POËZIE
Binus en de Muze


FRANK AESAERT
MARCEL BRAUNS
EMMANUEL LOOTEN

 

FRANK AESAERT (1973) [TOP]

 

[Daar Dhr. Aesaert een mysterieus-zwervend bestaan leidt, konden wij nog geen compleet dossier samenstellen m.b.t. zijn levenswandel. In de winter van 1994 werd hij nog gesignaleerd op een Nepalees atol, als lid van een maniëristische dichterscommune. In september 2003 dook hij plots terug op in de finale van het Gentse performancefestival "Poëzie 2003"].


Ode aan Binus (geautoriseerde versie)
[gastenboek Schelderode, juni 1999]

Wilt u Rémi Nulens door uw boxen laten galmen, klik dan op de inktvlek van zijn ganzenveer!

[Let wel: dit fragment is enkel te beluisteren met een RealPlayer. Als u die nog niet in huis heeft, klik dan op het ikoontje om dat alsnog te doen!]


MARCEL BRAUNS (1913-1995)
[TOP]


Trad in de jezuïetenorde in de abdij van Drongen (1931). Werd in 1944 tot priester gewijd en behaalde in 1946 zijn doctoraat in de godgeleerdheid. Daarna werkte hij enige tijd als predikant in Gent. In 1948 volgde Brauns Jozef van Mierlo op als docent in de Nederlandse letterkunde; in de verklaring van Middelnederlandse teksten en in de Europese letterkunde aan de Facultés universitaires te Namen (dit tot 1961). Vanaf de jaren '60 tot aan zijn pensionering in 1978 werkte hij als nachtmagazijnier in een boek- en dagbladhandel. In 1964 werd Brauns uit de orde gesloten waarna hij het Pater Braunsfonds oprichtte dat instond voor zijn materiële ondersteuning. Brauns nam Groot-Nederlandse en Vlaams-Nationalistische standpunten in.
(Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, I, p. 595)

 

Tentoonstelling in het Pand
Gent 1989
ter plekke gedicht

Het kalkwit kader van het gotisch pand
dat zich vervult van het verstilde licht
in de monumentale binnenzalen
van dit oeroude Gentse stadsgezicht.

Het stille licht, het binnenlicht, de ruimte
die in omstilling hult, wat zich onthulde
als schilders-inzicht en de ruimte vulde
van dit sereen bouwkundige gedicht.

Gelukkig wie zijn stilte op laat wegen
tegen de stilte van dit prachtig pand
en de doorblik der ruimte heeft gekregen
van 't dorpen overschouwend heuvelland.

Witheid van sneeuwlandschappen die instralen
binnen de stiltestraling van die glans,
die middagen in zwijgen blijft vertalen
van een bewonderend-serene dans.

Dit kan alleen in 't geestesrijke Vlaanderen,
het tover-oude dat werd uitgerust
met onuitwisbaarheden waar voorvaderen
aan bouwden in verheven arbeidsrust:

rustige geest, die dàn sereen kan werken
als hij zich weet te bouwen aan een pand
en erfenis van prachtgotische kerken
en klare ruimten met een witte wand,

gij troont beschermend en beschuttend over
de ontvouwing van de kunstenaar: enkeling
die zijn bezeten tover in uw tover
ontvouwen mocht en uw zwijgzame kring.

28.4.1989
Marcel Brauns


EMMANUEL LOOTEN (1906 -1974)
[TOP]

Neef van Camille Looten. Stamde uit een bekende Vlaamsgezinde familie. Publiceerde zijn eerste dichtbundel pas op 31-jarige leeftijd. Nadien ontplooide Looten een belangrijke poëtische bedrijvigheid (publiceerde een 80-tal werken) die gekenmerkt werd door een sterke binding met de "Vlaamse aard". Talrijk zijn de gedichten die hij heeft gewijd aan het Vlaamse landschap, aan de torens, de molens en de steden van Vlaanderen, of ook aan de mythische en historische figuren (Heer Halewyn). Al schreef Looten in het Frans, de geest van al zijn gedichten was "Vlaams". Looten onderhield blijvende nauwe betrekkingen met tal van Vlaamse intellectuelen en kunstenaars. Binus was één van hen ... 
(Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging II, p. 1960)


 Lune en Flandre (pour Josse Van den Abeele)                   

Intense performance, l'astre flammé de blanc,
Violent thrill-drill, aventure d'albâtre 
La douce féerie épandra sur la Flandre
Cet envoûtant sculpter des charnelles blandices

L'été majeur, aux magiques reliefs,
Créera ces nuits spectrales, écrouies de l'astre :
Vif corps céleste, hermétique mercure,
Fleur rase de ces ténèbres

Aux glaçantes ondes, en sa course placide
Par ce bleu violent des nuits où bat l'esprit,
Corps à corps agrandi de galaxies siffleuses
Emerillonne pureté, sceau virginel,
Lait bleu d'envoûtement, trop bleui d'espace,
Pétrissante lumière en la coulée des ombres

Tu vois: mon défi aux reflets et lueurs,
Fruits opimes, orgiastes sculptures
Lèvres à fières fièvres des flamandes campagnes,
Vif épanouissement évanoui : l´été

uit: "Le chaos sensible", Sanderus Oudenaarde, 1973.