Warresworld

Vietnam, Laos en Thailand

Zeven weken door drie landen

Vrijdag 22 oktober

De Wim komt mij halen om 9u.15 om mij naar de luchthaven te doen. Eerst nog eens binnenspringen bij ons moeder om goedendag te zeggen. Ik moet nog even naar het toilet, dat is niet van de zenuwen maar van den Duvel van gisteravond. Het is in ieder geval al een goed begin. Op de ring is het weer file en het regent hard, maar we zijn op tijd vertrokken dus geen problemen.
Het eerste vliegtuig dat ik moet nemen is richting Amsterdam. Het is een klein vliegtuig van ongeveer 100 man. Een dertigtal Hollanders die terugkeren van verlof zitten ook op mijn vliegtuig. Voor hen is het gedaan, voor mij daarentegen………Eerst dachten ze dat er een passagier te veel op zat maar na wat telwerk kunnen we toch vertrekken. Tijdens het opstijgen zie ik Breendonk en Ruisbroek liggen. Het doet toch wel iets om afscheid te nemen van de brouwerij, het fort en mijn huis.
In Amsterdam moet ik een nieuwe instapkaart gaan halen en dan nog een uurtje wachten en we zijn weer weg voor de volgende trip richting Hongkong. Tijdens de vlucht nog eens westers eten: aardappelen met vis en een wit wijntje. Nog een blik werpen op de film Wild Wild West en we kunnen wat gaan indommelen.


Zaterdag 23 oktober

Na een ontbijt van rijst landen we rond 8u plaatselijke tijd in Hongkong. Er is een verschil genoteerd van 6u. met België wat betekent dat het daar nog 2u. 's nachts is. Om 10u. heb ik mijn vlucht naar Hanoi. Op deze vlieger is er in elke zetel een videoschermpje ingebouwd zodat ieder voor zich naar een eigen keuze kan kijken of een spelletje vier op een rij kan spelen. Aangekomen in Hanoi is er eerst nog paspoort en bagagecontrole en dan gaat het met een minibusje voor 3 dollar naar het centrum van de stad. Na wat wandelen heb ik een goedkoop hotelletje gevonden en dan is het tijd om de stad te verkennen. Het oude centrum is niet zo eenvoudig ingedeeld. Het zijn allemaal smalle straatjes en steegjes met kleine winkeltjes en restaurantjes en alles lijkt een beetje op elkaar. Uiteindelijk vind ik toch het centrale meer van de stad. Eerst en vooral moet ik een bank zien te vinden om travellercheques te wisselen. In een modern gebouw vind ik wat ik moet hebben en wissel het nodige. Voor 1 dollar krijg ik 13.900 Dong. Dan is het tijd voor een terrasje. Ik betaal bijna 10x te veel. Het waren namelijk briefjes van 50.000 die ik gaf in plaats van 5.000. Daarna de pagode bezocht op het meer en dan wat gaan rusten. Te weinig geslapen op de vlieger,denk ik. Na het dutje is het tijd voor een avondmaal. Biefstuk met frieten op zijn Vietnamees om mijn maag de overgang te laten maken.
En dan naar het waterpoppentheater waar ze met poppen over het water acteren. Echt leuk was het en heel goed gedaan. Onder aan het hotel is een café waar ik nog een koffie ga drinken met een oude Vietnamees en dan is het bedtijd. Om 4u. word ik even wakker van een muis die aan mijn arm zit te snuffelen. Ik hang dan maar het muskietennet rond mijn bed in de hoop dat ze daar niet doorkruipen.


Zondag 24 oktober


Geslapen tot 9u. en dan twee broodjes met kaas en tomaten als ontbijt. Tegenover het hotel huur ik een fiets voor 8000 Dong en dan, hopla de stad in. De eerste stop is de tempel van de literatuur. Er wordt op de binnenplaats live traditionele muziek gespeeld. Daarna gefietst tot aan het busstation om te checken wanneer de bus naar Son La vertrekt. Ze wijzen naar een bord waarop de uren van de bussen staan en de bus zou om 5u. 's morgens vertrekken. De tocht wordt dan verder gezet langs het mausoleum en het presidentieel paleis. In het paleis mag ik nog net binnen want het is om 11u. sluitingstijd en ik moet op 10 min terug buiten zijn om mijn fiets te kunnen afhalen. Het Ho Chi Minh museum en het Mausoleum zijn allebei dicht. Het ene voor verbouwingswerken en het andere omdat het lichaam in Rusland is om bij te werken. Dan maar even naar het West Lake fietsen waar ik een middagmaal eet bestaande uit een soort vogel (de kop lag er bij) en wat rijst.
Even een blik geworpen op de Tran Quoc en Quan Tranh pagodes en dan gaat het richting Air Force museum. Hier krijg je de geschiedenis van de oorlog te zien. Daarna nog naar de Rode Rivier gecrost om er enkele foto's van te nemen en dan is het richting Franse buurt. Deze buurt heeft prachtige brede lanen en het is er heel leuk om te fietsen. We eindigen deze fietsdag door de oude binnenstad en daarna is het tijd om iets te gaan eten en een E-mail te sturen naar het thuisfront om te melden dat ik goed ben aangekomen.


Maandag 25 oktober


Om 4u.45 opgestaan en dan achter op een bromfiets, dit is de lokale taxi, naar het busstation. Om 5u.15 ben ik er, maar de enige bus naar Son La was al weg. Ze willen er mij wel met de brommer naar toe brengen maar 320 km vind ik toch wat ver om achter op zo'n brommertje te zitten. Uiteindelijk begrijp ik dat ze mij 5 km verder naar een ander busstation willen brengen. Het is ondertussen hard aan het regenen en dus wordt het een natte rit. Gelukkig krijg ik een stuk zeil om mij te beschutten. Onderweg rijden we nog een fietser voorbij die een groot opengesneden varken vervoert. Dat zal ook wel goed uitgewassen zijn van de regen.
Om 6u. ben ik dan weg met de bus. Eerst nog enkele plaatselijke rondes rijden waarbij we zelfs stoppen om een motor in de bus te laden en dan gaat het richting Son La. Eerst is de weg nog breed maar hij wordt snel slechter. Op een bepaalde plaats in de bergen is er zelfs een file. Er moet iets gebeurd zijn maar ik kan niet achterhalen wat. Er zitten enkele jonge gasten op de bus die van de rit gebruik maken om waterpijp te roken. Ze hebben ook schoppen bij en ijzeren staven want ze gaan naar hun werk. Na een rit van 12u. ben ik er. Eerst ga ik informeren in het busstation wanneer er een bus vertrekt naar Dien Bien Phu. Niemand kan mij helpen vanwege de taalproblemen. Uiteindelijk schrijft iemand op een papier 4u. Ik kan niet achterhalen wanneer de volgende is en besluit eerst maar een hotel te zoeken en het daar te vragen. Het hotel kost 7 dollar en ik ontmoet er een Zweed die met de motor gekomen is en een Belgisch koppeltje die een toer doen met een gehuurde jeep. Ik ga informeren wanneer er een bus naar Dien Bien Phu vertrekt en ze vertellen mij dat er een chauffeur in het hotel logeert die daar morgen ook naartoe moet met een jeep, om toeristen te gaan halen. Om 6u vertrekt hij en voor 5 dollar mag ik mee. Ik zeg dan maar vlug slaapwel tegen de Belgen.

Dinsdag 26 oktober


Om 5u30 gaat de telefoon om mij te wekken. Eerst nog een koffie en dan zijn we weg. Het is een goede jeep waarmee ik mee mag. Dikwijls zie je hier van die oude Russische jeeps rijden maar de mijne is Japans. We rijden langs een prachtig gebergte en in het landschap steken enorme kalkrotsen uit de grond. We stoppen even bij een plaatselijke markt waar het rookpauze is voor de chauffeur. Ik maak van de gelegenheid gebruik om enkele foto's te nemen. De vrouwen dragen hier nog veel de traditionele kleren wat het wel mooi maakt.
Rond 11u. zijn we al in Dien Bien Phu. Ik loop langs 3 hotels en allemaal vragen ze 100.000 Dong. Het ene is wel veel mooier dan het andere en dus neem ik maar het beste. De kamer heeft TV, een ligbad en zelfs airco. Dan te voet de stad in naar het museum. Het opent pas om 14u. dus ga ik eerst wat eten zoeken. Er is echter niet veel te vinden op dat gebied. Ik eet dan maar wat mie en koekjes. Het museum is niet erg bijzonder als je dit vergelijkt met dat van Hanoi. Enkel een grote maquette van de streek met daarop het verloop van de slag bij Dien Bien Phu is interessant. Hier verloren de Fransen in 1954 de oorlog en sindsdien behoort Frans Indo-China tot het verleden. Buiten bij het museum staat mooi geschilderd oorlogsmateriaal van Vietnam opgesteld tegenover Frans oud ijzer. Recht tegenover het museum is de Vietminh-begraafplaats. Tijdens de oorlog moeten de Vietnamezen ongeveer 20.000 soldaten verloren hebben. Nog een bezoek aan de A1 heuvel waar een Franse uitkijk gevestigd was en dan brengt een wandeling naar de bunker van Castries, de kolonel van de Fransen, een einde aan de geschiedenistocht. Ik maak nog een tochtje tot aan de luchthaven, ook een erfenis van de Fransen. Veel vliegtuigen landen hier niet denk ik want de landingsbaan wordt gebruikt als voetbalveld en de koeien lopen hier ook te grazen. Ik neem nog een ligbad en dan ga ik iets eten in het lokale restaurant. Ik bestel wat visjes en rijst. De visjes vallen wat klein uit en ze zitten dan nog vol graten waardoor ze eigenlijk niet te eten zijn. Je kan er wat aan zuigen en daarmee is de kous af.

Woensdag 27 oktober


Voor de wekker afloopt word ik al gewekt door een stereo die ergens in het hotel staat te bonken. Het is een soort verschrikkelijke Aziatische pop en het staat keihard. Om 8u. vertrekt de bus naar Lai Chau. Eerst nog wat mie en een ei eten. Het is het enige wat je zoal veilig kan bestellen denk ik. Gelukkig ben ik goed op tijd in het busstation want om 8u. zit de bus goed vol en vertrekt. Het is een oud Russisch busje ter grootte van een oud VW busje met een capaciteit van 20 man. De tocht voor vandaag is ongeveer 100 km lang en het is een soort grindweg door de bergen dus dat belooft. De mensen langs de weg kijken wel wat vreemd wanneer ze een grote buitenlander in dat kleine busje zien zitten en ze lachen eens. Om 12u.30 ben ik in Lai Chau. Een bromfiets brengt mij terug tot bij het enige hotel. Twee mooie grote bungalows waar verschillende kamers zijn in ondergebracht staan in de tuin en in één ervan neem ik een kamer. Lai Chau is een dorp in een vallei dat misschien over een paar jaar niet meer bestaat omdat er plannen zijn om er een stuwdam te bouwen. Op de plaatselijke markt ga ik wat koekjes en een soort rijstsnoep eten en dan is het tijd om een wandeling te maken door de vallei. Ik zie een heleboel schoolkinderen met fietsen bij de rivier. Ze brengen met zakjes zand naar de school op de helling. Waarschijnlijk zal er gebouwd moeten worden en een vrachtwagen met zand laten brengen is hier zo goed als onbestaande dus spelen de kinderen maar voor transportmiddel. Op de terugweg naar het hotel blijf ik even bij een huis staan en de familie nodigt mij uit. De vrouwen zitten buiten rieten matten te maken en de mannen zitten binnen. Het enige wat die doen is drinken, eten en roken. Ik moet een glaasje meedrinken van een soort zelfgestookte rijstwijn. Het is straf spul maar ik laat me niet kennen natuurlijk. Terug bij het hotel is het tijd voor het avondmaal. Ik bestel gebakken rijst met groenten. Het smaakt lekker na de mie-dag van gisteren. Nog even pingpongen en een praatje maken met 3 Britten die hier ook met een jeep aangekomen zijn en hopla, mijn bed in.


Donderdag 28 oktober


De wekker doet zijn werk om 4u.30 en dan is het wachten op de enige bus naar Sa Pa die het dorp passeert en ja hoor, om 5u is ze er. Het is echt een grote bus en er zit maar 3 man op. Ze vragen voor de rit 120.000 Dong. Ik schrijf op een papiertje dat ik maar 50.000 wil betalen. Ze maken mij echter duidelijk dat dat niet mogelijk is, dat ze de prijs wel willen laten zakken tot 100.000 en anders zetten ze mij de bus uit. Ik weet dat dit de enige bus is en ik lach vriendelijk de 100.000 weg. Ik maak nog eens duidelijk dat ik maar 50.000 kan geven, blijf lachen en ga terug op mijn plaats zitten. Na ongeveer 20 km vragen ze mijn 50.000 Dong en daarmee is het in orde. Vandaag is het weer regendag en daarbij komt nog dat de weg niet al te goed is. We bereiken Sa Pa na een klim van 40 km. Ik kan terecht in het Queen hotel voor 6 dollar. Het is een kamer op de derde verdieping met een balkon en normaal gezien heb je hier een prachtig uitzicht over de bergen maar door de regen en de mist kan je maar enkele honderden meters zien. Ik loop even naar de markt om wat postkaarten te kopen en te versturen en dan maak ik een wandeling naar Cat Cat, een bergdorpje in de buurt. De mensen leven hier nog erg traditioneel. Ik mag even een kijkje komen nemen in een huis en het is er echt triestig. Vooral met dit triestige weer. Alles hangt vol modder en slijk vanwege de regen. Ik begrijp niet goed hoe ze hun kleren hier moeten droog krijgen. Al schuivend ga ik terug naar Sa Pa. Terug in het hotel doet een warme douche wonderen. In een restaurantje ga ik dan wat eten met een Franse en een Noor. We wisselen bij een pint wat reiservaringen en dan is het weer bedtijd.


Vrijdag 29 oktober


Eens lekker uitgeslapen tot 8u en daarna een ontbijt bestaande uit een baguette, een erfenis van de Fransen, met kaas en honing. Het regent nog steeds maar ondanks dat besluit ik toch een wandeling te maken naar 2 dorpen die wat verder in de vallei liggen. Ik wandel eerst naar het verste dorp Ta Van. Het is een wandeling langs een verharde weg tot aan een pad dat ik moet afdalen tot bij de rivier. Via een hangbrug over de rivier kom ik in het dorp. De levenswijze van de mensen is verre van ideaal. Ze leven soms met een ganse familie, van grootouders tot broers en zusters, in één huis. Hier en daar vindt je tussen de huizen een vernuftig systeem om meel te stampen. Via waterkracht laten ze een bak op en neer gaan waaraan een hefboom verbonden is die dan het meel stampt. Een bezoekje aan de school kan er ook wel bij maar ik zie ze hier geen les geven. Waarschijnlijk is de reden niet ver te zoeken want het is middag. Het plaatselijke hulphospitaal is ook niets bijzonder. Twee bedden in een kamer en dat is het. Ik denk zelfs dat er geen personeel is. Waarschijnlijk zal men naar Sa Pa gaan wanneer verzorging noodzakelijk is. Het tweede dorp noemt Lao Chai. Om daar te geraken wandel ik langs een helling. Waarschijnlijk is het niet de kortste weg maar af en toe een beetje van het normale pad afwijken kan geen kwaad denk ik dan. Alhoewel, ik had beter moeten weten. De weg bestaat uit een vettige bruinrode klei en is erg glibberig. Natuurlijk schuif ik in die brei uit en ik moet goed oppassen om mijn camera niet te beschadigen. Ik probeer me dan wat te wassen in een riviertje om er toch nog aanschouwelijk uit te zien. Uiteindelijk geraak ik toch via omwegen in Lao Chai. Het dorpje lijkt op het vorige en ik probeer dan van hieruit door het dal in Sa Pa te geraken. Hiervoor moet ik nog door een rivier waden maar uiteindelijk moet ik van mijn plan afzien. De weg is echt te slecht vanwege de modder en het is al te laat. Ik keer dan maar terug naar Lao Chai en via de verharde weg wandel ik richting Sa Pa. Onderweg raap ik nog een zatte man op die ligt te praten in zichzelf en zomaar midden op de weg in de regen lag. Ik ondersteun hem wat en stuur hem in de goede richting. Aangekomen in het hotel is alles nat en vuil en het wassen van de kleren is dan de eerste taak. Ik weet niet hoe ze zullen drogen maar vuil laten kan ik evenmin. Daarna nog wat napraten met een Nederlands koppel en dan wordt het tijd om de maag te vullen en de moeheid bij te slapen.


Zaterdag 30 oktober


Om 5u. word ik al wakker van varkens die door de straten geloodst worden. Waarschijnlijk worden die naar de markt gebracht. Maar het is nog te vroeg om op te staan en ik dommel terug wat in. Na het opstaan hetzelfde ontbijt als gisteren genomen en dan neem ik een Xe Om (een brommertaxi) naar Ta Phin. Dit is een dorp waar rode Dao wonen. Het is vandaag ook erg mistig en het dorp hangt dan ook in een echte waas. Je kan zelfs moeilijk inschatten hoe groot het is en waar de huizen precies staan. Foto's nemen van mensen blijkt hier heel moeilijk of je moet er voor betalen. Ik neem dan maar wat foto's van de huizen en de omgeving. Overal hangen ook grote spinnenwebben die nu heel goed zichtbaar zijn vanwege de regen en de mist. Het lijkt hier wel een horrordecor voor een griezelfilm. Ik mag nog een kijkje komen nemen in één van de woningen waar de vrouwen aan het naaien zijn. Op de terugweg passeer ik een oude afgebrande Franse school en mag ik nog een thee gaan drinken bij enkele landbouwers die in een soort woonschuur verblijven. Met een Xe Om voor 10.000 Dong keer ik terug naar Sa Pa. Ik ga enkele loempia's eten als middagmaal en daarna wandel ik nog eens over de markt. Er is onenigheid tussen twee plaatselijke bewoners en die loopt uit in een hevige ruzie waarbij de ene persoon met een mes begint te zwaaien en de andere dreigt met stenen te gooien. Uiteindelijk wordt er niet gesmeten of gesneden maar gaan beide partijen kwaad uiteen.
Morgen vertrek ik hiervandaan want het is hier te slecht weer en je kan daardoor niets drogen. Ik wil wel eens de zon zien en daarom ga ik vandaag alvast mijn treinticket bestellen om morgen terug naar Hanoi te reizen.
Ik kom een koppel uit Vlaanderen tegen die voor 6 maanden rondreizen en die in Sa Pa zijn met een reizigerscafé. 's Avonds ga ik iets eten met die mensen. Er is ook een Japanner bij die bijna geen Engels of Frans spreekt en de conversaties beperken zich tot enkele woorden en veel lachen. We gaan nog met de groep naar een muziekshow maar daar was te veel volk om er lang te vertoeven. We zoeken dan maar een rustiger plekje op om onze avondpint te drinken.


Zondag 31 oktober


Om 6u. loopt de wekker af want om 7u. moet ik vertrekken met een jeep naar Lao Cai waar om 10u. een trein vertrekt. In de jeep, en dus ook in de trein, zitten buiten mijzelf nog twee Vlaamse koppels. Een jong koppel uit Limburg dat morgen naar huis moet vertrekken en het andere is iets ouder dan mij en zij hebben nog 14 dagen voor de boeg. De trein is een belevenis op zich. Er zijn verschillende handelaars aanwezig die hun waar willen verkopen. Het gaat van drank en koekjes tot messen en radio's. Veel van het spul is gesmokkelde waar uit China want Lao Cai ligt maar enkele kilometers van de grens. Er is ook veel controle op de trein. Want soms worden de goederen onder de zetels verstopt. Op een bepaald moment wordt er toch wat afgenomen van de verkopers en achter slot gezet. Blijkbaar mogen ze alleen dingen verkopen die geen vuil achterlaten en bepaalde etenswaren mogen dus niet. In een station worden er ook twee tapijten van een vrouw buiten gesmeten. Na een boete, of een omkoopsom, mogen de tapijten terug binnen en mag ze de reis terug verder zetten. Meestal begrijpen we van het hele gedoe geen sikkepit.
In Hanoi wandelen we terug naar het oude stadsgedeelte waar ik terug hetzelfde hotel neem. Het koppel uit Gent neemt er ook een kamer. Ik boek in een reizigerscafé een dagtrip voor morgen omdat men mij verteld heeft dat dat de gemakkelijkste oplossing was. Nog een wasje doen en dan samen met het Gents koppel gaan eten. In een restaurantje vlakbij kunnen we heerlijke kip zonder dioxine eten met rijst. Het smaakt echt geweldig. We wisselen nog wat verhalen uit van wat we al meegemaakt hebben. Zij waren ook via Son La naar Sa Pa met de bus geweest en men heeft hen ook proberen geld los te troggelen op de bus. Ze raden mij ook aan om georganiseerd naar Ha Long baai te gaan want zij waren van plan geweest om het alleen te doen maar ze hebben zich ter plaatse bij een groep aangesloten. Na een biertje wens ik hen slaapwel en een goede reis.


Maandag 1 november


Feestdag in België maar daar is hier niet veel van te merken. Om 6u.30 moet ik klaarstaan om de bus te nemen want ik heb een dagtrip geboekt naar Hoa Lu en Tam Coc. Om 7u. is de bus er en na wat rondrijden om nog enkele passagiers op te pikken vertrekken we omstreeks 7u.30. Onderweg houden we een stop om wat te eten. Er zijn twee Australische meisjes bij de groep die echt vies zijn van alles. Ze durven nog geen mes te gebruiken van het restaurant om hun appel te schillen. Ik heb er mijn bedenkingen bij wanneer ze zeggen dat ze voor een half jaar gaan rondtrekken. Tegen 11u. zijn we aangekomen in Hoa Lu waar twee tempels te bezichtigen zijn. Ze stellen wel niet zo heel veel voor. Eén van de twee tempels zijn ze aan het restaureren en hij lijkt dan ook meer op een werf. Na het bezoek en het ontwijken van de souvenirverkoopsters rijden we door tot Tam Coc waar we eerst een middagmaal krijgen. Dan gaat het met kleine bamboe bootjes het water op tussen rijstvelden en kalkformaties. We varen zelfs door drie lage grotten door. Het is een heel mooi landschap maar spijtig genoeg begint het weer te regenen en het zal vandaag niet meer stoppen.
Rond 19u. zijn we terug in Hanoi en ik was terug van plan om nog eens biefstuk met friet te gaan eten maar het restaurantje met die specialiteit is dicht. Het wordt dus rijst met groenten en gekruide kip. Ik doe nog een wasje en dan een E-mail adres gaan openen. De naam Warre is al gebruikt bij hotmail dus kies ik maar voor Warretravel. Ik verstuur nog een berichtje naar het thuisfront en keer dan terug naar mijn vertrouwde hotel.


Dinsdag 2 november


Volgens mij is het nog steeds een feestdag in België en ik ben nog steeds met verlof. Is dit toeval of niet? Ik heb een tocht besteld naar Ha long Baai met dezelfde organisatie als gisteren en dus zijn we weer met de bus weg omstreeks 7u.30. Het regent nog steeds maar het begint te minderen. Onderweg een stop bij een winkel om wat souvenirs te kopen en dan gaat het richting haven waar we alvorens de boot te nemen nog een middagmaal krijgen geserveerd. Iedereen krijgt hetzelfde menu maar het is wel OK. De boot vaart dan via prachtige rotseilanden naar het grootste eiland Cat Ba. Het is een fantastisch zicht om tussen bijna 2000 kleine eilandjes te varen op een zee die heel rustig is. Bij één van die eilandjes houden we een stop om enkele grotten te gaan bekijken. De eerste grot is de Thien Cung. Deze grot is pas 5 jaar geleden gevonden en is volledig verlicht met gekleurde lampen. Ze hebben iets overdreven met hun kleuren en hun effecten vind ik, maar de grot op zichzelf is wel heel groot en mooi. De andere grot is de Dau Go. Deze is al heel lang geleden gevonden en werd in de oorlog nog gebruikt als bevoorradingsplaats. Wanneer we uiteindelijk aankomen in Cat Ba is het al donker. Ik krijg een kamer samen met een jongen uit Quebeq. Hij reist Vietnam rond in 3 weken. Hij heeft dan ook al verschillende binnenlandse vluchten genomen om op die drie weken zo veel mogelijk te kunnen zien. Dat tempo is voor mij toch iets te snel vind ik. Je kan volgens mij aan dat tempo te weinig van de plaatselijke gewoontes meepikken. We krijgen terug een gezamenlijk avondmaal en na wat napraten is het weer bedtijd.


Woensdag 3 november


De lucht is nog bewolkt maar de regen is eindelijk opgehouden. Om 7u.30 is er ontbijt voorzien dat hier bestaat uit 2 broodjes en wat smeerkaas. Daarna vertrekken we met de ganse groep naar Cat Ba National Park. Hier worden we, afhankelijk van de afstand die je wil wandelen, in twee groepen gesplitst. Eén groep voor een korte tocht een andere groep voor een langere tocht van 12 km. Ik had samen met nog 17 andere mensen voor de lange tocht geboekt. Onder hen zijn ook 6 Duitsers die tijdens de tocht niet kunnen zwijgen. Veel dieren zullen we dus wel niet zien met hun kabaal alhoewel ze wel verwachten om tijgers en olifanten te zien. Misschien kunnen we ze beter naar de dierentuin sturen, zodat ze ook hen daar houden. De tocht op zich is wel prachtig. Het is een pad door de jungle over 7 bergen. Af en toe is het echt klauteren over de grillige rotsen die glad en erg scherp zijn. Na 4u, bereiken we veilig het dorpje Viet Hai aan de andere kant van het National Park. Hier is het tijd voor een lunch die bestaat uit mie met eieren en een soort sla. Het smaakt lekker na zo'n tocht. Vervolgens maken we nog een korte wandeling door de velden tot aan de zee vanwaar we terug met een bootje naar Cat Ba varen. Het is weer een fascinerende tocht tussen de eilandjes. Als slot van de avond drink ik nog wat pinten met enkele medereizigers.


Donderdag 4 november


Om 7u. ontbijt en dan naar de boot voor de terugtocht. De zon begint er nu echt door te komen en het is zalig om bij dit weer op het dek van een boot te zitten die rustig laveert in het adembenemend mooi landschap. Foto's nemen van de baai doe ik voorlopig niet meer want ik denk dat ik er wel genoeg heb. Om 11u. zijn we terug op het vaste land. Tijd voor ons gezamenlijk middagmaal en daarna gaat het richting Hanoi. Ik zit naast een Nederlander die voor één jaar rondreist. Hij heeft ontslag genomen op zijn werk en met zijn spaarcentjes is hij nu op stap. Het is wel een echte sjacheraar in zijn thuisland geweest. Moto's en auto's verprutsen en verkopen. Afbraakwerken doen en de gesloopte spullen verkopen. Op verkeerde mazout rijden en ga zo maar verder. Het gesprek versnelt in ieder geval de busrit en om 16u.30 zijn we terug in Hanoi. Alvorens te gaan eten was ik nog wat kleren en ga ik een pintje drinken aan het meer. Ik neem inlichtingen over de toestand van het weer in centraal Vietnam en de berichten zijn niet optimistisch. Het heeft er ook constant geregend en de wegen zijn voor een groot deel onberijdbaar. De toeristenbus rijdt in ieder geval niet in die richting want er is te veel water op de weg. Er zijn zelfs overstromingen en de toestand wordt er niet beter op. We zullen maar rustig afwachten alvorens die richting uit te gaan.


Vrijdag 5 november


Mijn verlof zit er al 14 dagen op en ik bevind mij nog steeds in Hanoi. Het lijkt hier wel mijn thuisbasis. Ik begin de stad in ieder geval al een beetje te kennen en ik moet zeggen dat ze mij wel bevalt. Ik huur voor vandaag terug een fiets om wat rond te rijden. Eerst doe ik nog een poging om het Ho Chi Minh museum te bezoeken maar dat is nog steeds dicht. Men zegt mij dat er renovatiewerken aan de gang zijn alhoewel ik niet goed begrijp dat men een gebouw uit 1990 al moet renoveren. Waarschijnlijk slechte cement gebruikt zeker. Dan maar naar het Historisch museum dat gelegen is in een gebouw dat iets weg heeft van een Vietnamees paleis en van een Franse villa. Het vrouwenmuseum is de volgende geplande halte maar ik kan het niet vinden. Blijkbaar heb ik een verkeerd adres want op de aangegeven plaats staat een bank. Ik spring dan maar een toeristenbureau binnen om het juiste adres te vragen en ondertussen pols ik ook eens naar de toestand van het weer en de situatie in centraal Vietnam. Het ziet er nog steeds niet goed uit. Er rijden nog altijd geen bussen en ook geen treinen en de wegen zijn voorbehouden voor hulptransport. Ik fiets alvast tot aan de luchtvaartmaatschappij om mijn terugticket te bevestigen en dan gaat het richting vrouwenmuseum. Hier zijn zowat alle vrouwelijke helden van Vietnam te zien. Van geleerde tot weldoenster, van sport tot oorlog. Ook alle soorten klederdracht van de minderheden zijn hier te bezichtigen. Het is een interessant museum. Ik besluit de dag met een toertje door de oude stad en een papaja juice in een chic café bij de opera. Als avondmaal eet ik heel lekkere paling met rijst en een biertje voor 38.000 Dong.


Zaterdag 6 november


Omdat er in centraal Vietnam nog te veel waterproblemen zijn ben ik verplicht om in het noorden nog iets nuttigs te vinden en daarom ga ik een bezoek brengen aan Mai Chau. Dit is een dorp in de heuvels waarrond verschillende kleine dorpjes liggen die gekenmerkt worden door hun grote paalwoningen en waar je bij de plaatselijke bevolking kan logeren. Mijn plan bestaat er uit om daar een nacht te slapen en dan morgen terug te komen. Om 6u. sta ik weer op om te vertrekken met de stadsbus naar het groot busstation even buiten de stad. Men vertelt mij dat de eerste bus naar Mai Chau pas vertrekt om 10u. Ik kan wel al een bus nemen naar Hoa Binh, dat is al halfweg, en vandaar een bus verder nemen. Ik besluit om deze oplossing te nemen omdat ik niet wil wachten tot 10u. Het tempo van de bus ligt niet al te hoog. Om de 5 min stoppen om iemand op te laden of af te zetten. Uiteindelijk ben ik om 10u. in Hoa Binh. Daar is het wachten op de bus van 12u.30. Dat is waarschijnlijk de bus die in Hanoi om 10u. vertrok. Om 16u.30 ben ik eindelijk op mijn bestemming. Het dorp zelf is niets speciaals maar in de rijstvelden rondom staan de dorpjes met hun typische paalwoningen. Het dichtstbijzijnde dorp is Pom Coong en daar wandel ik dan ook naartoe. Onderweg word ik meegenomen achteraan op een bromfiets door een man die in hetzelfde dorp woont. Hij probeert mij uit te leggen dat ik welkom ben bij zijn familie. Hij spreekt echter geen Engels en mijn woordenboekje dat ik in Hanoi gekocht had komt goed van pas. Zijn huis bestaat eigenlijk uit maar één grote ruimte waarin geleefd en geslapen wordt. Men rolt dan gewoon de matrasjes open en klaar is kees. Ik word ontvangen met thee en na een tochtje door het dorp staat mijn avondeten klaar. Rond 19u. loopt het ganse huis vol met jonge meisjes die zich komen omkleden en opmaken voor een traditionele dansvoorstelling. Ze schrikken wel even wanneer ze in dit huis een blanke zien zitten. Enkele jonge mannen, die voor de muziek zorgen, komen ook binnen en samen vertrekken ze voor een voorstelling die ze gaan brengen voor enkele toeristen in een ander huis in het dorp. Ik mag even mee om van buitenaf een kijkje te nemen. Ik heb namelijk niet betaald. Om 22u. trek ik mijn deken en mijn muskietennet over mij. Ik slaap samen met de ganse familie op de grond van het huis en het valt goed mee.


Zondag 7 november


Malariadag maar mijn pillen liggen nog in Hanoi. Ik zal mijn schema dan maar een beetje opschuiven! De familie waarbij ik verblijf valt reuze mee en daarom besluit ik om nog maar een dag langer te blijven. Mijn malariaschema zal dan nog meer naar de vaantjes zijn maar dat neem ik er maar bij. De dag begint dan met een wandeling naar de markt van Mai Chau waar ik wat bananen koop en een soort smoutebol eet. Het weer is nog niet al te best vandaag. Het blijft miezerig en af en toe valt er toch wat regen. Toch houdt het mij niet tegen om een wandeling te maken langs de hoofdweg. Aan een straatstalletje waar ze allerlei dingen verkopen van benzine tot enkele brokken vlees bestel ik een frisdrank. Ik sta in het middelpunt van de belangstelling bij de mensen die rond het verkoopspunt zitten. Daarna terug naar mijn familie om wat te rusten en in de namiddag maak ik nog een tocht door de vallei. Via een bergpadje kom ik nog tot in een ander dorp waar de mensen mij nog wat souvenirs proberen te verkopen. Verder dan een praatje en wat lachen komen ze echter niet. Om terug te geraken bij mijn verblijfplaats Pom Coong moet ik onderweg de weg vragen aan een kleine jongen. Hij loopt spontaan nog enkele honderden meters mee. Op een centraal pleintje is een klein marktje voor toeristen met enkele primitieve terrasjes. Ik bestel een welverdiende Tiger pils en ondertussen sla ik de andere toeristen een beetje gade. Er zijn verschillende oudere mensen aangekomen die met hun zondagse schoenen en hun paraplu niet verder dan 100 m in het dorp kunnen wandelen omdat de rest te modderig is. Ondertussen komt er ook meer regen uit de lucht en besluit ik om maar terug naar mijn familie te gaan. Hun huis ligt aan de rand van het dorp, dus ver genoeg van het centrale marktje. Om mij te douchen moet ik eerst een kom met water vullen uit de regenput en die in een houten barakje plaatsen waar je dan met een potje zelf voor douche kan spelen. Het toilet is hier ook iets speciaals. Je stront moet je met as mengen zodat het een droge massa wordt die je dan vervolgens in een putje kan vegen. Na deze verschonings- en reinigingskuur krijg ik een lekker avondmaal en ik besluit de avond met een kleine conversatie waarbij mijn woordenboekje zijn nuttig werk weer levert.


Maandag 8 november


Ontbijt bij de familie en daarna de rekening gevraagd. Ze vragen voor verblijf en eten 80.000 Dong. Omdat ik het hier uitstekend naar mijn zin had geef ik ze 100.000. Uit dankbaarheid voor mijn fooi krijg ik nog een armbandje en brengt de vader mij achteraan op de bromfiets naar het busstation. Om 7u.30 komt er een bus zegt hij en inderdaad, iets later arriveert er één. Er is nog veel plaats op de bus waardoor ik genoeg ruimte krijg om te zitten. Ik ervaar het als een echte luxe om op deze bus te zitten zeker wanneer ze nog een redelijke snelheid heeft. Om 14u. arriveer ik in Hanoi waarna ik met de stadsbus nog tot in het centrum rij. Zo zijn we weer op onze vertrouwde plek. Ik loop langs enkele reisbureaus om te horen of er al een bus naar Hué rijdt maar dat blijkt nog steeds niet het geval te zijn. Bij het treinstation krijg ik ook geen positief antwoord. De treinen rijden maar tot Dong Hoi en dat is nog 100 km van mijn eindbestemming. Ik ga dus maar terug naar het busstation om wat inlichtingen te winnen. Daar vertelt men mij dat er morgenvroeg bussen vertrekken maar dat het wel een erg lange rit is. Ik besluit om de tocht in twee dagen te maken waardoor het wat minder zwaar wordt en dus zal ik morgen een bus tot in Vinh nemen en van daaruit verder rijden naar Dong Ha. 's Avonds ga ik eten met een Waal die in België bij de spoorwegen werkt en die nu voor 6 weken op verlof is. Het is soms wel zwaar zegt hij omdat zijn vrouw en kinderen nog thuis zijn. Maar dit verlof was al lang een droom die nu in vervulling ging omdat hij gesponsord werd door de erfenis van zijn overleden vader. Nog een gezamenlijk pintje gedronken en afscheid genomen.


Dinsdag 9 november


Om 5u.45 loopt de wekker af en dan met een bromfiets voor 10.000 Dong naar het busstation. Er staan 2 bussen klaar die mijn richting uitmoeten, dus ik heb maar te kiezen. Voor 30.000 Dong kan ik met één van de twee bussen mee naar Vinh, ongeveer 300 km verder. Op de bus zitten ook twee Denen die ik al in Cat Ba gezien had. Zij gaan ook naar Vinh omdat ze van daaruit naar de grens van Laos kunnen gaan. Ik heb echter niet het goede uitreispunt op mijn visa staan om via dezelfde grensovergang naar Laos te gaan en daarom moet ik verder naar centraal Vietnam. De weg is hier uitstekend en we zijn reeds om 14u. in Vinh. We ontmoeten nog een Australische en gezamenlijk zoeken we naar een hotel. Voor 60.000 vinden we een kamer en met ons vieren nemen we twee kamers. Daarna is het tijd om de stad een beetje te verkennen. Veel is er niet te zien. De bouwstijl is typisch communistisch. Veel grijze appartementsblokken en rechte straten. Het enige interessante is de markt. Die is heel groot en ik vind het echt plezant. De mensen proberen je aan te spreken en iets te verkopen. Ik probeer nog mijn horloge te verwisselen voor een andere maar dat lukt niet. Het enige wat ze willen is geld en geen ruil. Leuk is ook dat je hier gekopieerde dollars kan kopen die dienst doen als speelgoedgeld. Nog wat foto's nemen en op een bankje een verfrissingsdrankje drinken. Ik lach nog wat naar de mensen en ik voel me hier echt goed. Het leven kan soms mooi zijn bedenk ik me dan. 's Avonds gaan we met zijn allen eten in een lokaal restaurant. Voor 18.000 is onze maag gevuld, inclusief een pint. Vandaag vroeg naar bed want morgen loopt om 4u.30 de wekker af.


Woensdag 10 november


Vandaag wacht er mij terug een bustocht van 300 km. Een korte wandeling brengt me tegen 5u. naar het busstation waar een bus klaar staat richting Dong Ha. Om 5u.30 zijn we dan weg met een overvolle bus die binnenin volgestampt is met zakken bonen en op het dak zijn ook allerlei goederen gestapeld. Zelfs enkele bromfietsen. Binnen in de bus zit het echt propvol en ik vind het een goede reden om er eens een foto van te nemen. De weg is veel slechter dan gisteren. Overal zijn werken aan de gang om hem te verbeteren. Op verschillende plaatsen steekt men grote buizen onder de weg om het water van de ene kant naar de andere kant te kunnen laten stromen. Op veel plaatsen is het een echte modderpoel en wanneer dat niet het geval is bestaat het wegdek uit steengruis met putten. Soms rijdt de bus zo traag dat de fietsers ons voorbij steken. We moeten ook nog een ponton nemen om een rivier over te steken. Niet dat er geen brug is maar volgens wat ik kom te weten, zijn we te zwaar voor de brug, vandaar. Op 20 km van mijn eindbestemming krijgen we dan nog lekke band. Het wiel wordt verwisseld en dan rijden we tot aan een garage om de lekke band te repareren. De velg lijkt ook beschadigd te zijn want iemand vertrekt ermee achter op een bromfiets om hem ergens te laten lassen. Het resultaat is natuurlijk een serieuze vertraging. Om 17u.30 ben ik dan in Dong Ha waar ik een hotel neem. Nog iets eten en wat bekomen van de lastige rit. Ik hoop dat het niet altijd zulke busritten zijn.


Donderdag 11 november


Om 7u. zou er een bus vertrekken naar Lao Bao, dat is de grensovergang met Laos. Ik ben al voor 6u. wakker en dus heb ik tijd genoeg om rustig in te pakken en naar het busstation te wandelen. De bus vertrekt echter maar om 8u. en dan maakt ze nog verschillende rondjes in de hoofdstraat. Ik denk dat ik wel 5 keer het busstation en de markt gezien heb. Om 9u. zijn we dan eindelijk weg. De weg is tamelijk goed want ganse stukken zijn al vernieuwd. Na 1u.30 rijden zijn we in Lao Bao. Dan met een bromfiets naar de grens. Om de grens over te kunnen moet wat papierwerk gedaan worden. Mijn naam wordt mooi in enkele boeken geschreven en gecontroleerd. Eens over de grens neem ik een bromfiets tot aan het eerste dorp waar een andere bus staat te wachten. De bus vertrekt om 10u.30 zegt men mij, dus is er nog tijd om iets te eten. Ik eet een soort cake en drink wat koffie. Deze is echter zo straf dat hij echt niet te drinken valt. Ik ga nog even naar het toilet en wanneer ik terug kom is de bus al vertrokken. Dat is de eerste keer dat ik meemaak dat een bus te vroeg vertrekt. Ik zie ze echter nog in de verte rijden en daarom besluit ik om er achterna te gaan met een bromfiets. Het lukt mij om ze in te halen en ik kan mee. Wat een aankomst in Laos bedenk ik me dan. De weg is hier veel slechter dan aan de Vietnamese kant. Op een bepaald moment is het stoppen geblazen want er is iets aan het voorwiel van de bus. Het wiel gaat er af en na een kwartiertje sleutelen en kloppen gaat het er ook weer op en zijn we weer weg. Wat verder moeten we terug stoppen omdat er midden op de weg een vrachtwagen vast zit. We kunnen er met moeite langs omdat het slijkerig is maar met wat duwwerk lukt het. Rond 16u. ben ik in Muang Phin waar ik verder zou willen reizen richting Zuid Laos, meer bepaald naar Salavan. Ik probeer informatie in te winnen maar dat is zeer moeilijk omdat niemand hier Engels spreekt. Met wat vertaalwoordjes van mijn reisgids kom ik te weten dat er geen enkel vervoersmogelijkheid is naar Salavan, zelfs geen vrachtwagen of een paard. Een bus naar Savannakhet is er ook niet meer vandaag, dus zal ik hier moeten overnachten. Ik probeer ergens inlichtingen te krijgen over een slaapgelegenheid maar de mensen zijn hier echt niet vriendelijk. Ik had nochtans positieve geluiden gehoord over de mensen van Laos, maar hier valt het wel dik tegen. Ze hebben precies schrik van mij. Volgens mij zit het communistische systeem nog heel hard in hun hoofd geprent. Na wat vragen krijg ik in een winkeltje de sleutel van het International Guesthouse. De naam doet veel vermoeden maar het is een betonnen gebouw dat volkomen onderkomen is. In de kamer staan enkele primitieve bedden en in een bijkamertje staat een soort half afgebroken toilet en een grote kruik met water. Hiermee zal ik het dus moeten doen. Verlichting is er niet en dus ga ik maar een kaars halen in het winkeltje. Ik moet dringend Laotiaans geld hebben en dus moet ik dollars zien te wisselen. Ze zeggen dat dit mogelijk is in een restaurant wat verderop. Wanneer ik vraag om de weg te wijzen dan gaat dat niet. Ze hebben geen goesting of ze willen niet denk ik. Ik zoek het dan maar alleen op en na het wisselen blijf ik er ook iets eten. Nog een wandeling en een biertje bij een straatkraampje waar ze ook niet erg veel woorden produceren en het is tijd voor mijn nachtrust in mijn guesthouse. Ik kan wel degelijk 'mijn' zeggen want ik ben er helemaal alleen. Mijn eerste dag in Laos valt eigenlijk wel wat tegen maar ik zie voor het eerst van mijn verlof een prachtige sterrenhemel en dat is dan ook al iets positiefs.


Vrijdag 12 november


Om 5u.30 word ik wakker van de radio want overal in de straten staan er luidsprekers opgesteld en blijkbaar is het hier de gewoonte om daar 's morgens nieuws, of noem het propaganda en muziek door te sturen. Rustig opgestaan en gaan ontbijten in hetzelfde restaurantje waar ik gisteren geld gewisseld heb. Je kan dit eigenlijk een soort baancafé noemen want er zitten ook nog enkele vrachtwagenchauffeurs te eten. Om 9u. is er een bus richting Savannakhet. Ze zit al goed vol en we moeten nog 160 km afleggen. Onderweg is het veel stoppen geblazen om passagiers in en uit te laten stappen. Van stopplaatsen hebben ze hier nog niet gehoord want soms stopt de bus op twee plaatsen die maar 100 m van elkaar verwijderd zijn. De weg is erg zanderig dus is stof eten hier de boodschap, zeker wanneer je weet dat de ramen open staan voor de warmte en dat er ook wel eens tegenliggers kunnen passeren. Op een bepaald moment zit de bus zo vol dat er mensen op het dak tussen de eenden en de kippen moeten gaan zitten. Blijkbaar is er ook af en toe controle want op bepaalde plaatsen moet iedereen van het dak voor enkele kilometers. Ze hangen voor die korte afstand dan maar wat aan de deuren. We stoppen nog eens om te eten en om 15u. zijn we er. Snel een tuk tuk, een plaatselijke taxi op drie wielen, genomen naar een guesthouse. Ik zoek nog naar een bank om geld te wisselen maar die zijn reeds gesloten. Dan maar in het guesthouse wat cash geld gewisseld. Het is dan de hoogste tijd om eens een rondwandeling te maken door het stadje. De Mekong is hier de grens met Thailand maar dat land zal voor later zijn. Er staan nog veel oude koloniale Franse huizen in het centrum. Ook allerhande handelaars hebben hier hun stek gevonden vanwege de handel met Thailand natuurlijk. Nog snel een wasje om al het stof te verwijderen en dan iets gaan eten.


Zaterdag 13 november


De bus naar Pakse die ik vandaag moet nemen vertrekt om 6u en daarom ben ik reeds om 5u.45 bij het busstation. Bijna de helft van de bus zit vol met toeristen die dezelfde richting uitgaan. In het begin is de weg nog uitstekend maar na een 20-tal kilometers zijn er werken aan de gang. Ze zijn de weg volledig aan het heraanleggen en overal worden nieuwe bruggen gebouwd. We moeten vanwege die werken meer naast de weg rijden op een verhard pad. Soms loopt dat pad meer dan 100 m van de normale weg vandaan. Het is dus vandaag weer stof slikken, zeker wanneer je op een slechte plaats zit, namelijk achteraan in de bus. Na een drink- en plasstop ga ik op het dak zitten in de hoop op minder stof. Het uitzicht is er ideaal en de stoftoevoer miniem maar spijtig genoeg kan ik deze situatie niet lang behouden want het begint serieus te regenen. Dan maar terug de bus in. Om 15u.30, dat is zowat 4u. later dan ze beloofd hadden, zijn we in Pakse. Met enkele andere toeristen neem ik een tuk tuk naar het centrum en samen met een Fransman neem ik een kamer. We spreken af om de stad te gaan verkennen en iets te gaan eten. We belanden in een restaurantje waar je een soort visfondue kan eten. Je moet zelf je groenten en je vis koken in een pot op je tafel. Wanneer we naar het hotel terugkeren komen we voorbij een openluchtparty. Mensen zitten te eten op de stoep en in de voortuin. We worden vriendelijk uitgenodigd op het feestje en mogen de ganse avond mee eten en drinken. We moeten natuurlijk onze danskunsten tonen door mee te doen aan een typische Laotiaanse dans. Het lijkt meer op een volksdans want er worden twee cirkels gevormd met de mannen binnen en de vrouwen buiten en men beweegt stilletjes voort en draait wat met de armen. Je mag elkaar blijkbaar ook niet aanraken. Het is iets heel speciaals voor mij. De tijd vliegt voorbij en van al dat dansen en drinken word je moe en zat tegelijkertijd en dus komt het moment eraan om de terugweg naar het hotel te zoeken.


Zondag 14 november


Gisteren heb ik weer geen geld kunnen wisselen en op zondag zijn de banken ook toe dus zal dat probleem morgen opgelost moeten worden. Ik plan samen met de Fransman een bezoek aan de Wat Pu tempel. Daarvoor nemen we om 8u. de boot naar Champasak waar de Fransman blijft logeren. Samen met een ouder Amerikaans koppel en nog een Engelsman, die ook op de boot zaten, nemen we een tuk tuk naar de tempel. Gelukkig zijn we hier vroeg in de ochtend en zijn er nog niet te veel toeristen. De oudste delen van deze tempel dateren uit de 6de eeuw en dat is er duidelijk aan te zien want veel staat er niet meer van recht. Je krijgt wel een goede indruk van hoe groot het hier vroeger moet geweest zijn. Rond de middag nemen we dezelfde tuk tuk terug naar Champasak. Ik eet wat rijst met groenten in een restaurantje en besluit om de terugweg te voet te doen. Niet de ganse terugweg want dat is meer dan 50 km, maar een wandeling tot aan de hoofdweg zo'n 10 km verder zie ik wel zitten. Na 5 km moet ik een overzet nemen. Het is een soort catamaran bestaande uit 2 bootjes waarop een plank gesjord is. Zo kan men ook bromfietsen over de Mekong zetten. Na de overzet is het nog 5 km naar de hoofdweg waar ik wacht op een bus. Veel verkeer is hier niet maar op het kruispunt waar ik wacht zijn wel enkele winkeltjes waar je een frisdrank kan kopen en zitten ook enkele vrouwen die verse vis verkopen. Plots stopt er een pick-up met Laotianen die vis komen kopen en ik vraag of ze soms naar Pakse moeten en een plaatsje vrij hebben. Ze maken er geen probleem van dat ik achteraan in de laadbak ga zitten en ik moet voor de rit niets betalen. In Pakse loop ik nog even een museum binnen waar wat lokale geschiedenis te zien is en daarna keer ik terug naar het hotel. Wanneer ik daarna iets ga eten kom ik terug de Engelsman van vanmorgen tegen en dus delen we samen een tafel.


Maandag 15 november


Wanneer ik even terugblik op mijn vorige dagen dan besef ik dat ik om vanuit Hanoi tot Pakse te geraken, vijf dagen op de bus gezeten heb. Om nu van hieruit in Vientiane, de hoofdstad te geraken zou ik terug twee dagen moeten bussen en dat zie ik momenteel niet goed meer zitten. Te veel is te veel vind ik en het moet natuurlijk nog een beetje verlof blijven ook! Een vliegtuig lijkt me de beste oplossing en daarom ga ik naar het bureau van de enige binnenlandse vluchtmaatschappij om voor 95 dollar een ticket te kopen. Dan nog vlug naar de bank om geld te wisselen. Ik zie hier mensen met plastiek zakjes vol geld lopen. Het grootste biljet is namelijk 10000 kip en dat komt ongeveer overeen met 50 Bf. Je kan al bedenken wanneer je een grote som moet betalen, hoeveel briefjes je nodig hebt. Ik check ook nog in een ander hotel in omdat dat de helft goedkoper is en er hangt ook zo geen muffe vochtige geur. Voor vandaag staat er nog een daguitstap naar het Bolaven plateau op het programma en daarvoor neem ik eerst een tuk tuk naar het busstation. Het plateau is bekend om zijn koeler klimaat en ligt ten oosten van Pakse. Er wordt onder andere veel koffie verbouwd maar ook bananenplantages kan men er vinden. Het centrale dorp is Paksong en dus neem ik een pick-up naar daar. Ik loop wat rond in het dorp waar een marktje is. Sommige mensen dragen hier mutsen en sjaals alhoewel het hier naar Belgische normen niet echt koud is. Ik krijg onderweg zelfs wat bloemen van enkele kinderen en ik vraag in een guesthouse de weg naar Taat Fan. Dat is een waterval die hier in de buurt moet gelegen zijn. Men vertelt mij dat ik daarvoor 12 km terug in de richting van Pakse moet. Met een Pick-up kom ik er. Rond de waterval, die eigenlijk bestaat uit twee parallelle watervallen van 120m, worden zelfs chalets gebouwd voor een guesthouse. Ik maak nog een praatje met een man die op een koffieveld aan het werken is. Hij is ooit nog in Brussel geweest voor een koffiecompagnie. Daarna neem ik terug een Pick-up naar Pakse. Voor de laatste kilometers neem ik nog een tuk tuk waarbij ook nog een bromfiets moet. De twee meisjes die er mee reden hadden namelijk platte band.
Ik loop nog even door de stad naar de grootste tempel en daarna wandel ik nog naar de voorlopig enige brug over de rivier. Hier staan ook de enige verkeerslichten van de stad en die worden dan nog handmatig bediend door iemand die in een hokje zit aan de rand van de weg. In een parkje wordt een openluchtfilm gedraaid. Ik denk dat het een soort opvoedende film is over het ideale gezin maar eerlijk gezegd weet ik het ook niet perfect. Men gebruikt twee aftandse projectors en het beeld is verre van perfect. Eigenlijk vind ik het wel ongelooflijk en ik kruip dan ook gelukkig in mijn bed.


Dinsdag 16 november


Om 6u. rustig opgestaan om met een tuk tuk naar het busstation te rijden waar ik een bus neem voor alweer een dagtrip. De bestemming is het Tadlo Resort, dat is een rustig plaatsje met een guesthouse en enkele bungalows rond een brede waterval. Op de bus zit een Laotiaan naast me die probeert Engels te spreken. Hij brengt er spijtig genoeg niets van terecht maar hij blijft maar proberen. Echt vermoeiend is het vind ik. Om 10u ben ik bij de waterval en het is er echt rustig. Ik neem enkele foto's en wandel via een wegeltje stroomopwaarts. Ik kom nog bij een volgende waterval die nog groter en breder is. Voor de terugweg verkies ik langs de oever van de rivier te blijven maar uiteindelijk is het zo een geklauter over rotsen dat het te gevaarlijk wordt en ik moet dus ofwel terug, ofwel door de brousse omhoogklimmen. Ik besluit om het laatste te proberen en alhoewel het niet gemakkelijk is, lukt het me. Ik zeg in ieder geval proficiat tegen mezelf en wandel terug via de normale weg. Terug bij de eerste waterval staan daar twee olifanten waar je een tochtje mee kan doen. Dat is voor echte toeristen vind ik en dus sla ik die activiteit maar over.
Voor ik terug naar de bushalte ga verorber ik nog een ijsje met vers fruit. Bij dit zonnige weer is dit natuurlijk geweldig. Bij de bushalte aangekomen ontmoet ik nog enkele andere mensen waaronder een Waals koppel. We proberen eerst nog al liftend terug te geraken maar uiteindelijk nemen we toch de bus. Het is dezelfde bus als die van de heenweg. Blijkbaar doet die één rit per dag. 's Avonds ga ik terug rijst met groenten eten en samen met een Nederlander die reeds drie jaar van huis is drink ik nog een pintje. Hij werkt ongeveer zeven maanden per jaar als duikinstructeur in Maleisië en dan kan hij in het laagseizoen voor vijf maanden rondtrekken.


Woensdag 17 november


Om 6u. ben ik weer uit mijn bed en neem een ontbijt in een nabijgelegen restaurant. Ik wens het Waals koppel van gisteren nog een goede reis. Zij gaan namelijk met de bus naar Vientiane. Met een tuk tuk verplaats ik mij naar de luchthaven, enkele kilometers buiten het centrum. Het luchthavengebouw is een klein gebouw met enkele lokaaltjes waarin wat banken staan en twee houten balies. Hier moet je je ticket laten controleren en wordt je bagage door het raam op een vrachtwagentje geladen. Iets na 9u. landt het vliegtuig. Het is een Yun-7, dat is nog een vliegtuigje met propellers waar 52 passagiers mee vervoerd kunnen worden en alle stoelen zijn vandaag bijna bezet. Wanneer het nog op de grond staat maakt het een enorm lawaai maar eens in de lucht valt het geluid nog mee. Alles verloopt prima en ik ben reeds voor de middag in een guesthouse ingecheckt. Het is niets speciaals maar wat wil je voor vijf dollar midden in het centrum van Vientiane. Als middagmaal ga ik een broodje en een koffiekoek eten in een befaamde bakkerij en daarna is een verkenningstocht door de stad aan de beurt. Ik wandel eerst naar de Mekong vanwaar je alweer Thailand kan zien. Ik kom voorbij het presidentieel paleis en via enkele tempels en de oude Franse stadswijk, waar nog prachtige koloniale huizen staan, kom ik bij de Arc De Triomf. We zitten wel niet in Parijs maar hier hebben ze ook een dergelijk gebouw. Een flinke wandeling brengt me dan tot bij de Pha That Luang, het bekendste monument en hét symbool van Laos. Het is een grote heilige stupa die je van ver kan zien en waarrond verschillende kraampjes en attracties staan opgesteld want morgen is hier het groot openingsfeest van een vijf dagen durend tempelfestival. Enkele dagen geleden is hier ook al de Laos Visit 1999-2000 happening van start gegaan met een grote stoet. Ik ben benieuwd wat het morgen gaat worden. Mijn tocht gaat nog naar het museum voor de revolutie maar dat is gesloten. Dan maar terug naar mijn verblijfplaats voor een douche en daarna breng ik mijn vuile was naar een wasserette. Ik ga aan de oever van de Mekong iets eten en drink daarbij lekker papaja sap. Nog vlug een E-mail versturen naar het thuisfront om de voorbije dagen te belichten en daarna een pintje gaan drinken bij de énige fontein midden in de stad. Eigenlijk liggen de straten en de pleinen er erg rustig bij als je dit vergelijkt met een andere hoofdstad. 's Avonds geraak ik nog op stap met een Nieuw Zeelander en een Zwitser. We belanden in een plaatselijke discotheek waar een live bandje speelt. Het is er best plezant zeker wanneer we wat pinten drinken en wat dansen. Het wordt zelfs nog redelijk laat maar het was in ieder geval een geslaagde avond.


Donderdag 18 november


Ik word wakker met hoofdpijn en de reden daarvoor is niet ver te zoeken denk ik. Het is hier Lao Beer en geen Palm natuurlijk. Toch houdt het mij niet tegen om een uitstap te maken naar het Xieng Khuan. Dat is een Boeddha park gelegen aan de oever van de Mekong op 25 km van Vientiane en het is volgebouwd met Boeddha beelden. Alle soorten en maten zijn er terug te vinden. Ik leer ook nog een Nederlands koppel kennen die voor 14 dagen in Laos op verlof zijn en die hier ook even een kijkje komen nemen. Rond de middag ben ik terug in de hoofdstad en breng mijn paspoort binnen bij de immigratiedienst om een verlenging van mijn visa te bekomen. Ik ben maar juist op tijd op het bureau want ze gaan sluiten. Na het invullen van de nodige papieren beloven ze mij dat het morgen in orde zal zijn. Ik ga terug in een bakkerij wat koffiekoeken en een croissant eten en zet daarna mijn verkenningstocht door de stad verder. Het museum voor de revolutie is nog steeds dicht en dus trek ik verder naar twee tempels die ook dienst doen als museum. De eerste is Haw Pha Kaew en is verbonden aan het presidentieel paleis. De andere is de oudste van de stad en in de muur zitten ongelooflijk veel nissen met daarin telkens twee kleine Boeddha beeldjes. Naar de avond toe bezoek ik nog eens het tempelfestival. Er heerst een kermissfeer want naast de gewone kraampjes zijn er ook amusementskramen waar je met ballen kan gooien op blikjes of in genummerde bakjes. Op een groot podium met een kleine geluidsinstallatie worden traditionele liederen en dansen gebracht. Het publiek lust er duidelijk pap van want het is talrijk opgekomen. Om de avond af te sluiten drink ik nog een pintje en neem daarna een tuk tuk naar mijn guesthouse.


Vrijdag 19 november


Vandaag sta ik pas op rond 8u. en neem rustig de tijd voor een ontbijt bestaande uit twee grote stokbroden met kaas en confituur. Dan een fiets huren voor twee dollar en daarmee fiets ik dan naar immigratiedienst om mijn paspoort te halen. Bij het loket waar je normaal moet zijn voor dat soort diensten kan men mij niet helpen. Mijn paspoort ligt namelijk niet bij de andere paspoorten. Men stuurt mij naar een ander loket en ook daar heb ik geen geluk. Men roept er iemand bij en na 10 minuten mag ik mee naar boven komen. Ik moet ergens een bureau binnen gaan en daar wordt mijn paspoort overhandigd voor de prijs van twaalf dollar. Normaal gezien moet je ergens aan een loket betalen en een betalingsbewijs in ontvangst nemen maar in mijn geval is dat dus duidelijk niet. Mijn geld zal dus in de zakken van enkele ambtenaren verdwijnen maar daar maak ik mij niet druk in. Ik heb mijn verlenging op zak en dat is het belangrijkste. Ik wissel in een bank ook nog wat geld en daarna spring ik terug de fiets op voor een rondrit door de stad. Het zadel van de fiets staat op de maximum hoogte, maar voor mij is dat nog steeds te laag en het fietst niet gemakkelijk. Maar moeilijk gaat ook zeg ik dan. De tocht gaat naar de Wat Sok Pa Luang, dit is een tempel die gelegen is in een park iets buiten Vientiane en die bekend is om zijn kruidensauna. Die sauna wil ik natuurlijk eens proberen. Het is een houten constructie op palen. Boven heb je een klein hokje waar je kan inzitten en rondom staan enkele bedden om te relaxen en een thee te drinken. Onder het hutje staat een grote ton op een vuur. De ton is gevuld met water en kruiden en de damp wordt via een pijp tot in het hokje gebracht. Het doet echt deugd om eens in het hokje te zitten en eens lekker uit te zweten en daarna rustig een thee te kunnen drinken. Mijn poriën zijn nu wel gezuiverd maar niet voor lang denk ik want de terugtocht naar het centrum brengt al heel wat stof met zich mee. Ik ga nog een stokbrood met paté eten en daarna genieten van de zonsondergang over de Mekong bij een vers kokosnotensap. Daarna nog een pintje gedronken bij de fontein en de avond afgesloten met een wandeling langs de dijk.


Zaterdag 20 november


Om 6u.30 ben ik aan het busstation en om 7u. vertrekt de bus naar Vang Vieng. De weg is uitstekend en na 3u.30 rijden zijn we er al. Het doet deugd om eens een snelle busrit te hebben. Slaapgelegenheid is hier blijkbaar genoeg want het ene guesthouse staat hier naast het andere. Het eerste dat ik binnenloop heeft een kamer vrij dus die neem ik maar. Ik verken even het dorp en kom het Nederlands koppel tegen dat met mij samen in het Boeddha park was. Zij gaan een wandeling maken tot aan een grot en ik besluit om mee te gaan. Eerst moeten we de rivier Nam Song over met een bootje en dan volgt een wandeling langs de weg van 7 km. We moeten dan een entree geld betalen en dan is het nog een steile klim van 200 m. Het is een erg grote grot met middenin een liggende Boeddha op een soort altaar. Beneden aan de grot is een rustplaats gemaakt waar je iets kan drinken en waar je ook een duik kan nemen in een riviertje. Er is zelfs een plateau gesjord in een boom vanwaar je kan duiken of springen. We eten nog een lekker soepje en voor de terugtocht behelpen we ons met een traktor-taxi. De verkenning van het dorp is dus wat uitgelopen en als beloning voor de geleverde prestaties ik trakteer mezelf dan op een ananas sap en een ijsje. Daarna volgt nog een papaja sap op een terras aan de rivier waar ik een koppel uit Hasselt ontmoet. Zij komen uit het noorden van Laos en we wisselen wat informatie. Ze vertellen mij dat de wegen en het vervoer er soms heel slecht zijn. Je moet rekening houden met panne en zeker extra dagen in je planning voorzien. Na de zonsondergang neem ik afscheid van het koppel en ga iets eten. Het wordt vandaag een soep van noedels met brood. Ik schuif bij een Amerikaan aan tafel die voor zes maanden onderweg is. Daarna nog een wasje gedaan en een pintje gaan drinken om de avond mooi af te sluiten.


Zondag 21 november


Ik blijf in mijn bed liggen tot 8u. en daarna neem ik een ontbijt in het restaurantje recht tegenover mijn guesthouse. Ik bestel een broodje met kaas en met confituur. In de plaats van de confituur brengen ze boter. Dat is nu niet zo erg maar wat mij wel opvalt is dat bij iedereen de bestelling fout wordt geleverd. Soms brengen ze gekookte, in plaats van gebakken eieren en dan is het weer één broodje in de plaats van twee. En nochtans schrijven ze het telkens op! Ik vind het wel lachwekkend op de duur, en ik ben blijkbaar niet alleen. Om 8u.30 heb ik afgesproken met het Waals koppel om naar het Vang Vieng Resort te gaan. Dit is een parkje waar ook een grot is. De grot is hier verlicht maar eigenlijk is het niet erg speciaal. Het parkje is meer een zondagse plek om te komen picknicken. Na dit bezoek huren we een grote binnenband waarmee we op de rivier kunnen dobberen. We nemen een tuk tuk en rijden 5 km stroomopwaarts om ons van hieruit naar het dorp te laten drijven. In het begin ga ik echter wat hevig te keer en ik verlies hierbij mijn sleutel van mijn kamer en wat geld. Daarna doe ik het wat rustiger aan alhoewel ik nu niets meer kan verliezen. Na drie uur op het water en in de zon met als gevolg rode armen en benen zijn we op onze eindbestemming. Na het inleveren van de band en het vragen van een reserve sleutel maak ik nog een wandeling met een Duitser naar een heuvel in de rijstvelden. Van op de top hebben we een prachtig uitzicht. Na de wandeling gaan we samen avondeten. Het wordt rijst met loempia en een biertje. Het smaakt echt lekker en we nemen nog een bananenpannekoek als nagerecht. Voor de prijs kan je het echt niet laten want we betalen voor de maaltijd 15.000 kip, dat is ongeveer 80 fr.


Maandag 22 november


Nadat ik rustig ben wakker geworden neem ik een stevig ontbijt van stokbroden met eieren en kaas. Om 9u. zit ik dan op de bus richting Luang Prabang. Het is een soort privé busmaatschappij die vooral toeristen vervoert. De bus zit goed vol, zelfs op de middengang zitten mensen. We moeten enkele serieuze bergketens trotseren waardoor de snelheid van de rit daalt, maar om 16u.30 zijn we dan toch ter plaatse. Samen met Steven, een Belg die ook op de bus zat en die samen met zijn vrouwtje Ket in Thailand woont, en een Australiër, een vriend van Steven, nemen we een tuk tuk naar het centrum en nemen we onze intrek in het Jaliya guesthouse. Ik sterf bijna van de honger en daarom ga ik snel iets eten. Het worden terug groenten met rijst en loempia's. Ik loop nog even langs de luchtvaartmaatschappij om te informeren of ik een vlucht kan boeken naar Phonsavan. Ze zeggen mij dat alle vluchten voor de volgende dagen volgeboekt zijn. Ik blijf echter wat aandringen en bekijk zelf de boeken waar de planning voor de vluchten in opgeschreven staat. Volgens mij is er binnen twee dagen nog wat plaats vrij maar ze ontkennen het. Ze willen mij wel op een wachtlijst zetten en ik moet binnen twee dagen maar eens terug langskomen. Wanneer ik terugga naar het guesthouse nodigt Steven mij uit om samen iets te gaan eten. Ik zeg dat ik juist gegeten heb maar dat ik nog wel iets mee wil gaan drinken. De Australiër gaat ook mee en we belanden in een volksrestaurantje waar werkelijk alles wordt gegeten. Op onze tafel belandt hagedissoep met alle ingewanden er bij, vis met de nodige graten, groenten, kleefrijst en veel rijstwijn. Ik proef nog wat van enkele dingen in tegenstelling tot Steven die letterlijk alles eet en drinkt. Voor we naar het guesthouse terugkeren, lopen we nog even langs de plaatselijke disco. Hier speelt ook een live band tot 1u. 's nachts en dan gaan alle lichten aan en is het dus tijd om op te krassen. Steven heeft blijkbaar te veel op en ik moet hem bij het naar huis terugkeren bijna dragen. Ikzelf voel me nog tot alles in staat maar ik besluit toch om mijn nest op te zoeken.


Dinsdag 23 november


Het is een korte nacht geworden want om 6u.30 loopt de wekker af en tegen 7u. ben ik bij de Wat That Luang tempel. Hier is een offerfeest aan de gang. Mensen deponeren eten, vooral rijst en snoep, of geld in wel 100 schalen. Hierbij mogen ze het beste wensen voor zichzelf en kunnen ze ook een wens doen. Dit feest vindt één keer per jaar plaats en er is veel volk aanwezig. Rond 9u is het grotendeels gedaan en ga ik een groot stokbrood eten met als beleg allerlei niet te definiëren dingen. Daarna volgt een wandeling door de stad met inbegrip van een bezoek aan het koninklijk paleis en verschillende tempels waaronder de Wat Mai Suwannaphumaham, wat een naam, en de Wat Xieng Thong, volgens sommigen de mooiste van Luang Prabang. De Wat Wisunalat, de oudste van de stad, en nog enkele andere ronden dit tempelbezoek af. 's Middags eet ik wat noedels en dan ga ik naar het mini-busstation om een busje af te huren richting Kuang Si waterval. Dit doe ik met twee Nederlanders die ook bij het busstation zijn. Zij zijn op een groepsreis voor drie weken en hebben nu een vrije dag. Zij hebben het noorden van Laos reeds achter de rug en hebben verschillende boottochten gedaan. Maar ja, met een groep van 12 is het gemakkelijk om een boot te charteren. De watervallen liggen in een mooie groene zone. Rondom is er een tapijt van mos gegroeid en het is een prachtig zicht. Ik neem enkel foto's en klim daarna naar de top van de waterval. Je kan hier zelfs bovenaan over de waterval lopen wat echt wel spectaculair is wanneer je dan naar beneden kijkt. Samen met één van de Nederlanders probeer ik langs de andere kant van de waterval terug naar beneden te geraken maar dat lukt niet zo goed. Het is hier een echte jungle en blijkbaar hebben we ergens het verkeerde padje genomen maar toch blijven we volharden. Uiteindelijk geraken we beneden via allerlei wegeltjes waar normaal gezien alleen buffels lopen. Als beloning geven we onszelf nog een biertje en dan kunnen we weer het busje in richting Luang Prabang. Daar aangekomen zijn we net op tijd om de zonsondergang te bewonderen. Dit doen we vanaf de Wat Pha Baat Tai, een tempel aan de oevers van de Mekong. Vervolgens een wasje gedaan en iets gaan eten en ik kan weer terugblikken op een prachtige dag.


Woensdag 24 november


Als ontbijt ga ik terug naar hetzelfde straatkraampje voor een stokbrood. Voor 500 Kip kan je niet sukkelen vind ik. Dan ga ik informeren of mijn vlucht voor morgen er in zit en ja hoor, er is nog plaats vrij op het vliegtuig. Blijkbaar hadden ze te veel passagiers om een vliegtuigje voor 12 personen te vullen en zijn ze overgeschakeld op ééntje van 50 personen. Ik had afgesproken met het Nederlands koppel waar ik in Vang Vieng mee gaan wandelen was, om naar de Pak Ou grotten te gaan. Deze liggen 30 km stroomopwaarts van Luang Prabang. We nemen een boot voor 75.000 Kip, dat is zo wat de vaste prijs die ze allemaal vragen. Het is een tocht van meer dan een uur stroomopwaarts. Onderweg stoppen we in een dorp waar ze rijstwijn maken. Ik proef even van het vers gemaakte spul maar omdat het nog warm is smaakt het niet al te best. Met dat drankje kunnen ze u nog anti goesting doen krijgen. Daarna varen we verder naar de grotten. Eigenlijk zijn het maar twee grotten. De eerste ligt vlak aan de Mekong en voor de tweede, die verlicht is met kaarsen, moet je 100 m omhoog via trappen. Er staan ongelooflijk veel Boeddha beeldjes in de grotten maar spijtig genoeg zijn er vele al stuk geraakt. Rond 14u zijn we terug van onze excursie. De namiddag gebruik ik nog om rustig te kuieren, iets te gaan eten en drinken en tegen 18.u ga ik naar de zonsondergang kijken vanop het hoogste punt van de stad, de Phu Si tempel. Omdat de vlucht van morgen in orde is gekomen verwen ik mijzelf op een maaltijd in een Frans restaurant. Het wordt een cocktail van het huis, biefstuk friet en als nagerecht een ijsje. Ik betaal 6 dollar maar ik krijg wel waar voor mijn geld.


Donderdag 25 november


Om 6u.30 mijn nest uit want ik moet om 7u. inchecken voor mijn vlucht van 8u. Zo staat het toch op mijn ticket. Wanneer ik aankom op de luchthaven is alles nog gesloten. Na 10min wachten komt er wat beweging in het gebouw. Iemand van de poetsdienst doet de deuren open en we kunnen dus binnen verder wachten. Rond 8u. gaat er een loket open maar dat is blijkbaar voor een andere vlucht. Het is hier naar binnenlandse normen een drukke luchthaven want ze hebben meer dan één vlucht per dag. Om 8u.30 gaat er nog een loket open en kan ik inchecken. Net zoals in Pakse word ik ook niet gecontroleerd op metalen of verboden wapenbezit. In de vertrekhal kom ik twee Schotten tegen die ook richting Phonsavan gaan. Op hun ticket stond 8u. inchecken en vertrek om 10u. Je moet er maar aan uit kunnen!!! Uiteindelijk zijn we weg om 10u.30 en ben ik na een geslaagde vlucht om 12u.30 reeds in het centrum van Phonsavan. Ik spreek af met de Schotten om naar de Plain of Jars te gaan. Dat zijn enkele plaatsen gelegen buiten Phonsavan waar kruiken liggen. Volgens onderzoek zouden het oude begraafplaatsen zijn. We huren een auto, een chauffeur en een gids voor 50 dollar. Dat is niet goedkoop maar het is blijkbaar de prijs want afdingen helpt niet. De auto is een oude Wolga van 30 jaar oud waar enkele gebreken aan zijn maar meestal gaat hij vooruit, en dat is toch het belangrijkste. Eerst bezoeken we site drie en twee want die liggen op de grootste afstand van de stad. Echt bijzonder zijn de kruiken niet. Alhoewel hun omvang wel speciaal is. Er zijn kruiken bij van meer dan een ton. Velen zijn echter beschadigd door de oorlog. Het meest spectaculaire aan de omgeving van de kruiken zijn de bomkraters die je rondom je ziet. Het is echt ongelooflijk hoeveel van die kraters je hier tegenkomt. Er moeten hier heel wat bommen gesmeten zijn. Voor de zonsondergang blijven we op site één. Het is spijtig dat er wolken voor de zon komen, wat het mooie zicht teniet doet. 's Avonds gaan we nog gezamenlijk iets eten en wat napraten in één van de restaurantjes.


Vrijdag 26 november


Gisteren vertelden ze mij in het hotel dat de bus naar Nam Noen om 6u zou vertrekken maar om dat uur is het busstation nog zo dood als een pier. Om 7u. ga ik nog eens kijken en dan staat er een vrachtwagentje klaar waarin twee rijen banken gemonteerd zijn. Dit blijkt voor vandaag mijn vervoersmiddel te zijn en rond 8u. zijn we er mee weg. De laadbak is goed gevuld. Niet alleen met mensen maar ook met allerlei bagage. De streek is erg bergachtig en volgens mij is de motor een beetje te licht voor dit werk. De rit gaat dan ook zeer langzaam vooruit. Rond 15u. zijn we in Nam Noen en daar is blijkbaar iets aan de hand want er staat veel volk op straat. Wanneer ik uitstap zie ik een helikopter opstijgen. Gisterenmorgen is hier namelijk een Engelsman van 28 jaar dood aangetroffen in zijn bed en vandaag wordt zijn lichaam overgevlogen. De plaatselijke dokter heeft geen doodsoorzaak kunnen vinden. Ze zeggen dat hij in zijn slaap gestorven is. Ik vind het toch maar een raar verhaal en ik voel me ook al een beetje onwel worden. Dat zal dan hopelijk van de Lariam, mijn medicijnen voor malaria, zijn. Ik maak nog een wandeling langs de weg naar een volgende dorp en daar bekijken ze mij alsof ik van Mars kom. Deze streek heeft nog duidelijk niet al te veel vreemdelingen ontvangen. Voor het duister wordt keer ik terug om mij te wassen. Dat moet hier in de rivier gebeuren en zonder licht is dat nogal moeilijk. In het dorp zijn enkele huizen voorzien van elektriciteit. Ze hebben elk een dynamo aangedreven door waterkracht van de rivier. Eén van de huizen heeft zelfs een televisietoestel waarrond een soort minitheater gebouwd is. Alle kinderen van het dorp komen hier blijkbaar kijken en ze lachen met bijna alles wat ze te zien krijgen. Voor het slapen gaan maak ik nog een praatje met twee Chinezen en een Amerikaan. Zij zijn de enige toeristen, samen met mij, die hier in het dorp verblijven. Gisteren zijn ze nog met de Engelsman opgetrokken en ze zijn nog wat onder de indruk. Ik laat ze maar wat gerust en zoek mijn bed op.


Zaterdag 27 november


Ik word vroeg wakker van al de ratten die je hier hoort rondlopen en van het gekraai van de hanen. Ik koop wat koekjes en bestel wat koffie als ontbijt. Ik moet vandaag richting Nong Khiaw zien te geraken. Op het marktpleintje staan twee auto's te wachten op passagiers, maar geen enkele moet mijn richting uit. Volgens mijn reisgids zou je hier een bus kunnen nemen maar die rijdt dan toch op andere dagen lijkt het mij. Ik blijf dan maar wachten tot er iets in mijn richting wil vertrekken maar het begint stilaan hopeloos te worden. Niemand in het dorp kan mij helpen en de Chinezen raden mij aan om met een auto mee te rijden naar het volgende dorp, dat is ongeveer 7 km verder. Daar is een hoofdweg waar meer transport op te vinden is en waar ik zeker een truck of een bus kan nemen die het traject doen van Sam Neua naar Nong Khiaw. Rond 1u in de namiddag vertrekt er dan een auto naar het dorp verderop en ik kan meerijden. Daar aangekomen zet ik mij op een bankje bij het enige winkeltje van het dorp. Ik bestel iets om te drinken en bij het lezen van een boek kan het wachten weer beginnen. Om 5u.30 heb ik nog geen vervoermiddel gevonden. Er zijn in de vervlogen tijd maar twee auto's gepasseerd en geen van de beide had zin om te stoppen. Ik vrees dat ik in dit dorp zal moeten blijven slapen. Een guesthouse is hier niet te zien en dus begin ik mij al voor te stellen hoe ik het hier moet gaan uitleggen om een slaapplaats te bekomen. Plots duikt er toch nog een wagen op die in de goede richting rijdt. Het is een apotheker die van dorp tot dorp rijdt met medicijnen. Hij verkoopt die aan de bewoners en aan plaatselijke apothekers. Hij kan mij brengen tot aan het volgende dorp waar een klein guesthouse is waar hijzelf ook blijft slapen. Ik vind dat ik van geluk kan spreken dat het weer goed afloopt, alhoewel ik maar ongeveer 14 km afgelegd heb op de ganse dag. Het guesthouse is niets speciaals. Het is een houten barak met twee kamers. In de ene staan enkele bedden met een muskietennet op de aarden vloer en in de andere bevinden zich enkele tafels en banken waar je iets kan eten. Ik bestel wat noedels en betaal de apotheker een warme pint als dank.


Zondag 28 november


In dit dorpje hebben ze blijkbaar ook hanen lopen die mij willen wakker maken. Ik blijf toch maar wat liggen tot 6u. Daarna wat koekjes en wat bananen verorberd als ontbijt. Om 8u zit ik reeds op een vrachtwagen richting Nong Khiaw. Hij is iets groter dan die van eergisteren en hij gaat ook iets vlugger vooruit. De laadbak is volgestouwd met plastiek spullen zoals emmertjes en potjes en kommetjes. Ook hier zijn twee bankjes aan de zijkant gemonteerd. Ik nestel mij zo goed mogelijk tussen die potjes en de andere passagiers in en ik zie de rit wel zitten vandaag. Na een tijdje rijden stoppen we bij iemand die met een oude Toyota aan de kant staat. Als je weet dat er zowat overal auto's met pech staan dan kun je wel begrijpen dat ik even verwonderd was voor deze stop. De riem die dient voor de afkoeling en de generator is stuk. Er was zoiets als een leren riempje dat met ijzerdraad aan elkaar gebonden was, maar dat is duidelijk niet meer in goede staat. Onze chauffeur heeft nog ergens een riempje dat niet de juiste afmetingen heeft maar waarmee ze toch voorlopig verder kunnen. En wij kunnen ook weer verder. Om 11u. stoppen we om te eten en de stop loopt uit want na de maaltijd vertrekken we nog niet. De chauffeur blijft wachten op de oude Toyota die hij geholpen had. Wanneer die dan uiteindelijk aankomt gaat hij mee helpen repareren. Er moet een riem opgelegd worden met de goede afmetingen. Om 1u. zijn we terug weg en de volgende 4u. verlopen niet al te snel maar toch vlekkeloos. Dan is er terug een stop voorzien om te eten. Wat later komt de Toyota er terug aan. Er wordt weer aan gesleuteld want er is niets in orde. Ook de remmen hebben blijkbaar een defect want de wielen gaan er af en na wat sleutelen weer op. Wanneer we samen zitten te eten wordt het duidelijk waarom onze chauffeur de Toyota helpt. Het is namelijk zijn zoon die samen met zijn vrouw en enkele familieleden ook op weg zijn. Navraag over de afstand die we reeds gedaan hebben brengt mij te weten dat ik iets over halfweg ben. Ik begin te vermoeden dat het niet meer zal lukken vandaag. Om 6u, wanneer het reeds donker begint te worden, zijn we weer weg. Het is de eerste keer dat ik in het donker rijd en het geeft wel een speciale sfeer. Overal in de dorpjes branden vuurtjes. Ze hebben hier namelijk nog geen elektriciteit en koken en zich verwarmen doen ze dus met hout. De prachtige sterrenhemel doet er nog een speciaal schepje bovenop. Nog een vier tal keer moeten we stoppen om de Toyota te helpen. Er komt zelfs op een bepaald moment een stuk T-shirt aan te pas om de remmen te repareren. Ze wikkelen een reep stof rond een asje en daarmee kan hij dus weer verder. Ik zou mij niet zo veilig voelen met zo'n remmen want de streek is hier alles behalve vlak. Uiteindelijk ben ik om 11u. 's avonds op de plaats waar ik moet zijn. Het dorp is wel zo dood als een pier want iedereen slaapt al. We maken dan maar iemand van een guesthouse wakker om mij een kamer te geven. Uiteindelijk ben ik zeer blij dat ik hier geraakt ben en dat ik een bed heb.


Maandag 29 november


Vandaag is het malariadag, wasdag, rustdag en wandeldag. Beginnen doe ik met de wasdag want dat is hoog nodig na drie dagen reizen. Daarna een noedelsoep met kip gaan eten en dan een wandeling gemaakt door het dorp. Eigenlijk bestaat het dorp maar uit één straat. Ik kom voorbij de school en daar staan de leerlingen gezamenlijk oefeningen te doen op het ritme van een fluitje. Blijkbaar is dat de eerste activiteit die voor de lessen gegeven wordt. Er moet ergens een waterval te vinden zijn maar ik denk dat ik de foute gevonden heb want een waterval van 1 m is niet echt spectaculair. Een grot vind ik echter wel. De ingang is ongeveer 10 m boven de grond en om er te geraken is er een ladder gemaakt van bamboe. In de grot vind ik nog resten van hutten die hier tijdens de oorlog moeten gestaan hebben want de grot diende als schuilplaats. Je hebt hier ook een prachtig zicht over de valei. Bij mijn terugkeer naar het dorp waar ik verblijf kom ik kinderen tegen die van de school komen. Ze wandelen een tijdje mee, proberen een conversatie maar lachen is duidelijk hun belangrijkste bezigheid. 's Avonds nog rustig een pintje gepakt en iets gelezen. Het is niet voor niks ook een rustdag.


Dinsdag 30 november


Uit gewoonte ben ik weer vroeg wakker. Het wordt vandaag weer een verplaatsingsdag want ik zou graag in Luang Nam Tha geraken om dan morgen verder te trekken naar Muang Sing. Om 8u. vertrekken we met een minibusje naar de hoofdweg die van Luang Prabang naar Udomxai loopt. Daar staat een Songtaw klaar. Dit is eigenlijk een pick-up waarin de laadbak enkele bankjes staan. Omdat hij met ons erbij direct vol zit, vertrekt hij ook onmiddellijk richting Udomxai. Het is ijzig koud in de laadbak vanwege de snelheid waarmee hij raast en ook doordat we op grote hoogte rijden. Iedereen zit bijna te bevriezen maar uiteindelijk geraken we zonder afgevroren ledenmaten in Udomxai. Daar staat al een echt busje klaar richting Luang Nam Ta. Het gaat bijzonder goed vandaag en na een pisstop en een eetstop zijn we reeds om 17u. in Luang Nam Ta. Op de bus zit nog een koppel uit West Vlaanderen die voor drie weken op verlof zijn en ook nog een andere Belg die al twee jaar op toer is. Hij werkte bij één of ander ministerie en heeft loopbaanonderbreking genomen. Zij gaan samen met nog andere toeristen die ook op de bus zaten naar Muang Sing. Omdat er toch nog een truck klaarstaat die die richting uitmoet besluit ik ook om verder mee te gaan. Om 19u. zijn we op onze bestemming. Het is ongelooflijk wat een afstand ik vandaag heb kunnen doen. Als je het vergelijkt met vorige dagen lijkt het wel een wonder. Met het Vlaams koppel ga ik iets eten en een paar pintjes drinken.


Woensdag 1 december


Ik ben van plan om eens uit te slapen maar dat lukt me niet. Toch blijf ik tot 7u.30 in mijn bed liggen. Daarna wandel ik even tot aan de markt van het dorpje. Er komen hier veel mensen van de bergstammen rondom Muang Sing hun inkopen doen of hun waar verkopen. Ze dragen nog bijna allemaal hun traditionele kledij. Ik ga ook nog wat geld wisselen in het enige wisselkantoortje bij de markt. Ze hebben hier enkel maar briefjes van duizend kip. Dus dat worden ongeveer 300 briefjes en dit voor 40 dollar. Een serieus stapeltje is dat. Vervolgens begin ik aan een flinke wandeling naar het Mong dorp Don Mai. Daar spreekt iemand mij aan in het Engels. Het is een jongen van in de twintig en hij is nog een tijdje leraar geweest. Hij gidst me naar Hoi Na Mai, een ander dorp. Hier leeft een Aka stam en de vrouwen hebben hier, in tegenstelling tot de Mong vrouwen, prachtige hoofddoeken vol juwelen. Ik neem enkele foto's en daarna wandelen we terug tot aan zijn woning. Hij nodigt me uit om iets te komen eten en ik krijg rijst met noedels. Ik geef hem 2000 kip alhoewel hij zegt dat het niets is. Ik kom nog een Nederlands koppel tegen die hier met de fiets naartoe zijn gekomen. Voor hen speel ik dan maar vlug even gids om ze tot bij het Aka dorp te brengen. De terugtocht verloopt via rijstvelden en nog een ander dorp en wanneer ik dan na deze flinke tocht terug in Muang Sing ben, beloon ik mezelf op een papaja sap. Ik kom het Belgische koppel terug tegen. Zij waren vandaag naar de Chinese grens gefietst. Samen met hen ga ik op het dak van het guesthouse naar de zonsondergang kijken en daarna spreken we af om samen iets te gaan eten.


Donderdag 2 december


Ik word midden in de nacht wakker van een Laotiaanse die aan het roepen en zingen is tegen zichzelf. Waarschijnlijk te veel opium, dus laat ik ze maar begaan en probeer verder te slapen. Na het ontbijt ga ik een fiets huren want het wordt terug een fietsdag vandaag. Eerst gaat het naar de Chinese grens, dat is zowat 10 km
verder. De tocht is tamelijk zwaar omdat het steeds licht bergop gaat. Bij de grens is niet zo veel te zien. Je mag ze ook niet oversteken. Dan maar een eindje teruggefietst tot aan een restaurantje. Hier laat ik mijn fiets achter voor een wandeling van ongeveer twee uur in de omliggende heuvels. Eerst tot bij een dorp en dan wat klimmen om via een vallei terug tot aan het restaurant te komen waar ik iets eet. De terugtocht naar Muang Sing gaat heerlijk vanwege de lichte bergaf. Ik fiets nog even de andere richting uit en neem een man mee die te voet langs de weg liep. Het is iemand van een bergstam en ik versta niets van hem maar het is wel grappig om de mensen langs de weg te zien. Ze verwachten niet dat er een toerist met een Laotiaan achteraan op de fiets voorbijrijdt. Ik amuseer me en vind het geweldig. Ik zet de man af waar de weg echt te slecht wordt en keer terug naar mijn thuisbasis. Er is een voetbaltoernooi bezig tussen verschillende dorpen. Dit toernooi is opgezet door een Duitse organisatie die hier actief is in de bestrijding van opium. Ze hebben in hun gebouw ook een fototentoonstelling lopen over de problemen en hun aanpak. Ik kom de Belg met zijn loopbaanonderbreking tegen en samen gaan we iets eten. Het worden frieten, hoe zou dat komen?


Vrijdag 3 december


Vandaag wil ik afscheid nemen van Muang Sing. Mijn eerste plannen waren om via de weg naar Luang Nam Tha en vervolgens naar Huay Xai te gaan. Daar kan ik de grens met Thailand oversteken. Ik kom echter het Nederlands koppel tegen van eergisteren en zij willen over de weg naar Xieng Kok gaan om daar een boot te nemen naar Huay Xai. Omdat ik nog niet met een boot gereisd heb en dat ook wel eens wil meemaken besluit ik om mee te gaan. Om 10u.30 vertrekt de truck en de weg waarlangs we rijden is uitstekend. Ze moeten er nog niet zo lang geleden aan gewerkt hebben. Onderweg verkoopt de vrouw van de chauffeur sigaretten en bier aan de dorpswinkels. Ze heeft blijkbaar een heel handeltje opgezet. Om 12u.30 zijn we er en na lang onderhandelen en iets eten heb ik samen met het Nederlands koppel en een Fransman die in Cambodja woont een speedboot kunnen charteren. Dit was hier de enige mogelijkheid want een slowboot konden we onmogelijk vastkrijgen. Zo'n speedboot is een heel ondiep bootje waar je met 4 of 6 passagiers kan inzitten en waar een motor van een auto opstaat die zo veel lawaai maakt dat je beter oordopjes kan gebruiken. We nemen de boot voor 100.000 kip tot in Ban Muam, dat is iets over halfweg en we hopen om daar een goedkopere boot verder te nemen. De Mekong stroomt hier door het gebergte en overal zijn rotsformaties in het water. De boot moet soms echt tussen de rotsen laveren maar het is wel een ongelooflijk mooie tocht. Wanneer er geen gevaar is voor rotsen gaat de boot soms tegen 60 à 70 per uur over het water. Ik vind het verdomd hard, zeker wanneer je juist boven het water zit. Na bijna twee uur racen zijn we in Ban Muam. We hebben geen zin om nog eens een periode op zo'n speedboot te zitten en besluiten om daar te blijven slapen. Morgen komt er namelijk nog een dag en we vinden dat het tijd is om wat te eten en een biertje te drinken. Ik neem in een guesthouse een kamer samen met de Fransman. Er logeren hier ook enkele Chinezen die vervoer doen met het schip vanuit Thailand naar China. Ze hebben allerlei lekkers bij om te eten en we mogen ook wat meeproeven. Om 20u. wordt de generator afgezet en gaan we slapen. Ik probeer nog met een kaarsje een douche te nemen maar helemaal goed loopt dat toch niet af.


Zaterdag 4 december


Om 8u. nemen we terug een speedboot naar Huai Xai. We vragen nu een helm en zwemvesten voor de veiligheid. Daar moeten we wel ongeveer 10 min op wachten omdat ze die niet direct bij de hand hadden. De helm is ideaal om het lawaai van de motor een beetje tegen te houden. De tocht is veel minder spectaculair dan gisteren omdat de Mekong hier veel breder is en er veel minder rotsen zijn. We varen nog steeds aan de maximumsnelheid. We passeren het drielandenpunt Thailand-Birma-Laos, het hart van de gouden driehoek. Het valt direct op hoe Thailand veel meer ontwikkeld is. Overal mooie gebouwen en hotels en wat ook in het oog springt zijn de vele masten voor GSM of andere communicatietoestanden. Na 1u.30 over het water te hebben geraasd zijn we op onze bestemming. Nog een tuk tuk nemen tot in het centrum en daar iets gegeten. Het wordt mijn laatste maaltijd in Laos. Nog snel maak ik een verkenningstochtje door het stadje en onderweg koop ik als souvenir nog een T-shirt. Met een bootje steek ik de grens over naar Chiang Khong in Thailand. Ook nu valt mij het verschil op met Laos. Veel meer auto's, goede wegen, altijd elektriciteit, mooie gebouwen,..... Ik neem een guesthouse voor 80 Bath, dat komt ongeveer overeen met 80 Bf. Het omrekenen van het geld is dus niet meer nodig, dat is al een pluspunt. Geld wisselen is wel een probleem want de banken zijn toe en de goudwinkel waar ook normaal kan gewisseld worden is ook gesloten. Geld uit de muur nemen met een visa kaart is hier wel mogelijk. Wat een luxe toch. Toeval of niet maar het weer is hier ook anders dan in Laos want het begint hier te regenen. 's Avonds ga ik hier naar een feest met traditionele dans en muziek ter gelegenheid van de koning die morgen zijn verjaardag viert. De koning is hier erg populair en overal wordt hij gevierd. Met een Duitser die ik hier tegenkom drink ik enkele biertjes die dubbel zo duur zijn als in Laos. Ook bestellen we wat eten want voor 100 Bath kan je hier van alles kopen. Om 23u. zijn we het feest wat moe en zoeken we onze nest op.


Zondag 5 december


Om 5u.30 loopt mijn wekker af en om 6u ben ik bij het busstation om de bus naar Chang Mai te nemen. De rit kost mij 108 Bath en er reizen nog twee Noren mee. Zij gaan verder naar Pai. De rit verloopt heel vlot, zeker wanneer je het vergelijkt met Laos. In enkele busstations wordt wel gestopt en houden we een pauze. Blijkbaar rijden ze hier meer volgens een schema en kunnen ze dus niet zomaar verder rijden. Om 14u. ben ik in het busstation van Chang Mai en daar neem ik een auto voor 40 Bath naar het centrum van de stad. Ik zoek een niet al te duur guesthouse en kom terecht in het Eagle House. De kamer is niets speciaals maar er is een mooie tuin waar je kan eten. Ik telefoneer naar Steven die ik nog ken van in Luang Prabang en we spreken af om een koffie te gaan drinken. Hij vertelt mij dat hij ook verder gereisd was naar Muang Sing maar dat hij van daaruit met een Songtaw naar de grens gereden is. Dat was ook een prachtige tocht. Ik ga mee met hem naar zijn appartementje en hij leent mij zijn fiets. Het is een mountain bike en ik vind het weer geweldig om door de stad te crossen. Het is wel even wennen aan het links rijden maar dat heb je snel onder controle. Ik verken nog even de stad en tegen de avond aan ga ik met Steven in de buurt van de avondmarkt eten. Het wordt vis en krab en het is verdomd heel lekker. Daarna gaan we nog een pintje drinken bij een Nederlander die hier een café heeft en de dag is weeral voorbij.


Maandag 6 december


Het regent wanneer ik wakker word dus blijf ik maar lekker in mijn bed liggen tot 8u.30. Dan met de fiets naar het J B café waar ze heerlijke broodjes en croissants hebben. Een kop koffie en de krant erbij zorgen voor het perfecte ontbijt. Ondertussen is het gestopt met regenen. Men vertelt mij dat het normaal gezien in deze periode nooit regent, maar wat is normaal natuurlijk. Ik kan dus de stad gaan verkennen en begin met de binnenstad. Het centrum van Chang Mai is eigenlijk een groot vierkant met een wal er rond. Vroeger waren er ook nog stadswallen maar die zijn bijna allemaal verdwenen. Ik begin met een bezoek aan de Wat Phra Sing, een tempel die dateert uit 1345 en er bevindt zich een 1500 jaar oude Boeddha waarvan de geschiedenis niet bekend is. Daarna naar de Wat Chedi Luang waar een opleidingscentrum voor monniken aan verbonden is. Vervolgens ga ik iets eten bij een Indiër voor 50 Bath en ik sluit mijn tempelbezoek af bij de Wat Chiang Man, dat is de oudste tempel van de binnenstad die dateert van 1296. Ze verkopen er vogeltjes die je dan kan vrij laten. Dat brengt geluk zeggen ze. Ze zouden beter de vogeltjes niet vangen om te verkopen, dan zouden die toch al geluk hebben. Ik fiets nog langs enkele marktjes en ga ook eens bij het busstation informeren voor de bus naar Kamphaeng Phet. Ik ga nog ergens een koffie drinken en ik kom Steven tegen. Samen gaan we wat biljarten en een pintje drinken. Daarna breng ik de fiets terug naar Steven zijn appartement. Hij geeft me enkele brieven mee om in België op te sturen. De eerste is voor Dora Vandergroen. Ik vraag hem of het de échte is en hij bevestigt dit. Het is namelijk zijn moeder. Een leuke verrassing is dit. Na vaarwel te hebben gezegd breng ik nog een bezoekje aan de Night Market. Ik had een gewone markt verwacht maar er worden hier alleen maar spullen verkocht voor toeristen. Ik vind het echt niet interessant en ga maar vlug iets eten. Het worden scampi's met rijst en groenten in zoete saus. Daarna nog een pintje drinken in een bar en ik ben weer klaar voor mijn bed.


Dinsdag 7 december

Om 6u.30 loopt de wekker af en iets daarna ben ik bij het busstation om de bus van 7u.30 naar Kamphaeng Phet te nemen. Mijn maag en mijn hoofd zijn vandaag niet al te goed en ik heb hier en daar ook wat jeuk. Mijn lichaam is het hier precies beu of zou de lariam en het bier er voor iets tussen kunnen zitten. Met de busrit daarentegen is alles uitstekend want reeds om 13u.30 ben ik ter plaatse. Ik neem een soort minibus naar het centrum en ik vraag naar een guesthouse. Ze verstaan mij niet maar zetten mij toch af in de buurt van een hotel. Het hotel is heel chic en ik vraag aan de balie of er nergens een guesthouse is in de stad. Iemand heeft nog wel ergens een kaartje met een adres en ze tekenen voor mij een plannetje met de weg om er te geraken. Ik neem een riksja maar de man spreekt geen Engels. Ik behelp mij door met gebarentaal de weg te wijzen zoals het uitgetekend staat op mijn plannetje en we belanden inderdaad bij een mooi gelegen guesthouse. Het is een bungalow waarin zich drie kamers bevinden. Er is hier geen enkele gast dus heb ik het helemaal voor mij alleen. Er is zelfs een warme douche en dat voor de prijs van 130 Bath. Niet slecht vind ik. Fietsen huren kan je hier ook dus dat doe ik dan natuurlijk direct en ik ga op verkenning. Er zijn hier verschillende resten van oude tempels te vinden en ook een gedeelte van de oude stadsmuur is hier nog zichtbaar. In een groot park net buiten het centrum liggen de meeste tempelruïnes. Sommige zijn nog tamelijk intact maar anderen zijn totaal bedolven onder struiken en gras. Enkel een naamplaat herinnert je aan een tempel. Veel toeristen zie ik hier niet. Enkel wat plaatselijke joggers komen hier hun rondjes lopen. Ik fiets ook nog even tot bij de markt waar een gezellige drukte heerst en ga er iets eten. Daarna via de oevers van de rivier teruggekeerd naar mijn guesthouse. De buurt rondom de bungalow is erg rustig dus zal het ook wel zo'n avondje worden. Na een stad als Chang Mai mag dat wel eens.


Woensdag 8 december


Rustig opgestaan en een goed ontbijt gekregen bestaande uit fruitsla, toast, eieren, confituur, … het is hier dik in orde. Terug de fiets op om een bezoekje te brengen aan het stadsmuseum. Hier wordt zo een beetje de geschiedenis verteld. Het Thaise huis ernaast, waar normaal gezien ook wat te bezichtigen is, is blijkbaar nog gesloten. In de straten van de stad zijn er optochten bezig van het leger. Groepen soldaten marcheren door de straten richting stadion. Streng gaat het er niet aan toe want tijdens het marcheren kan er gerust een lach of een goedendag af. In het stadion is er een parade bezig en kunnen de soldaten hun maag vullen aan de verschillende kraampjes. Ik loop nog even langs een marktje alvorens ik de bus neem van 14u. naar Ayutthaya. Na enkele uren rijden begin ik mij bedenkingen te maken over de tijd en de afstand. Volgens mijn berekeningen zou ik toch al aangekomen moeten zijn. Na wat informeren en vertaalwerk klopt het inderdaad dat er iets misgelopen is. We zijn al een eindje voorbij Ayutthaya en we rijden nu richting Bangkok. De bus was niet eens gestopt om mij af te zetten! Blijkbaar was het een snelbus in plaats van een bommelbus. Iets voor Bangkok zet men mij af aan de autostrade en kan ik een bus in de andere richting terug nemen. Rond 19u. ben ik in een hotel aanbeland en ga wat eten op de night market. Gebakken scampi's in rode wijnsaus met rijst en gebakken groenten. Samen met een biertje erbij betaal ik 185 Bath. Het leven kan soms mooi zijn.


Donderdag 9 december


Mijn laatste dag. Snif snif. Ik huur terug een fiets om in de stad wat rond te toeren. Het lijkt wel één van mijn favoriete bezigheden maar het is in ieder geval de beste manier om snel wat van een stad te zien. Ayutthaya was vroeger de hoofdstad van Thailand en er zijn nog veel ruïnes en tempels overgebleven uit die periode. Ik breng onder andere een bezoek aan het oude koninklijke paleis en zijn tempel waar een heel groot bronzen boeddha beeld in staat. Het Chantharakasem National Museum staat ook op het programma. Echt indrukwekkend is het niet buiten enkele zalen met mooie vazen en kruiken. Ik ga iets eten in een bootrestaurant. Je hebt hier een prachtig zicht over de rivier die bijna gans de stad omwalt. Als toemaatje ga ik een ijsje eten in het chicste hotel van de stad. Er zitten nog enkele ladingen Japanners maar voor de rest is het er rustig. Nog vlug mijn fiets binnenbrengen en dan naar het treinstation om de trein te nemen naar de luchthaven. Het vervelendste moment van de reis is nu aangebroken, wachten op de vlucht terug. De zeven weken zijn eigenlijk snel vooruit gegaan. Het wordt weer uitkijken naar mijn volgende verlof. Dag Vietnam, dag Laos en dag Thailand.

©2011 Warre Schelfhout