Kunstkring "De
Schuine Boom" Zoersel België
Wat is kleur terug naar index
Kleur ontstaat uit licht. De in het (zon)licht aanwezige kleuren worden door de dingen waar het licht opvalt, geabsorbeerd, opgenomen of gereflecteerd, teruggekaatst. We zien de dingen in de kleur van het teruggekaatste licht. Zo krijgen gras, bomen, stenen enz. hun kleur door het terugkaatsen van bepaalde lichtkleuren. Als alle lichtkleuren door een voorwerp worden geabsorbeerd, zeggen we dat dat voorwerp zwart is. Een voorwerp is wit als het relatief veel licht terugkaatst. Als er geen licht is, in het donker dus, zijn er geen kleuren te onderscheiden.
Het soort en de hoeveelheid licht kan de kleuren beinvloeden. Kleuren lijken anders bij sterk zonlicht dan bij nevel. Bij het licht van een straatlantaarn lijken ze weer anders dan bij het licht van tl-buizen.
Neonreclame geeft in het donker een heel andere kleurindruk dan in het daglicht.
Kleur kan ook beïnvloed worden door zijn omliggende kleuren.
De natuurkundige Newton ontdekte dat het witte daglicht van de zon via een glazen prisma kan worden gesplitst. Omdat de in het zonlicht aanwezige kleuren alle een verschillende brekingshoek hebben, komen de kleuren gesplitst uit het prisma tevoorschijn. Rood heeft de grootste brekingshoek, violette de kleinste. Zo verschijnen met alle tussentinten, de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet; de kleuren die je herkend als die van de regenboog. Ook de regenboog is zichtbaar door deze breking van het witte licht.
Newtons kleurenspectrum laat zien dat de genoemde kleuren vloeiend in elkaar overgaan, met een groot aantal tussenkleuren.
Breking van het witte licht
kunnen we vaak om ons heen zien, bijvoorbeeld in een zeepbel, in een olievlek op het water
en in de metaalglanskleuren van sommige vogels zoals spreeuwen, fazanten en pauwen.
Kleuren zien
Het beleven van kleuren en licht
wordt ons overgebracht via een subtiel systeem van kegeltjes en
staafjes in het netvlies van onze ogen. De staafjes nemen alleen
de toon waar, dat wil zeggen de waarden tussen licht en donker. De
kegeltjes nemen kleur waar, rood, groen en blauw.
Met deze twee systemen kunnen onze ogen een onwaarschijnlijk grote hoeveelheid
kleuren en kleurschakeringen zien. Bij weinig licht, bv. savonds, werken de
kleurkegeltjes op ons netvlies niet zo goed.We zien dan via onze
staafjes vooral de grijstinten.
Als U plotseling van een donkere naar een lichte omgeving gaat, wordt u even
verblind. Het oog stelt zich echter weer snel in op het lichtniveau. Andersom, bij een
overgang van licht naar donker, ziet u helemaal niets. Langzamerhand stelt het oog zich in
op de duisternis, waarbij u de dingen wel kunt zien maar de kleuren niet meer kunt
onderscheiden.
Mensen die kleurenblind zijn, kunnen nog wel kleuren zien, maar de nauwkeurigheid
waarmee ze die van elkaar kunnen onderscheiden is minder.

Primaire kleuren
De kleuren geel, rood en blauw zijn
kleuren die we niet door verfmenging kunnen maken, terwijl wij dat bij alle andere kleuren
wel kunnen. (wit en zwart noemen wij geen kleur)
Om deze eigenschap noemen we geel, rood en blauw de primaire kleuren. Met deze drie
kleuren kunt u in principe alle andere kleuren maken.
Kleuren die u zelf maakt kunnen heel
mooi zijn en bovendien zijn de meeste nuanceringen te mengen. Door allerlei mengoefeningen
te doen, komt u veel te weten over de kleuren, hun eigenschappen en effecten.
Vraagt u bij de vakhandel om advies, want het is belangrijk de juiste primaire kleuren in
uw bezit te hebben. Verschillende merken gebruiken verschillende namen voor de primaire
kleuren.
Als u twee primaire kleuren met
elkaar mengt krijgt u de secundaire kleuren: oranje, violet(paars) en groen.
Rood + geel = oranje
Blauw + geel = groen
Rood + blauw = violet (paars)
Als u de mengverhoudingen wijzigt,
krijgt u andere kleurschakeringen.
Rood met een klein beetje geel wordt een oranje dat dicht tegen rood aan ligt.
Doet u er veel geel bij, dan wordt de kleur oranje heel licht, dus tegen het geel
aan.
U ziet dat bij het mengen van twee kleuren de mengverhouding bepalend is voor de
kleur die u krijgt. Het vinden van de juiste mengverhouding is een kwestie van aanvoelen,
door veel doen maakt u zich dit vanzelf eigen.
De primaire kleuren en secundaire kleuren kunt u lichter of donkerder maken door mengen met wit of zwart. Mengt u met wit of zwart, dan zwakt u de kleuren af.
Complementaire kleuren
Met de kleurcirkel kunt u goed zien
hoe u de complementaire kleuren kunt vinden. Complementaire kleuren zijn de
tegenoverliggende kleuren in de kleurcirkel.
Zij vullen elkaar aan en maken samen de 3 primaire kleuren.
Groen + rood = blauw+geel en rood
Oranje + blauw = geel+rood en blauw
Violet + geel = rood+blauw en geel
Als u twee complementaire kleuren met
elkaar mengt, in plaats van ze naast elkaar te plaatsen, ziet u het tegengestelde
gebeuren: ze vernietigen elkaar, heffen elkaar op.
Mengt u met gevoel bv. rood + groen ; dan krijgt u een donkere, op zwart lijkende kleur.
Een
rode stip in een groene achtergrond zal als bijna lichtgevend worden ervaren en de strepen
van een rood groen gestreept gordijn zullen voor onze ogen gaan dansen waardoor het geheel
vermoeiend wordt om naar te kijken.
Tertiaire kleuren
Tot nu toe hebben we het gehad over:
Als u nu de drie primaire kleuren met elkaar mengt, krijgt u de tertiaire kleuren. Deze kunt u natuurlijk ook maken als u twee complementaire kleuren met elkaar mengt, of met twee secundaire kleuren.
Kleurcontrasten
Veel mensen hebben zich met onderzoek
naar kleur bezig gehouden. Uit deze onderzoeken zijn er verschillende kleurtheorieën
voortgekomen, onder andere theorieën over kleurcontrasten.
Alleen door middel van vergelijking doen we waarnemingen. We vinden een lijn lang als
er ter vergelijking een kortere naast staat.
Dezelfde lijn lijkt kort als we ernaast een langere zetten. Zo kunnen we ook
kleurwerkingen vergroten of verkleinen door er contrastkleuren naast te zetten.
Hoewel kleuren zien en beleven iets heel persoonlijks is, kan het prettig zijn een
aantal wetmatigheden te kennen die u in uw werk bewust kunt gebruiken om bepaalde effecten
te bereiken of om tot een afgewogen compositie te komen.

Kleur-kleur contrast:
De primaire kleuren geel, blauw en rood geven het sterkste kleur tegen kleur
contrast.
De werking van dergelijke zich sterk tegen elkaar aftekende kleuren is bont,
luidruchtig en krachtig. Alle zuivere, dus niet met wit of zwart of grijs gemengde kleuren
laten zich samenvoegen tot dergelijke kleurige contrasten.
Licht-donker contrast:
U kunt met wit grijs en zwart sterke licht-donker contrasten maken.
Ook kunt u uit een kleur door bijmenging van wit,grijs en zwart licht-donker
contrasten maken.
Elke kleur heeft zijn eigen lichtsterkte. Geel en violet geven ook een licht-donker
contrast.
Koud-warm contrast:
Uit onderzoek is gebleken dat mensen
het eerder koud kregen in een blauw-groen geverfde kamer dan in een oranje-rode geverfde
ruimte.
Blauw-groen doet koud aan, oranje-rood geeft een gevoel van warmte. De kleuren die op
de kleurcirkel van geel naar violet-rood lopen worden in het algemeen als warm ervaren,
geel-groen tot violet als koud.
Ook gaat er van deze kleuren een
ruimtelijk gevoel uit.
Blauwe tinten lijken verder weg dan rode of gele.
Het koud-warm contrast is dus ook een ruimtecontrast of afstandcontrast.
Complementaire contrasten:
Twee complementaire kleuren zijn
tegengesteld aan elkaar.
Naast elkaar gezet versterken, verhevigen ze elkaar, vullen zij elkaar aan.
Simultaan contrast:
Ons oog roept bij een gegeven kleur
simultaan (dit wil zeggen: gelijktijdig) de complementaire kleur op. Een klein neutraal
grijs vierkantje in een vlak van een heldere kleur neemt voor het oog die kleur aan, die
complementair is aan die van het vlak. Dit is een illusie.
Ook het zogenaamde 'nabeeld' dat achterblijft nadat we ons sterk op een kleur hebben
geconcentreerd, neemt de complementaire kleur aan.
Kwaliteitscontrast:
Kwaliteit is de zuiverheid (ook wel
'verzadiging') van een kleur.
De tegenstelling die we kwaliteitscontrast noemen, is de tegenstelling tussen
heldere, verzadigde kleuren en doffe kleuren.
conclusie:
Kleuren kunnen ons op verschillende
manieren beïnvloeden. U zag dat er kleuren zijn die als warm of als koud, als dichtbij of
veraf worden ervaren.
In ons spraakgebruik spelen kleuren een rol bij het aanduiden van
stemmingen en gemoedsaandoeningen zoals: rood van woede, wit van schrik, groen van nijd.
Kleuren spelen ook een symbolische rol: paars = rouw - groen = hoop - rood = liefde -
geel = haat.
U kunt zo door uw gebruik van kleur, emoties en allerlei gevoelens uitbeelden.
01/02/07.