Vermoeide ogen in de morgen. De wereld slaapt nog, geen hanen die met hun geroep tot grote ergernis van vele buren de ochtend aankondigen, geen zonnelicht dat verschijnt als aankondiging van het begin van een nieuwe dag. Opstaan is een zegen die niet iedereen gegeven is, dagelijks zijn er mensen die nooit meer zullen opstaan. Ik mag geluk spreken dat ik daar vandaag niet bij hoor. De stevige ochtenderectie maakt me bewust van het ontwaken van mijn lichaam, blij dat jij ook nog mag opstaan mompel ik met een glimlach. Na een toiletbezoek en de bijna rituele reiniging van aangezicht en handen heb ik nood aan koffie. Koffie maakt wakker hoor je veel zeggen, en inderdaad, na een paar slokken van die cafeïnedrank komen mijn zintuigen weer tot leven. Een lichte hoofdpijn overvalt me. Wat was het laat geworden gisteren, een overvloed van alcohol laat zijn sporen na in mijn grijze massa. Wat een vrouw, mooie verzorgde donkere snit, prachtige ogen geaccentueerd door een ietwat strenge moderne bril, een guitige lach en een heerlijk zachte stem waar je van wegdroomde, regelrecht naar een ander hoofdstuk. We hadden gepraat over het eventuele leven na de dood. Ik kan er me weinig van herinneren, enkel haar verschijning is het enige afgelijnde beeld dat nog aanwezig is. Bianca noemde ze, dat weet ik ook nog zeker. We hadden elkaar die avond ontmoet in café “de rosse”. Het was er gezellig druk, leuke muziek, hier en daar een beschonken schaterlach en Kris, Kris? Waar was die nu weer gebleven? Ik had hem toch niet links laten liggen voor die griet? Wat een vriend ben ik toch? Ach ik bel hem straks wel even. Nog koffie, enkel na twee tassen met te veel suiker kom ik volledig terug tot leven. Straks zeker naar Kris bellen, dat mag ik niet vergeten. Hoe kan ik zo dom zijn om hem te dumpen, hij heeft het zo al niet gemakkelijk met een vrouw die hem geen streepje zonlicht gunt. Die hem aan handen en voeten gebonden heeft, die haar hete adem nooit uit zijn nek zal laten verdwijnen. Maar het was wel een beetje zijn eigen schuld geweest, te hard gezwicht voor het andere geslacht, te veel toegegeven, te veel afgegeven. Al een geluk dat hij af en toe met een “vriend” als mij een paar uurtjes van huis mag. Maar wie is er beter af? Hij slaapt niet alleen, hij eet niet alleen, weliswaar allemaal op haar tempo en volgens haar regeltjes maar hij ziet ze graag. En dat zijn een paar dingen waar ik hem om benijd. Ik moet het stellen met af en toe een scharrel die liefst voor dag en dauw de voordeur achter zich dichtdoet. Meestal herinner ik me niet eens haar uiterlijk, laat staan haar naam. Eigenlijk is het allemaal verloren energie, veel te veel gezever met de nodige alcohol om haar te versieren, naar huis met de taxi, een hoop geld vergooid omveel te beschonken in bed te belanden en als twee zombies te doen alsof we geweldig hard van dit gestuntel tussen twee ongekende gemanipuleerde lichamen genieten. Daar heeft Kris allemaal geen last van. Hij weet hoe zijn vrouw kreunt en zucht als hij haar langzaam in de hals kust. Hij weet hoe ze klaarkomt wanneer hij haar diep penetreert. Ontbijt, het zal weer niks worden vrees ik. Sinds ik niet meer onder mama’s vleugels woon is het ontbijt een serieus gemis geworden, enkel koffie, dat is er altijd. Zouden de overschotjes van de chinees van gisteren kunnen fungeren als ontbijt? Vrezend voor de reactie van mijn spijsvertering pas ik hier voor. Bianca, verdorie, wat een vrouw, mooie rondingen, sensuele lippen. Bij wie zou ze slapen? Hier is ze in ieder geval niet. Ik heb haar mijn nummer gegeven, aangezien ze er zelf niet achter gevraagd had zal ik mij de utopie besparen dat ze me zou bellen. Douchen, dat brengt me op andere gedachten. Eerst mijn zwijnenstal opruimen en mijn kleren terug in de kast leggen. Na een laatste slok van mijn inmiddels koude koffie neem ik op mijn gemak een handdoek, een boxershort en slof ik naar de badkamer. Weer geen warm water in deze klote blok. Zou die boiler het dan echt niet helemaal aankunnen? Hier en daar hoor ik door de ventilatieschachten nog gevloek, doordat de verluchting op één kanaal aangesloten is hoor je soms leuke maar vooral minder leuke dingen van je boven of onderburen. Zo herinner ik me dat een paar weken geleden mijn bovenburen er minder plezier in hadden dan ze gehoopt hadden. Beiden vijftigers, geen kinderen, levensgenieters en al bij al deftige mensen. Zo wilden ze onlangs hun tweede jeugd beleven toen ze besloten van eens een nummertje te doen in de douche. Helaas voor hen was het van korte duur doordat meneer zijn evenwicht verloor en met een bons de badkamervloer op smakte. Resultaat, een gebroken pols en een deftig gekloven oogkas. Nooit geweten dat een vrouw zo hard kon vloeken, kortom, ambulance en toestanden. Het moet wel een pijnlijk bewijs geweest zijn dat ze de twintig al lang gepasseerd zijn en dat ze zich moeten gedragen naar hun gezegende leeftijd. Dagen heb ik er smakelijk mee gelachen. Bijna ijswater loopt langs mijn rug en geeft me rillingen. Zo snel als ik kan was ik mij, spoel ik me af en neem ik de handdoek en begin snel mijn bevende lichaam af te drogen. De gedachte aan Bianca warmt me niet eens op, verdorie, wat was dat een marteling. De bel, zo vroeg, welke snoodaard durft mij lastigvallen, ik ontvang hier nooit bezoek op dit uur, of het moest een scharrel zijn. Met de handdoek rond mijn middel geslagen strompel ik naar de deur, nogmaals die bel, mensen hebben tegenwoordig geen geduld meer, iedereen moet zich maar haasten voor iedereen, zo hard dat het me ongezond lijkt dus ik versnel helemaal niet. Door de spionkop zie ik mijn huisbaas staan, pfff, wat een klojo. De voordeur gaat maar zover open dat de inbraak beveiligende ketting lang is. Vanwaar dit hoog bezoek in de morgen mijnheer, vraag ik mijn huisbaas? De kalende vieze grijsaard mompelt iets van een boiler dat ze volgende week komen herstellen en dat het zou kunnen zijn dat er tijdelijk geen warm water ter beschikking zal zijn. Geen probleem zeg ik, warm water heb ik hier al geen weken meer gezien dus dat kan er nog wel bij en ik sluit de deur op een toch we kordate manier. Wij zijn namelijk geen goede vrienden, voor die honderden euro’s die ik hier maandelijks uitgeef verwacht ik wel een hoger niveau van afwerking en onderhoud maar daar wil die oude knar niks van weten. Hij zal maandelijks wel nakijken of iedereen wel netjes betaald heeft en ziet zijn bankrekening in een snel tempo groeien. Aangekleed zoek ik de sleutels van mijn wagen, hopelijk heb ik hem niet ergens tegenaan geknald of geschuurd, die kans bestond wel degelijk want hoe ik in hemelsnaam thuisgeraakt ben is me een raadsel. Uiteindelijk lijkt alles op het eerste zicht in orde, na een goede twintig kilometer saaie autosnelweg kan ik aan mijn dagtaak beginnen, massa’s cijfertjes intoetsen en hopen dat ze allemaal correct zijn, anders komt die kerel die mijn loon bepaald weer van zijn oren maken over hoe duur domme en of onwillig luie werknemers zijn. De wagen goed vergrendeld en naar binnen, goedemorgen wensen aan iedereen die het wil horen uit verplichte beleefdheid maar een bijzondere goedemorgen met een subtiele knipoog wens ik aan Inge. Ze is een achtentwintig jarige jonge vrouw die wanhopig op zoek is naar de man van haar leven. Ondanks haar mooie verschijning en een welopgevoede attitude is ze nog steeds alleen. Dat komt waarschijnlijk omdat ze te bang is, niet dat ze haar neus ophaalt voor mannen maar echt durven een sprongetje in het duister maken zit er niet bij. Vorige week hadden we na de jaarlijkse receptie van die oen van een afdelingschef die luisterde naar de naam Ronald een stapje in de wereld gezet. Na een paar biertjes en een dozijn diepgaande analyses van collega’s zijn we in haar studio beland. Een gezellig stekje waar ruimte en functionaliteit perfect op elkaar afgestemd zijn. Van seks was er geen sprake, we hebben elkaar in slaap gezeurd met het feit dat het zo klote is dat er geen goede vrouwen en mannen op deze wereld zijn en het feit dat deze of bezet of homo zijn. Hier had eventueel wel iets uit kunnen groeien maar omdat ze haar biologische klok als een kerkklok hoort galmen en het feit dat ze acht jaar jonger is wisten we allebei dat hier niets goeds van kan komen. Na die knipoog knipoogde ze terug en ze gebaarde naar de koffieautomaat. Tom zegt ze me, ik heb een kerel leren kennen, hij is fantastisch vertelt ze zenuwachtig en bijna opgewonden. Voor mezelf begint het nu al minder en minder boeiend te worden. Hij is negenentwintig jaar en single, geen kinderen en woont sinds een jaar alleen vertelt ze trots. Een fantastisch knappe kerel voegde ze er nog aan toe. En hij beweert jou te kennen zei ze. En heeft die adonis ook een naam vroeg ik haar met gefakete interesse? Sven Rombouts noemt hij. Ik verslik me bij na in mijn koffie maar kan me nog snel genoeg vermannen en vragen vanwaar hij is. Van Antwerpen antwoordde ze. Ik zei dat ik hem niet kende en gebaarde naar de klok om van haar af te zijn. Met een plof ga ik op mijn stoel zitten en start de computer op. Sven was een rare snuiter die naar mijn zin veel te veel verkeerde vragen stelt. Ik kwam hem op een middag tegen in een broodjeszaak op de markt. Ik trok zijn aandacht omdat ik mijn wagen zo had geparkeerd dat hij met zijn kleine verhuiswagen net niet meer kon vertrekken. Toen ik aan mijn tafeltje ging zitten met mijn broodje zalmsla hoorde ik hem tot in de zaak roepen en tieren. Hij kwam weer naar binnen en vroeg vals vriendelijk van wie dat japannertje voor zijn bus was. Ik antwoordde even vals vriendelijk dat dat japannertje mijn wagentje was en dat hij wel zou verdwijnen als zijn baasje zijn broodje verorberd had. Ik wou er nog bijzeggen dat het baasje rustig moet eten omdat zijn spijsvertering anders op hol slaat maar dat heb ik maar gelaten. De jongeman stoof naar zijn bus, stapte in en sloeg de deur met een klap dicht. Zenuwachtig en bruut schokkerig reed hij voor en achteruit. En ja hoor, het onvermijdelijke gebeurde, met zijn bumper duwde hij een deuk net boven mijn achterbumper. Ik veegde mijn mond en wandelde rustig naar mijn japannertje. Zie wat ervan komt snauwde hij in mijn richting. Op mijn gemak ging ik de schade opmeten, ik voelde met mijn hand over de deuk en keek hem af en toe aan met een blik waar je niet vrolijk van wordt. Dat heb je met ezels zoals jij reageerde hij hierop. Ik stelde me recht en zei op een zingende toon, “dat wordt betalen”. Ook mijn grijns vond ik toepasselijk bij zo een ettertje zijn fout. Die snotneus dacht daar duidelijk anders over en voor ik het wist zwaaide hij met zijn vuist richting mijn hoofd en mokerde één keer behoorlijk raak. Onmiddellijk daarna lag ik tegen mijn japannertje en voelde het bloed langs mijn wang vloeien alsof er veel te veel van dat spul door mijn aderen stroomde. Waarom moest ik ook altijd de controverse zoeken mompelde ik. De uitbater van de broodjeszaak duldde dit niet voor zijn etablissement en had de politie al verwittigd. Na enig overleg met de arm der wet besloot ik toch geen klacht neer te leggen op voorwaarde dat de jongeman zijn verontschuldigingen aanbood en de dokterskosten en herstellingskosten betaalde. Dat was geen probleem zei hij en we wisselden telefoonnummers uit en ik haastte me naar de dokter. Vier draadjes en een bonzend hoofd waren het verdict. Dat eerste was nieuw, dat laatste was ik intussen wel gewend. Die namiddag had ik een halve dag verlof genomen om die vervelende vragen over welke knokpartij ik beleefd had. Dan maar naar huis en wat platte rust nemen. Aanvankelijk kwam ik niet tot rust maar de gedachte aan Bianca deed me wegdromen, uiteindelijk toch een uurtje weggedroomd. Die avond belde Sven om te vragen hoe het met me ging, fantastisch antwoordde ik heel cynisch. Zin om straks iets te gaan drinken vroeg hij? Als je je handen thuishoudt wil ik wel een poging wagen om op jou kosten een paar pijnstillers te verorberen. In de afgesproken kroeg bestelden we twee Duvels. De kosten die ik gemaakt had aan de dokter werden correct door die minimacho terugbetaald. Hoe gaat het met je gezicht vroeg hij. Als jij er niet op timmert komt dat ooit nog wel goed zei ik, hij kon er mee lachen, al bij al viel het wel mee, een bluts in mijn wagen en vier draadjes rijker, het had erger kunnen zijn. Dit ging niet de gezelligste avond worden, dat was me snel duidelijk. Voordat ik in de verhuisfirma ging was ik een onthaalbediende bij een groot telecombedrijf vertelde hij, doordat dat een zittende job was kwamen de kilo’s er snel aan. Vandaar dat zoiets als verhuizen mijn torso wel goed doet zei hij. Lichtjes verveeld door zijn opschepperij maande ik aan om buiten een sigaret te gaan roken. Hij ging mee en bleef maar lullen over zijn transformatie alsof hij atleten een lesje kon leren. Ik stak een sigaret op en genoot van de vertrouwde aroma’s, Wat doe jij om je lichaam gezond te houden vroeg hij, wel, hetzelfde als jij kerel lachte ik, af en toe een pint, veel te veel sigaretten en veel te gezond eten. Hij moest erom lachen. Bij de tweede Duvel blijf hij ook verder tateren alsof hij voor de rest van de dag had moeten zwijgen. Misschien dat je handenarbeid deed aan je grove handen te zien, eigenlijk zijn ze wel vrij grof om wat bureauwerk te doen he Tom? Ach Sven, handenarbeid laat ik doen door een zeer knappe handige vrouw knipoogde ik. Ha ja en hoeveel heeft ze gekost vroeg hij? Gratis en voor niets, hopelijk maak jij dat ook eens mee was mijn grimmig antwoord. Ach, we zullen maar niet opnieuw beginnen he Tom? Nee, dat lijkt me niet verstandig nee. Na nog een paar Duvels en gelul over zijn job en zij ego betaalde hij de rekening en gingen we naar buiten waar we als onverbeterlijke verslaafden beiden een sigaret opstaken. Hopelijk komt het in orde met die wonde zei hij en hij excuseerde zich nogmaals. Komt wel goed, als de rekening van de garage aangekomen is kan je een telefoontje verwachten. Dat is afgesproken, tot een volgende vredevollere ontmoeting en tot ziens ze hij. Ik strompelde naar mijn wagen, wanneer ik wilde instappen kreeg ik telefoon, nummer onbekend, ik nam op en er werd niets gezegd, enkel een fluittoon af en toe. Hallo? Wie daar vroeg ik. Er werd een hele tijd niets gezegd tot een rare stem zei dat het koud was, wablief vroeg ik, er werd niets meer gezegd en ik legde op. Een koude rilling ging over mijn rug, de haren op mijn armen leken wel te willen ontsnappen uit mijn huid als een pijl uit een strak gespannen boog. Bij het achteruitrijden zag ik in mijn spiegel dat Sven zijn gsm wegstak. Rare snuiter die gast. Thuis aangekomen vroeg ik me toch af waarom hij zo geheimzinnig deed of was het toeval dat hij net zijn gsm wegstak, in dat geval vroeg ik me wel af wie er gebeld zou hebben. Sven en zijn ego, manman, wat een onervaren snotneus. Die avond had men nog verscheidene keren gebeld zonder nummerherkenning en telkens zei een rare stem dat het koud was. Op die moment verdacht ik Sven van die telefoontjes, het feit dat hij zijn gsm weggestoken had vlak na dat eerste telefoontje maakte hem verdacht. Koude, daar had ik genoeg mee meegemaakt, niet allemaal koosjer en niet iets om trots op te zijn maar hoe link ik dat aan die kerel. De dagen nadien lieten ze me gerust en dat viel alleen maar mee. Zou Sven dit verteld hebben aan Inge? Schijnbaar niet, anders had ze er wel iets van gezegd. Daar kwam ze weer, ik veerde op en zei haar dat ik dringend het kleinste kamertje moest bezoeken. Hoe dat ik Sven ontmoet had maakte allemaal niets uit maar waarom kon ik hem niet loslaten over die telefoontjes, wist hij meer? In dat geval had ik nog werk voor de boeg. Terug van het toilet zag ik dat Inge en de afdelingschef stonden te konkelfoezen, eerst dacht ik dat hij haar op het matje had geroepen maar even later leek het wel andersom, alsof Inge hem een lesje aan het leren was. Toen ze mij in het vizier kregen deden ze alsof ze over koetjes en kalfjes aan het babbelen waren en even later ging zij terug naar haar plaats en kwam Ronald naar me toe. Geen zin om te werken vroeg hij? Of heb je het te druk met je bijbaantje? Nog voor hij antwoord kon krijgen verdween hij weer. Bijbaantje? Waarover had hij het? Toch eens wat minder drinken ’s avonds, een beetje vroeger gaan slapen en hopelijk ’s nachts eens in bed blijven liggen. Eindelijk vier uur, ik haast me naar mijn wagen om eerst een dik half uur in de file te staan om daarna naar huis te racen alsof ik tijd in te halen heb. Snel langs de frituur en de helft maar opeten zodat het voor mezelf lijkt dat ik gezond bezig ben. Na het eten duik ik in de zetel en zet die o zo boeiende televisie op. Hoe blijven ze het verzinnen, een bende boeren die zich ter beschikking stellen aan een gewetenloze zender om op hun rug massa’s geld te verdienen. Plots besef ik dat ik hier ook naar kijk. Als een verleidelijke drug palmt zo een programma mensen in. Onbegrijpelijk en ik zet de tv af. Dan maar naar de rosse dacht ik, misschien is Bianca daar en zou ik ze deze keer mee op restaurant vragen, ze zou behoorlijk het hof gemaakt worden, ik moest en zou haar verleiden. Op mijn appartement zou ze kreunen en zuchten, de bovenburen zouden beseffen dat ze oud geworden zijn en mij vies aankijken de volgende keer ik hen in de hall tegenkom. Ze heeft mijn nummer, ze moet maar bellen als ze daar is. Ik had al moeite gedaan om mijn telefoonnummer te geven en als ik haar nu ga zoeken zou dat behoorlijk zielig overkomen. Vandaag zal het een likeurtje zijn, een actiefilmpje en misschien een bloot filmpje achteraf. Verder dan het tweede deel van de actiefilm kom ik niet, na vijf glazen kruidenlikeur neemt het zandmannetje het van mij over, ik dwaal weg, krijg het behoorlijk koud, voel alles vervagen en val in slaap. Chaos. Als ik wakker word lig ik in bed en hoor ik het geruis van de tv door de living en de gang. Half vijf, weer zo vroeg, dat vervloek ik soms toch. Zou er al warm water zijn? Eerst opruimen. Hoe ik er steeds in slaag om ’s morgens wakker te worden in een zwijnenstal en elk kledingstuk dat ik in mijn kleerkast heb hangen op de keukentafel terugvind blijf ik toch vreemd vinden.