Thuis


Binorama


FAQ


Binologie



Poëzie


BinoBus

 

BINOLOGIE
Binus' werk onder een postmoderne loupe.


  Dit virtuele schildersmuseum brengt beeldende kunst op de voorgrond die een mondiale kennismaking verdient. Gelukkig kreeg haar maker, Jos Van den Abeele, al erkenning tijdens zijn atelierleven. Vanaf 1936 stelde Binus zijn werken tentoon in verschillende Belgische (Gent, Antwerpen, Brussel) en buitenlandse (Madrid, Keulen, Frankfurt-am-Main, Parijs) steden. De fans van het eerste en het latere uur vervoegen zich echter langzaam maar zeker bij hun droommeester in de schaduw van het Kruis. Privé-bezit in binnen- en buitenland onttrekt het oeuvre aan het oog van nieuwe generaties kunstliefhebbers. Daarenboven had zijn monumentale monografie (Jos Van den Abeele- Oudenaarde, Sanderus, Oudenaarde, 1982) maar een beperkte oplage. Binus doet tot ons groot verdriet minder en minder een belletje rinkelen. "World of Binus" houdt onze tegenzet in voor een nieuwe veroveringstocht van dit bijzondere werk. Dat Binus een Groot Artiest was, zal je na exploratie van Binorama enkel kunnen beamen. In deze sectie proberen we enkele facetten van het oeuvre te belichten.

Binus aan het werk

Zijn wonderpalet, een chemisch mirakel op zich, beschouwde de Oost-Vlaamse kunstenaar als een kleurrijke startbaan om eigenzinnige gedachten af te beelden. Tableaus groeperen is een delicate zaak, a fortiori geldt dit voor stijlbreker Binus. Van knaap tot senior heeft Van den Abeele geschetst, geschilderd en geëtst. Een lange periode waarin zijn verf wel eens uitdroogde maar nooit zijn creativiteit en nieuwe invalshoeken continu werden opgezocht. Voor picturale eenzijdigheid was je in zijn torenhuis op de Edelareberg aan het verkeerde adres. We reiken slechts enkele obsessies in zijn aanzienlijke productie aan.

Binus heeft een Monsteratlas, ongetwijfeld zijn spectaculairste doeken, gecomponeerd. Hij laat monstrueuze wezens voortsjokken door de besneeuwde Vlaamse Ardennen. De mobiele vogelverschrikkers – waarvan zelfs mannetjesputters kippenvel krijgen - schrijden voorbij Etikhove, Blasius-Boekel, Maarke, Nukerke en andere rustieke dorpen. In tegenstelling tot zijn zomerlandschappen bevatten Binus’ winterlandschappen steevast surrealistische droombeelden: "Voor mij is de zomer een moment van pauze. Dan heb ik de behoefte buiten te zijn en te genieten van de schoonheid van de natuur. Dan wil ik alles van mij afzetten wat er tijdens de winter is gebeurd (Bussschaert, P. [red.], Parels langs de Scheldekant V, Busschaert, Waasmunster, 1999). Op de achtergrond merk je een zekere streekgebondenheid. Hij heeft zich sterk gelieerd gevoeld met dit nog gaaf gebleven gebied. In die zin zit hij op de lijn waaraan o.a. figuren als Valerius De Sadeleer en Leo Piron hebben gewerkt. Van den Abeele is wel begonnen met landschappen in traditionele stijl, aansluitend bij de Vlaamse primitieven en de echte Binus Van den Abeele (1855-1918). Met de status van begenadigd landschaps- of streekschilder nam Binus later geen genoegen meer. Hij koos een idyllisch strookje natuur uit om daarin zijn navrante levensvisie des te scherper weer te geven. Vooraan houden zich bizarre indringers op die zich niet zo gelukkig voelen in de eerste sneeuw. Ze doorbreken de harmonie van het landschap op eclatante wijze. Hun kluwen hoeft niet onder te doen voor dat van hun soortgenoten op de doeken van Jeroen Bosch. Qua vervaarlijkheid verschillen de deelnemers aan de misvormde karavaan immens. De reuzen onder hen zijn ware wanschepsels waarmee we ons niet zo gemakkelijk neigen te identificeren. Maar de gedrochtelijke wezentjes die zich lijken vast te klampen aan hun grote leidersfiguur (zien we hier Binus’ kritische visie op onderworpenheid en kuddegeest?) hebben meestal minder mutaties ondergaan en vertonen zo meer gelijkenis met het talige beest mens.

De vergelijking loopt zeker mank maar je kan hun verschijning spiegelen aan de losgeslagen leden van de metalgroep Gwar. Deze mutantenformatie doet zijn uiterste best om zo onwezenlijk mogelijk op te treden. Maar met klauwen kan je niet riffen en zo gelijken Flattus Maximus, Sexecutioner & Co enigszins op Binus’ trawanten: monsterachtig maar met menselijke trekjes. Deze intrigerende doeken zijn ongrijpbaar voor het intellect, juist omdat ze het menselijke falen zo pijnlijk afbeelden. De mens komt naar voren als een verschrikking indien je hem tot zijn scha en schande betrekt bij de eenvoud van de natuur. Of hoe iemand het zo treffend verwoordde in het gastenboek van een recente expositie te Schelderode: 

Deze tentoonstelling geeft een prachtig beeld van de natuurfilosofie van Binus, die in de natuur veel krachten zag die niet steeds overeenstemden met het "goede" in de mens. Wel integendeel. (A. De Buck)

 

Tentoonstelling in Oudenaardse NCMV-gebouw

Binus’ Monstruoza verlaten het landschap. We vinden ze voornamelijk terug in een kale achtergrond, hooguit een bosrand. Zijn penseel richt ook hier bij een aantal figuren minder mutilaties aan dan bij andere, en ook hier is er sprake van een zekere hiërarchische ordening. De toerenspeler en zijn trawanten, de leider van de frok, de grote tonge en groten bek: het zijn opnieuw centrale leidersfiguren, haantjes-de-voorsten die de gewone man onder de knoet houden. Misschien wel maskeradetaferelen à la Ensor; Binus gaf er toch zijn eigen toets aan …

Het dier ontsnapt meer dan de mens aan vervorming. De Ark van Binus bestaat hoofdzakelijk uit eenvoudige beesten die zich vredig in groep laten portretteren. Vooral paarden en parelhoenders vond Binus afbeeldenswaardig. Dat koesteren van het gewone straalt ook uit zijn portretten. Onpretentieuze mensen als ‘Anselma’ en ‘Adiel’ staan heel dicht bij de natuur, worden dan ook warm ingekleurd en niet vervormd tot insecten- en vogelmensen. Binus was ook folklore genegen; dat blijkt uit de Breugheliaanse drankstonden waarmee brouwerij Roman haar bier opsmukt en bierfeesten nog altijd levensgenieters en drinkebroers lokken.

Strenge, hiëratische figuren (Machthebbers) zijn de tegenhangers van de volksverbonden werken. ‘De Valse Profeet’, ‘De Rijkaard’ en ‘Blommeke’ boezemen ons ontzag in en lijken ook ver af te staan van het mutantengekluw uit de Monsteratlas. Maar net als de monstrueuze giganten uit de Atlas hebben ook zij een schare volgelingen (de ignorante massa) rond zich, wat ons weer brengt bij het thema van de kuddegeest en de onderworpenheid. Ondanks hun aristocratisch voorkomen ogen de machthebbers vermoeid, soms wereldvreemd; hun sierlijke ambtsgewaden versterken nog hun keurslijf.
Enige uitzondering hierop vormen Binus' christusfiguren.

Jos Van den Abeele stond inderdaad bekend als een diepgelovig man. Dat blijkt uit zijn linosnedes . Toch nam de kritische Binus altijd afstand van klerikalisme en pilarenbijterij, denken we maar aan de karikaturale Pamelieters. Hoofdmotief in zijn mystieke thematiek was ongetwijfeld Het Licht als bron van zuiverheid en waarnaar de mens later terugkeert. ‘Naar het Licht’ is dan ook niet toevallig de titel van een van zijn eerste werken, maar ook zijn epitaaf.

Binus was een uitermate gedreven schilder die met zijn trouwe Volkswagen Kever(s) haast bezeten speurde naar nieuwe onderwerpen. Van den Abeele schuwde het experiment niet. En dat ondervond ook zijn materiaal. Hij legde contacten met het Max Doernerinstituut dat de technische problematiek van de schilderkunst ontleedt. Hij werkte met glacis, met successieve lagen en bracht kleurige pasteuze hoogsels aan, waarop hij dan chemische stoffen liet inwerken. Hij zocht naar een zeer vitaal verfoppervlak, naar een grote frisheid en directheid in zijn verfaanbreng. Zijn werkruimte toverde hij om tot een explosief laboratorium.

Hij huiverde om steeds hetzelfde kunstje neer te kladden. Zijn werk evolueerde van een vrij onpersoonlijk realisme naar een heel eigen ingehouden expressionistische stijl met een surrealistische climax. Hij gaf aan die stromingen een heel eigen invulling. Van zijn ganse oeuvre gaat eigenlijk vooral een universele boodschap uit: "de mens in verhouding tot zijn waarheid; zijn falen en zijn lukken." Maar we mogen zijn kunst vooral niet kapotanalyseren. Precieze duiding ligt moeilijk (is dit niet eigen aan Grote Kunst?). Bij Binus’ werk, "een rijk picturale peiling naar de diepte van het bestaan" (Marc Rogge), kan niemand ongevoelig blijven.

© World of Binus - 2000