Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond
- de erfenis van de klassieken

- germaans-keltische rituelen
- kerkelijke zottenfeesten

vastenavond tot 1794

vastenavond wordt carnaval

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Vastenavond

Vastenavond is een feest dat in de late middeleeuwen een eerste hoogtepunt bereikte, beïnvloed door klassieke nieuwjaarsfeesten en Germaanse lentefeesten enerzijds en door kerkelijke zottenfeesten en de christelijke kalender anderzijds.

De erfenis van de klassieken

Vanaf het begin van de tiende eeuw duiken herhaaldelijk bronnen op, meestal opgesteld door tegenstanders, over georganiseerd feestelijk gedrag in de periode van november tot mei, met sterk overheersende kenmerken van rolverwisseling en schertsend bedoelde overaccentuering van het gedrag dat bij de aangenomen rol zou horen. Deze spotpraktijken, die zich vooral in kerkelijke middens afspeelden, werden door middeleeuwse kerkelijke geleerden en humanisten onveranderlijk in verband gebracht met uitspattingen die uit de klassieke oudheid bekend waren. Als carnavaleske klassieke feesten worden Kalendae (nieuwjaarsfeesten), Saturnalia (enige dagen in de derde week van december), Bacchanalia en Lupercalia genoemd. Deze feesten, waarbij vermommingen, rolverwisseling en uitspattingen centraal stonden, hadden zich met de uitbreiding van het Romeinse Rijk over Gallië verspreid.

Eén van deze feesten waren de Lupercalia, die steeds plaatsvonden in februari. Het waren in de eerste plaats vruchtbaarheidsrituelen ter ere van Lupercus, de god van de vruchtbaarheid. Tijdens deze feesten deelden in huiden van wolven (lupi) en andere offerdieren gehulde mannen met februa klappen uit aan vrouwen. Die februa waren riemen, gesneden uit vellen van offerdieren (geiten). Het doel van dit ritueel was tweeledig: het vruchtbaar maken van de vrouwen door hen te slaan met een levensroede en het bestraffen en reinigen van alle zonden en nalatigheden tijdens het voorbije jaar. Uit dit ritueel kreeg de maand februari haar naam: de reinigings- of vruchtbaarheidsmaand.



Lupercalia
Romeinse muurschildering

In hoeverre kunnen we vastenavondvieringen beschouwen als erfgenamen van klassieke feesten als de Lupercalia? Het antwoord zit in de manier waarop deze feesten na het invallen van de Germaanse volkeren in het Romeinse Rijk zijn blijven doorleven in de gebieden die voorheen werden geromaniseerd. In het Oost-Romeinse Rijk bleven de Kalendae tamelijk ongeschonden voortbestaan. Elementen van de klassieke nieuwjaars- en vruchtbaarheidsfeesten in het begin van de vijfde eeuw waren het bedelen met nieuwjaarswensen, het vermommen als vrouw, het geven van geschenken en het belachelijk maken van het hoogste gezag.

In het Oost-Romeinse Rijk geldt voor de middeleeuwen dat de spotfeesten in hoge mate klassiek geïnspireerd blijven. In het westen moeten we rekening houden met de invloed van een Germaans-Keltische traditie. Getuigenissen uit de zestiende eeuw zien vastenavond als een christelijke navolging van de Bacchanalia, aangevoerd door een aangepaste Bacchus. Het aantrekkelijke van de visie om de antieke feesten als bakermat van het carnaval te beschouwen, ligt zowel in de betrekkelijk rijke documentatie als in het feit dat middeleeuwse geleerden deze relatie zelf leggen. Toch verklaart deze voorstelling maar gedeeltelijk het voorkomen van vastenavondvieringen in onze streken. Er moet meer aan de hand zijn dan een 'christelijke imitatie'. Aanknopingspunten vinden we bij agrarische culten van Germaans-Keltische oorsprong en de ritualisering daarvan door de christelijke Kerk.


Lupercalia
Romeins altaarstuk

Jongeren gewapend met de februa,
met als doel jonge vrouwen ritueel
te geselen om hun vruchtbaarheid
te stimuleren.