Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond
- de erfenis van de klassieken

- germaans-keltische rituelen
- kerkelijke zottenfeesten

vastenavond tot 1794

vastenavond wordt carnaval

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Vastenavond

Vastenavond is een feest dat in de late middeleeuwen een eerste hoogtepunt bereikte, beïnvloed door klassieke nieuwjaarsfeesten en Germaanse lentefeesten enerzijds en door kerkelijke zottenfeesten en de christelijke kalender anderzijds.

De erfenis van de kerkelijke zottenfeesten

Sinds de tiende eeuw zijn er gedocumenteerde berichten bewaard, vaak opgesteld door tegenstanders, over door kloostergemeenschappen en kapittelkerken georganiseerd feestelijk vermaak in de overgang van winter naar lente.

Bekend zijn de kerkelijke zottenfeesten (festum fatuorum, festum stultorum, festum hypodiaconorum), het ezelsfeest (festum asinorum) en het feest van de kinderbisschop (festum puerorum). Het waren eet- en drinkpartijen die verschillende dagen konden aanhouden en beheerst werden door een alternatieve orde die de ontkenning van de normale hiërarchie inhield. Hoe dan ook was het een feest te midden van ongekende overvloed, in scherp contrast met het aan het kloosterleven eigen sobere en barre bestaan.

De feesten ontstonden in kloosters en kloosterscholen bij de laagstgeplaatsten, de scholieren, maar breidden zich snel uit over kathedralen en kapittelkerken, waar koorknapen en subdiakens het gebruik overnamen. Opvallend is dat deze kerkelijke gebruiken heel wat verwantschap vertonen met de eerder beschreven klassieke en Germaans-Keltische lente- en nieuwjaarsfeesten.

Als eerste van de kerkelijke zottenfeesten kwamen de feesten der koorknapen voor. Zij kozen, meestal op de dag van de onnozele kinderen (28 december), in kapittelkerken een kinderbisschop en in kloosters een kinderabt. Soms gebeurde dit al op Sinterklaas (6 december). Zijn heerschappij heerste in dit geval tot de dag van de onnozele kinderen. De verkiezing van de spotbisschop had een officieel karakter. De verkozene kreeg een mijter op het hoofd en een staf in de hand. Hij mocht zich dus tooien met de uiterlijke kenmerken van een echte bisschop, al werden aan de mijter belletjes gehangen en eindigde de staf op een zotskolf. Ook in gebaar gedroeg de kinderbisschop zich als een werkelijke bisschop. Hij bad de gebeden voor, werd bewierookt en zegende uitvoerig zijn aanhang. Hij stelde een eigen kerkelijke hofhouding, een eigen zangmeester en een kapelaan aan. Alle gestelde handelingen kregen een absurde accentuering mee: wierook werd vervangen door brandende schoenzolen, wijwater door urine, teksten werden geproclameerd in onverstaanbaar en obsceen brabbellatijn en liederen werden gezongen met snerpend hoge stem.

De zottenbisschop, L. Maeterlinck, Gent, 1910.
Le genre satirique fantastique et licencieux
d ans la sculpture Flamande et Wallonne.

Het kinderfeest werd al snel overgenomen door alle rangen van de Kerk. Deze verbreding deed zich voor in de dertiende en veertiende eeuw. We kunnen de evolutie volgen via heel wat kerkelijke verbodsbepalingen. Deze bepalingen zijn er al van bij het opduiken van de feesten. Vaak zijn ze van lokale aard. Zo verbood de aartsbisschop van Salzburg in 1274 het kinderfeest dat toen al gevierd werd door de gehele geestelijkheid. Hij wou het feest bannen uit de kerken en kloosters en eiste dat geestelijken, ouder dan zestien jaar, zouden verzaken aan de festiviteiten. Toch bleef het feest bestaan. Meer nog, het evolueerde. Vaak werd de bisschop omgekeerd op een ezel gezet en zo, met het hoofd naar de staart, de kerk rondgereden. Het altaar werd versierd met dierlijke uitwerpselen, die als hosties werden gezegend. In 1435 bepaalde een besluit van het Concilie van Bazel dat alle schertsende vertoningen uit de kerken verbannen dienden te worden. Dit besluit werd voor Frankrijk omgezet in enkele kerkelijke wetten (1438).

 

Het haalde weinig uit. In 1445 schreef de faculteit theologie in Parijs een protestbrief aan bisschoppen en kanunniken. Hierin klaagden ze misstanden aan die nog steeds in menige kloostergemeenschap voorkwamen. Dankbaar maken we gebruik van de beschrijving: priesters droegen maskers tijdens de eucharistieviering terwijl geestelijken dansten in het koor, verkleed als vrouwen, koppelaars en muzikanten. In plaats van psalmen werden liederen met schunnige teksten gezongen. Op het altaar vervingen zwarte pudding en vette worsten brood en wijn. Na de viering traden de feestvierders naar buiten: met wagens en karren werden processies nagebootst waarbij de geestelijken zich provocerend tot het publiek richtten: men zong smerige liederen en vertoonde obscene gedragingen als naaktdansen.

Vanaf de veertiende eeuw werden de kerkelijke zottenfeesten meer en meer op de straat gevierd. Het is op zichzelf al van betekenis dat alle vermelde schertsbisschoppen die we de in de Nederlanden tegenkomen, op de bisschop van Watten na, handelen in stedelijk perspectief. Hollandse en Henegouwse grafelijke rekeningen geven aan dat de kinderbisschop vanaf 1343, op verschillende data in december en januari, als een echte hoogwaardigheidsbekleder op bezoek ging bij ambtsgenoten uit andere steden. Met zang, spel, geschenken en geld werd hij ingehaald.

De kerkelijke zottenbisschoppen worden geleidelijk aan een exponent van de stedelijke feestcultuur. De stadsbewoners, geïnspireerd door de tradities onder de plaatselijke scholieren, benutten maar al te graag het gebeuren om in aangepaste vormen mee te doen.

Het is duidelijk dat het kerkelijke zottenfeest, dat tot zeer ver in de middeleeuwen terugreikt, een belangrijke aanzet vormt tot de vastenavondviering. Bovendien verbindt het deze feesten met de Klassieke Oudheid. Als we oog hebben voor het uiterlijk vertoon dat de vastenavondviering in de middeleeuwse stad zal kenmerken, wordt de geschetste drievoudige erfenis het meest voor de hand liggende antwoord op de vraag naar de herkomst van de vastenavondviering in Europa.


Zottenfeest
Beverly Minster Cathedral, 1520.

Afbeelding van dansende narren tijdens het zottenfeest in de katedraal van
Beverly Minster in Yorkshire (UK).

---

Narrenschip
Hieronymus Bosch, 1490-1500,

Musee du Louvre, Paris.

Fragment uit het meesterwerk van
Hieronymus Bosch. Twee geestelijken
op het narrenschip. Een verwijzing
naar het kerkelijke zottenfeest.
Bekijk hier het werk volledig

---

De zottendans,
Frans Hoghenbergh,
Mechelen ca. 1540,
Amsterdam, Rijksmuseum.

Zotten dansen in de ronde op de muziek
van een trompet.

"Den hoop der sotten es sonder ghetal
Want elck volght syn wellusticheijt overal
Wie maet en reghel can houwen
in alle dinghen
Die mach desen dans der sotten ontspringhen".

---

Tekening van het graf van de Kinderbisschop van Salisbury,
13de eeuw, Salisbury Cathedral,
Salisbury, Wiltshire (UK).