 |
Slagaders of arteriën vertrekken
uit het hart. De slagaderholte is bekleed met een éénlagig
dekweefsel. Het dekweefsel dat de holten van bloedvaten,
hart en lymfevaten bekleedt, wordt endotheel (1)
genoemd.
Rond het endotheel bevindt zich glad spierweefsel (2). Rond
dit glad spierweefsel
bevindt zich elastisch bindweefsel (3).
Naarmate de slagader kleiner wordt is er meer spierweefsel aanwezig (de slagader
bevindt zich dan verder van het hart). Het bloed beweegt er snel voort:
50 cm/s.
|
 |
 |
Aders of venen vervoeren
het bloed van de organen naar het hart toe (een uitzondering
daarop is de poortader van de lever,
die bloed van het ene haarvatennetwerk naar het andere
voert). Ook bij de aders is de wand bekleed met endotheel
(1). Het spierweefsel (2) is hier veel minder dik dan
bij de arteriën. Rond het spierweefsel zit het bindweefsel,
dat in dit geval niet-elastisch is. Hoe groter de ader,
hoe dikker de laag bindweefsel.
Alle aders bevatten kleppen die openen in de zin van het hart,
ze beletten dat het bloed terugstroomt. Het bloed beweegt er traag voort:
25 cm/s.
De diameter van de ader is tot 2 maal groter dan de slagader met als gevolg dat
de stroomsnelheid van het bloed duidelijk verschilt.
|
 |
 |
Haarvaten of capillairen bestaan
enkel uit endotheel, het is als het
ware een voortzetting van de binnenste laag van slagaders
en aders. Haarvaten hebben de kleinste diameter en hun
aantal is bijzonder groot. Door de enorm talrijke aanwezigheid
van de capillairen, stroomt het bloed er bijzonder traag.
Dit heeft als voordeel dat de uitwisseling van allerlei
stoffen van het lichaam met de haarvaten bijzonder efficiënt
kan gebeuren.
|
Foto's:
1 · Dwarsdoorsnede van een slagader (80x vergroot).
2 · Dwarsdoorsnede van een ader (80x vergroot).
3 · Een haarvat bekeken met de elektronenmicroscoop (3 000x
vergroot).
Let op de uiterste dunne endotheellaag. In het haarvat zien
we twee witte bloedcellen.
|