*****

YOUNG

Carey

Brits-Amerikaanse kunstenares

1970 Lusaka (Zambia)

Zij woont en werkt in Londen

Young houdt zich dikwijls bezig met de nukkige complexiteiten van de taal, en vooral hoe daar in het publieke domein van commercie en recht gebruik en misbruik wordt van gemaakt. Het Callcenter is dus voor haar een ideaal forum. Andere “negatieve ruimten” die Young onder de loep nam, zijn reclameslogans, contracten en disclaimers.

 

 

YOUNG, The representative, 2005, professionele callcentermedewerker, rechtstreekse telefoonlijn, twee telefoontoestellen, stoel, lamp, bijzettafel, ingelijste foto van de callcentermedewerker, Toronto (2009), The Power Plant Contemporary Art Gallery

Callcenters, met alle bijhorende frustraties, zijn tegenwoordig een bijna onontkoombaar verschijnsel. Behalve de medewerkers heeft vrijwel niemand er ooit een vanbinnen gezien, maar callcentermedewerkers komen wel regelmatig bij ons binnen om vragen te stellen, ons diensten en producten aan te smeren en klachten te registreren. In haar expositie Speech Acts in het Contemporary Art Museum Saint-Louis in 2009 presenteerde Carey Young een reeks op de structuren en methoden van dergelijke bedrijven gebaseerde werken, om zo kwesties van identiteit en interactie aan de orde te stellen in een gecontroleerde, virtuele omgeving.

The representative is een uitwerking van de performance Nothing ventured (2001), waarvoor Young zich tegen betaling door een callcentermedewerker liet vertegenwoordigen. The callcenter is een “portret” van een individuele callcentermedewerker in de vorm van telefoongesprekken met bezoekers in een andere ruimte in het museum. In samenwerking met een zorgvuldig geselecteerde vrijwilliger schreef Young een los script waarin aspecten uit het privéleven van de betrokkene aan bod komen, maar dat door vragen en opmerkingen van de deelnemers ook in een andere richting kan worden gestuurd. De hieruit voortvloeiende gesprekken, zo omschrijft Young het zelf, “houden het midden tussen een persoonlijk babbeltje, een interview, een inkijkje in het leven van een ‘gewone burger’ in de stijl van reality-tv, een toneelstukje, een traktaat over werkomstandigheden, onderzoeksjournalistiek, een portret en dienstverlening, met de beller in de rol van onderzoeker, publiek, voyeur, klant en potentiële vriend.”

The Representative biedt een bijzonder intieme ervaring doordat de gesprekspartners zich ervan bewust zijn dat ze zich samen in hetzelfde museum bevinden, maar in verschillende ruimten, zodat ze elkaar niet kunnen zien, wat een suggestie van privacy geeft. “Het werk geeft een gevoel van negatieve ruimte. Het biedt reflectie op en omkering van de institutionele omgeving en verwijst tegelijk naar de toenemende bedrijfsmatigheid en globalisering van de cultuur en het belang van ‘agonisme’ (in de zin van opponerende confrontatie) en retoriek in de kunst”, zegt ze. Het gaat in dit kunstwerk dus niet alleen om intermenselijke communicatie (en miscommunicatie), het is ook een commentaar op de sociaaleconomische omstandigheden waar deze totaal vervreemde vorm van contact uit voortkomt. (Wilson 384)

 

 

YOUNG, Declared void, 2005, installatie, tekening en tekst in vinyl, variabele afmetingen, New York, Paula Cooper Gallery

Een wel heel ongemakkelijk taalspelletje. Van de bezoekers wordt geëist dat ze tijdelijk stilzwijgend afstand doen van hun burgerrechten. (Wilson 386)

 

 

YOUNG, Uncertain contract, 2008, kleurenvideo met geluid, 14’57”,

In deze video zien we een man een juridisch document voorlezen waaruit alle specifieke details zijn weggelaten. (Wilson 386)

 

 

YOUNG, Disclaimer (Reality), 2010, wandtekst in vinyl, Minneapolis, Walker Art Center

Een wandtekst met een passage uit een “financiële bijsluiter” die, zo uit zijn context gehaald, een veel algemenere filosofische uitspraak lijkt over de aard van de werkelijkheid als zodanig.

 

 

YOUNG, Declared void II, 2013, installatie, tekening en tekst in vinyl, variabele afmetingen, New York, Paula Cooper Gallery

*****

YOUNG BRITISH ARTISTS

ü Ontstaan in Groot-Brittannië eind jaren ‘1980.

ü De beweging heeft geen manifest of een gemeenschappelijke stijl of doelen.

ü Zeer losse groep: de leden worden eerder als individuele kunstenaars bekend dan als participanten van een beweging

ü Zeer diverse productie:

Ø Gemengde media

Ø Foto’s

Ø Video’s

Ø Schilderijen

Ø Karkassen

ü Staat dicht bij de toenmalige mode, cultuur en popmuziek

ü Geneigd om steeds de controverse op te zoeken

ü De wansmaak wordt onderdeel van de kunst

ü Een reeks gezamenlijke tentoonstellingen

Ø Freeze (1988):

§  in een leeg gebouw in de London Docks = begin van alternatieve expositieruimtes (magazijnen e.d.)

§  georganiseerd door Damien Hirst. 16 studenten aan Goldsmiths College te Londen (kunstschool) met steun van de docent-kunstenaar Michael Craig-Martin.

§  Charles Saatchi toont zeer grote interesse

Ø Modern Medicine (1990):

§  In een koekjesfabriek in Bermondsey

§  Gesponsord en gepatroneerd door Saatchi: hij verzamelt hun werk

Ø Broken English (1991)

§  In Serpentine Gallery

Ø Saatchi Gallery (vanaf 1992): titel ‘Young British Art’

§  Ongewone materialen (olifantenmest, bloed, groenten):

§  Sfeer van nihilisme gekruid met bijtende humor

§  De smaak van Saatchi domineert de kunstwereld

Ø Sensation (1997)

§  In de Royal Academy in Londen

ü Betekenis

Ø doet een discussie ontstaan over wat kunst is

Ø een nieuwe impuls aan de Britse kunst

Ø maakt vele vormen van hedendaagse kunst toegankelijker

Ø Stuckism” is een beweging die zich afzet tegen de YBA’s

ü vertegenwoordigers: Dinos en Jake Chapman, Mat Collishaw, Marcus Harvey, Damien Hirst, Gary Hume, Abigail Lane, Sarah Lucas, Mark Wallinger, Gillian Wearing, Rachel Whiteread, Tracey Emin,…

*****

YUSKAVAGE

Lisa

Amerikaanse beeldende kunstenares

16.05.1960 Philadelphia (Pennsylvania)

Zij woont en werkt in New York

In de jaren ‘1990 gold zij als één van de bad girls van de Amerikaanse kunst. Nog steeds presenteert ze haar expressieve visie op de vrouwelijke seksualiteit, puttend uit de kunstgeschiedenis en de populaire cultuur, voor haar provocerende nieuwe kijk op de figuratieve schilderkunst. Ze zet haar overdreven personages met grote academische vaardigheid op het doek en gaat geen enkel middel uit de weg om ze een zo veel mogelijk visuele zeggingskracht te geven. Met hun oversized borsten en bilpartijen, wespentailles en soepel vallende lokken zijn haar naakten een soort pornocartoons. Badend in sfeervol licht lijken het figuren uit een romantische droomwereld, volkomen opgaand in hun eigen sensueel genot en immuun voor de beproevingen van het dagelijkse leven.

 

 

YUSKAVAGE, Day, 1999-2000, olieverf op doek, 196x158

 

 

YUSKAVAGE, Balls, 2004, olieverf op doek, 97x153,

 

 

YUSKAVAGE, PieFace, 2008, olieverf op doek, 122x102

Yuskavages figuren wekken vaak de indruk verwikkeld te zijn in één of ander pervers drama. Hier houdt een overdreven voluptueuze vrouw, met niet meer dan een klein lila slipje aan, angstvallig een bosje bloemen voor haar kruis, terwijl de resten van de taart uit de titel van haar gezicht neerdruipen op haar borsten, die wel opgeblazen ballonnen lijken. Yuskavage is bekend om haar “taartsmijten” als onschuldig bedoelde vorm van gewelddadig protest, maar wijst ook op het vergband met erotische rollenspellen: “ik ging het opzoeken op het internet”, herinnert ze zich, “en toen ontdekte ik dat er een hele categorie was (…) waar mensen elkaar met voedsel bekogelen om seksueel opgewonden te raken.” Zo verleent PieFace aan de wreedheid van een werkelijk voorkomende vernedering het elan van “ een verhuld soort expressionisme”. De slagroom vervormt bovendien het gezicht van de vrouw tot een ondoorzichtig masker dat haar identiteit verhult, waardoor de toeschouwer ook in dit schilderij geconfronteerd wordt met Yuskavages complexe verhouding tot “het mannelijk oog”, ofwel de onwillekeurig seksistische daad van het kijken die maar al te gemakkelijk overgaat in een voyeuristische uiting van machtsverschil. Yuskavages suikerzoete pasteltinten, die wellustige rondingen van haar figuren en de quasi genoeglijke huiselijke of pastorale settings zijn een parodie op de clichés van de softporno. Maas zij is er niet op uit de lust te prikkelen. In de plaats daarvan blaast ze deze overbekende scenario’s nieuw leven in door ze zich toe te eigenen, waardoor de kijker zich gaat afvragen wat het schilderij nu eigenlijk “wil”. (Wilson 388)

 

 

YUSKAVAGE, Fireplace, 2010, olieverf op doek, 196x165

Zie ook een detail. Het is een parodie op de Olympia van Manet uit 1863 in haar kenmerkende pulpstijl. Een naakte vrouw met een rood lint om de hals spreidt haar benen voor de toeschouwer. Achter haar staat een tweede vrouw en op de achtergrond verspreidt een haardvuur een warme gloed. Het interieur ziet er aangenaam huiselijk uit, maar de verstandhouding tussen de twee personages lijkt kil professioneel en er gaat een gevoel van dreiging vanuit dat voor de kunstenares ongebruikelijk is. Maar hoewel de bleke huidskleur van de hoofdpersoon en haar kwetsbare houding in de richting van vuig realisme wijzen, behoudt het schilderij als geheel toch de opzettelijk kitscherige stijl van Yuskavages overige werk. Ook het grote formaat verleent het tafereel iets filmisch, waardoor de handeling nog verder af komt te staan van de werkelijkheid. (Wilson 388)

*****

Top

Hoofdindex

Ga verder