Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond

vastenavond tot 1795

vastenavond wordt carnaval
- Aalst blijft trouw
- de carnavalstoet van 1851
- de
opmars van carnaval
- maskeraden en compagnies
- de voil jeanet
- de eerste carnavalsgroepen
- een nieuw soort carnaval
- de winterfoor
- de carnavalstoet van 1913

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Vastenavond wordt carnaval

De republikeinse wetgeving verbood sinds 1797 onder het nieuwe Franse bestuur elke publieke viering. Een verordening uitgevaardigd in het kanton Aalst, waar de vastenavonddagen "als naer gewoonte" gevierd werden, was zelfs strenger dan de departementale wet. Aan het "troups gewijs langs de straete te bollen, reepen ofte eenige andere spelen te exerceren ofte langs de selve te gaen met trommel, violen ofte eenige diesgelijke instrumenten" werd paal en perk gesteld.

Aalst blijft trouw aan vastenavond

Het feest bleef ondanks de beperkende maatregelen bestaan. Tussen 1801 en 1809 werden jaarlijks verordeningen uitgevaardigd waarbij onder duidelijk omschreven voorwaarden opnieuw werd toegelaten. Het op een charivareske manier al zingend en lawijtend rondlopen in de straten van de stad bleef het meest tastbare kenmerk van de viering. Toch was het straatcarnaval niet de enige vorm van vastenavondvermaak. Zo werden in de verschillende herbergen van de stad in het begin van de negentiende eeuw tal van verkleedpartijen en bals georganiseerd. Zo geeft een verordening in 1803 de uitdrukkelijke toestemming tot het organiseren van "publieke ballen, feesten ende andere eerlycke vreugdebedrijven".

Het maskeren bleef in trek. Tussen 1819 en 1824 verscheen jaarlijks een "Reglement voor de Maskers geduerende de Vastenavonddagen". In 1821 beslot men de maatregelen extra vroeg bekend te maken "vermits volgens aloude gewoonte de vastenavonddagen binnen dese stad beginnen met lichtemisse".

Na de Belgische revolutie werden alle festiviteiten tijdens de vastenavonddagen opnieuw verboden. Hoeveel jaren dit verbod van kracht bleef, is niet duidelijk. Toen de scheidingsperikelen tussen Noord en Zuid opgelost waren, vormde het vertier geen bedreiging meer voor het nieuwe bewind en kon vastenavond opnieuw plaatsvinden.

Al in 1845 werden er in de herbergen van de stad vastenavondbals georganiseerd; in 1847 liepen er opnieuw gemaskerden in de straten van de stad. Vanaf het midden van de negentiende eeuw publiceerde het stadsbestuur jaarlijks in de kranten wanneer het maskeren en vermommen werd toegelaten. "Ter gelegenheyd der vastenavonddagen is er door 't gemeentebestuur oorlof gegeven zich hier te verkleeden op zondag, maendag en dynsdag", zo schreef de Denderbode in 1850.

Gemaskerd naar het vastenavondbal

In 1851 meldde de Denderbode "in geen tien jaeren" zo veel gemaskerden gezien te hebben. De katholieke krant berichtte dat het overgrote deel van de vastenavondzotten werklieden waren en trok hieruit de conclusie dat "de duerte der levensmiddelen ten grooteren deelen heeft opgehouden".

Van een uitbundige grootschalige viering was in deze periode nog geen sprake: "eenige maskers, eenige vechtpartijtjes, tamelijk gedronken uytzet, zietdaer geheel ’t spel van den Vastenavond. Het is de moeite niet weerd er van te spreken". Waar de verkleden vroeger met veelkabaal door de straten liepen, van huis tot huis bedelend om drank en spijs, werd het actieterrein in de negentiende eeuw verlegd naar de cafés. Iedereen zijn zaligheid geven was een gebruik dat heel lang typisch voor het vastenavondfeest zou blijven. In de meeste gevallen gebeurde dit met heel wat humor.

Het politiearchief maakt duidelijk dat de vastenavonddagen weinig of geen aanleiding gaven tot zware criminaliteit. Onder invloed van alcohol ontaardden scheldpartijen soms in vechtpartijen.

Het eerste bekende grote incident gebeurde op vastenavonddinsdag 4 maart 1845, toen rond 23.00u een groep van vijftien personen keet schopten in het café van Maenens-Timmerman op de Grote Markt. Toen de waardin hen bier weigerde liep het feest uit op een fikse knoppartij. De inrichting van de danszaak werd zwaar beschadigd.


Terug van vastenavond,
Basile De Loose, (Zele 1909 - 1885 Brussel), 1839.

Het tafereel speelt zich af in een negentiende-eeuwse Vlaamse
huiskamer. De dochter des huizes
speelt de hoofdrol, die op aswoensdag thuiskomt na een uit de hand
gelopen vastenavondfeest. Beteuterd kijkt ze naar haar masker, terwijl ze haar
moeder laat uitrazen. Deze is evenals haar vader en haar broertje voorzien van een askruisje. De klok staat bijna op acht uur.

De metgezellen van het meisje nemen het gemakkelijker op. Eén van hen neemt het meisje bemoedigend bij de arm. Een jongeman rekt zich moe maar voldaan uit, een masker nog onder zijn jas. Naast hem op de trap staat een vastenavondvierder met masker en hoed nog op.

Bekijk hier het hele schilderij.

---

Vastenavond op de Kouter van Gent, Huis Van Alijn,
Fonds Arnold Vander Haegen,
2de helft 19de eeuw.