Warresworld

Mali en Burkina Faso

Met de fiets door Mali en Burkina Faso

Woensdag 23 oktober

Met de fiets, ingepakt in een doos, sta ik op het perron van het station te Puurs. Ik neem afscheid van mijn vriendin Marlyn en vertrek richting Brussel Zuid. Daar aangekomen kan ik bij de balie van Air France mijn ticket krijgen voor de Thalys. Ook mijn instapkaart voor het vliegtuig in Parijs kan ik hier bekomen. Om 12u55 stipt vertrekt de trein en een goed uur later ben ik in de luchthaven van Charles De Gaulle. Ik ga op zoek naar de incheckbalie voor Bamako, en dat wordt gemakkelijker gemaakt door het zien van een hoop dozen, koffers en Afrikanen. Ik maak even kennis met een Vlaamse die in Mali voor een maand gaat werken in een hospitaal. Ze doet dit vrijwillig en offert haar verlof ervoor op. Bij mij zal het in ieder geval een ander verlof worden! De vlucht verloopt vlot, ook het eten en de service zijn prima en we landen dan ook veilig op het Afrikaanse continent. Er is maar één bus aanwezig om de passagiers van het vliegtuig naar de aankomsthal te brengen en dus stapt bijna iedereen gewoon over het tarmac. De paspoortcontrole gebeurt erg langzaam tenzij je iemand kent in de luchthaven en volgens mij zijn er heel wat Malinezen die zo iemand kennen want het is een geloop van mensen met paspoorten van hier naar daar. Aan de enige transportband is het wachten op mijn bagage. Ik informeer of mijn fiets ergens aan een speciale balie kan afgehaald worden, maar neen hoor, hij komt gewoon mee tussen de valiezen en koffers. Ik neem een taxi voor 7500 CFA naar de Mission Catholique in het centrum van Bamako waar je voor 3000 CFA een bed krijgt in een slaapzaal voor 8 personen. Op de missiepost is vandaag zelfs een Vlaamse non aanwezig. Ik doe een praatje en ondertussen is het meisje dat in het hospitaal ging werken ook toegekomen. Dat is ook weeral toeval. Ik kruip vroeg in bed om mijn moeheid weg te slapen maar dat lukt niet al te best want het is hier veel te heet. De ventilator staat nochtans te draaien maar de warmte blijft in de kamer hangen.


Donderdag 24 oktober


Ik ontwaak vroeg vanwege de hitte maar ik blijf toch nog wat nasoezen. Het ontbijt, bestaande uit een half stokbrood met confituur en koffie, neem ik in het restaurantje recht tegenover de missiepost. Daarna is het tijd om mijn fiets uit te pakken en te monteren. De lege doos kan ik hier achterlaten zodat ik ze terug kan oppikken voor mijn terugvlucht. Vervolgens naar de bank om geld te wisselen. Een visakaart werkt hier prima al hoewel je wel drie kassa's moet aflopen om je geld te krijgen. Ik loop een Nederlander tegen het lijf en samen gaan we een broodje eten. Nadien samen even naar een internetcafé. Het eerste heeft geen verbinding, het tweede ook niet maar bij het derde is het in orde. Al hoewel, één uur internetten om twee berichten te sturen en er twee te lezen, geeft volgens mij toch ook geen goede verbinding. Omdat ik maar binnen zes weken terugkeer naar België en mijn visum maar geldig is voor een maand wil ik het nu al verlengen. Het politiekantoor waar dit moet gebeuren is ondertussen verhuisd, maar toch is er iemand bij de vroegere vestigingsplaats die me wil helpen voor een vriendenprijsje. Ik moet wat papieren invullen en enkele pasfoto's afgeven. Die foto's heb ik op dit moment niet bij en dus laat ik er enkele maken bij de plaatselijke fotograaf. Er werkt zelfs drie man in de fotowinkel. De eerste neemt de foto, de tweede knipt er vier pasfoto's uit en de derde persoon maakt de rekening. Mijn paspoort mag ik morgen terug gaan afhalen. Ik maak nog een verkenningswandeling langs de Niger, loop nog langs bij Air France om mijn terugvlucht reeds te bevestigen en keer dan terug naar mijn slaapplaats.


Vrijdag 25 oktober


Ten gevolge van de warmte heb ik weer niet goed geslapen maar ik blijf toch liggen tot 7u30. Ik neem hetzelfde ontbijt in hetzelfde restaurant en daarna spring ik de fiets op om bij het busstation informatie te gaan verzamelen over de busrit voor morgen. Ik wil namelijk met de bus naar Sikasso. Een vijftal busmaatschappijen is actief op de lijn en ik word door enkele jonge mannen tot bij een maatschappij gebracht waar ik een ticket bestel voor de bus van morgenvroeg 9 uur. Bij het terugfietsen naar het centrum neem ik nog wat foto's, onder andere van een reclamebord voor Sabena. Ofwel staan ze hier nog enkele jaren achter ofwel hebben ze geen geld om er andere affiches te plakken. Bij mijn logeerplaats leer ik nog een Duitser kennen en samen gaan we iets drinken want het is weer ongelooflijk heet vandaag. Ik koop enkele postkaartjes om mijn plicht tegenover het thuisfront te volbrengen en slenter nog wat door het centrum. Het is vrijdag vandaag en er is veel volk in en rond de grote moskee. In de buurt is ook een artisanale markt maar nu heb ik nog geen zin om souvenirs te kopen. In de buurt van het marktje zijn ook enkele kraampjes met schedels en beenderen van dieren te koop. Ze worden gebruikt voor allerlei rituelen en offers. Ik breng nog een bezoek aan een café waar ik een spaghetti nuttig. Het bier vloeit hier volle bak en op een bepaald moment ontstaat een hevige discussie tussen de bazin en enkele klanten maar het blijft bij woorden. Nu nog mijn paspoort gaan afhalen en wat foto's nemen en de dag zit er weer bijna op. Met de Duitser gaan we een restaurantje zoeken voor het avondmaal en we nemen onze toevlucht in de bar van een klein hotel in het centrum. Tussen couscous en een biertje door praten we over verlof en over Afrika.


Zaterdag 26 oktober


Het ontbijt neem ik terug recht tegenover de missiepost en daarna laad ik al mijn bagage op de fiets. Het is even passen en stapelen alvorens alles in goede positie ligt, en dan volgt het eerste tochtje met een geladen fiets tot aan het busstation. Bij het binnenfietsen word ik eerst tegengehouden maar bij het zien van mijn busticket is de zaak in orde. De fiets kan voor een extra bedrag van 1500 CFA boven op het dak en ikzelf krijg een plaatsje vooraan in de bus. Iets na 9u vertrekken we maar alvorens de grote weg te nemen richting Sikasso wordt er nog wat volk geronseld net buiten het busstation. De bus moet namelijk vol zitten. De weg is in goede staat en de tocht gaat goed vooruit. Bij de dorpjes zijn zelfs kleine vluchtheuvels aangebracht om de snelheid te temperen. Halfweg de rit zien we drie geitjes op de weg liggen. Ze zijn aangereden door een auto. De chauffeur staat er maar triestig bij te kijken want hij zal waarschijnlijk de geitjes moeten betalen. Rond 15u zijn we op de eindbestemming en ik kan terecht in het dichtstbij gelegen hotel waar men simpele kamers heeft voor 4000 CFA. Na mij geïnstalleerd te hebben op mijn kamer trek ik op verkenning door de stad. Ik kan het niet laten om eens binnen te springen bij één van de vijf radiostations die de stad rijk is. Het is nogal een primitieve bedoening maar het werkt toch. Na een frisdrank en nog wat slenterwerk ga ik een pizza eten in het restaurant van een hotel. Op de koeltoog hangen stikkers van Belgische kazen, maar een pizza met kaas hebben ze echter niet. Nog een koffie en dan zoek ik mijn bed op. Al hoewel van een bed niet veel sprake is. Na twee uur zweten op een mouche die op een paar planken ligt en rond je hoofd zoemende muggen kan je het vergeten om te slapen. Ik zoek dan een andere oplossing door mijn tentje op te zetten naast het bed. Al hoewel opzetten ook een groot woord is want voor piketten gebruik ik flessen water, een poot van het bed en een ventilator. Nu mijn slaapmatje nog en klaar is kees. Althans dat dacht ik dan want er zit een lek in mijn matje. Ik heb echter de moed niet om die lek te zoeken en dus probeer ik de nacht zo door te brengen.


Zondag 27 oktober


Ik ben vroeg wakker want het hotel ligt aan een druk kruispunt met het busstation en om 4u is er al volop leven op straat. Ik probeer toch nog wat te blijven liggen om mijn nodige rust te hebben. Voor ontbijt neem ik een broodje aan een stalletje op straat en daarna neem ik de fiets om een toertje te gaan doen. Ik fiets tot bij een dorpje iets buiten de stad waar rond de hutjes typische ronde voorraadschuurtjes staan. Hier wil ik wel een foto van nemen en dus vraag ik het beleefd aan de eigenaar en die geeft zonder problemen toestemming. De mensen willen zelf ook wel op de foto en wanneer ik het resultaat laat zien op het schermpje van mijn digitaal fototoestel kan de pret niet meer op. Ik moet er nog enkele nemen waarna ik hen bedank en terugkeer naar de stad. Ik plak met bandenplaksel de lek in mijn matje, wat wonderwel lukt en daarna wandel ik naar het centrum waar het vandaag markt is. Het is een grote markt en ze verkopen werkelijk van alles. Van boutjes tot tonnen, van kilo's zout tot kleine pepers, van grote plastiek emmers tot petjes... Het is echt prachtig om te zien. De temperatuur stijgt weer zo hard dat ik iets ga drinken en eten. Vervolgens wil ik een middagdutje gaan doen op mijn slaapmatje maar wat blijkt, er zit nog een lek in. Dus terug de plakkers bovenhalen om het andere gat te dichten. Het middagdutje kan ik dus weer vergeten. Ik maak nog een praatje met een oudere man die in de kamer naast mij slaapt. Hij komt uit Bamako, heeft twee vrouwen en is hier voor zaken. Voor die zaken is hij zelfs al in Europa, Amerika en het Midden Oosten geweest. Wat voor zaken het zijn blijft een raadsel, maar echt pluis zal het wel niet zijn denk ik. Brood, confituur en bananen zijn de ingrediënten voor mijn avondmaal waarna ik nog enkele inkopen doe voor morgen.


Maandag 28 oktober


Om 5u15 loopt mijn wekker af. Ik breek mijn tentje af, neem een ontbijt en laad alles op mijn fiets. Rond 6u15 ben ik de baan op richting Burkina Faso. De weg is een piste en wordt momenteel volop hersteld en verbreed. Overal worden nieuwe bruggen gebouwd en je moet dan ook meer naast de weg rijden dan erop. Een piste is eigenlijk een verharde weg bestaande uit rode kiezel wat op zich geen probleem is tot er een vrachtauto of wagen passeert. Die laat een enorme stofwolk achter en binnen de kortste keren hang je van boven tot onder vol met rood stof. Rond 9u ben ik aan de eerste grenspost. Stempels laten zetten en papieren laten zien en een half uur later hetzelfde aan de tweede grenspost. Alles verloopt hier vrij vlot en ik heb de indruk dat er niet streng gecontroleerd wordt. Er zijn hier geen slagbomen en mensen lopen gewoon over de grens heen. In Burkina Faso is de weg geasfalteerd en dat maakt het rijden een stuk aangenamer. Een uurtje later ben ik bij het dorpje Mahon Kalako en ik vraag naar de waterput zodat ik het stof van mij kan spoelen. Na de wasbeurt rust ik wat uit onder een boom en eet een broodje. Men komt mij zelfs een rieten ligzetel brengen. Ik denk dat de mensen wat compassie hebben met zo'n eenzame fietser. Er beginnen zich wolken op te stapelen en dus koelt het iets af waardoor ik besluit om verder te fietsen. Zo'n 15 km voor Orodara begint het plots hevig te waaien en breekt er een onweer los. Ik probeer nog te schuilen onder een boom maar eigenlijk is dat een maat voor niets. Na een kwartier is het hevigste voorbij en fiets ik verder tot Orodara waar ik een kamer vind in een hotel voor 5000 CFA. Ik heb er ongeveer 100 km opzitten wat niet slecht is voor mijn eerste dag op de fiets. Een douche doet wonderen waarna het tijd is voor krachtvoer onder de vorm van spaghetti. Om de avond af te sluiten geniet ik nog van een biertje.


Dinsdag 29 oktober


Ik slaap iets langer dan gisteren en spring om 6u mijn bed uit. Na één kilometer op het asfalt moet ik een afslag nemen naar Banfora en is het weer piste rijden. Gelukkig is er hier veel minder verkeer en dus ook veel minder stof. Eigenlijk is er geen stof te vreten want pas na 40 km kom ik de eerste auto tegen. Iets verder rij ik langs een suikerfabriek en vanaf nu kom ik nog wel enkele vrachtwagens tegen, maar veel last heb ik er ook niet van. Het laatste stuk naar Banfora is terug asfalt en ik fiets zelfs een stukje aan de zijde van een Burkinabees die ook naar de stad moet. Rond 10u heb ik een kamer met ventilator in het hotel Comoé. In de buurt probeer ik het internet te raadplegen maar zonder succes. Er is nochtans een verbinding maar verder geraak ik niet. Ik wandel dan maar tot het centrum waar ik een tweede poging onderneem maar daar komt helemaal geen verbinding tot stand. Bij een derde poging heb ik iets meer succes. De verbinding werkt en ik kan zelfs op één uur twee berichten lezen en er eentje sturen. Op een terras van een plaatselijk café eet ik nog een spaghetti. Bijna iedereen die hier zit drinkt bier. Het is dan ook een populair plaatsje onder de plaatselijke bevolking. Verkopers komen rond en ook enkele muzikanten komen van tafel tot tafel en brengen hun liedjes. Bromfietsen en gewone fietsen zijn hier het meest gebruikte transportmiddel. Op elke hoek van de straat vind je dan ook mensen die aan die dingen sleutelen en ik denk dat ze als materiaal niet veel meer hebben dan een sleutel en een hamer. Terug in het hotel doe ik nog een praatje met de eigenaar. We praten wat over Afrika en Europa en vooral over de verschillen tussen beide continenten. Hij vindt België een goed land en kent zelfs Guy Verhofstadt en Louis Michel. Een avondmaal en een biertje sluiten de avond af.


Woensdag 30 oktober


De warmte en de muggen hebben mij weer geen goeie nachtrust gegeven. Ik blijf echter nog wat liggen tot 8u en daarna ga ik een ontbijt nemen in een restaurant iets verderop in de straat. Er zitten nog twee blanke mannen, de ene blijkt de eigenaar te zijn van de zaak en de andere heeft een kampement iets buiten de stad op de weg naar enkele watervallen. De watervallen blijken de moeite waard voor een bezoekje en ik krijg de route uitgelegd van hoe ik er moet geraken. Ik koop wat brood, confituur en appelsienen voor een picknick en vertrek richting watervallen. De tocht verloopt zonder veel problemen alhoewel de fiets een raar lawaai begint te maken. Het is een soort gekraak aan de ketting of de tandwielen en het wordt erger en erger. Ik zal dat eens moeten nakijken. De toegang tot de watervallen is 1000 CFA en een parkeerplaats voor de fiets heeft hetzelfde bedrag. Het is hier werkelijk een mooie omgeving. Erg groen en met speciale rotsen. Je hebt eigenlijk een vlak landschap waarin zich plots een hoogteverschil van zo'n 20 meter bevindt waardoor je een soort hoger gelegen plateau krijgt in de vlakte. De waterval op zich is niet erg spectaculair maar je kan boven op de plateau nog verder wandelen en in die omgeving heb je nog verschillende watervallen en poelen. Ik leg me onder een boom om wat te rusten tot de middag en eet daarna mijn picknick op. Ik wandel rustig terug tot bij de parking voor een frisdrank want vandaag is het echt heel warm want zelfs de Afrikanen zie je hard zweten. Ik wacht tot 15u alvorens ik terugfiets naar Banfora. Onderweg hou ik nog een drankstop bij het kampement van de Fransman die ik deze morgen tegengekomen was. Terug in het hotel kijk ik mijn fiets na. De tandwielen lijken mij in orde en dus zal het gekraak eerder van het vuil op de ketting en het versnellingsapparaat komen. Ik probeer alles zo goed mogelijk te kuisen en na afloop klinkt het toch al heel wat beter. In een bar-restaurant-dancing ga ik rijst met kip eten. Eerst brengt de kok een schotel rijst met een kom saus en daarna brengt hij nog een plateau met daarop een volledige kip en een mandje brood. Kip is hier namelijk een volledige maaltijd en hoort eigenlijk niet bij de rijst. Ik kan nu wel een beetje eten maar dit is toch echt te veel. Gelukkig hebben de twee overige klanten van het restaurant ook kip besteld en dus gaat mijn schotel naar hen. De dag afsluiten doe ik met een biertje aan de straatkant.


Donderdag 31 oktober


Als ontbijt neem ik een broodje met omelet aan een straatstalletje en dan gaan de plannen in de richting van een meer, gelegen zo'n 8 km buiten de stad. De toegang tot de omgeving van het meer bedraagt 2000 CFA maar daarin zit dan wel een kort tochtje op het meer inbegrepen. Met een piroque vaart men een beetje langs één zijde van het meer. Wil je verder het meer op dan moet je met de kapitein verder onderhandelen over een prijs. Het is al veel te warm om nog langer op het meer te blijven en ik hou het bij het korte tochtje. Terug in de stad ga ik iets eten en drinken. Ik bestel terug kip maar maak de ober duidelijk dat ik maar een halve kip moet hebben. Verder neem ik er ook frieten bij en daarop is het wel erg lang wachten. Ze moeten denk ik de aardappelen nog gaan kopen. Ik slenter nog wat rond op de markt en doe een praatje met een kippenverkoper die hier elke dag voor zijn kippenren zit. Je kan hier enkel levende kippen kopen. Ik probeer nog wat foto's te maken en meestal gebeurt dat stiekem want de mensen hebben het niet al te graag. De rest van de namiddag breng ik door in de tuin van het hotel. Ik begin het ritme van Afrika al een beetje gewoon te worden. Ik doe nog wat inkopen voor morgen want het plan is om morgen naar Bobo Dioulasso te fietsen en dat is toch ongeveer 85 km verder.


Vrijdag 1 november


Om 5u loopt mijn wekker af maar ik voel mij niet al te best. Toch kom ik uit mijn bedstede om iets te eten maar al vlug besef ik dat mijn toestand het niet toelaat om op de fiets te springen. Ik heb hoofdpijn en mijn buik draait en wringt in alle richtingen. Dan maar terug het bed in om te rusten. Rond 9u terug even opgestaan om koffie te drinken en wat brood te eten. Daarna afwisselend het bed in, wat drinken, naar de WC gaan, wat met de kaarten spelen, wat rusten, terug het bed in enzovoort …enfin, ik neem het rustige ritme van de Afrikanen nu volledig over. Ik denk zelfs dat ik hen overtroef in mijn luiheid. Tegen de avond aan doe ik wat inkopen voor morgen en daarna drink ik een frisdrank wat deugt kan doen bij een temperatuur van 35 °C. Aankopen doen is niet altijd even gemakkelijk. Vooral het wisselgeld is wel eens een probleem. Een cola kost bijvoorbeeld 350 CFA. Wanneer je dan 1000 CFA of 5000 CFA geeft moeten ze echt beginnen zoeken naar wisselgeld. Meestal moeten ze dan een rondje doen langs allerlei winkeltjes om het briefje gewisseld te krijgen.


Zaterdag 2 november


Net zoals gisteren loopt mijn wekker terug om 5u af. Ik voel me nog niet 100 percent maar het is al stukken beter dan gisteren. Om 5u45, bij het eerste ochtendgloren spring ik de fiets op richting Bobo Dioulasso. De eerste kilometers gaan nog niet zo vlot. Mijn benen willen niet echt mee maar geleidelijk aan kom er ritme in het ronddraaien van de pedalen en gaat het vlotter vooruit. De omgeving is mooi om door te fietsen. Veel groen, suikerrietplantages, katoenvelden en het landschap is licht heuvelachtig wat het uitzicht mooi maakt maar waardoor er ook soms lange stukken vals plat tussen zitten. Na een rustpauze om wat te eten ben ik omstreeks 10u30 in Bobo Dioulasso en vind ik mijn onderkomen in een hotel midden in het centrum. Bijna onmiddellijk komen er gidsen op mij af die mij willen rondleiden maar ik ontwijk hen vriendelijk. Mijn eerste werk is mij opfrissen en iets gaan eten. Vervolgens is een siësta ook welkom aangezien het toch weer veel te warm is om iets anders te doen. Te voet maak ik een verkenningstochtje door de stad en breng een bezoek aan een klein museum waar ze wat maskers en gebruiksvoorwerpen hebben tentoongesteld. Ik loop nog even langs de markt en bij een winkeltje koop ik sandwiches en rozijnenkoeken. Een mens mag zichzelf al eens verwennen. Ik besef plots dat het vandaag zaterdag is en dus moet er tijd gemaakt worden voor een pintje of meer dan één.


Zondag 3 november


Midden in de nacht word ik wakker van de warmte en de muggen. Aan het eerste probleem kan ik niet veel verhelpen maar het tweede probleem probeer ik op te lossen door jacht te maken op die beestjes. Een volledig succes kan ik het niet noemen maar hun aantal is toch flink gedaald en met minder lawaai rond mijn oren kan ik de slaap terug vinden. Om 8u zit ik toch aan het ontbijt en rond 9u neem ik de fiets om een bezoekje te brengen aan het dorpje Koro. Het dorpje heeft iets speciaals omdat de huisjes op de rotsen gebouwd zijn. Ze aanbidden er ook nog fetisjen en op bepaalde tijden van het jaar houden ze er grote ceremonies. Vandaag is het er echter een dag als een ander. Het dorp is wel mooi gelegen en je hebt een prachtig uitzicht boven op de rotsen. Wanneer ik terugfiets naar de stad kom ik de eerste tekenen tegen van de Tour du Faso. Ze hebben namelijk net de aanduiding van de laatste 20 km op de weg geschilderd. Overal langs de weg staat er ook politie. Tot in de stad volg ik het parcours van de koers en onderweg roepen sommige mensen al vragend of ik de eerste ben. Ik antwoord dan al lachend door mijn hand op te steken ten teken van overwinning. In de buurt van de aankomst begint het erg druk te worden en die drukte wordt nog opgedreven doordat promotiemensen allerlei spullen uitdelen. Daar wordt gretig naar verlangd, vooral door het jongere volk. De spanning stijgt wanneer de renners in zicht komen. Ze moeten hier echter nog een plaatselijke ronde afleggen van 15 km. Eén renner houdt het voor bekeken en stopt bij de eerste doortocht. Ofwel heeft hij gedacht dat hij er al was, ofwel is hij doodop. Het is nog even wachten op de echte aankomst die gewonnen wordt door de Fransman Vincent Dubot. Er rijdt ook een Belgische ploeg mee maar die doen het niet al te best. Een ereplaats zullen ze dit jaar wel kunnen vergeten. Na de belevenissen aan de aankomst keer ik terug naar het centrum van de stad waar ik in een cybercafé een snelle internetverbinding tot stand krijg. Dus snel alle post lezen en de nodige berichten sturen. Ik wil nog even de stad in en plots is er weer een gids die me een dienst wil bewijzen. Ik maak hem echter duidelijk dat dat niet mijn wens is maar hij heeft blijkbaar geen oren. Ik wandel wel 5 km kris kras door de stad en hij blijft me steeds volgen. Soms maak ik opzettelijk rondjes of loop ergens binnen om iets te drinken, maar dat heeft allemaal geen baat. Leuk is anders natuurlijk en ik geraak hem pas voorgoed kwijt wanneer ik terug mijn hotel binnenstap. Na een opfrissing is een biefstuk met friet en een ijsje als nagerecht meer dan welkom.


Maandag 4 november


Het is weer een nacht vol muggen en ik vraag me af waar die allemaal vandaan komen. Uitgeslapen ben ik dus niet wanneer ik om 8u de fiets neem richting Koumi. Er moet in de buurt van dat dorp een mooi bos zijn met een helder riviertje waarin kan gezwommen worden. Iets voorbij het dorp staat inderdaad een kleine richtingaanwijzer die mij de weg wijst naar een klein zandpad. Het padje kronkelt door de velden en door riviertjes en echt fietsen kan je er niet altijd op doen. Een mountainbike zou hier beter van pas komen. Na een kleine 5 km komt het bos toch in zicht. Ik word aangesproken door enkele mannen die op het veld werken en één van hen gaat mee tot aan de ingang van het domein. Daar wordt 1000 CFA entreegeld gevraagd. In ruil voor het ticket krijg ik wel geen bewijs, dus dat geld zal wel in eigen zakken verdwijnen. Ik maak er echter geen punt van. Blijkbaar ben ik vandaag ook de enige gast. Het bos op zich is mooi en rustig maar de plaatsen waar je zou kunnen zwemmen stellen niet veel voor. Het is gewoon de rivier die wat breder is. Ik rust wat in de koelte van de bomen, want het is hier aangenaam toeven. Voor mijn terugweg neem ik een andere route want er loopt hier wat verder een piste die rechtstreeks naar Bobo gaat. Onderweg kom ik nog enkele Peul tegen. De Peul zijn nomaden die rondtrekken met runderen. Ze hebben aan de rand van de stad wel huisjes staan, al zijn het meer hutten, waar ze tijdelijk verblijven. Het is al namiddag wanneer ik in de stad ben en de zon staat weer flink te branden. Ik eet wat gebak en yoghurt en daarna ga ik wat relaxen bij het zwembad van een sjiek hotel. Ik maak nog een ommetje langs de markt waar ik voor de lol enkele lotjes koop van een loterijspel over de Tour du Faso. Ik win zelfs 200 CFA maar dat geld spendeer ik in nieuwe lotjes. Op straat kom je ook regelmatig gestoorde mensen tegen. Bij ons steken ze die allemaal in een instelling maar hier lopen die allemaal vrij rond. Soms lopen ze zelfs helemaal naakt, bedelen ze wat en lopen elke dag dezelfde rondjes. Wat mij ook opvalt is dat het GSM-gebruik zo populair is. Vooral bij het jongere volkje dat wil laten zien dat ze een bepaalde status hebben. Na een avondmaal en een biertje keer ik terug naar het hotel waar ik eerst bij de receptie een spuitbus tegen de muggen ga halen. Ik bewerk er alle hoeken en kantjes van de kamer mee en ben benieuwd of het iets uithaalt.


Dinsdag 5 november


Om 7u ben ik wakker en ik moet toegeven dat de spuitbus van gisterenavond geholpen heeft. Ik voel me echter wel niet al te best. Waarschijnlijk komt het voort van de warmte waarin ik gisteren gefietst heb. Ik neem een ontbijt in het hotel en na enkel keren het toilet bezocht te hebben pak ik mijn spullen bij elkaar en vertrek ik richting busstation. Ik ben ruim op tijd maar dat is maar best ook want ik wil mijn fiets ook meekrijgen. Ik heb de keuze uit twee bussen die op hetzelfde uur vertrekken. Het enige grote verschil is dat de ene airco heeft en de andere niet. De prijs is nochtans dezelfde dus is de keuze snel gemaakt, zeker wanneer je je nog niet op en top in vorm voelt. Van de fiets moet het voorwiel eruit zodat hij onderaan in de bus kan. Ikzelf krijg een plaatsje toegewezen helemaal vooraan in de bus wat me best bevalt omdat op die plaats de meeste beenruimte is. De weg is heel goed wat het een snelle rit maakt. Onderweg een kleine stop in Boromo waar we iets kunnen eten en dan verder tot Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. We arriveren er rond 14u30 en na een verfrissing fiets ik door de stad op zoek naar Evert zijn huis. Evert is een Belg die hier werkt voor een Duitse ontwikkelingsorganisatie en waar ik kan logeren. Na wat zoeken en verkeerd rijden vind ik zijn woning en wordt ontvangen door zijn vrouw Mai die me verwelkomt met een drankje. Ik ga wat rusten op de logeerkamer tot Evert thuis is van zijn werk. Daarna volgt een rondje info uitwisselen over België en Burkina Faso.


Woensdag 6 november


Na het ontbijt ga ik een zoektocht inzetten naar zonnecrème want ik heb me van busjes vergist en heb te veel aftersun bij. Bij de apotheker in de buurt kan ik niet terecht, maar ze verwijzen mij door naar het centrum van de stad. De fiets is het snelste vervoermiddel voor mij en dus pedaleer ik naar ginds. Ik kom in de buurt van de markt wanneer plots enkele mannen naar mij beginnen te roepen. Ik denk dat het verkopers zijn maar 10 meter verder word ik al tegengehouden door de politie. Een hulpje van de agent wil mijn fiets al afpakken want ik ben hier blijkbaar in een éénrichtingsstraat gereden. Wist ik veel dat er tussen al dat volk en de vele kraampjes een bordje stond met een min teken. Met wat praten en door mijn excuses aan te bieden geraak ik er zonder boete vanaf. Gelukkig maar, want ik had niet eens mijn paspoort bij me. Met een vriendelijk woord, wat geluk en veel geduld bereik je hier meestal je doel. Bij een apotheker vind ik de zonnecrème die ik nodig heb. Enkel voor lichte huid, staat er op de verpakking te lezen. Dus zal het wel niet voor een Burkinees zijn! Ik keer terug naar het huis van Evert waar Mai een lekker middagmaal klaargemaakt heeft. Na een siësta vertrekken we naar Kongoussi waar het belangrijkste project van Evert zijn werk loopt. Morgen moet hij daar een ganse dag op het bureau zijn en ik kan mee om de streek eens te verkennen. Daarvoor moet de fiets ook mee natuurlijk. De weg gaat over een piste van bijna 100 km noordwaarts en het is al bijna donker wanneer we bij het huisje aankomen dat Evert er huurt. Als avondmaal gaan we kip eten die we gaan doorspoelen met enkele pinten.


Donderdag 7 november


Vannacht heeft het niet veel afgekoeld en daardoor was mijn nachtrust ook niet wat het moest zijn. Toch kom ik omstreeks 7u uit mijn nest en ga vervolgens een tochtje maken met de fiets. Er ligt hier vlakbij een groot meer en dat wil ik wel eens gezien hebben. Via kleine zandwegeltjes volg ik de rand van het meer en passeer ik enkele dorpjes waar ik af en toe halt hou om een praatje te doen. Het landschap is hier totaal anders dan in het zuiden van Burkina. Het is hier veel droger en daardoor is er veel minder groen. Ik koop enkele koekjes om te knabbelen bij een plaatselijk winkeltje en keer terug naar Kongoussi want het is tijd voor de middagpauze. Ik eet samen met Evert een bonenmenu met brood en daarna fiets ik nog naar een dorp zo'n 15 km hiervandaan. Het is een heel mooie tocht tussen de heuvels over een mooie piste. Bij mijn terugtocht word ik gevolgd door twee jongens op de fiets. Ik schud ze even van me af door eens goed door te rijden. Wanneer ik daarna terug mijn gewoon tempo aanhoud, haalt één van hen me terug in. Ze kunnen toch hard rijden op die fietsen wanneer ze het willen. Ik koop nog ergens een frisdrank alvorens terug te keren naar het stadje. 's Avonds gaan we op een terras van een café iets eten en drinken. Het terras zijn hier gewoon wat houten tafels en stoelen die temidden op een zandpleintje staan en het café is een houten barak aan de rand van dat zandplein. Het is er pikdonker maar gelukkig geven de sterren en de maan wat licht.


Vrijdag 8 november


Vannacht heb ik redelijk goed geslapen en het is dan ook bijna 8u wanneer ik opsta. Rustig ontbijten en daarna wat lezen is het volgende wat ik doe en daarna maak ik een wandeling tot bij de markt. Echt klein is de markt niet maar de helft van de stalletjes is wel toe. Ik zet me neer met een frisdrank op een terras en bekijk voor de rest van de voormiddag het leven op en rond de markt. Rond de middag ben ik terug bij Evert en vertrekken we naar Ouagadougou want hij moet er omstreeks 15u op een afspraak zijn. De rest van de namiddag breng ik door met mijn kleren wassen, lezen en mijn mail checken. 's Avonds gaan we iets eten bij een pizzeria. Het overgrote deel van de bezoekers zijn hier blanken en dus lijkt het hier een echte ontmoetingsplaats voor hen. De pizza is daarenboven ook echt lekker. We brengen na het eten nog een bezoek aan Henk. Hij is een Vlaming, getrouwd met een Afrikaanse, die hier woont en waarbij Evert nog wat te regelen heeft. Ook Thomas, een andere Vlaming komt ook langs en het wordt een gezellige avond op het terras van het huis. Hapjes, wijn en bier maken het geheel compleet en het is al snel na middernacht wanneer we huiswaarts keren.


Zaterdag 9 november


Ik slaap lekker uit, neem rustig een ontbijt en lees vervolgens een boek uit. Af en toe las ik ook een rustpauze in en je kan al raden dat het een dagje luieren is. Evert en Mai zijn vandaag wat ziek en blijven rusten in bed. Tegen 16u ga ik een toertje doen met de fiets. Ik rij langs de kathedraal, het kerkhof en de moskee. Ook de straten en lanen rond het paleis zijn een bezoekje waard. Morgen komt de laatste rit van de Ronde van Burkina Faso in deze buurt aan. Het podium is in ieder geval al geplaatst. In sommige straten hangt echt veel smog, gevormd door de uitlaten van de auto's en de bromfietsen. Echt gezond is dat hier niet. Ik zoek de busmaatschappij op die een bus heeft naar Ouahigouya en koop al een kaartje voor maandag. Wanneer ik iets ga drinken kom ik in contact met een gids uit Mali. Hij geeft me wat info over de Dogon-streek maar voor de rest is hij niet opdringerig. Als ze allemaal zo zijn zal het daar goed meevallen. In de wijk waar ik logeer ga ik tegen de avond iets eten in een restaurant. Daarna trek ik naar een bar waar de muziek vollen bak staat. Er wordt volop gedanst en gefeest. Aan de straatkant staan stoelen en tafels en aan één van die tafels kan ik nog net een stoel bemachtigen. Uit een glas drinken is er niet bij want die hebben ze tekort en wanneer een auto passeert, vliegt het stof over het terras, maar dat hoort natuurlijk bij de charme van Afrika. Voor het slapengaan bekijk ik nog eens de maan, dat is het contact met het thuisfront.


Zondag 10 november


Evert is vandaag iets beter en we gaan samen op de motor naar het centrum van de stad. Een helm moet je hier niet dragen dus is het lekker uitwaaien in een short en T-shirt. We nemen ontbijt bij een patisseriezaak waar we lekkere koeken en croissants verorberen. Daarna gaan we naar de laatste rit van de ronde kijken. De renners moeten hier na de etappe nog vijf plaatselijke rondes rijden dus hebben we kans genoeg om ze te zien. In de reclamestoet rijden twee bromfietsen mee waarop twee mannen zitten die volledig verkleed zijn in de kleuren van de Burkinese vlag. Het is echt een grappig zicht. We komen de Belgische wielerploeg tegen maar die hebben het niet al te best gedaan. Van de zes renners hebben er al drie opgegeven. De Begeleider van de Belgische ploeg kent toevallig ook Evert zijn vader, dat is ook weer straf. De rit wordt gewonnen door een Burkinees en de toeschouwers zijn wild enthousiast. De winnaar wordt op handen door de hoofdstraat gedragen. Echt een ongelooflijk spektakel. Wanneer de rust wat terugkeert en de renners stilaan vertrekken gaan we iets drinken op het terras aan het zwembad van een hotel. We keren terug naar huis voor een siësta en daarna maak ik nog een toertje door de stad. Het is wel opmerkelijk dat het hier op een zondag ook zoveel rustiger is. Voor het avondeten gaan we naar restaurant TamTam waar een brochette met frieten en sla meer dan welkom zijn. Nog een pintje en het is weer bedtijd.


Maandag 11 november


Na het ontbijt ga ik nog een laatste kijkje nemen in de stad. Ik parkeer mijn fiets bij een speciale fietsenparking die je hier overal vind. Voor een beetje geld kan je je fiets hier veilig achterlaten. Ik loop nog even door de markt om de sfeer nog een laatste maal op te snuiven en ik drink een frisdrank bij een kraampje. Er komen hier veel jongeren in uniform een broodje met vlees halen. Het zijn de kinderen van de school hier vlakbij. Het middagmaal wordt mij bij Evert aangeboden en daarna fiets ik naar het busstation. Mijn fiets mag weer het dak op samen met een bromfiets, enkele tafels, een kar en een geit. Stipt om 14u vertrekt de bus en 3u later ben ik in Ouahigouya, zo'n 180 km noordelijker. Ik neem mijn intrek in hotel Liberté waarna ik nog even de stad verken. Twee jonge gasten vinden het weer nodig om me te vergezellen. Ik probeer hen duidelijk te maken dat het voor mij niet hoeft en probeer hun af te schudden door gewoon niets terug te zeggen. Ze blijven maar tetteren over het feit dat ze mij gewoon willen helpen, dat ze niet agressief zijn maar vriendelijk, maar die vriendelijkheid verandert wanneer ze het na een kwartier beu zijn en me de rug toekeren. Ze roepen dan hoegenaamd geen lieve woorden meer. Ik laat het maar over mij waaien, ga nog wat rijst eten in een restaurant en drink nog iets in het hotel.


Dinsdag 12 november


In een stalletje aan de straatkant neem ik als ontbijt een omelet met brood. Daarna fiets ik door de velden die net buiten de stad liggen. Er is hier een dam gebouwd in een riviertje en eromheen is heel wat landbouw gevestigd. De huisjes van de landbouwers zijn ook anders van vorm. Men bouwt meer vierkantige huisjes in plaats van ronde die men meer zuidwaarts vindt. De kleur van de huisjes is ook roder. Uit de grond halen ze namelijk de bouwstenen voor hun huizen en omdat er hier meer ijzer in de grond zit krijgen ze ook een rodere kleur. Na mijn fietstochtje door de velden keer ik terug naar de stad waar ik nog een praatje maak met enkele oudere mannen onder een boom. Ik neem nog wat foto's maar dat loopt slecht af want ik laat per ongeluk mijn fototoestel vallen in het zand. Ik probeer de schade te beperken door het direct te kuisen en het zand eraf te blazen maar de motor van de lens maakt in ieder geval een knarsent lawaai. Gelukkig blijft het toestel nog werken en ik hoop dat het motortje het uithoudt. Ik fiets nog wat verder door de stoffige straatjes en plots fluit een politieagent op mij. Er stond blijkbaar een omgekeerde driehoek met daarin de letters STOP en daar was ik voorbijgereden. Ik kan het bijna niet geloven dat je op een plaats waar zoweinig verkeer is, je even moet stoppen alvorens je verder kan rijden. Wanneer ik er nu op let zie ik inderdaad andere fietsers en bromfietsen dat manoeuvre doen. Dus is het weer discuteren tegen de politieagenten. Ik zeg dat ik de situatie hier niet ken, dat ik het niet gezien had, verder zeg ik dat ik mijn paspoort niet bij heb. De ene politieagent lijkt me al iets gemakkelijker dan de andere en na een kwartier mag ik de boete van 4500 CFA laten vallen. Ik bedank hen vriendelijk en na een stop voor het stopbord fiets ik terug naar het hotel. Bij een bank waar ze enkel euro's wisselen sla ik nog een voorraad CFA's in. Ik ga ergens wat eten en doe een siësta. Tegen de avond maak ik nog een wandeling door een deel van de stad waar ik nog niet geweest ben. Plots voel ik me onwel worden. Ik ga vlug ergens bij een eetkraampje zitten en bestel iets om te eten, hopelijk helpt dat. Na een kwartiertje ben ik terug wat beter en keer ik terug om een frisse douche te nemen. In bar Caiman ga ik brochettes eten met rijst. Het is hier een bekende bar voor toeristen en zakenlui.


Woensdag 13 november.


Om 5u loopt mijn wekker af. Snel ontbijten, inpakken en om 5u45 ben ik de baan op. De schemer hangt nog over de stad maar een kwartiertje later is die reeds verdwenen. Het is weer piste rijden maar het vlot goed omdat ik de wind in de rug heb. Ongeveer 20 km voor de grens is de grenspost van Burkina gevestigd. Een officieel formulier dat ik normaal zou moeten invullen is niet meer aanwezig maar mijn gegevens worden dan maar ingevuld op een papier dat waarschijnlijk nog gediend heeft om iets in te pakken. Nog een stempel in mijn paspoort en ik kan weer verder de piste op. Veel leven is er hier niet te vinden want de enkele dorpjes die ik nog passeer bestaan amper uit een vijftal hutten. Hier en daar kom ik ook nog een Peul tegen die met zijn vee rondtrekt. De grens tussen Burkina en Mali moet ik maar raden want nergens zijn hier grensborden te bespeuren. Maar wanneer het wegdek een iets grijzere kleur krijgt veronderstel ik dat ik aangekomen ben in Mali. Het eerstvolgende dorp ligt zo'n 20 km verder en daar is terug een grenspost. Het is rond 10u30 en ze kunnen eigenlijk niet goed geloven dat ik deze morgen met de fiets vertrokken was uit Ouahigouya. Tot Koro is het dan nog 12 km en die haspel ik vervolgens snel af. Ik heb er bijna 100 km opzitten waarvan er 80 bijzijn waar ik geen gemotoriseerd verkeer tegenkwam. In Koro vind ik een leuk kampementje waar je kan slapen in traditionele lemen kamers of in rieten hutten. Een douche en een spaghetti brengen me er weer bovenop en dan kan het onderhandelen beginnen met de gidsen die hier aanwezig zijn over een tocht door de Dogon vallei. De prijs voor een vijfdaagse tocht komt op 85000 CFA. Voor een privé-tocht is dit een schappelijke prijs. Mijn gids wordt Alfa en het ziet er een aangename gast uit. Een siësta, een wandeling door het dorp en een stevig avondmaal sluiten de dag af.


Donderdag 14 november


Om 6u ben ik reeds wakker. Het wordt een rustig dagje vandaag. Eerst 52 km fietsen tot Bankass waar ik het kampement Hogon opzoek. Daar installeer ik me in een kamer, gelegen in een rond hutje. Vervolgens maak ik een wandeling door het dorp. Ik passeer de markt met zijn kraampjes. Het is vandaag niet echt marktdag en dus is er niet veel te koop. In een restaurantje wil ik iets gaan eten maar er is momenteel niets te krijgen. Het is namelijk ramadan en dus wordt er overdag niet gekookt. Liggen en rusten is de grootste bezigheid overdag. Men vertelt mij dat er bij het benzinestation een eetzaakje omdat de vrachtwagens en de bussen daar stoppen. Er is daar inderdaad rijst met saus te verkrijgen en dat zijn dus de ingrediënten van mijn middagmaal. Ik koop wat colanoten om mee te nemen op mijn Dogon-trip omdat die populair zijn bij de oudere mensen. Ik ontmoet hier terug mijn gids Alfa en samen bespreken we de trip voor morgen. Mijn fiets en een deel van de bagage kan ik in het kampement achterlaten. Dus die regelingen tref ik ook al. Het restaurantje van het kampement is wel open en dus neem ik terug een spaghetti. Plots komen er twee vrouwen het domein op en één van hen heeft duidelijk ruzie met haar man die hier aanwezig is. Het moet uitgepraat worden en het rare is dat dat niet gebeurt tussen de man en de vrouw maar met de ganse groep hier aanwezig. Er wordt hevig gediscuteerd maar na een uur keert de rust weer in is alles terug in orde.


Vrijdag 15 november


Om 6u sta ik op en neem ontbijt. Daarna gaat het met een ossenkar, waar een os en een ezel voorgebonden zijn, richting falaise ongeveer 12 km verder. Onderweg heb je een prachtig zicht over de streek. Een dorpje vlakbij de falaise is het startpunt van mijn trektocht en ik ben hier duidelijk niet alleen want er zijn hier verschillende trekkers. De meeste hebben hun tocht in Bandiagara geregeld en zijn dan met de auto hierheen gekomen. Na een frisdrank vertrekken we te voet door het zand naar Teli, het eerste dorpje. Hier houden we middagpauze en wordt ook een maaltijd geserveerd. Het wordt couscous met een hete saus waarin veel ajuin verwerkt is. Dat belooft. Vanwege de hitte is het terug siësta tot 15u30. Daarna brengen we een bezoekje aan de hoger gelegen huizen van het dorp. Vroeger woonden de bewoners namelijk op de flank van de falaise en vele van de hutjes en voorraadschuurtjes zijn nog intact gebleven. Nog hogerop zijn nog kleinere woonplaatsen gelegen die vroeger toebehoorden tot de Tellem. Dit moeten, afgaande op de grootte van de woonplaatsen, wel heel kleine mensen geweest zijn. Tijdens het dalen hebben we een mooi zicht over het huidige dorp. We trekken verder door tot het dorp Ende. Daar is het kampement voor mij alleen. Elke gids heeft zo zijn vaste stop- en slaapplaatsen en blijkbaar is Alfa hier vandaag de enige die een gast kan leveren. In de andere kampementen zal het wel drukker zijn. Alfa zijn familie woont in dit dorp en dus is het tijd voor een bezoekje. Na het avondmaal leg ik mij met een matrasje op het dak van de slaapkamer. Er zijn hier blijkbaar niet al te veel muggen dus kan ik gerust buiten slapen. Binnen is het toch veel te warm. Het is bijna volle maan en dus is er licht genoeg om nog naar het avondgebeuren van het dorp te kijken. Ik val voldaan in slaap onder de sterrenhemel maar midden in de nacht word ik toch wakker van de kou. Ik trek dan maar een lange broek en een hemd aan.


Zaterdag 16 november


Vanwege de vele dieren die hier 's morgens lawaai houden word ik wakker. Na het ontbijt nog even een korte wandeling door het dorp en dan trekken we weer verder naar de volgende slaapplaats. We stappen in één ruk tot het dorpje Begnimato dat gelegen is bovenop de falaise. Je hebt hier een prachtig uitzicht en er is hier maar één nadeel en dat is dat er veel meer wind is. 's Middags eten we rijst en daarna is het uitrusten op een matrasje in de schaduw. Ik maak nog een korte wandeling tot bij een heel mooie kloof waarin een riviertje stroomt. Er staan hier ook wat struiken en bomen en dat maakt het hier aangenaam toeven. Kinderen komen hier spelen en de vrouwen doen er de was. Tegen zonsondergang trek ik naar de rand van de falaise waar je een mooie blik kan werpen over de dorpen die zo'n 200 meter lager gelegen liggen. Wanneer ik terugkeer naar het kampement is er duidelijk meer volk toegekomen. Ik eet samen het avondmaal met twee franse meisjes. Zij hebben een cassetterecorder bij waarmee je ook kan opnemen. Ze vragen aan de gidsen of ze niet een liedje willen zingen. Na wat aarzelen komt hun zangtalent boven en het is heel leuk wanneer ze hun eigen zangkunsten terug kunnen horen. Een oudere man uit het dorp komt ook een kijkje nemen. Hij zegt dat hij één van de voorzangers is van het dorp. Bij feesten zingt hij ook liederen en hij wil zijn kunsten ook wel eens laten registreren. Plots komt er nog meer volk rond ons tafeltje staan en de eerste danspasjes blijven niet lang meer uit. Al vlug komen er enkele tamtams en kalebassen boven en het feestje kan beginnen. Al zingend en dansend hebben we een mooie avond. Het is zaterdagavond voor iets hé.


Zondag 17 november


Ik heb redelijk goed geslapen onder de blote hemel tot ik om 5u gewekt wordt door het kraaien van de hanen. Na het ontbijt bestaande uit een soort smoutebollen trekken we verder bovenop de falaise. Overal worden kleine veldjes bewerkt en het belangrijkste werk bestaat uit het water geven van de plantjes. Het is een aangename tocht met veel afwisseling. Soms loop je over vlakke stukken rots, dan moet je weer door prachtige kloven heen. We dalen door zo'n mooie kloof naar beneden tot onderaan de falaise en dan is het nog een klein stukje stappen tot Nombouri waar we rond de middag aankomen. Na wat rusten en iets eten, kaart ik met de mannen van het kampement. Wanner ze plots te horen krijgen dat er nog twee gasten op komst zijn wordt het spel direct gestopt en worden tafel en stoelen netjes geplaatst om de gasten te verwelkomen. Nog vlug een doek over de tafel en daar zijn ze. Het zijn twee meisjes uit Spanje. Was het omdat de gasten van het andere geslacht waren dat er plots veel aandacht aan het onthaal geschonken werd? Met Alfa maak ik nog een verkenningstocht en we lopen tot bij de hoger gelegen huisjes aan de wand van de falaise. Hier zou nog een Hogon moeten wonen. Een Hogon is een man die mediteert voor de gemeenschap en er ook van leeft. Hij komt nooit nog in het dorp en blijft in zijn verblijfplaats zitten. Mensen komen hem raad vragen. Er zouden nog maar twee mannen in de Dogon zijn die die functie hebben. Verder zijn er nog enkele nep Hogon die de functie van Hogon zogezegd uitvoeren enkel wanneer er toeristen zijn. Na het bezoek gaan we van op een rots nog genieten van de zonsondergang. Na het nemen van een douche, wat hier een emmer met water en een potje is, krijgen we kip met rijst als avondmaal. Alfa vertelt over zichzelf en over hoe bang hij is in het donker. Alleen in de zandduinen of in de brousse slapen, dat durft hij niet want er zijn hier vreemde monsters, Genido genaamd, en die komen op je af en kunnen je meenemen. Bij een groep mensen durft hij wel te slapen want dan is de kans veel kleiner dat ze jou eruit pikken. Met die verhalen in mijn hoofd kruip ik maar op het dak om nog te genieten van de sterren en de maan.


Maandag 18 november


Ik bekijk de zonsopgang van op het dak waarna ik via een boomstam, die hier en daar uitgekapt is, naar beneden klauter. Als ontbijt krijgen we terug de smoutebollen met confituur of suiker en dan vertrekken we naar het 8km verder gelegen dorpje Tirelli omdat daar de siësta gepland is. Het wordt een mooie tocht met links van ons de falaise en rechts de zandduinen. Ertussen ligt een redelijk groene zone met veldjes en waar in de regentijd zelfs een riviertje doorvloeit. Nu staat het droog en bestaat de bodem uit los zand. We proberen de bodem te volgen maar het stapt erg moeilijk en daarom prefereren we het gewone wegeltje dat naast de rivier loopt. Het is wat omweg maar het gaat in ieder geval sneller. In Tirelli krijg ik van Alfa wat uitleg over de Dogon. Het is een verzamelnaam voor een gemeenschap van circa 300.000 zielen die in stamverband over enkele honderden dorpen verspreid het district Bandiagara in Centraal-Oost-Mali bewonen. Ze bestaan uit 63 verschillende families met elk hun eigen naam. De pittoreske bouw en ligging van hun dorpen, gelegen aan de voet van een steile rotswand 'de falaise' die in noordoost-zuidwestelijke richting parallel met de rivier de Niger loopt, en hun boeiende systeem van mythen, rituelen en primitieve kunst hebben sinds de jaren '30 de aandacht van zowel antropologen, etnologen, kunstliefhebbers als nu ook in toenemende mate van toeristen getrokken. Ze hebben indrukwekkende maskers en spectaculaire maskerdansen. En alzo gaat de tijd voorbij en is het reeds laat in de namiddag wanneer we weer op stap gaan. We lopen verder naar Irelli, een ander dorp. Onderweg passeren we een markt, maar het is meer een plaats waar de vrouwen hun zelfgemaakt bier komen verkopen. Het bier is gemaakt van meel en moet liefst zo snel mogelijk geconsumeerd worden. Erg lekker vind ik het niet in tegenstelling tot de meeste mannen hier. Van de 50 man die hier op het marktje rondlopen zijn er zeker 20 dronken. Ondertussen is het al goed donker en moeten we nog bijna een half uur stappen tot Irelli. Gelukkig is het volle maan waardoor we nog goed de weg kunnen onderscheiden. Aangekomen in het kampement ga ik na de maaltijd en een douche vroeg slapen want we hebben er toch bijna 20 km opzitten.


Dinsdag 19 november


De wind maakte het redelijk fris vannacht en voor zonsopgang ben ik het dak af om foto's te nemen van de omgeving van het dorp. Na het ontbijt, bestaande uit alweer smoutebollen, verkennen we nog even het dorp. In de dorpen heb je overal mooie afdakjes van hout waar de oudere mannen komen om te praten en eventueel te vergaderen. Hier in Irelli staat het mooiste exemplaar van zo'n rustplaats. Momenteel zijn de mannen hem met leem aan het bijwerken. We vertrekken dan verder naar onze laatste slaapplaats. Erg ver is het niet want reeds rond 10u zijn we er. Ik vind het nog wat vroeg voor een siësta en maak daarom een klim tot op het plateau van de falaise. Van hieruit heb je een mooi vergezicht over de streek. Er komen hier merkelijk meer toeristen want enkele verkopers hebben hun waar op de rotsen tentoongesteld. Meestal vertrekken de toeristen voor een wandeling vanaf Sangha, op de plateau en wandelen ze de falaise af tot beneden aan het dorp. Daar worden ze dan terug opgepikt door de chauffeur van hun wagen. Op mijn wandeling mag ik niet van het pad afwijken is mij duidelijk gezegd. De reden ervoor is dat er veel verboden en heilige plaatsen zijn en die mag je zeker niet betreden. Ook mogen er op bepaalde plaatsen en huizen enkel bevoegde personen komen. Ik hou me dus strikt aan de regels en rond de middag ben ik terug in het hotel voor het middagmaal en de daarbij horende rustperiode. Tijdens het avondmaal schuift een Frans koppel mee aan tafel. Zij hebben 25 jaar geleden gewoond en gewerkt in Afrika en nu komen ze terug om eens te vergelijken wat en hoeveel er al veranderd is. Ze merken op dat in de grote steden er wel degelijk veel verandering is. Veel meer bromfietsen en ook de GSM doet zijn opmars daar. In de dorpen echter is het leven nog steeds zoals toen. Alhoewel er nu ook al hier en daar elektriciteit begint te komen zie je ze nog steeds het veld bewerken met dezelfde werkmiddelen als 25 jaar geleden. Bij volle maan en met een pintje genieten we nog van de sterrenhemel alvorens we onder de dekens kruipen.


Woensdag 20 november


Na het ontbijt is het klimmen naar de top van de falaise om bij het dorpje Sangha te komen. Daar moeten we een Taxibrousse zien te vinden. Er staan ergens twee privé-auto's in de schaduw onder een boom die je kan afhuren, maar dat is me wat te duur. Het wachten duurt wel lang en tegen de middag is hier nog maar weinig verkeer gepasseerd. Ik denk een vrachtwagen die hier ter plaatse wat grond vervoerd en een privé-wagen. Ik vraag aan de gids om wat brood en wat sardientjes te gaan halen zodat we toch iets kunnen eten. We kaarten wat om de tijd te doden en het wordt steeds later. Ik ben benieuwd of we hier weg gaan geraken vandaag. In de late namiddag beslist Alfa om naar Bandiagara te bellen waar hij iemand kent die met een auto ons kan komen oppikken. Je moet wel weten dat Bandiagara zo'n 60 km verder ligt en dat de weg niet ideaal is. Wanneer de afspraken gemaakt zijn passeert natuurlijk juist een taxibrousse. We laten hem dan maar rijden omdat onze auto toch al onderweg is. Rond 16u30 komt er een mercedes aangereden en dat blijkt onze wagen te zijn. Er ontstaat een hele discussie omdat er plots nog twee mensen willen meerijden. Blijkbaar was dat afgesproken tijdens het telefoneren. Over de prijs hebben ze het toen niet gehad denk ik want de extra medereizigers willen niet de volle pot betalen. Na veel geroep en getier, begeleid door het nodige publiek, komen ze een beetje overeen en kunnen we vertrekken. In de auto gaat de discussie eigenlijk gewoon verder. De weg is in slechte staat en af en toe raakt de wagen de grond. Maar het landschap is bezaaid met rotsen en dat maakt de rit toch nog mooi. Rond 18u wordt het donker en moet de chauffeur gaan bidden, waarna hij in één keer een liter water uitdrinkt. Hij volgt de ramadan strikt en dus mag hij overdag ook niet drinken. Ik zou het hier niet lang uithouden zonder water. Rond 19u zijn we in Bandiagara waar we direct een restaurantje binnenspringen voor een spaghetti. Daarna trek ik naar een hotelletje, neem een douche en pak mijn matras uit de kamer om op het dak te gaan slapen. In de kamer is het namelijk veel te warm.


Donderdag 21 november


Om 6u ben ik mijn bed uit om tegen 6u30 bij het busstation te zijn. Ik moet terug richting Bankass want daar moet ik mijn spullen terug ophalen. Er staat een busje klaar dat die richting opmoet maar het aantal klanten is nog onvoldoende. Men moet namelijk een vol busje hebben alvorens men vertrekt. Aan een kraampje kan ik ontbijt krijgen bestaande uit koffie met melk en brood met mayonaise. Om 9u is er nog niet genoeg volk voor het busje en wordt overgeschakeld op een jeep. Een uurtje later heeft men genoeg passagiers om die te vullen en kunnen we vertrekken. De weg is een piste maar ze is van goeie kwaliteit. Het is een mooie tocht met soms erg steile afdalingen. Er staat zelfs een bordje van 16% langs de weg. We komen ook veel volk te voet of met de ezel tegen. Het zijn mensen die naar de vijfdaagse markt gaan in het nabije dorp. Tegen 11u ben ik terug in Bankass, maar de temperatuur is al veel te hoog gestegen om nu nog de terugweg aan te vatten met de fiets. Dus wordt het wat rusten, eten en de fiets op mijn gemakje terug klaar maken. Iets over 15u is het nog steeds heel warm maar ik vertrek toch maar naar Bandiagara anders vrees ik dat ik in het donker moet rijden en dat is iets wat ik liever niet doe. De eerste 12 km daalt het een beetje, dus dat valt heel goed mee. Daarna begint de 5 km lange beklimming van de falaise en dat is even afzien. Toch lukt het me zonder al te veel af te stappen om tot boven te geraken. Nu nog 30 km redelijk vlak en we zijn er. Toch verlopen die laatste kilometers ook niet zonder problemen want ik hoor een vreemd geluid aan mijn fiets en na een grondige inspectie merk ik dat het aanhechtingspunt van de bagagedrager aan het kader afgebroken is. Met wat ijzerdraad en wat bandjes is de zaak voorlopig opgelost en zo ben ik nog voor het donder in de Auberge. 's Avonds maak ik bij een pintje nog kennis met een Fransman die af en toe wat werkt om te reizen. Hij is goochelaar met kaarten en doet wat met getrukeerde hypnose. Ook zijn vrouw in twee zagen is een nummertje. Hij treedt af en toe eens op en voor de rest gaat hij op verlof.


Vrijdag 22 november


Rond 6u30 zit ik weer op de fiets richting Sevaré. Daar aangekomen neem ik mijn intrek in de mission Catholique. Voor 5000 CFA heb je daar een kamer met douche en ventilator. Daarna fiets ik tot Mopti waar ik een bank ga zoeken want ik wil vandaag nog geld wisselen. De eerste bank die ik aandoe wisselt niets en de tweede bank wisselt enkel cash Euro"s. Gelukkig heb ik die nog en kom ik aan het nodige geld. Ik ga informeren voor de grote passagiersboot richting Gao maar die is gisteren vertrokken en de volgende vaart pas af begin december. Ik ga dan maar eerst mijn honger stillen in een restaurant. De tuin zit vol mensen maar die komen blijkbaar niet om te eten maar voor een bijeenkomst. Gisteren is er blijkbaar iets onwettig gebeurd in de stad. Wat, weet ik niet, maar het is in ieder geval de gouverneur die de gemoederen moet bedaren en alles moet komen regelen. Er is veel discussie, veel lawaai en geroep maar uiteindelijk komt er toch handgeklap. Het zal dus wel geregeld zijn. Ik informeer naar een pinasse richting Timboektoe. Dat is een langwerpige boot die dienst doet als bus en waar men dus ongelooflijk veel bagage en mensen mee vervoert. Voor 25000 CFA kan ik morgen mee zegt men mij. Nog iets drinken en dan keer ik terug naar Sevaré voor mijn avondmaal en mijn bed.


Zaterdag 23 november


Vandaag slaap ik een beetje uit, neem een ontbijt bij een straatstalletje en dan is het inpakken voor de tocht op de boot. Ik moet mijn bagage wat verdelen want ik ben niet van plan om alles mee te nemen. Plots merk ik dat ik een geheugenkaartje van mijn fototoestel kwijt ben. Er staan zeker al 600 foto's op en ik weet dat ik gisteren in mijn kamer te Bandiagara nog naar die foto's gekeken heb. Ik doorzoek nog eens mijn bagage maar dat levert niets op. Een telefoonnummer van de auberge kan men mij nergens meedelen dus een simpel telefoontje kan ik ook niet plegen en ik besluit, na nog enkele zoektochten door mijn pakken, om maar terug te keren naar Bandiagara. Bij het busstation zoek ik een taxibrousse maar er zijn nog een 8-tal passagiers te weinig. Ik betaal dan maar voor 8 personen want hoe sneller ik weg ben, hoe beter. Voor 13000 CFA kan ik heen en terug, dus dat valt al mee voor zo'n 120 km. Aangekomen in Bandiagara blijkt de kamer van de auberge bezet te zijn door andere mensen. Gisteren hebben ze tijdens de opkuis in ieder geval niets gevonden. De mensen die vandaag de kamer bezetten zijn op dagtocht en dus kunnen ze pas vanavond de kamer binnen. Ik vraag hen om vanavond dan eens goed te kijken en de vondst dan op te sturen naar het hotel in Mopti. Na mijn tocht met de boot kan ik het dan terug oppikken. Met de taxibrousse keer ik terug naar Sevaré. Onderweg wordt nog een ganse lading hout op het dak gestapeld en reizen er nog een heleboel vrouwen mee die naar de markt moeten met hun verkoopwaar. In Sevaré neem ik de fiets naar Mopti want ik moet om 13u op de afspraak zijn voor mijn bootticket. Eigenlijk ben ik van al dat gedoe met mijn verloren kaartje wel een beetje overspannen en ik denk eraan om deze dag nog te rusten en pas morgen te vertrekken. Bij de afspraak krijg ik het geregeld dat ik morgen kan vertrekken maar dat ik nu mijn ticket al moet kopen en dat doe ik dan maar gauw. Ik neem in Mopti ook een onderdak bij de mission Catholique, vlak bij de haven en ga in een restaurant wat rijst met saus eten. Daarna keer ik toch nog even mijn bagage binnenste buiten en wonder boven wonder vind ik het zoekgeraakte kaartje. Al het hectische gedoe van vanmorgen is dus voor niets geweest. Ik ga dan maar wat bekomen van de emotie in een bar aan de haven. Tegen de avond maak ik nog een wandeling langs de haven en de marktjes. Het is echt de moeite om het dagelijkse leven hier gade te slaan. Ook het oude gedeelte van Mopti met zijn moskee is de moeite waard. 's Avonds ga ik nog eens goed eten want morgen zit ik voor twee dagen op de boot.


Zondag 24 november


Het gaat precies iets minder met mijn maag want ik ben al enkele keren snel naar het toilet moeten lopen. Ik doe nog wat inkopen, ga nog eens lekker eten en breng de overtollige bagage naar de receptie. Mijn fiets maak ik vast aan een paal op de binnenkoer van de missiepost. Tegen 13u ga ik terug naar de kade maar groot is mijn verwondering wanneer ik niemand kan vinden van de personen waarmee ik gisteren het ticket geregeld heb. Ik heb me gisteren een beetje laten overdonderen na die spanning van het verloren geheugenkaartje en heb blijkbaar een ongeldig ticket gekocht. Er is vandaag zelfs helemaal geen pinasse naar Timboektoe. Het zal me leren om overhaast te betalen en me niet goed te informeren. Ik kom een gids tegen en die vertelt me dat het verkopen van ongeldige bewijzen wel meer gebeurt. Hij zal rondkijken of er geen andere mogelijkheid bestaat om in Timboektoe te geraken. Rond 15u komt hij mij vertellen dat er een 4x4 vertrekt en dat ik daar mee mee kan. Vlug mijn spullen pakken en met de taxi naar de vertrekplaats. Daar eerst nog wat palaveren en over de prijs onderhandelen. Na de nodige inkopen gedaan te hebben vertrekken we rond 16u30 met 13 personen in de jeep. Drie personen voorin, vier op de tweede bank en op de twee zijbankjes in de koffer ook nog telkens drie personen. Tot Douentza is de weg geasfalteerd en daar wordt ook een serieuze stop gehouden. Hier verzamelen ook nog andere jeeps die dezelfde route gaan nemen. Rond 20u vertrekken we terug en wordt het piste rijden. Dat valt ook nog goed mee maar vanaf een dorp bij het Niangay meer, begint het zand en de steppe. Er is geen duidelijke weg meer te vinden maar verschillende paden. Het zijn van die zandwegen die door de steppe lopen. Soms vraag je je af hoe ze de juiste weg kunnen vinden, zeker wanneer je weet dat het inmiddels al goed donker is. In een klein dorpje wordt nog een stop gehouden en verzamelen voor het laatst de andere jeeps die naar Timboektoe rijden. Vanaf hier is het ieder zijn eigen weg. Onze jeep moet zich regelmatig op vier wielen trekken om zich een weg te banen door het zand. Het landschap wordt ook steeds droger met minder begroeiing en nog meer zand. Ik vind de tocht in ieder geval een heuse ervaring.


Maandag 25 november


We zijn nog steeds onderweg met de jeep maar rond 2u 's nachts houden we halt aan de oever van de Niger. Hier is een veerpont maar daarvoor moeten we wachten tot morgenvroeg. Voor een dutje installeer ik me met mijn slaapmatje naast de auto en ondertussen komen er nog andere wagens aan die ook moeten wachten voor de overtocht. Mijn slaapplaats is blijkbaar niet goed gekozen want op één meter van mij beginnen ze thee te zetten waarna ze met veel gesmak en geslurp beginnen te eten en dat blijft zo de ganse nacht door. Veel slaap heb ik dus niet gehad. Rond 6u30 kunnen we de veerboot op en eens aan wal is het nog 5 km tot de legendarische stad. Ik heb ondertussen kennis gemaakt met een jonge man in de auto die een hele hoop schoenen, kleren en juwelen is gaan kopen in Mopti en Bamako en er nu mee naar huis trekt om te verkopen. Hij zegt dat het mogelijk is om bij zijn ouders te logeren. Ik neem de uitnodiging aan omdat de hotels hier nogal duur zijn. Hij woont samen met zijn familie in een redelijk groot huis waar zelfs een stenen vloer in ligt. De ouders hebben tien kinderen en er lopen ook nog enkele hulpjes rond. Ik neem plaats op een matje in de woonkamer en er wordt me koffie aangeboden. Ik rust nog een beetje maar dat is van korte duur want de koopwaar die de zoon heeft meegebracht wordt tentoon gesteld en het huis loopt vol met mensen die eens komen kijken of er voor hen geen koopje bijzit. Iets na de middag keert de rust terug. Ik lees nog wat en daarna ga ik een wandeling maken door de stad. Het centrum is een wirwar van kleine straatjes waar op verschillende plaatsen een bakoven staat waarmee men brood bakt. Hier en daar komt een Touareg zijn koopwaar aanbieden. De verkoop aan toeristen is voor hen een vorm van inkomsten. Echt proper is de stad niet want de riool loopt gewoon over het midden van de straat en afval kiepert men ook gewoon over het muurtje de straat op. Er is een marktje met wat etenswaren waar niet echt veel te vinden is en er is een iets grotere markt met kleren en siervoorwerpen. Ik ontmoet drie Nederlanders, Anthon, Gerd-Jan en Ime. Ze hebben via Malinese vrienden een gids geboekt die met hen veertien dagen door Mali trekt. Bij een biertje maken we kennis. Ze vertrekken morgen met een toeristen-pinasse terug naar Mopti. Ik keer terug naar mijn familie en ik krijg als avondmaal vis met brood. Het brood smaakt echt naar zand maar toch valt het goed mee. De man van de familie is directeur bij het radiostation van de stad. Ik beloof morgen met hem eens naar zijn werk te gaan voor een bezoek. We zitten buiten op het eerste verdiep van het huis en boven ons voltrekt zich een mooie sterrenhemel. Er komt nog wat familie op bezoek die natuurlijk nieuwsgierig naar mij zijn. Na een rustige avond wijst men mij een kamer aan waar ik mag slapen. Aan de posters te zien moet het een kamer van één van de dochters zijn.


Dinsdag 26 november


Ik heb een goeie nacht gehad en om 6u30 ben ik mijn bed uit. Iedereen slaapt hier nog maar ik ga toch al een wandeling maken. De ochtendzon en het stof geven de stad een speciale sfeer. Ik wandel tot aan de rand van de stad waar de echte woestijn begint. Hier zijn enkele touaregkampen gevestigd. De mensen leven hier echt met het minimum. Langzaam zie je hen ontwaken en ik geniet van de ochtendsfeer. Erg groot is de stad niet. Er wonen zo'n 25000 mensen en je hebt alles snel gezien. Ik speel met het idee om eens te informeren bij de Nederlanders of ik niet met hun boot mee terug kan naar Mopti. Via een gidsje vind ik het huis waar ze logeren en na bespreking met hun gids kan ik mee voor 30000 CFA. Een tent en eten zijn inbegrepen. Ik moet om 10u klaar zijn dus heb ik nog wel even de tijd. Ik keer terug naar mijn familie voor brood met een uiensaus als ontbijt. Daarna ga ik met de vader naar het radiostation voor een bezoekje. Veel indruk maakt het niet want buiten een bureau, twee cassetterecorders, twee microfonen, en een mengtafel is er niet veel te zien. Op de terugweg spring ik nog het postkantoor binnen voor een stempel van Timboektoe. Wanneer je in deze legendarische stad bent, is het een leuk hebbedingetje voor in je paspoort. De beroemde 14eeuwse Djingerehbermoskee, de oudste moskee van West-Afrika is de enige moskee waar je als toerist binnen mag en dat is dan ook een bezoekje waard. Na mijn bagage opgehaald te hebben neem ik samen met de Nederlanders, hun gids en nog een Amerikaans koppel de taxi naar de haven. Hier ligt onze pinasse waar we vier dagen op zullen verblijven. Na de nodige inkopen vertrekken we rond 11u30. De pinasse is een langwerpige boot met een viertal bankjes achter elkaar waarboven een dak zit. Verder is er achteraan een WC, eigenlijk een gat boven het water, een motor en een plaats om te koken. Vooraan ligt een vat met benzine en daarnaast hebben ze een geit geplaatst. Deze is niet voorzien om door ons opgegeten te worden maar wij bombarderen ze wel als onze mascotte. We varen met een goeie 10 km per uur langs kleine dorpjes, vissers en rijstvelden met in de buurt mooie vogeltjes. De zon is niet al te hevig zodat het echt aangenaam toeven is op onze boot. Rond 17u leggen we aan in de buurt van een zandduin waar we onze tenten opslaan. Een bad nemen we door ons in te zepen en in de Niger te zwemmen. Onze kapitein maakt geit met rijst klaar. Neen, het is niet onze geit! Verder brengen een fles whisky en wat flesjes cola onze avond tot een goed einde.


Woensdag 27 november


Rond 6u30 zijn we wakker. Na een opfrisbeurt in de Niger breken we onze tentjes af en varen weer verder. Rond 9u30 houden we een stop van een uurtje in Diré. Er moeten wat inkopen gedaan worden om het avondmaal klaar te maken. Er is een marktje maar vandaag is het aanbod eerder mager. Voor het eerst zie ik ook een vuilniskar rondrijden. Een ezel trekt een kar voort waar iemand het vuil opschept. Waar dat dan naartoe gaat is me wel een raadsel. Waarschijnlijk tot iets buiten het dorp. Terug aan boord krijgen we als middagmaal aardappelen met vis in een sausje. Verder verloopt de namiddag heel rustig. De omgeving wordt iets groener en af en toe vind je ook al boompjes in plaats van droge struiken. Wanneer het bijna donker is zijn we in Niafunké. Het is het geboortedorp van Ali Farka Touré. Hij heeft hier een hotel en we gaan eens een kijkje nemen of we daar niet kunnen overnachten. Alle kamers zijn reeds gereserveerd voor een Franse en een Amerikaanse groep toeristen en er kan ons enkel een zaaltje aangeboden worden. Dan verkiezen we toch liever onze tentjes aan de oever van de Niger. We drinken er wel een biertje en keren terug naar de boot voor het avondmaal en richten onze tentjes in. Daarna keren we terug naar het hotel waar een plaatselijk muziekgroepje speelt op een rampzalige installatie. Het zijn waarschijnlijk leerlingen van hem geweest want ze spelen volgens zijn stijl. We hebben schrik dat ons alcoholpeil te laag geraakt en drinken uit noodzaak enkele biertjes. Ondertussen wordt er zelfs gedanst maar na een uurtje is de pret over en stoppen de muzikanten. Is er teveel nachtlawaai of zijn hun nummers op? We weten het niet! Plots komt de enige echte Ali Farka Touré binnen met achter zich zijn enige roadie die zijn gitaar bij heeft. Spelen komt er spijtig genoeg niet van aangezien hij gewoon iets komt drinken met enkele mensen. We geraken zelf ook nog even aan de praat met hem. België kent hij nog van het bluesfestival van Peer waar hij nog gespeeld heeft. Ook Breendonk, men eigen dorp, kent hij maar dat zal wel een beetje gelogen zijn.


Donderdag 28 november


Voor 5u moeten we ons bed uit om snel alles in te pakken en te vertrekken want vandaag hebben we een lange tocht voor de boeg. Tijdens het varen krijgen we ontbijt bestaande uit brood en confituur en later op de dag is er spaghetti als middagmaal. Iets na de middag stoppen we even aan een dorpje om nog wat inkopen te doen. Direct zijn we omsingeld door kinderen die een cadeau of een bic vragen. We geven hun lege plastic flessen van het water en daar zijn ze blijkbaar ook blij mee. Dienen die flessen nu om mee te spelen of is het een gebruiksvoorwerp? Waarschijnlijk zijn beide mogelijkheden even groot. De kinderen drinken hier ook gewoon het water van de rivier terwijl 20 meter verder de afwas gedaan wordt en in de buurt ook nog geürineerd wordt. De gids heeft ondertussen onderhandeld om een kip te kopen maar het grappige is dat ze die nog moeten vangen. Dus zie je wel 20 jongeren van links naar rechts hollen achter die kip. Blijkbaar hadden ze hier maar één kip te veel en zodoende wordt in het volgende dorp terug gestopt en kan het verhaaltje van het rennen achter een kip terug beginnen. We slaan nog wat brood en houtskool in en we kunnen weer verder varen. De Niger wordt op een bepaalde plaats een groot meer waar we moeten overvaren. De omgeving is nu al heel wat groener en stilaan komen we bij onze volgende slaapplaats. Vandaag is het geen zandheuvel maar een keiharde droge vlakte met wat struikgewas. Ongeveer 20 meter verder slaapt ook nog een schaapsherder met zijn kudde en enkele honderden meters van ons vandaan ligt ook een klein dorpje. De muggen op dit plaatsje zijn niet te tellen en een ander kwalijk diertje is een soort van klein motje. Tijdens het eten zitten ze constant op de rijst en het is dan onvermijdelijk dat er af en toe eentje mee binnenglipt. Veel vitaminen zullen ze wel niet geven en kwaad zal het ook wel niet kunnen. Na het eten vluchten we snel voor die diertjes in onze tent. We spelen nog een spelletje "ik ga op reis en neem mee…" en wat opvalt is dat er tijdens dat spelletje veel muggenmelk, lariam, muskietennetten en andere insectenwerende middelen meegenomen worden. Uiteindelijk vallen we tussen het gezoem van de muggen in slaap.


Vrijdag 29 november


Ik denk dat er toch een mug in onze tent heeft gelogeerd vannacht want mijn voeten staan vol beten. Hopelijk zijn het niet alleen muggenbeten. Om 6u30 zitten we weer op ons bootje. De geit en de kippen zijn ook weer van de partij. We moeten vandaag tot Mopti geraken en dat is toch zo'n 70 km verder. De rivier wordt ook breder maar dus ook iets minder diep. Overal zijn zandbanken en af en toe zie je zelfs een eilandje van zand. We lopen natuurlijk eens vast op zo'n zandbank. Dus even uit de boot stappen en wat duwen. We passeren verschillende Bozovissers die in hun bootje hun dagelijkse portie vis proberen te vangen. We stoppen terug in een dorpje voor houtskool. Langs de waterkant staat een wasmachine bestaande uit wel 30 vrouwen en kinderen. En het draait op volle toeren. De houtskool komt van pas om een vuurtje te maken voor het middagmaal. De twee kippen moeten eraan geloven. Samen met zoete aardappelen smaakt het lekker. Iets na het middagmaal begint de motor te sputteren en geraken we zonder benzine. Geen probleem denkt men dan want we zijn toch vlak bij een dorpje en daar kan je dat wel kopen. En het klopt nog ook, alleen moeten we wachten tot de verkoper terug is van de moskee waar hij naar toe was voor zijn wekelijks gebed. Rond 16u meren we tenslotte aan in Mopti. Hoog tijd voor een wasje en een plasje. Daarna koffie met brood, kaas en confituur. De avond wordt afgesloten met een biertje in bar Tam Tam samen met de drie Nederlanders.


Zaterdag 30 november


Uitgeslapen tot 6u30 waarna een gebakken ei met brood als ontbijt volgt. Ik wil nog eens de fiets op en vertrek voor een tochtje langs het oude stadsgedeelte tot aan het platte land. Eigenlijk is de weg een soort dijk die enkele dorpjes verbindt. De velden zijn beplant met rijst en de bevloeiing gebeurt door het water van de Niger. Na een goeie 10 km vraag ik aan een fietser die zijn band staat te plakken of er geen weg is die uitkomt op de hoofdweg naar Sevaré. Die is er en hij moet ook die richting uit dus volg ik hem over de dijk. Volgens mij kan hij nog niet lang met de fiets rijden want hij schuift regelmatig van de trappers en wanneer hij moet stoppen valt hij bijna van de fiets. Met vallen en opstaan geraken we tot bij de hoofdweg waar ik de richting Sevaré kies. Van daaruit gaat het terug richting Mopti waar ik de namiddag doorbreng op het terras van Bar Bozo. Ik maak kennis met een Engelsman die voor een jaar door Afrika trekt. Hij werkte bij de BBC en ging over deze trip een boek schrijven. Hij was een beetje depressief van de Lariam en daarom kwam hij een pintje drinken. Nog een wandeling door de haven met zijn opslagplaatsen doet mijn laatste avond Mopti afsluiten.


Zondag 1 december


Om 6u30 ben ik met de fiets bij het busstation. Aan een tafeltje koop ik mijn ticket. Er staat al veel volk naast de bus maar er zit nog niemand in. Alle soorten en maten van bagage worden aangebracht en het is een druk heen en weer geloop. Plots begint iemand namen af te roepen en worden de mensen verdeeld over twee bussen. Het is net zoals in de school: namen afroepen, antwoorden en op je plaats gaan zitten. Rond 8u bollen we Mopti buiten en een 2u later ben ik aan de afslag met Djenné. Van daaruit is het nog een goeie 20 km fietsen tot aan een overzet, zo'n 5 km voor de stad. Daar kom ik een gids tegen die zegt dat het mogelijk is om in zijn huis te slapen. Ik sta toe om er een kijkje te nemen en hij rijdt me voor op een bromfiets. Het is een klein huisje aan de rand van de stad en er is een simpele kamer vrij. Ik aanvaard het aanbod om hier mijn tijdelijk verblijf van te maken. De grote attractie van de stad is de grote lemen moskee en die wil ik wel even gaan opzoeken. In de buurt ga ik eerst iets eten in bar Chez Baba en regel daar met een gids een rondwandeling door de stad. We beklimmen enkele daken van gebouwen voor een mooi overzicht over de stad en bezoeken enkele ateliers waar doeken en juwelen gemaakt worden. Uiteraard worden die producten ook te koop aangeboden. We beklimmen nog een terras dat uitzicht geeft over het marktplein en de moskee en genieten van de zonsondergang. Momenteel is het vrij rustig op het plein maar dat zou morgen wel eens anders kunnen zijn want dan is het marktdag. Terug bij mijn thuis eet ik brood met kaas en een soort ronde versgebakken koekjes.


Maandag 2 december


Om een ochtendwandeling door de stad te maken kom ik om 7u mijn bed uit. Djenné is een wirwar van kleine straatjes waar je af en toe moet opletten voor de open riool. Langs de waterkant heeft men tuintjes gemaakt waar de mensen hun noodzakelijke groentjes proberen te kweken. Langzaam komt de stad tot leven en ook op het marktplein is er actie. Men steekt stokken in de grond om zeilen over te spannen die moeten beschermen tegen de zon. Koopwaar wordt uitgestald, karretjes met vis, vlees, groenten, ijzerwerk en plastiek rijden af en aan. Ik neem een ontbijt in een restaurantje en de rest van de voormiddag breng ik door op de markt met kijken, genieten, drinken en foto's nemen. De namiddag wordt relaxen op het terras bij Chez Baba. Ik ontmoet een ouder koppel uit Frankrijk dat hier aan de universiteit gewerkt heeft en nu een tocht van 10 dagen door Mali maakt. Zopas hebben ze ook een wandeling door de stad gemaakt met een gids en het is wel grappig om zien wanneer ze die zijn adres vragen. Papier heeft de gids zelf, maar een balpen kan hij best gebruiken. Hij schrijft dan met die balpen zogezegd op het papier zijn adres maar in werkelijkheid staat het er al op geschreven. Ongelooflijk toch hoe ze willen verdoezelen dat ze niet kunnen schrijven of lezen. Er is hier dus nog toekomst in de scholen. Wanneer de hitte minder hevig is maak ik nog een wandeling langs de wal van de stad. Djenné is eigenlijk een stadje op een eiland. Ik zie de mensen van de markt stilaan de stad uittrekken. Paard en kar, maar ook fietsen, zijn volgeladen met goederen waarmee ze huiswaarts keren. Ik ontmoet nog een meisje waarmee ik aan de praat geraak en ik moet even mee naar haar familie en het huis waar ze wonen. Het is heel wat beter dan mijn logeerplaats. Ik sta natuurlijk in het midden van de belangstelling en krijg de nodige vragen voorgeschoteld over Europa, mijn land en mijn werk. Als afscheid moet er ook nog een foto genomen worden die ik later kan opsturen. Ik maak nog een afscheidswandeling en verorber een avondmaal van couscous met vis.


Dinsdag 3 december


Ik heb niet zo goed geslapen wanneer ik om 6u mijn bed uit kom. Er was nogal veel lawaai vannacht, vooral in de kamer van enkele jonge gasten recht tegenover mijn kamer. Ik denk dat ze een feestje gehad hebben. Na een klein ontbijt spring ik terug de fiets op tot aan de overzet. Het ponton voor de auto's werkt nog niet maar een piroque brengt mij naar de overkant waar ik verder fiets tot de hoofdweg van Mopti naar Bamako. Daar is het wachten op een bus die naar Segou gaat. Iets na 9u heb ik er al één te pakken en voor 5000 CFA mag ik met mijn fiets mee. Tijdens de rit valt het op dat de omgeving steeds groener wordt. Er groeien meer struiken en ook veel meer bomen. Na een trip van iets meer dan 4u zijn we bij een wegrestaurant in de buurt van Segou. Hier stap ik af om de laatste kilometers al fietsend af te leggen. Ik neem mijn intrek in het redelijk chique hotel Esplanade. Spijtig dat het zwembad nog moet afgewerkt worden want daar zou ik wel van genoten hebben. Na een hapje wil ik geld wisselen in de bank. De eerste bank is gesloten maar aan de overkant van de straat is nog een bank, zelfs met dezelfde naam. Die is nog open maar men werkt er niet meer. De openingsuren zijn namelijk van 8u tot 14u30 maar met de ramadan werkt men maar van 9u tot 11u. Toch gemakkelijk wanneer de werkgever met je godsdienst wil rekening houden! Ik hoop morgen meer succes te hebben en maak een wandeling door de stad gevolgd door een terrasje. Een klein restaurant is het decor voor het avondmaal bestaande uit vis met aardappelpuree. Het was lang geleden dat ik nog zo lekker gegeten had. Als toemaatje neem ik nog een koffie in mijn hotelbar.


Woensdag 4 december


Ik ben heel vroeg wakker doordat mijn maag naar alle richtingen draait. Een bezoek aan het toilet zorgt wel voor opluchting maar de misselijkheid blijft. Ik blijf nog wat soezen tot 7u om vervolgens, na het ontbijt, een fietstochtje te maken door Segou. Er staan hier nog veel oude koloniale huizen uit de Franse tijd. Verschillende van die gebouwen liggen langs de oever van de Niger wat hen nog iets extra meegeeft. Enkel spijtig dat vele van die gebouwen in verval zijn geraakt. Na mijn tocht is het terug tijd om naar de bank te gaan. Het duurt allemaal erg lang en ik moet van het ene bureau naar het andere. De ramadan bepaalt hier waarschijnlijk het tempo. Uiteindelijk heb ik toch mijn geld ingewisseld en kan ik rustig iets gaan eten. Omdat ik me niet al te best voel staat er enkel wat rijst op mijn menu gevolgd door een dutje op mijn slaapkamer. Tegen de avond aan kuis ik mijn fietstassen eens uit en al wat nog eetbaar is geef ik aan enkele vrouwen die met hun gezin in hutjes wonen aan de waterkant. Ik ga een visbrochette eten in hetzelfde restaurantje van gisteren om vervolgens vroeg in mijn bed te kruipen. Ik hoop dat het ziekelijk gevoel zich snel van mij afzet.


Donderdag 5 december


Ik heb niet al te goed geslapen vanwege enkele muggen die op mijn kamer zaten en omdat ik verschillende keren naar het toilet moest. Bij een straatstalletje neem ik brood met omelet als ontbijt en daarna fiets ik naar het busstation. Het is er verdacht rustig maar ik probeer toch te informeren naar een bus richting Bamako. Men vertelt mij echter dat deze busmaatschappij vandaag niet rijdt omdat het een feestdag is. Vanavond is er namelijk het einde van de ramadan te vieren. Men verwijst mij door naar de Somatra busmaatschappij die wel zou rijden. Maar ook daar is het rustig alhoewel men mij verteld dat er om 9u een bus richting Bamako vertrekt. Nog een goed uur wachten dus. Het wachten loont niet echt de moeite want om 9u is er nog altijd niet veel activiteit te merken en zegt men dat het wel eens 11u zou kunnen worden. Iets later hoor ik 12u en er zijn zelfs geruchten van 15u. Er zitten nog twee Engelsen en een Frans koppel te wachten en we denken eraan om een busje af te huren. Maar waar vinden we een busje? Als bij wonder komt er even later een busje het terrein opgereden. Ik wil gaan onderhandelen over de rit en de prijs naar Bamako wanneer er plots beweging aan het loket te merken is. De ticketverkoop is namelijk gestart en dus besluiten we maar om de bus te nemen. Iedereen koopt een ticket en stapt op de bus die klaarstaat. Na een kwartier stapt iedereen terug uit en we krijgen te horen dat men nog 12 personen zoekt om de bus vol te hebben. Er volgt een discussie en even later gebeurt de naamafroepeing en kunnen we de bus op. Het is al middag wanneer we de stad buiten rijden en ik denk dat dit de enige bus is die vandaag uit Segou vertrekt. In Bamako aangekomen neem ik terug mijn intrek in de Mission Catholique. Je voelt je terug al een beetje thuis. Ik neem contact op met de drie Nederlanders waarmee ik de boottocht gedaan heb. Zij logeren bij Joe, een Malinees die ooit nog in Nederland gewoond heeft en we spreken af dat ik bij hen kan komen eten. Ik denk eraan om een fles wijn mee te nemen als cadeau maar men zoektocht haalt niet veel uit. Nergens is nog een winkel open. Om bij Joe te geraken neem ik een minibusje. Dat zijn groene bestelwagens waarin bankjes geplaatst zijn en die een vast traject afleggen door de stad. Ik moet in de omgeving van een hotel zijn en na een kwartiertje rijden zegt de bijrijder van het busje dat ik mag uitstappen en hij wijst mij het hotel aan. Daar aangekomen is het blijkbaar het verkeerde hotel. Een jonge gast op een bromfiets wil mij wel tot bij het juiste hotel brengen en die aanbieding sla ik niet af. Even later ben ik dus bij het juiste adres en bij gebakken bananen met geit en een biertje wisselen we wat verhalen en herinneringen uit. Ik keer 's avonds met een taxi terug naar mijn slaapplaats.


Vrijdag 6 december


Ik heb lekker geslapen vannacht en ga een ontbijt nemen bij hetzelfde restaurantje waar ik meer dan zes weken geleden ook gegeten heb. Daarna maak ik nog een fietstochtje langs de chiquere buitenwijken en dan trek ik naar de artisanale markt want het is tijd om enkele souvenirs te kopen. Het spel van afdingen kan beginnen maar uiteindelijk heb ik toch enkele cadeautjes voor mijn familie. Ik doe nog een terrasje en ga iets eten. De rest van de namiddag breng ik al lezend en rustend door. 's Avonds maak ik een laatste wandeling door de stad en het valt me toch op dat er heel veel contrasten te zien zijn. Op 100 meter van elkaar heb je een fastfood restaurant, wat verder zitten oude mannen aan de straatkant te bedelen, nog iets verder is het voetpad bij een cinema afgesloten door security en nog iets verder zit een kleine jongen in een emmer water. Hij probeert zich namelijk te wassen. In een klein restaurant ga ik vis met rijst eten gevolgd door enkele biertjes in een plaatselijk café. Het is grappig om te zien hoe de vrouwen, in hun beste kleren en met de nodige mascara, tegen een muur zitten en wachten op een consummatie die hen aangeboden wordt door mannen die over hen tegen de andere muur zitten. Ik krijg wat vriendelijke lachjes en beantwoord het gebaar met identiek hetzelfde. Ik ontmoet ook nog een Duitser die ik zes weken geleden ook tegen kwam bij de Mission Catholique en we wisselen onze reiservaringen uit.


Zaterdag 7 december


Na een ontbijt bij een straatstalletje is het tijd om mijn bagage in te pakken. De fiets gaat terug in de doos die ik hier achtergelaten had. Een deel van de bagage gaat ook in die doos. Daarna de stad in voor een frisdrank en wat eten. Ik snuif de sfeer nog eens op van de markt en wandel nog eens langs de grote moskee. Terug bij de missiepost kom ik een Vlaamse zuster tegen die vraagt of ik geen postkaartjes kan meenemen naar België. Het zijn kerst en nieuwjaarsgroeten voor haar familie. Ik ga nog een laatste pintje drinken alvorens de taxi te nemen naar de luchthaven. De taxi had ik vanmiddag besproken in het centrum. Mijn fiets vanachter in de koffer, en dan eerst nog eens gaan tanken alvorens we vertrekken. Op de luchthaven kan ik aan de balie van Air France mijn fiets kwijt. Wanneer ik dan nog een tas met bagage op de transportband leg deelt men mij mee dat ik te veel gewicht bij heb. Men suggereert me om die tas gewoon als handbagage mee te nemen zodat ik onder mijn gewicht blijf. Ik vraag me af wat het verschil voor de vlucht zal zijn wanneer ik de tas als gewone bagage meegeef of ze meeneem als handbagage? Het zal wel Afrikaanse logica zijn zeker! Ik besef echter dat in die tas enkele messen, spuitbussen en fietssleutels zitten en dat ik dat onmogelijk als handbagage kan meenemen. Ik keer dus terug naar de balie met de mededeling dat ik die tas onmogelijk mee kan nemen en deze keer is het dus geen probleem om ze gewoon mee te geven met de gewone bagage. Dan is het wachten op mijn vlucht die zonder problemen verloopt en na de landing in Parijs stap ik op zondagmorgen 8 december over op de Thalys die me naar Brussel brengt. Het jachtige leven van het westen komt me tegemoet en het zal weer aanpassen worden. Gelukkig word ik opgewacht door Marlyn waarbij ik nog wat kan bekomen.

 

©2011 Warre Schelfhout