Kunstkring "De Schuine Boom" Zoersel België

Perspectief terug naar index

Het Vlakwpe1.jpg (4474 bytes)
Een plat vlak, een oppervlak heeft 2 afmetingen: de hoogte en de breedte. In de beeldende kunsten worden de dragers (waarop je schildert) als een plat vlak beschouwd.
Ook de geometrische regelmatige of onregelmatige vlakken die we hierop aanbrengen zijn vlak.
Picasso ging ervan uit dat een schilderij of een tekenblad vlak was en dat men deze eigenheid moest respecteren, hij vond het onzinnig om op een plat vlak ruimte weer te geven.

Het Lichaam.

Een lichaam of een object heeft drie afmetingen: de hoogte, de breedte en de diepte. Een kast, een boekentas, een bank of een beeldhouwwerk zijn duidelijke voorbeelden van een ruimtelijke vorm.

Ruimte op een plat vlak.
Het probleem van ruimte komt pas echt naar voren, als we dit moeten weergeven op een plat vlak. Door de eeuwen heen heeft men getracht dit probleem van ruimte op een plat vlak op te lossen. Ook nu zijn er nog verschillend kunstenaars die met dit probleem proberen om te gaan. Om dit probleem op te lossen moeten we beroep doen op trucjes om ruimte te suggereren.
Suggestie: Latijn: suggestio; inblazing.
Het ingeven van een idee of een gedachte.
Ruimtesuggestie: indruk geven van ruimte.


Kleurenperspectief.Overlapping.
Een voorwerp of persoon staat gedeeltelijk voor iets, waardoor er een deel van het achterliggend of achterstaand object onzichtbaar wordt.


Rangschikken van groot naar klein.
De horizonlijn is de lijn waar aarde en lucht schijnen samen te komen. Op ons tekenblad loopt de horizonlijn evenwijdig aan de onderste en bovenste kaderlijn. Bij het aanbrengen van deze lijn bekomen we een diepte. We vormen een ruimte op het platte tekenvlak.


Stel je voor dat iemand naast je een stuk krijt in zijn handen heeft.
Deze persoon gaat honderd meter van je staan, met datzelfde krijtje. Wat zie je? Het krijtje is kleiner geworden! Is dat zo? Nee, want bij het verplaatsen van dat krijtje gaat het krijtje niet krimpen. Het krijtje blijft gelijk, het lijkt echter kleiner geworden te zijn. Trouwens de persoon die het krijtje vasthoudt, lijkt in dezelfde mate verkleind te zijn.

Indien we een spoorweg naar het vluchtpunt op de horizon trekken hebben we hetzelfde probleem. De afstand tussen de spoorstaven blijft overal gelijk, toch hoe verder ze zich van ons verwijderen, hoe dichter de staven tegen elkaar lijken te liggen. Hieruit kunnen we besluiten dat hoe verder een voorwerp van ons staat, hoe kleiner het lijkt. Indien we het rangschikken van groot naar klein combineren met overlapping dan krijgen we een nog groter ruimte effect.

Kleurenperspectief.

De koude kleuren lijken te wijken en de warme kleuren schijnen naar voor te treden.
Schilders als Pieter Breughel die geen vormperspectief kenden pasten dit reeds toe in hun werk.
.

Toonperspectief.
Lichte en donkere kleuren of grijswaarden lijken elkaar af te stoten waardoor er een ruimtelijke indruk met diepte wordt geschept

wpe2.jpg (6453 bytes)

Warm en koud contrast

 

 

 

Licht en donker constrast


  Vormperspectief.

p-horizonD.jpg (19640 bytes) p-horizonH.jpg (14039 bytes) p-horizonO.jpg (18238 bytes)

Dit perspectief kwam volop in gebruik tijdens de Renaissance van de 15de en 16de eeuw.
Leonardo da Vinci was een van de kunstenaars die de perspectief grondig ging bestuderen.

Vanaf toen is dit perspectief niet meer weg te denken uit de beeldende vormgeving. Het vormperspectief heeft de bedoeling om de wereld weer te geven zoals we haar zien.
Bij het lijnenperspectief zijn er enkele afspraken waaraan we ons moeten houden.

wpe4.jpg (4353 bytes)
Horizon
Dit is de schijnbare scheidingslijn tussen lucht en aarde, of lucht en zee. Deze lijn ligt steeds voor ons op "Ooghoogte". Sta je lager dan zakt de lijn. Klim je hoger dan stijgt de lijn. Als men op een plat vlak een horizon aan brengt dan schept men ruimte, diepte.

 wpe3.jpg (4154 bytes)

De horizon in een tekening ligt altijd op ooghoogte van de beschouwer en die ooghoogte hangt af van het  gezichtspunt.
Gezichtslijn Een denkbeeldige lijn die vanaf het oog van de beschouwer naar oneindig loopt.

Standpunt   het punt op het grondvlak (Een horizontaal vlak (de grond)) waar de beschouwer staat.wpe2.jpg (6339 bytes)

Tafereel
Een verticaal vlak dat kan worden voorgesteld als een glasplaat die voor de beschouwer staat waardoor het object (het onderwerp van de perspectieftekening) wordt bekeken.

Grondlijn
Een horizontale lijn die de snijlijn van het tafereel en het grondvlak vormt.

Gezichtsveld
Gewoonlijk wordt het gebied rondom de gezichtslijn beperkt tot het gebied dat het oog zonder moeite kan overzien. Binnen dit gebied zijn objecten zichtbaar zonder vervorming, met een max. bereik van 60°, 30° aan weerszijden van de gezichtslijn.

 

2 Eénpuntsperspectief
Het vluchtpunt

Het vluchtpunt bevindt zich steeds vlak voor je en op de horizon. Het voorvlak, de voorzijde van het lichaam staat steeds evenwijdig aan de horizon en is steeds naar ons gericht.

wpe2.jpg (3539 bytes)

Lijnen

Alle lijnen die evenwijdig met de horizon lopen, blijven evenwijdig aan de horizon lopen en worden evenwijdig met de onder - of boven zijde van ons tekenblad getrokken.

Alle lijnen die verticaal lopen blijven overal verticaal staan en op het tekenblad worden deze evenwijdig aan de opstaande zijde van je tekenblad aangebracht.
wpe3.jpg (6457 bytes)

Alle lijnen van één of meerdere lichamen die op de horizon gericht zijn, lopen naar dat ene vluchtpunt op de horizon.

Het rasterp.raster.gif (2231 bytes)p.tegels.gif (2524 bytes)

Zet een horizon op papier. Teken een rechthoek en verdeel de lijnen in gelijke stukken. Teken lijnen vanuit de punten op de onderzijde van de rechthoek naar het centrum van het gezichtsveld. Bepaal het diagonale vluchtpunt aan één kant van de rechthoek. Hoe dichter dit punt bij de rand van de rechthoek ligt, des te meer valt de verkleining op. Teken een lijn van de linker onderhoek van de rechthoek naar het vluchtpunt. waar ze de vluchtlijnen naar het centrum van het gezichtsveld snijdt tekent U horizontale lijnen om een raster met vierkanten op het grondvlak te construeren.

3 Tweepuntsperspectief

 

Perspectief met twee vluchtpunten
De twee vluchtpunten bevinden zich op de horizon, het ene links en het andere rechts van ons standpunt dat tussen beide vluchtpunten staat. Om een normale weergave te bekomen plaatst men deze vluchtpunten zo ver mogelijk uit elkaar.

Perspectief in actie : een huis

1. Teken de horizon of de ooglijn en het rechter en linker verdwijnpunt of vluchtpunt
wpe4.jpg (3216 bytes)
2. Trek een verticale en trek vanaf die lijn twee hulplijnen naar het rechte verdwijnpunt.

3. Teken een tweede verticale lijn voor de achterste hoek van het huis.
wpe5.jpg (4580 bytes)
4. Teken vanaf de eerste verticale lijn lijnen naar het linker verdwijnpunt.
5. Teken nog een heel lichte hulplijn vanaf de tweede verticale lijn naar het linker verdwijnpunt.

6. Teken een verticale lijn voor de derde hoek van het huis. Zet nog een heel lichte hulplijn naar het rechter verdwijnpunt.wpe6.jpg (4696 bytes)

7. Om ervoor te zorgen dat de nok van het dak in het midden van de muur staat, moet je bepalen wat het midden van de muur is. Dit doe je door met lichte lijnen de hoeken met elkaar te verbinden.
wpe7.jpg (5044 bytes)

8. Vanaf het midden van de x die nu op de muur staat, trek je een verticale lijn. Vanaf het bovenste uiteinde van deze lijn trek je lijnen voor de schuine zijden van het dak.
wpe8.jpg (5351 bytes)wpe9.jpg (5716 bytes)

9. Trek vanaf de top van het dak een hulplijn naar het linker verdwijnpunt.
10. Nu moeten we weten waar het ander uiteinde van het dak moet komen.hulplijn naar het rechter verdwijnpunt.wpeA.jpg (5878 bytes)

11. Teken een lichte hulplijn vanaf het midden van de bovenkant van de rechter muur (waar de verticale lijn naar de top van het dak deze kruist) om het midden van de achtermuur te bepalen.
wpeB.jpg (5958 bytes)

12. Teken vanaf het midden van de achtermuur een verticale lijn. Waar deze lijn de hulplijn voor de nok kruist, moet de achterkant van het dak komen.
wpeC.jpg (5949 bytes)

13. Teken een schuine lijn voor de achterkant van het dak.Laten we er nog iets aan toevoegen!wpeD.jpg (7014 bytes)

14. Teken vanuit het linker verdwijnpunt twee lijnen om de muur van het huis te verlengen.
15. Teken een verticale lijn voor de hoek van de uitbouw.
Teken lichte hulplijnen vanaf de boven- en onderkant naar het rechter verdwijnpunt.wpeE.jpg (7012 bytes)

16. Leg je liniaal langs het linker verdwijnpunt en de onderste hoek van het huis. Zo kun je de andere hoek van de uitbouw bepalen.
17. Teken een verticale lijn voor de achterkant van de uitbouw.
18. Teken vanaf die lijn een schuine lijn naar het huis…
wpeF.jpg (7093 bytes)

….en nog één….
 
19.Voeg details toe aan het huis en de omgeving.
wpe10.jpg (12471 bytes)
(terug)

01/02/07.