oef. 4.6 g (p. 78) Vertaal de volgende zinnen, let op het participium.

Om te oefenen: klik op "volgende" om het antwoord te zien. Als je het antwoord correct hebt, mag je het kaartje "verwijderen", anders komt het steeds terug tot je het kent.

To;n misqo;n labou:sa, ejxh:lqen. Met haar loon ging ze naar buiten.
jExh:lqon lhyovmenoi to;n misqovn.Ze gingen naar buiten om hun loon te ontvangen.
jAph:lqon ojrcoumevnh.Ik ging dansend weg / Ik danste weg.
jAph:lqon ojrchsovmenoi Ze gingen weg om te dansen.
jOrchsamevnh japh:lqen. Nadat ze gedanst had, ging ze weg.
Tau:ta maqw:n, eij:pon pro;V aujtovn ...Nadat ik dat venomen had, zei ik tegen hem...
Eij:pe pro;V aujth;n, tau:ta maqou:san ...Toen ze dat vernomen had, zei hij tegen haar...
Poreuvetai oJ XevrxhV ajvgwn th;n stratiavn. Xerxes trekt op met zijn leger (=terwijl hij zijn leger leidt)
Tou:to levgwn hjvrese toi:V ajkouvousin.Door dat te zeggen deed hij de toehoorders plezier (=...stond hen aan)
Oujde;n ejvti oJrw:n, ejfobei:to.Omdat/toen hij niets meer zag, was hij bang.