Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond

vastenavond tot 1794

vastenavond wordt carnaval

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Volkskundige begrippen

Wanneer je op zoek gaat naar de herkomst van vastenavond en carnaval wordt je om de oren geslagen met tal van volkskundige begrippen en kalenderaanduidingen. Maar wat betekenen "Vastenavondviering", "Omgekeerde Wereld", "Vastenavonddagen", "Vastenavond" of "Vastelavond" en "Carnaval"?

Vastenavondviering

Vastenavondviering is een begrip dat ruimer dient gedefinieerd te worden dan vastenavond. De middeleeuwse vastenavondviering omvat een periode die grofweg kan lopen van Sint-Maarten tot Pasen. In deze tijdspanne liggen allerlei gebruiken, elk met een eigen naamgeving en oorsprong, die zowel naar organisatie als naar uiterlijk vertoon de kenmerken bevatten van de feestelijkheden die zich voordoen op de vastenavonddagen.

In de late middeleeuwen wordt vastenavondviering een unificerende verzamelaanduiding voor verschillende gewoonten en gebruiken, die echter elk afzonderlijk gecompliceerde relaties onderhouden met de Germaanse en klassieke overlevering, alsook met het ritueel en de kalender van de christelijke Kerk. Onder deze gewoonten en gebruiken verstaan we feesten en rituelen als Allerheiligenavond (31 oktober), Sint-Maarten (11 november), Sint-Nicolaas (6 december), Kerstmis (25 december), Onnozele Kinderen (28 december), Nieuwjaarsdag (1 januari), Driekoningen (6 januari), Maria-Lichtmis of Maria-Reiniging (2 februari), Schrikkeldag (29 februari), Halfvasten, 1 april en zelfs de dagen voor Pasen.

Sint-Maartensfeest, Pieter Balten, ca. 1525-1598,
Amsterdam, Rijksmuseum.

Omgekeerde Wereld

Het opvallendste kenmerk van deze vieringen is ‘de omgekeerde wereld’, de tijdelijke omkering van de bestaande verhoudingen in de samenleving en in elk organisme dat daarvan deel uitmaakt, waarin op ironische wijze getoond wordt hoe het niet moet wanneer straks weer de orde hersteld zal zijn.

Vastenavonddagen

De benamingen vastenavond en vastenavonddagen stammen uit de Middeleeuwen en duiden specifiek op de dagen rond Aswoensdag. Om deze feestelijke dagen van elkaar te onderscheiden creëerde men verschillende benamingen. Vastenavondzondag, Mannekeszondag, Rendag, Vettezondag en zondag Quinquagesima doelen op de zondag voor vastenavond, de eerste van de vastenavonddagen. Cleen Vastenavond, Cleinen Vastenavond, Vetten Dinsdag of Vetten Dyssendach (Mardi Gras) wijst op de dinsdag voor Aswoensdag. Groet Vastenavond, Groot Vastenavond of Sotternyensondag werd gebruikt om de vastenavondviering op de eerste zondag van de vasten, zondag Quadragesima, aan te duiden. De vastenavonddagen worden ook omschreven als de Smetsdage. De week waarin de vastenavonddagen voorkomen, van zondag Quinquagesima tot zondag Quadragesima, wordt ook wel de Duivelsweke genoemd.

De duur van de vastenavonddagen varieerde doorheen de tijden.In 1733 was het in Aalst de gewoonte dat men vanaf acht dagen voor vastenavond verkleed de stad op stelten zette. Vanaf 1770 vermelden verordeningen steeds uitdrukkelijker de dagen waarop openbare dansfeesten en maskerades in het kader van vastenavond toegelaten of verboden werden.

Vastenavond of Vastelavond

Vastenavond of vastelavond is de avond voor Aswoensdag, de laatste avond voor het begin van de kerkelijke vasten. Daarnaast wordt vastenavond gebruikt als naam voor het feest dat tijdens de vastenavonddagen wordt gevierd. Het verschil tussen vastenavond en vastelavond zit in de mening over de herkomst van het feest. Vastenavond heeft een christelijke connotatie daar de term rechtstreeks naar de vasten verwijst. Vastelavond heeft het oudgermaanse woord ‘faseln’ in zich, wat een oudere en minder kerkelijke oorsprong laat vermoeden.

Het woord vastelavond komt in de Nederlanden al in 1290 voor. Vastenavond duikt in Aalst voor het eerst op in 1432, als tijdsaanduiding van een steekspel. Vandaag spreekt men in het Aalsterse dialect nog steeds over vastelauved.

Carnaval

Carnaval is een synoniem van vastenavond. Het woord zou in Italië zijn ontstaan als benaming voor het feest dat gevierd werd tijdens de vastenavonddagen. Carnaval wordt vandaag meer gebruikt dan vastenavond. In de literatuur blijft men echter de voorkeur geven aan vastenavond. Men wil zo het verschil aanduiden tussen de grootschalige en gecommercialiseerde pracht en praal van carnaval en het kleinschalige, meer spontane en persoonlijke feest van vastenavond.

Hoewel het begrip carnaval ontstond in de 10e eeuw is de term van vrij recente datum. Hij duikt in de Nederlandse taal pas op in 1673, in het tijdschrift Hollandse Mercurius. In Aalst verschijnt het woord carnaval pas in 1797. Het wordt vermeld in de eerste in het Frans gestelde vastenavondverordening onder het Franse Bewind. De verordening heeft het over "…les jours de cette année destinés au divertissement, et connus sous le nom de Carnaval…".


Sint-Maartensfeest, Pieter Balten,
ca. 1525-1598.

Sint-Maarten wordt voorgesteld met tal
van elementen typisch voor de vastenavondviering. Armen bestormen
een wijnuitdeling
er gelegenheid van het kalenderfeest (11 november).
Aan het vat is een vlag
met krukken bevestigd.

---

Omgekeerde Wereld
Frankrijk, 17de eeuw.

Omgekeerde Wereld afgebeeld. De echtgenote rookt de pijp en draagt het geweer terwijl de echtgenoot
zorg draagt voor een boreling.

---



De maand februari

ca. 1565-1637

Aan een tafeltje zit een gezelschap te dobbelen. Ze worden omringd
door verkleedde personages
die huishoudelijke gereedschappen
bij hebben. Huishoudelijke voorwerpen
maakten traditioneel tijdens
de vastenavonddagen deel uit
van de kostumering en dienden
voor het maken
van kabaal of ketelmuziek.


Dit gebruik zou terug te voeren zijn
op het ritueel verdrijven van de geesten Daarbij werden overtreders van de
sociale orde, bijvoorbeeld overspeligen
's avonds of 's nachts onthaald
op getier en geraas, vergezeld door
gefluit en gebons van tegen
elkaar geslagen huis,-en keukengerei. Vastenavond vormde de gelegenheid
bij uitstek voor het houden
van dergelijke volksgerechten.


---


Maskers, Jacques de Gheyn,
Antwerpen 1565-1629 De Haag,
Rotterdam, Museum Boymans.

Een rijk geklede jonge vrouw en twee muzikanten met typische vastenavondattributen, de voorste met een rooster, de ander met een blaasbalg.