Kunstkring "De Schuine
Boom" Zoersel België
Perspectief
terug naar index
Het Vlak
Een plat vlak, een oppervlak heeft
2 afmetingen: de hoogte en de breedte. In de beeldende kunsten worden de dragers (waarop je schildert) als een plat vlak beschouwd.
Ook de geometrische regelmatige of
onregelmatige vlakken die we hierop aanbrengen zijn vlak.
Picasso ging ervan
uit dat een schilderij of een tekenblad vlak was en dat men deze eigenheid moest
respecteren, hij vond het onzinnig om op een plat vlak ruimte weer te geven.
Het Lichaam.
Een lichaam of een object heeft
drie afmetingen: de hoogte, de breedte en de diepte. Een kast, een boekentas, een bank of
een beeldhouwwerk zijn duidelijke voorbeelden van een ruimtelijke vorm.
Ruimte op een plat vlak.
Het probleem
van ruimte komt pas echt naar voren, als we dit moeten weergeven op een plat vlak. Door de eeuwen heen
heeft men getracht dit probleem van ruimte op een plat vlak op te lossen. Ook nu zijn er nog
verschillend kunstenaars die met dit probleem proberen om te gaan. Om
dit probleem op te lossen moeten we beroep doen op trucjes om ruimte te suggereren.
Suggestie: Latijn: suggestio; inblazing.
Het ingeven van een idee of een gedachte.
Ruimtesuggestie: indruk geven van ruimte.
Kleurenperspectief.Overlapping.
Een voorwerp of persoon staat gedeeltelijk voor iets, waardoor er een deel van het
achterliggend of achterstaand object onzichtbaar wordt.
Rangschikken van groot naar klein.
De
horizonlijn is de lijn waar aarde en lucht schijnen samen te komen. Op ons tekenblad loopt
de horizonlijn evenwijdig aan de onderste en bovenste kaderlijn. Bij het aanbrengen van
deze lijn bekomen we een diepte. We vormen een ruimte op het platte tekenvlak.

Stel je
voor dat iemand naast je een stuk krijt in zijn handen heeft.
Deze persoon gaat honderd meter van je staan, met datzelfde krijtje. Wat zie je? Het
krijtje is kleiner geworden! Is dat zo? Nee, want bij het verplaatsen van dat krijtje gaat
het krijtje niet krimpen. Het krijtje blijft gelijk, het lijkt echter kleiner geworden te
zijn. Trouwens de persoon die het krijtje vasthoudt, lijkt in dezelfde mate verkleind te
zijn.
Indien
we een spoorweg naar het vluchtpunt op de horizon trekken hebben we hetzelfde probleem. De
afstand tussen de spoorstaven blijft overal gelijk, toch hoe verder ze zich van ons
verwijderen, hoe dichter de staven tegen elkaar lijken te liggen. Hieruit kunnen we
besluiten dat hoe verder een voorwerp van ons staat, hoe kleiner het lijkt. Indien we het
rangschikken van groot naar klein combineren met overlapping dan
krijgen
we een nog groter ruimte effect.
Kleurenperspectief.
De koude
kleuren lijken te wijken en de warme kleuren schijnen naar voor te treden.
Schilders als Pieter Breughel die geen vormperspectief kenden pasten
dit reeds toe in hun werk. .
Toonperspectief.
Lichte
en donkere kleuren of grijswaarden lijken elkaar af te stoten waardoor er een ruimtelijke
indruk met diepte wordt geschept
 |
Warm en koud contrast
Licht en donker constrast
|
Vormperspectief.
Dit perspectief kwam
volop in gebruik tijdens de Renaissance van de 15de en 16de eeuw.
Leonardo da Vinci was een van de kunstenaars die de perspectief
grondig ging bestuderen.
Vanaf toen is dit
perspectief niet meer weg te denken uit de beeldende vormgeving. Het vormperspectief heeft
de bedoeling om de wereld weer te geven zoals we haar zien.
Bij
het lijnenperspectief zijn er enkele afspraken waaraan we ons moeten houden.

Horizon
Dit is de
schijnbare scheidingslijn tussen lucht en aarde, of lucht en zee. Deze lijn ligt steeds
voor ons op "Ooghoogte". Sta je lager dan zakt de lijn.
Klim je hoger dan stijgt de lijn. Als men op een plat vlak een horizon aan brengt dan
schept men ruimte, diepte.

De horizon in een
tekening ligt altijd op ooghoogte van de beschouwer en die ooghoogte hangt af van het gezichtspunt.
Gezichtslijn Een denkbeeldige lijn die vanaf het
oog van de beschouwer naar oneindig loopt.
Standpunt
het
punt op het grondvlak (Een horizontaal vlak (de
grond)) waar de beschouwer staat.
Tafereel
Een verticaal vlak dat kan
worden voorgesteld als een glasplaat die voor de beschouwer staat waardoor het object
(het onderwerp van de perspectieftekening) wordt
bekeken.
Grondlijn
Een horizontale lijn die de snijlijn van het tafereel en het grondvlak vormt.
Gezichtsveld
Gewoonlijk wordt het gebied rondom de gezichtslijn beperkt tot het gebied dat het oog
zonder moeite kan overzien. Binnen dit gebied zijn objecten zichtbaar zonder vervorming,
met een max. bereik van 60°, 30° aan weerszijden van de gezichtslijn.
2
Eénpuntsperspectief
Het vluchtpunt
Het vluchtpunt bevindt zich steeds vlak voor je en op de horizon. Het voorvlak, de
voorzijde van het lichaam staat steeds evenwijdig aan de horizon en is steeds naar ons
gericht.

Lijnen
Alle lijnen die
evenwijdig met de horizon lopen, blijven evenwijdig aan de horizon lopen en worden
evenwijdig met de onder - of boven zijde van ons tekenblad getrokken.
Alle lijnen die
verticaal lopen blijven overal verticaal staan en op het tekenblad worden deze evenwijdig
aan de opstaande zijde van je tekenblad aangebracht.

Alle lijnen van één
of meerdere lichamen die op de horizon gericht zijn, lopen naar dat ene vluchtpunt
op de horizon.
Het raster

Zet een horizon
op papier. Teken een rechthoek en verdeel de lijnen in gelijke stukken. Teken lijnen
vanuit de punten op de onderzijde van de rechthoek naar het centrum van het gezichtsveld.
Bepaal het diagonale vluchtpunt aan één kant van de rechthoek. Hoe dichter dit punt bij
de rand van de rechthoek ligt, des te meer valt de verkleining op. Teken een lijn van de
linker onderhoek van de rechthoek naar het vluchtpunt. waar ze de vluchtlijnen naar het
centrum van het gezichtsveld snijdt tekent U horizontale lijnen om een raster met
vierkanten op het grondvlak te construeren.
3 Tweepuntsperspectief
Perspectief
met twee vluchtpunten
De twee
vluchtpunten bevinden zich op de horizon, het ene links en het andere rechts van ons
standpunt dat tussen beide vluchtpunten staat. Om een normale weergave te bekomen plaatst
men deze vluchtpunten zo ver mogelijk uit elkaar.
Perspectief in actie : een
huis
1. Teken de horizon of de
ooglijn en het rechter en linker verdwijnpunt of vluchtpunt

2. Trek een verticale en trek
vanaf die lijn twee hulplijnen naar het rechte verdwijnpunt.
3. Teken een tweede verticale
lijn voor de achterste hoek van het huis.

4. Teken vanaf de eerste
verticale lijn lijnen naar het linker verdwijnpunt.
5. Teken nog een heel lichte hulplijn vanaf de tweede verticale lijn naar het linker
verdwijnpunt.
6.
Teken een verticale lijn voor de derde hoek van het huis. Zet nog een heel lichte hulplijn naar het rechter verdwijnpunt.
7. Om ervoor te zorgen dat de
nok van het dak in het midden van de muur staat, moet je bepalen wat het midden van de
muur is. Dit doe je door
met lichte lijnen de hoeken met elkaar te verbinden.

8. Vanaf het midden van de x
die nu op de muur staat, trek je een verticale lijn. Vanaf het bovenste uiteinde van deze
lijn trek je lijnen voor de schuine zijden van het dak.


9. Trek vanaf de top van
het dak een hulplijn naar het linker verdwijnpunt.
10. Nu moeten we weten waar het
ander uiteinde van het dak moet komen.hulplijn naar het rechter verdwijnpunt.
11. Teken een lichte hulplijn
vanaf het midden van de bovenkant van de rechter muur (waar de verticale lijn naar de top
van het dak deze kruist) om het midden van de achtermuur te bepalen.

12. Teken vanaf het midden
van de achtermuur een verticale lijn. Waar deze lijn de hulplijn voor de nok kruist, moet
de achterkant van het dak komen.

13. Teken een schuine lijn
voor de achterkant van het dak.Laten we er nog iets aan toevoegen!
14. Teken vanuit het linker
verdwijnpunt twee lijnen om de muur van het huis te verlengen.
15. Teken een verticale lijn voor de hoek van de uitbouw.Teken
lichte hulplijnen vanaf de boven- en onderkant naar het rechter verdwijnpunt.
16. Leg je liniaal langs het
linker verdwijnpunt en de onderste hoek van het huis. Zo kun je de andere hoek van de
uitbouw bepalen.
17. Teken een verticale lijn voor de achterkant van de uitbouw.
18. Teken vanaf die lijn een schuine lijn naar het huis

.en nog één
.
19.Voeg details toe
aan het huis en de omgeving.

(terug)
01/02/07.