ontstoken is, wordt nog onder handen genomen. De vrouw die de missiepost runt is een Nederlandse en zij gaat mee naar de luchthaven. Ze zorgt ook voor de jeep die ons kan brengen met de fietsen. We nemen afscheid van Elien, want zij gaat nog naar Tanzania. Bij de luchthaven moet ik met een rolstoel tot aan het bureau van Ethiopian airlines. Daar krijg ik mijn business class ticket. De bagage en de fietsen kunnen deze keer gratis mee. Wat het verschil is met de heenreis weet ik ook niet. Ik mag zelfs nog naar het business salon, maar mijn medereizigers mogen en niet in, tenzij ze betalen. Ik drink er vlug een fruitsap en ga dan maar gewoon mee aanschuiven met de gewone passagiers. De business plaatsen  zijn wel ruim en dat doet lekker goed. Ik kan hier ten minste mijn benen uitstrekken. Ik krijg een glaasje champagne en ga het delen met Inque en Kristin. Het is toch een beetje oudjaar hé. Nog eens overstappen in Addis Abeba en zo belanden we veilig thuis. Ik ben blij dat mijn vriendin er is om me te komen ophalen. Eind goed al goed, al zal ik nog wel enkele weken thuis moeten blijven vanwege mijn breuken.

©2011 Warre Schelfhout