Hoe werkt het hart?
Een man van 70 kg heeft ongeveer 5 liter bloed. In rust
wordt deze hoeveelheid in één minuut rondgestuurd
in het lichaam. Bij een inspanning zoals aerobics of bergbeklimmen,
gaat ons hart sneller kloppen. Het hart kan ons bloed dan
tot
5 keer per minuut door het lichaam pompen.
Met een speciaal
toestel, de stethoscoop, luistert de geneesheer naar de geluiden
die het kloppende hart veroorzaakt. Bij
een gezond hart zal hij deze harttonen als regelmatig terugkerende
geluiden horen. Afwijkende geluiden zijn dikwijls een aanwijzing
van gebrekkige hartklepwerking of hartafwijkingen.
Het afwisselend
samentrekken en ontspannen van de hartspier noemen we de hartslag.
De twee kamers trekken gelijktijdig
samen. Tijdens dit samentrekken van de kamers zijn de kleppen
tussen kamers en slagaders geopend; bloed wordt in de slagaders
geperst. De slagaders zetten uit en gelijktijdig lopen de
boezems vol met bloed uit de aders: de kleppen tussen boezems
en kamers zijn immers gesloten.
Wanneer de kamers ontspannen,
gaan de kleppen tussen boezems en kamers open. Immers bij het
verwijden van de kamers worden
de peeskoordjes gespannen en die trekken de klepvliezen open:
bloed vloeit uit de boezems in de kamers. Door de elasticiteit
van de slagaderwand wordt de diameter van de slagaders kleiner.
Door dit nauwer worden, stroomt het bloed verder in de slagaders.
Het kan niet terugvloeien in het hart vermits nu de kleppen
tussen kamers en slagaders gesloten zijn.
Na iedere samentrekking volgt een korte pauze.
Bij jonge kinderen
bedraagt de hartslag 130 per minuut, bij volwassenen is dit
gemiddeld nog 70 slagen per minuut.
Bij lichamelijke inspanning of bij angst neemt de hartslag
toe en kan hij tot driemaal zo groot worden. De hoeveelheid
bloed die bij iedere hartslag in de aorta stroomt (ongeveer
70 ml), wordt slagvolume genoemd.
De hartslag kan in beeld gebracht worden aan de hand van
een electrocardiogram.
Wat kan er fout lopen?
Opdat het hart goed zou blijven functioneren, moet het geregeld
van voedingsstoffen en van zuurstofgas worden voorzien en
moeten de afvalstoffen worden verwijderd. Hiertoe dienen
de kransslagaders. Zij vertrekken in de aorta en vertakken
zich in het hartspierweefsel tot vele haarvaten. Deze voorzien
het hart van zuurstof en voedselrijk bloed en nemen koolstofdioxide
op. De kransaders zijn grotendeels aan de
hartoppervlakte zichtbaar. Ze voeren het bloed dat rijk is
aan koolstofdioxide
maar zuurstof- en voedselarm, uit het hartspierweefsel naar
de rechterboezem. Ongeveer 5 tot 10 % van het slagvolume
dient om het hartspierweefsel van bloed te voorzien.
Niet
alleen bij een verwonding maar ook in de bloedbaan kan zich
een bloedstolling voordoen. Er ontstaat dan een bloedklonter
in een bloedvat. We spreken van een trombose. Als deze gevormd
wordt in de kransslagaders, krijgt de hartspier onvoldoende
bloed. Dit geeft aanleiding tot een hartinfarct,
het accuut afsterven van een gedeelte van de hartspier, hetgeen
de dood
tot gevolg kan hebben.
Foto: Als de vernauwing in de kransslagader zo groot is dat
het erachter gelegen spierweefsel afsterft, spreken we van
een hartinfarct. Bij dit zeer ernstig hartinfarct spuit het
bloed als een fonteintje uit het beschadigde weefsel in de
borstholte.
 |
 |
 |
Het virtuele hart laat je de bouw
en de werking van het hart zelf ontdekken. |
|
 |
 |
Het hart kan autonoom prikkels opwekken
die het doen samentrekken. |
|
 |
 |
Het hart trekt ongeveer 70 keer
per min. samen. Er zijn 3 fasen... |
|
|