Warresworld

Ethiopië

Vier weken met openbaar vervoer door Ethiopië

Vrijdag 19 november

Het is vrijdagavond en mijn broer brengt me naar de luchthaven. Wanneer ik ga inchecken vraagt er een man of ik van hem een tas wil overnemen. Hij heeft overgewicht en ik zou hem kunnen helpen ik twijfel een beetje maar doe het dan toch. Er is veel volk bij de controle en alles bij elkaar heb ik bijna een uur nodig om bij de gate te komen. Tot Parijs is het rustig maar dan komt er veel volk bij. Naast mij komt een Zwitser te zitten. Hij gaat voor meer dan een week naar de Danakil woestijn in Ethiopië. Het reisbureau waarmee hij gaat is gespecialiseerd in vulkaanvakanties. Ik zeg dat ik ook naar daar zal komen, maar dan maar voor enkele dagen. Het is een nachtvlucht maar echt slapen doe ik niet.

Zaterdag 20 november

Twee uur tijdsverschil, dus het is al snel 8u voor ik de luchthaven van Addis Abeba uit ben. Ik vind mijn onderkomen in het Selam hotel en ik ga een wandeling maken. Het wordt een serieuze wandeling en onderweg zie ik het einde van een loopwedstrijd, doe ik verschillende musea aan, bezoek ik een kerk, enzovoorts. 's Avonds kom ik in het hotel twee Fransmannen tegen die geologisch onderzoek doen. Met hen ga ik een hapje eten. We gaan naar een mooi restaurant en eten injera. Dit is een soort pannenkoek-achtig brood gemaakt van teff-meel. Daarop leggen ze verschillende hoopjes met groenten of vlees. Het is best lekker en er waren ook nog mooie traditionele dansen. We sluiten af met een pintje in een café.

Zondag 21 november

Om 5u opgestaan om de vlucht naar Lalibela te nemen. Om 9u zijn we er. Op de luchthaven kom ik 2 Italiaanse meisjes tegen die naar hetzelfde hotel gaan. Met hen ga ik samen met een gids de kerken bezoeken. Die zijn uit de rotsen gehouwen. Met tunneltjes kan je soms van de ene kerk naar de andere. Tegen de avond gaan we nog naar een trouwfeest. Het is mooi om te zien hoe ze hier dansen. Ze bewegen heel hard met hun schouders. Hun nek gaat  ook alle kanten uit. We moeten aan de ingang een bijdrage leveren en dan krijg je eten en drinken wat bestaat uit injera en een onbeschrijflijk drankje. Het ziet er uit als koude koffie met melk en het smaakt eigenlijk naar niks. Of beter gezegd, het smaakt naar niks lekker. 's Avonds eet ik nog wat rijst met groenten en dan is het bedtijd.

Maandag 22 november

Vannacht dikwijls wakker gelegen van de muggen. Om 6u sta ik op om naar de kerken te gaan. In sommige kerken zitten priesters te zingen. Ze worden begeleid door drumklanken en schudden zelf met een ijzeren rammelaar. Er komen ook enkele gelovigen bidden. Het ontbijt neem ik in een plaatselijk restaurant. Brood met omelet. Hier heb ik ook afgesproken met de twee Italiaanse meisjes omdat we samen naar een klooster gaan stappen op een berg hier vlakbij. We lopen eerst een beetje verkeerd maar enkele jongens brengen ons op het goede spoor. Normaal is het maar 1u30 stappen, maar wij doen er met de nodige stops toch meer dan 2u over. Het klooster of de kerk is niet heel speciaal, maar het uitzicht is wel super. Mijn stapgenoten keren snel terug omdat ze in de namiddag vertrekken van uit Lalibela. Ik geniet nog wat van het uitzicht en vertrek dan ook voor de afdaling. Ik wissel op de bank wat euro's in Birr, want met een kredietkaart kunnen ze me niet helpen. Ik ga ook nog mijn e-mail checken in een hotel. De verbinding is super traag. Er is een mail over de plaats van het samenkomen in Mekele. Daar komen we namelijk samen met de groep om de Danakilwoestijn te bezoeken. Er komt nog iemand zijn mail lezen en ik doe een klapje met hem. Wat blijkt: het is Joe, ook iemand die mee op tocht gaat naar de Danakil. Dat is ook weer toevallig. Samen gaan we nog iets drinken. Hij heeft nog een afspraak en ik keer rustig terug  naar het hotel. Tegen 17u ga ik terug naar de meest afgelegen kerk om van de zonsondergang te genieten. De bewaker zegt wel dat ik niet mag blijven maar ik zeg dat ik via een andere weg buiten ga en daarom laat hij me toch een beetje gerust. De zon zit wel een beetje achter de wolken, wat wel spijtig is.

Dinsdag 23 november

In de vroege ochtend ga ik terug naar de kerken. Vandaag zijn er geen priesters aan het zingen en bidden, maar zijn ze de kerken aan het kuisen. Met borstels wrijven ze het onkruid van de rotsmuren. Ze hebben ook lange ladders nodig vanwege de hoge muren. Dan is het tijd voor een  ontbijt in mijn hotel, waarna ik de markt ga bezoeken. Het is niet echt de grote marktdag vandaag, maar het is toch leuk om te zien hoe de kraampjes met groenten en kruiden er uitzien. Wanneer ik terug naar het centrum keer kom ik op een bepaalde plaats veel volk tegen. Vele van hen hebben witte kleren of sjaals aan. Het blijkt dat ik op een begrafenis ben terecht gekomen. De mensen zingen en bidden of zitten gewoon wat te kijken. Ik ga die ervaring even doorspoelen met een koffie op een terras. In de namiddag kom ik Joe terug tegen en met hem kuier ik nog wat rond en drink nog een koffie. Om van de zonsondergang te genieten besluit ik een heuvel te beklimmen maar het valt wat tegen doordat er te veel wolken zijn. Nog veel meer dan gisteren. Voor de rest is het luilekkerdag.

Woensdag 24 november

Om 4u30 zouden ze me komen oppikken met een busje maar het wordt al snel na 5u alvorens ze er zijn. Moet ik daarvoor zo vroeg uit mijn bed komen? Eerst moeten we tot Woldia rijden. Het eerste stuk is redelijk slecht maar na een tijd gaat het beter want dan is het asfalt. Al zijn ze hier en daar wel aan die asfalt aan het werken. Onderweg zien we een ezel midden op de weg liggen. Hij is aangereden en ligt daar dan maar. In Woldia vinden we een busje naar Mekele maar het duurt wel even voor het vertrek. Na bijna 3u zijn we op weg om wat rondjes te draaien door de stad op zoek naar extra passagiers. Dan nog even naar het busstation en we kunnen definitief vertrekken. We rijden door een mooi landschap met heel wat bergen waarop men terrasbouw uitoefent. Er zijn ook heel veel mensen op het veld aan het werken want het is blijkbaar oogsttijd. De bergwegen en de haarspeldbochten zijn voor sommige chauffeurs blijkbaar wat moeilijk want we zien 2 keer een gekantelde vrachtwagen liggen en verder is er ook een vrachtwagen door de vangrails gereden en hangt hij met zijn cabine boven een afgrond. Maar wij geraken zonder accidenten op onze bestemming. Ik deel met Joe een kamer en 's avonds gaan we met Daan, een Nederlander, in het Castle hotel iets eten. Daan woont hier al meer dan 6 maanden en geeft les aan de universiteit.

Donderdag 25 november

Vandaag wordt het samen met Joe een rustige dag Mekele. Het ontbijt nemen we in het hotel want het is in de prijs inbegrepen. Daarna wat praktische zaken zoals de bank en de post. Vervolgens willen we naar de markt met een tuk tuk. De Chauffeur begrijpt echter niet goed waar we naar toe willen. Ik probeer hem de weg te wijzen maar het lukt toch niet al te best. Het is wel grappig allemaal maar uiteindelijk stappen we maar uit en gaan te voet verder. Op de markt vind je van alles. Zoutblokken, groenten, potten en pannen, kruiden,.... We willen ook onze mail checken maar dat lukt niet want sinds vanmorgen is er geen elektriciteit meer in de stad. Dit valt geregeld voor. Blijkbaar is de stad de laatste jaren veel te snel gegroeid en dus is ze niet voorzien voor zo’n expansie. We gaan ook nog het museum van de stad bezoeken. Je mag er geen foto's nemen. Een UN delegatie neemt wel foto's en dus probeer ik het ook. Maar ik krijg direct onder mijn voeten. We doen nog een terras en dan is het tijd om de rest van de Danakil groep op te zoeken. De samenkomst vindt plaats in ons hotel en onze gids is Daniël. Hij heeft nog gegidst voor een tv programma met Jan Leyers en daar stoeft hij wel graag mee. Veel stelt de briefing niet voor. Het is vooral belangrijk voor Daniël omdat hij nu zijn geld kan ontvangen. Voor de rest vertelt hij enkel dat we wat kleren moeten meenemen en dat we morgen na het ontbijt vertrekken. We drinken nog wat bier en kruipen een laatste keer in een comfortabel bed.

Vrijdag 26 november

Om 7u30 zitten we al aan het ontbijt en om 8u30 zijn we klaar om te vertrekken, maar dat vertrek wordt nog wat uitgesteld. Het geld dat we voor de trip betaald hebben moet eerst nog naar de bank. Dan nog naar het tankstation om de tank vol te gieten. We vullen ook enkele reservebidons die elke jeep op het bagagerek heeft staan. Het is wel ongelooflijk om te zien hoeveel geld de pompbedienden hebben in hun tas. Daarna moeten we nog water gaan kopen. Het is weer echt op z'n Afrikaans: alles moet nog in orde gebracht worden. Rond 11u30 zijn we dan eindelijk weg. We moeten een heel eind rijden vandaag. Eerst een stuk asfalt maar dan komt de zand en kiezelweg. Rond 14u30 zijn we in het laatste serieuze dorp Berahile aangekomen waar we iets kunnen eten. Het worden brokjes vlees met brood en een frisdrank. Dan gaat de trip verder via een weg die door mooie kloven kronkelt. We komen ook de eerste kamelen tegen die zout vervoeren. Het is al bijna donker wanneer we in het basiskamp Hamed Ela aankomen. Er logeren hier nog verschillende groepen en je ziet direct het verschil in kwaliteit. Sommige groepen hebben een generator, mobiele toiletten en veldbedden. Wij moeten onze zaklamp afgeven aan onze koks, slapen op lokale bedden gemaakt uit houten stokken met koorden tussen gespannen en wij moeten naar het toilet in de open lucht. Maar we hebben wel lekker eten en we slapen onder de blote hemel met een prachtige sterrenhemel.

Zaterdag 27 november

Na een lekker ontbijt vertrekken we naar de vulkaan Erta Ale. Het landschap en de bodem waardoor we rijden wisselt erg. Soms zijn het rotsen, dan weer gras of zand. Soms komt er een jeep vast te zitten en moeten we duwen of komt er een kabel en een andere jeep aan te pas. Het laatste stuk rijden we door de lavastenen naar het kamp niet ver van de berg. Het is al een flink stuk in de namiddag en we krijgen eerst ons avondmaal alvorens we, net wanneer het donker wordt, te voet naar de top moeten wandelen. Het is ongeveer 3u stappen en volgens de plaatselijke Afar zijn we één van de snelste groepen ooit. Boven aangekomen zien we de lava uit de krater komen. Het is als vuurwerk. Ongelooflijk om naar te kijken. Ik ontmoet er ook de Zwitser die naast mij op de vlieger zat. Dat is ook weer toevallig. Hij blijft hier twee dagen op de top. We hebben in ieder geval veel geluk met ons schouwspel want er zijn hier mensen die hier al drie dagen zitten en het is de eerste keer dat ze de vulkaan zo actief zien. We leggen onze matrassen aan de rand van de krater en genieten van het zicht en het lawaai en zo vallen we in slaap.

Zondag 28 november

We staan in het donker op en genieten weer van het lichtspel, al is het wel minder dan gisteren. vervolgens maken we nog een wandeling rond het lavameer en keren dan voldaan van het mooie natuurschouwspel terug naar het kamp. Daar wacht ons ontbijt ons op. Rond 11u30 kunnen we dan terug vertrekken naar het basiskamp. Het is wel ongelooflijk om te merken dat, wanneer we ergens vast zitten of wachten, er in een mum van tijd kinderen te voorschijn komen. Er moeten hier nog veel mensen wonen, en dat in die hitte! Op een bepaald moment is er een moeilijk stuk met veel zand en één van de jeeps komt zo vast te zitten dat we hem maar achterlaten met de chauffeur en onze Afar gids. Anders wordt het echt te laat. Het is al goed donker wanneer we in het basiskamp aankomen en daar hebben we vandaag de mogelijkheid tot een deftig wasje. In een hut staat een bidon met water en met een potje kunnen we ons douchen!! Het water is heerlijk warm, gewoon van in de zon te staan. Even later komt de jeep die we achter hebben gelaten ook aan en dus zijn we terug verenigd. We kunnen met een gerust gemoed gaan slapen onder de blote hemel.

Maandag 29 november

Lekker in de open lucht geslapen en genoten van de sterrenhemel. We rijden naar de dallol, waar veel hete zwavelbronnen zijn. Je ziet het water er zo bubbelen. De kleuren zijn er ook fantastisch. Het gaat van geel naar oranje en bruin. Ook neemt de zwavel allerlei grillige vormen aan. Soms lijkt het wel op een veld vreemde paddenstoelen. Vandaag rijden er met ons ook gewapende soldaten mee. Die gaan dan steeds ergens boven op een rots staan om een overzicht te hebben. Veel gevaar zie ik niet. We zitten wel dicht bij de grens met Eritrea. Maar blijkbaar is de regel dat wanneer je geen soldaten meeneemt de kans op kidnapping veel groter wordt. Dus doet iedereen het en zo verdienen die soldaten nog wat extra. Na de dallol stoppen we ook nog bij een meer met  kabbelende bronnen en daarna rijden we naar het zoutmeer. Hier halen de mensen brokken zout uit de bodem. Ooit was dit gebied een deel van de rode zee. Maar nu stroomt er nog altijd water van die zee naar dit lager gelegen deel. Het diepste punt ligt trouwens op 100 meter onder de zeespiegel. Het water verdampt en het zout blijft achter. Het zout kappen is echt wel zwaar werk bij deze hete temperaturen. Met kamelen en ezels brengen ze het zout naar o.a. de markt van Mekele. Hiervoor zijn ze dan dikwijls enkele dagen tot meer dan een week onderweg. Omdat we in de namiddag niet veel meer op het programma staan hebben, besluiten we om al terug te keren naar Mekele. We krijgen voor de vroegere terugkeer wel een hotelnacht en een avondmaal aangeboden door de touroperator en dat is mooi meegenomen.

Dinsdag 30 november

Ik kom op tijd uit bed want ik wil naar Wukro. Wanneer ik in het busstation een bus sta te zoeken komt er iemand  mij een lift aanbieden. Ik vraag hoeveel het kost en hij zegt dat het gratis is. Ik zal hem maar geloven zeker. En inderdaad, na 45 kilometer zet hij me af aan een hotel. Ik bied hem aan om een koffie te gaan drinken en hij zegt dat het goed is. Wanneer ik echter in het koffiehuis iets wil bestellen voor hem, kan het niet want hij is aan het vasten. Het zal voor een andere keer zijn. Als beloning voor de gratis lift moet ik dan maar samen met hem op de foto. Eens die verplichtingen achter de rug neem ik een busje naar Abraha Atsbeha. Dat is één van de mooiste rotskerken uit de omgeving. Ze vragen 100 birr inkom maar daarvoor zou ik wel oude muurschilderingen kunnen zien. En dat blijkt ook zo te zijn. Een busje terug blijkt wat moeilijker. Ik moet uren wachten. Ik ben al van plan om te voet de goeie 15 km af te leggen, maar daar is het eigenlijk wat te warm voor. Uiteindelijk, na meer dan 4uur wachten komt er een busje. Wanneer het dichterbij komt rennen alle mensen er naar toe. Het zit eigenlijk al vol maar toch probeert iedereen er zich nog bij te wurmen. De bijrijder die ook het geld ontvangt, probeert de boel te organiseren, maar er vallen toch enkele mensen uit de boot. Ik heb geluk en kan me een plaatsje veroveren. In Wukro ga ik nog een rotskerk bezoeken. Ook hier vragen ze 100 birr inkom. Veel te veel eigenlijk. Ik stamp nog even een balletje met kleine jongens op de straat en keer terug naar het hotel. Nog een injira als avondmaal en om af te sluiten nog iets drinken in de bar, en ik kan mijn bed opzoeken.

Woensdag 1 december

Om 5u30 loopt de wekker af want ik wil om 6u aan het busstation zijn voor de bus naar Axum. Wanneer ik eraan kom zijn de poorten juist open gegaan, maar voor mijn neus gaan ze weer dicht. Ik informeer even voor de bus en er komt iemand naar me toe met de vraag of ik meewil met een klein busje. Dat is ook goed voor mij. Er staan maar twee zetels in de bus, en voor de rest liggen er wat reservewielen in. Daar moeten de meeste mensen maar op zitten. Na ongeveer 2u rijden zijn we in Agridat. Hier moet ik wachten op het busje naar Axum en dus kan ik eerst ontbijten. Rond 9u zijn we weg. Het eerste deel rijden we door een fantastisch landschap. Mooie bergen en veel haarspelbochten omhoog en omlaag. Gelukkig is de weg al bijna overal vernieuwd en rijdt het vlot. Hier en daar zijn de chinezen nog aan de weg aan het werken. In Adwa moet ik nog eens overstappen en zo kom ik rond 13u aan. Gisteren was hier een groot religieus festival en dat is nog duidelijk te merken. Er is nog redelijk veel volk op straat en er staan hier en daar nog tentjes. Ik bezoek nog het kerkencomplex en ga ook nog naar het openluchtmuseum waar obelisken staan. Maar morgen ga ik hiervoor meer tijd nemen. In een plaatselijk restaurantje eet ik als avondmaal nog een injira. Voor 13 birr (ongeveer een halve Euro) kan je niet sukkelen.

Donderdag 2 december

Na een continantal breakfast, wat hier eigenlijk gewoon gewonnen brood betekend, ga ik op stap naar enkele bezienswaardigheden net buiten de stad. Ik loop voorbij het Queen of Sheba's bad. Het is eigenlijk gewoon een waterreservoir waar mensen hun kleren komen wassen maar het speciale is wel dat het uit de rotsen is gekapt. Wat verder vind ik de graftomben van koning Kalleb & Gebre Meskel. Ze zitten in de grond verborgen. Het uitzicht is hier wel mooi en ik besluit om nog wat verder te wandelen en te genieten van het landschap. Daarna heb ik wel een terrasje verdient bij een hotel op een heuvel. Je hebt hier een mooi zicht over de stad en de site met de obelisken. Ik bezoek de site met de reusachtige Obelisken van 2000 jaar oud. Ze zijn gebouwd uit één stuk en de hoogste nu nog overeind staande Obelisk, is 24 m hoog. Deze obelisk, die is versierd met geometrische motieven, werd in 1937 door Mussolini gestolen uit de stad. De "oorlogsbuit" werd vervolgens naar Italië gebracht. Maar sinds enkele jaren is hij teruggebracht. Eten doe ik in een plaatselijk restaurant met stukjes vlees en brood. De rest van de namiddag verloopt rustig met een terras, koffie, een boek en een pint. 's Avonds  doe ik nog een wandeling door de stad maar de helft zit zonder elektriciteit. Het is pikdonker op straat en in de winkels branden kaarsen. Ik besluit maar een restaurant te gaan opzoeken in het gedeelte met elektriciteit. Dat eet toch iets makkelijker. Het oog wil ook wat hé.

Vrijdag 3 december

Muggen op de kamer en straatlawaai maken het slapen er niet gemakkelijk op. Om 5u30 sta ik op om naar het busstation te wandelen. Een direct bus naar Gondor is er niet en ik moet eerst naar Shire. De bus zit vol met pelgrims van het festival en de ganse weg wordt er gezongen en gebeden. Het is wel een leuke bedoening. Rond 8u ben ik in Shire en daar blijkt er geen bus meer te zijn richting Gondor. Er zijn enkele fickers die me nog met een landcruiser proberen mee te krijgen maar de chauffeur vraagt 1000 birr. Dat is zo wat een maandloon en dus veel te veel. Er zit dus niet veel anders op dan te wachten tot de bus van morgen. Ik koop alvast een busticket, zo ben ik zeker van een plaats en neem mijn intrek in een hotel vlakbij. Vervolgens ga ik het stadje maar eens verkennen. Een terras bij een hotel brengt de oplossing om de dag door te brengen. Samen met een boek, wat sudoku en het bijwerken van dit verslag. Ik maak nog een kleine wandeling naar een kerkje op een heuvel waar ik een zicht heb over de stad en waar het goed toeven is in de schaduw van een boom. Ik kruip maar vroeg in bed want morgen moet ik om 5u30 in het busstation zijn.

Zaterdag 4 december

Om 5u30 sta ik bij het busstation want dat uur staat ook op mijn busticket. Maar de poorten gaan maar om 6u open. Dan crost iedereen naar binnen. De bijrijders roepen hun bestemming en lokken volk. De bus naar Gondor staat ergens achteraan. Ik stap de bus op maar bij het controleren van de tickets blijkt dat ik op de verkeerde bus zit. Deze bus rijdt ook naar Gondor maar mijn bus staat er juist naast. Die zit blijkbaar al bijna vol en ik moet nog goed wringen om een plaats te bemachtigen. Rond 6u30 zijn we dan toch weg. Het is een erg bergachtig landschap en het eerste deel van de weg zijn ze volledig aan het vernieuwen. De helling van de berg lijkt wel één grote puinhoop van stenen. Soms moeten we stoppen omdat de bulldozers de weg nog moeten vrijmaken. Verder op de route zijn er minder werken maar de weg is dan weer zo zanderig dat het stof en het zand langs alle spleten in de bus binnenkomt. We stoppen ook twee keer om iets te eten. Het laatste stuk omhoog naar Debark, wat mijn eindbestemming is, is echt stijl. Het is echt klimmen en het is de ene haarspelbocht na de andere. De bus is zo lang dat ze die haarspeldbochten soms niet in één keer kan nemen. Het is dan wel spannend wanneer ze achteruitbolt richting ravijn om de bocht in twee keer te kunnen nemen. Wanneer de chauffeur dan eindelijk met ons boven komt krijgt hij spontaan applaus. In het hotel kom ik ook nog enkele Vlamingen tegen. Zij zijn hier met de auto naar toe gekomen. Ik ontmoet ook nog een Oekraïner Alex, die al 10 jaar aan het reizen is en met hem spreek ik af om morgen een tweedaagse tocht door de Simien Mountains te maken.

Zondag 5 december

Na het ontbijt gaan we naar het bureau waar de tickets voor het nationaal park moeten gekocht worden. We moeten twee dagen inkom betalen, een overnachting en we moeten een scout meenemen. Dat is onze oppasser die met zijn geweer voor onze veiligheid gaat zorgen. We kunnen ook nog een gids meenemen maar dat vinden we wat overdreven. We zullen het wel met de scout doen al spreekt die geen woord engels. We nemen wat brood, snacks en water mee want voor ons middagmaal rekenen we op een stop in de lodge van het park. Onze scout weet blijkbaar niet goed de weg want af en toe moet hij het vragen. De lodge zijn we ook mislopen en zo moet ons eerste brood er al aan geloven. Wel genieten we onderweg van vele vogels en gelada Boboons. De gelada is de enige grasetende aap ter wereld en komt alleen hier voor. Bij de apen kan je echt heel dicht komen. Het landschap is ook wel geweldig mooi. We wandelen op een klif en je hebt dikwijls een erg mooi uitzicht. Je kan echt kilometers ver kijken. Het is wel redelijk warm om te stappen maar gelukkig hebben we genoeg water bij. Rond 16u zijn we op de kampsite. We kunnen er in een gebouw een bed huren en er is gelukkig iemand bereid om een injira voor ons klaar te maken. Het is de vrouw van een van de kampopzichters en we mogen bij haar thuis komen eten. Echt super is het niet maar bij gebrek aan iets anders laten we het ons zo goed mogelijk smaken. Verder valt er hier in het donker niet veel te beleven en dus kruipen we maar snel in onze slaapzak.

Maandag 6 december

We staan redelijk vroeg op. Eten nog wat overschot van brood op en gaan een thee drinken bij onze gastvrouw van gisteren. Daarna keren we terug naar Debark. We lopen dikwijls zelf voorop omdat we de weg al beter kennen dan onze scout. Onderweg komen we veel mensen tegen met witte kleren. Blijkbaar gaan die naar een religieuze bijeenkomst want even verder zien we in een dal een hele groep mensen bij elkaar en horen we ook gezang. Iets na de middag zijn we terug bij ons hotel en hebben we de kans om iets deftigs eten. We kunnen nog een bus nemen naar Gondor en dat doen we dan ook. Het is weer een proppesvolle bus en er zit een halve gek op die geen vijf minuten kan zwijgen. Hij zit alsmaar tegen ons of tegen anderen te praten. Erg vermoeiend en na een tijd probeer ik hem toch gewoon te negeren. Het is al goed donker wanneer we aankomen. Tijd dus om een hotel te zoeken en iets te gaan eten. Alex deelt met mij de kamer maar dat zal niet voor lang zijn want hij neemt vannacht nog de minibus naar Addis Abeba.

Dinsdag 7 december

Slecht geslapen vannacht want mijn kamergenoot vertrekt om 2u om de bus te hebben. Mijn maag draait ook nog in verschillende richtingen en dat maakt het slapen er ook niet gemakkelijker op. Ik kom dan maar op tijd uit mijn bed en ga in een plaatselijk restaurant iets eten. Het is brood met een soort warme groentepap. Ik moet ook nog van kamer wisselen en daarna ga ik de stad in. Gondor is één van de meest prominente historische plaatsen in Ethiopië en is beroemd om de architectonische kastelen, paleizen en kerken die gebouwd werden door de verschillende keizers die regeerden van 1532 tot 1855. De vijf kastelen liggen in een gebied van zeven hectare, omgeven door hoge stenen muren. Deze dramatische kastelen zijn uniek in Afrika en dus zeker het bezoeken waard. Ik bezoek ook nog de Selassie kerk. Deze is wel mooi bewaard gebleven en ligt in een ommuurde tuin. Daarna bezoek ik ook nog het vroegere koninklijke badhuis. Er staat wel geen water meer in maar het is wel een mooi gebouw. Ik slenter nog wat door de stad en kom hier en daar nog overblijfselen van de oude stad tegen. En dan is het tijd voor een terras.

Woensdag 8 december

Ik neem een minibus naar Bahar Dar. En rond de middag ben ik er. Eerst een hotel zoeken en een middagmaal en dan ga ik een fiets huren. Ik wil naar één van de paleizen van Haile Selassie. Dat ligt zo'n zes km buiten de stad. Op vlakke stukken doet de fiets het redelijk goed maar wanneer het bergop moet trapt hij steeds door. En toevallig ligt dat paleis toch op een heuvel zeker. Ik krijg begeleiding van enkele plaatselijke jongens en ze tonen me een mooie plek waar je een uitzicht hebt over de stad. Het paleis is echter niet te bezoeken. Ik koers nog wat rond in de stad en daarna is het weer tijd voor een terras. Ik ontmoet toevallig de Zweed die met de Vlamingen onderweg is. Ook onze gids van de Danakil kom ik tegen. Er worden dus verschillende pinten gedronken op de hereniging. 's Avonds ga ik nog enkele plaatselijke cafés bezoeken. Bij sommige wordt livemuziek gespeeld, bij andere is het de stereo die voor lawaai zorgt.

Donderdag 9 december

Na het vroege ontbijt trek ik naar het busstation om de bus naar de blauwe nijl watervallen te nemen. Het is ongeveer een uur rijden over onverharde wegen. Ik ontmoet op de bus Hanibal, een Spanjaard en samen doen we de wandeling naar de watervallen. Onderweg zijn veel mensen en kinderen die souvenirs willen verkopen. Sommige mensen zijn onderweg om hun dieren te laten grazen en wanneer ze ons zien komen ze snel aangelopen om wat dingen aan te prijzen zoals juwelen of kallebassen. Er is niet zo veel water omdat het regenseizoen voorbij is maar toch is het nog de moeite om te bekijken. Een zwemplaats vinden we niet direct en het water is ook nogal bruin. Het is al goed middag wanneer we terug keren. Tijd om nog wat geld uit de automaat te halen en een minibus te regelen naar Addis. Ze komen mij morgenvroeg om 4u oppikken. Waarom die zo midden in de nacht moeten vertrekken is me toch eigenlijk een raadsel. Maar ja, ik kan hun systeem toch niet veranderen. Ik probeer dus vroeg in bed te kruipen.

Vrijdag 10 december

Al voor 3u staan ze aan mijn deur te kloppen. Tijd om te vertrekken. Ze kunnen de klok niet goed lezen zeker! Ik mag vooraan naast de chauffeur zitten. Of dat nu zo'n groot voordeel is betwijfel ik wel want ik zit met mijn knieën tegen het handschoenkastje en de zetel is niet achteruit te zetten. Komt daar nog bij dat er nog iemand tussen de chauffeur en mij komt te zitten en je kan je al voorstellen hoeveel plaats ik heb. We moeten nog andere mensen oppikken in de stad en dus wordt het nog 4u alvorens we vertrekken. Ze hadden mij beter als laatste opgehaald. De eerste uren rijden we dus in het donker. Wanneer het licht begint te worden stoppen we bij een hotel in een stad voor ontbijt. We moeten nog de kloof van de nijl door, en daar is het landschap wel mooi. Voor het overige zijn het meestal velden. Rond 14u zijn we in Addis. Met een taxi rijd ik naar een hotel en dan ga ik info zoeken voor de verplaatsing naar Arba Minch in het zuiden. Ethiopien airlines vliegt morgen niet en dus zal het de bus worden. Met minibusjes ga ik alvast naar het busstation om een ticket te kopen voor de bus van morgen. Daarna slenter ik nog wat rond en doe een terras met mango en ananassap. Het smaakt lekker dus bestel ik er nog één. In de buurt van het hotel ga ik eten. De Italianen hebben niet alleen de koffiemachines achtergelaten maar ook pizza. Dus dat ga ik maar eens uitproberen en ik moet zeggen dat het mij niet tegenviel.

Zaterdag 11 december

Ik sta vroeg op om met een taxi naar het busstation te rijden. De taxi is wel een gammel beestje. Hij is klaar om uit elkaar te vallen. Eerst moet hij nog gaan tanken. Maar meer dan 4 liter tankt hij niet. Ook de radiator moet bijgevuld worden en daar kunnen meer liters bij. En blijkbaar heeft die ook een lek want bij aankomst komt de damp van onder de motorkap. Eerst komen nog wat priesters op de bus om voor onze reis te bidden en een centje te vragen en dan vertrekken we voor een ganse dag bussen. Het eerste stuk gaat goed vooruit omdat het asfalt is, maar het tweede stuk duurt heel wat langer omdat er aan de weg gewerkt wordt. Onderweg zie ik ook een uitgebrande bus staan. Ze staat gewoon midden op de weg. Om 16u ben ik in Arba Minch. Ik regel nog een gids en een auto naar de Omovalei, eet nog wat gebakken vis en dan is het tijd voor het bed want de ganse stad zit toch zonder elektriciteit en dus is het overal donker.

Zondag 12 december

Om 7u opgestaan en dan met mijn chauffeur en gids de baan op. Via Koro naar Kako. Onderweg maken we veel fotostops. Kinderen staan te dansen op straat om de aandacht te trekken. Ze hopen dat je dan stopt zodat ze wat geld kunnen vragen. Voor ons middagmaal stoppen we aan een baanrestaurant. Hier zit ook een groep Japanners. Zij hebben hun eigen kok en eten bij. Blijkbaar eten die nooit in de lokale restaurants. De kamer in Kako is simpel maar morgen is hier een markt en daarom slapen we in dit dorp. Het is de streek van de Bana mensen. Er zitten enkele oude mannen in het café honingbier te drinken en ik drink er eentje mee, maar ze zijn blijkbaar al goed in de wind. Ze komen hier elke dag en ik laat ze dan maar beter in hun roes. Tegen 16u, wanneer het wat frisser is gaan we het dorp verkennen en bezoeken eerst een smid. Met een leren vel heeft hij een blaasbalk gemaakt. In een put liggen wat kolen die hij opwarmt om het ijzer te smeden. Verder bezoeken we enkele tuinbouwers. Veel hebben die mensen hier niet. Maar met het kweken van groenten kunnen ze blijkbaar verder leven. Ik heb steeds het gezelschap van enkele kinderen en eentje van hen kan mijn hand bijna niet lossen. Voor het avondmaal moeten we vier cafés aflopen alvorens we er eentje vinden die iets wil klaarmaken. Het wordt net zoals vanmiddag injira met schapenstukjes. Afsluiten doen we met enkele pinten.

Maandag 13 december

Ik ben redelijk vroeg wakker omdat er veel verkeer op de straat is. Regelmatig hoor ik vrachtwagens stoppen en die maken nogal veel lawaai. Om 7u sta ik dan maar op om foto’s te gaan maken. De marktkramers komen stilaan aan en zetten hun tentje op. Ik drink nog ergens thee en dan is het tijd voor het ontbijt. Het zal terug injira worden want blijkbaar is dat het enige wat hier te krijgen is. In de loop van de voormiddag komen er nog meer Bana mensen naar de markt en dus probeer ik nog wat foto’s te maken. Rond de middag rijden we naar Jinka. Hier vind ik mijn onderkomen in een klein familiehotel. We worden er direct uitgenodigd voor de koffie. Ik bezoek nog het museum waar uitleg verstrekt wordt over de verschillende stammen die hier in het zuiden wonen. Op straat kom ik Florin tegen, een Roemeen die in de USA woont en met hem spreek ik af om morgen naar de Mursi stam te gaan.

Dinsdag 14 december

Om 6u vertrekken we naar de Mursi stam. Zij wonen in een nationaal park waar je inkom en een ranger voor moet nemen. Om 8u komen we in het eerste dorp aan waar enkele Mursi wonen maar we rijden enkele dorpen verder. Eerst moeten we inkom voor het dorp betalen en dan nog voor elke foto. De toeristen zijn natuurlijk één van hun belangrijkste inkomsten. Vrouwen met kleischotels in hun lippen en mannen met tatoeages. De vrouwen verkopen van die kleischijven en ik koop er enkele. Ze zijn nogal opdringerig wat foto's nemen betreft. Ze willen er allemaal op staan en hun centje verdienen. Na een tijdje houden we het dan ook voor bekeken. Op de terugweg komen we nog twee beschilderde naakte mannen tegen en daar moeten we natuurlijk ook voor stoppen. We bezoeken nog een Ari dorp maar dat is niet echt bijzonder. In de namiddag trekken we nog naar de plaatselijke markt waar ik nog wat souvenirs koop.

Woensdag 15 december

Om 6u ben ik in het busstation. Ze zeggen dat de bus die er staat direct naar Adis gaat. Dus kan ik mee omdat ik ongeveer halfweg in Sodo wil stoppen. Bij elke stopplaats worden mango’s en bananen verkocht en het is dan ook mijn belangrijkste voedsel van vandaag. Rond de middag stop de bus in het busstation van Arba Minch en wat blijkt: het is pas morgen dat ze verder rijdt naar Adis. Dat de bus er twee dagen ging over doen hadden ze mij vanmorgen natuurlijk niet vertelt. Ik probeer dan een deel van mijn ticket terug te krijgen en met de hulp van iemand lukt dat nog ook zodat ik nog diezelfde dag met een andere bus richting Sodo kan. Onderweg staat de uitgebrande bus er nog steeds. Ik verwacht dat ik in Sodo zal moeten overnachten maar wonder boven wonder lukt het me nog om een bus te nemen naar Shashamene. Ze vertrekt om 17u30 en het eerste stuk is echt heel slecht. De asfalt is volledig kapot gereden. Gelukkig is de tweede helft beter zodat we toch een beetje snelheid kunnen halen. Het meeste van de tijd rijden we in het donker en op de straten loopt het nog vol mensen die te voet of met ezelskarren van hun veld komen. Het is dus steeds opletten voor de chauffeur. In Shashamene is het al na 21u wanneer ik een hotel gevonden heb. Wanneer ik wil betalen merk ik dat mijn geld weg is. Dat moet blijkbaar op de bus gebeurd zijn want daar heb ik mijn klein rugzakje een tijd onbeheerd achtergelaten tijdens een plaspauze. Eigen fout natuurlijk. Ik zal dus morgen naar de bank moeten om geld te wisselen. Gelukkig heb ik nog wat klein geld over zodat ik nog kan gaan eten. Moe van de lange dag bussen kruip ik mijn bed in.

Donderdag 16 december

Ik probeer wat uit te slapen maar dat lukt mij niet goed. Toch blijf ik nog wat liggen want de banken gaan toch maar open vanaf 8u. Vooraf nog ontbijten met een eitje en dan gaan geld wisselen. Er komt wel vijf man aan te pas alvorens ik mijn geld krijg. Dan met een tuck tuck naar  het busstation. De bus die net komt buiten gereden blijkt de goeie te zijn. Het wordt weer een busrit in een overvolle bus maar gelukkig duurt het nu maar 2 uren. In Dodola aangekomen ga ik meteen naar het trekkingbureau waar ze voor een gids kunnen zorgen. Er is blijkbaar niet veel beweging in het bureau maar toch heeft er iemand een telefoon gepleegd want even later komt Kasim er aan. Hij zal mijn gids zijn voor vijf dagen. Ik kan ook nog een paard en een paardenman huren voor de bagage maar ik besluit om zelf maar met mijn rugzak te sjouwen. We moeten ook nog eten meenemen en dus gaan we eerst wat inkopen doen. Spaghetti, rijst en macaroni zullen de basisproducten worden voor de volgende dagen. Alvorens we vertrekken gaan we nog een injira eten. We stoppen ook nog even bij de gids zijn moeder om wat brood mee te nemen en dan is het een goeie twee uur stappen naar de eerste kampplaats. Hier staan enkele tenten onder een afdak en is er een keukenhuisje. We nemen even een siësta alvorens we nog een rondwandeling maken naar een uitkijkpunt. Alles is hier goed georganiseerd. Er staan bedden in de tenten met een matras. En ook lakens en dekens zijn ter beschikking. In de keuken is ook genoeg materiaal aanwezig: kookvuren op petroleum, borden, potten en water komt iemand brengen met een ezel. Thee drinken zit ook in de prijs van een overnachting inbegrepen, en wees nu eerlijk, voor de prijs van 50 birr, ongeveer 2,5 Euro, is dit echt fantastisch. De eerste macaroni wordt als avondmaal klaargemaakt samen met tomatensaus. Ondertussen wordt in de eetruimte voor vuur gezorgd, dus echt koud ga ik het niet hebben.

Vrijdag 17 december

Rustig opgestaan en ontbijt van brood met confituur gekregen. Volgens de gids is het vandaag 4 à 5 uur stappen naar de volgende hut. Eerst is er tamelijk wat klimwerk. Onderweg zien we apen, wilde kippen en verschillende vogels. We lassen ook regelmatig een pauze in en toch zijn we al om 12u bij de volgende hut. We hebben er maar 3u30 over gedaan. Zou mijn gids nog het uur moeten leren lezen? Ik heb dus tijd om eerst een middagmaal en een siesta te nuttigen. Daarna gaan we nog een wandeling maken. Eerst wandelen we via een rotsmuur en dan gaat het naar de top van een berg. Kasim is nog maar 23 jaar en hij klautert zonder problemen naar boven. Hij is ook een favoriet van de kortste route want veel wegeltjes volgt hij niet. Het gaat meestal gewoon stijl naar boven. Na onze wandeling wil hij nog op bezoek bij een vriend waarvan een baby gestorven is. Ik vraag of het stoort of ik meega en voor hem is het geen probleem. We moeten terug afdalen naar het dal en weer gaat het via de kortste route. Dus recht naar beneden! Bij de vriend zijn nog andere mannen aangekomen en ze zitten gewoon wat bij elkaar te praten. Ik mag gewoon bij hen zitten en ik vermoed dat het gesprek meer over mij gaat dan over de dode baby. Ik besluit dat ik maar beter kan opstappen. Het is trouwens toch tijd want straks wordt het donker. ’s Avonds eten we spaghetti en Kasim, die nog naar school gaat, heeft blijkbaar huiswerk mee want regelmatig zit hij van alles op te schrijven en te bestuderen.

Zaterdag 18 december

Nadat ik het plaatselijke brood verorberd heb kunnen we aan een serieuze wandeling beginnen. Eerst is het een steile klim tot aan een waterval waar nu geen water valt vanwege het droge seizoen. Dan volgt een redelijk stuk vlak door een soort steppe, want hier op 3400m hoogte groeien geen bomen meer. Daarna volgt nog een afdaling en wandelen we voorbij enkele hutten waar mensen wonen die de velden bewerken en met het vee door de bergen trekken. Tot slot nog een klim naar de volgende overnachtingplaats. We hebben er toch 4u30 wandelen op zitten. In de namiddag maak ik wat tijd vrij voor een douche en kleren wassen. Ik speel ook wat voetbal met een jongen die hier in de buurt woont maar ik moet het redelijk vroeg opgeven. Mijn fysiek op meer dan 3000m hoogte is ook niet alles! Bij het huis naast de kampplaats zit een vrouw een koe te melken. De melk vangt ze op in een speciaal potje en haar zoontje van een jaar of drie krijgt de melk direct te drinken. De avond wordt afgesloten rond de houtkachel maar het is toch redelijk koud in de hut en dus kruip ik maar snel onder de dekens.

Zondag 19 december

In de voormiddag gaan we een rondje wandelen. Zo kan de rugzak ter plaatse blijven en is de tocht wat minder zwaar. We klimmen langzaam tot een top vanwaar we mooie uitzichten hebben. Na een mooie tocht van 3u zijn we terug bij onze hut. We eten er terug wat plaatslijk brood alvorens we verder trekken naar de volgende hut. Die zie ik redelijk snel liggen en dus denk ik dat ik er bijna ben, maar dat is toch redelijk misrekend want we moeten nog door verschillende valleien. Dus het is nog redelijk omlaag en omhoog voor we er zijn. Deze kampplaats heeft niet het mooie uitzicht van gisteren maar ze is wel beter verzorgd. Er komen ook nog andere wandelaars toe, dus ik slaap hier vannacht niet alleen. In de late namiddag doe ik nog een plaatselijk rondje en tegen de avond eten we onze laatste spaghetti op. Ondertussen is er buiten een kampvuur gemaakt en kunnen we de rest van de avond rond het vuur zitten.

Maandag 20 december

Wanneer ik opsta en me wil wassen met het water dat buiten in de emmer staat, blijkt dat dat bevroren is. Het heeft hier dus wel degelijk goed gevroren vannacht. Vandaag is onze laatste wandeldag en we moeten ongeveer 20km  terugwandelen naar Dodola. Om 8u30, wanneer het wat opgewarmd is, zijn we weg en na een afdaling lopen we door een mooie vallei. We stoppen nog bij Kasim zijn moeder om iets te eten en om 13u30 zijn we in Dodola. Het is tijd dat we er zijn want de warmte is al erg hevig. Ik bedank mijn gids en geef hem nog een T-shirt. Die heb ik nu toch niet meer nodig. We doen nog een terras om een afscheidsdrank te nuttigen en dan kan ik terug de bus op richting Shashamene. Daar bezoek ik nog een kunstenaar die met bananenbladeren collages maakt.Hij is een rastaman en hij is hier blijkbaar niet de enige. Er woont hier een ganse commune van rasta’s. Vroeger hadden die ook nog een museum, maar dat is nu gesloten. In het centrum van het stadje ga ik nog een injira eten en daarna laat ik enkele foto’s ontwikkelen. Die kan ik dan meteen opsturen naar Kasim, want dat had ik hem beloofd. Ik bezoek nog enkele cafés om een pint te drinken. Wat wel vreemd is aan zo’n café is dat er steeds volk naar achteren loopt en terug. Blijkbaar zijn daar nog verschillende achterkamers waar iets gedronken kan worden.

Dinsdag 21 december

Eerst ontbijt en dan naar het postkantoor. Dat is al open voor de postbussen maar voor het loket is het nog wachten tot 8u30. De post die moet verstuurd worden ligt in enkele zakken buiten op de stoep. Even later komt er iemand met een kruiwagen die zakken halen. Ik neem een minibus naar Bishoftu maar ik denk dat ik sneller met de gewone bus was geweest want er is duidelijk iets mis met de versnellingen. Hij geraakt blijkbaar niet verder dan de derde versnelling. Na een tiental kilometers probeert de chauffeur het te laten maken, maar het helpt niet. Dus stappen we maar over op een andere minibus. Die stopt al na een kwartier voor een drank en eetstop. Verder verloopt alles normaal en iets na de middag ben ik in mijn hotel waar ik een mooi overzicht heb over een kratermeer. Een terras, een boek en een pint doen de tijd snel verdergaan. Ik ga de buurt nog verkennen en passeer een school die net uit is. De kinderen stormen naar buiten en hangen rond mij. Hallo, Birr, money… dat zijn de woorden die het meest uit de kindermondjes komen! De spoorweg die hier door de stad loopt is niet meer in gebruik Het was vroeger de enige spoorlijn die liep van Djibouti naar Addis Abeba. Maar nu zijn er al vele stukken echt krom en onberijdbaar. Ondertussen is het al donker geworden en is het dus tijd voor mijn laatste maaltijd, mijn laatste pint. Tijdens die pint geraak ik nog aan de praat met een Keniaan. Hij trakteert me en vertelt dat hij prof is aan de universiteit. Maar in zijn zatte toestand is het toch geen al te goeie prof vrees ik.

Woensdag 22 december

Ontbijt in het hotel genomen waar de serveerster weer niet goed bij de pinken is. Gisteren vergat ze de bestelling van mijn avondmaal door te geven en vandaag vergeet ze de rekening te brengen. Ik ga dan maar zelf bij de kassa afrekenen. Met een minibusje gaat het dan naar Addis Abeba. De weg is druk bereden. Alle importgoederen voor de hoofdstad komen via deze weg van uit Djibouti. Overal staan ook fabrieken voor kleren, etenswaren, constructie,…. En veel ervan zijn in handen van de Chinezen vertelt een medereiziger mij. In Addis neem ik nog een kamer in een hotel, gewoon om mijn bagage te kunnen zetten en om nog een douche te kunnen nemen. Ik bezoek nog de markt waar je werkelijk alles kunt vinden. Matrassen, juwelen, speelgoed, manden, ijzerwerk,….enz. Een terras met een mangofruitsap sluit de dag af en tegen de avond kan ik naar de luchthaven voor mijn nachtvlucht terug naar België. Wanneer ik daar aankom ligt alles onder de sneeuw. Wat een verschil! Gelukkig kan ik terugkijken op een mooi verlof wat me innerlijk genoeg warmte geeft.

©2011 Warre Schelfhout