Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond

vastenavond tot 1795

vastenavond wordt carnaval
- Aalst blijft trouw
- de carnavalstoet van 1851
- de
opmars van carnaval
- maskeraden en compagnies
- de voil jeanet
- de eerste carnavalsgroepen
- een nieuw soort carnaval
- de winterfoor
- de carnavalstoet van 1913

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Vastenavond wordt carnaval

Niet toevallig kwamen in de periode van de eerste carnavalstoeten opmerkelijke straattaferelen voor.

Maskeraden en straatcarnaval

In de rand van de negentiende-eeuwse stoeten werden meer en meer bals en danspartijen georganiseerd. Later oefenden ook café-chantants en zaken met een dansorgel een grote aantrekkingskracht uit op de carnavalisten. "Honderden gemaskerden van allen ouderdom ziet men van in de valavond naar de kwartieren trekken waer zich de danszalen bevinden", zo schreef De Denderbode in 1882.

Organisatoren van deze feestelijkheden waren vooral eigenaars van cafés en danszalen. Deelnemers waren de bezoekers van deze gelegenheden, in grote mate de arbeidersbevolking. Wanneer ook verenigingen activiteiten organiseerden, waren de deelnemers vooral bekenden - soms kregen enkel leden toegang - van de vereniging. Al snel ontstond er een gescheiden feestviering: in bepaalde wijken kwamen arbeiders langs, andere ontvingen enkel feestvierders uit de betere klasse.

De liberale burgerij organiseerde haar belangrijkste dansfeesten Au Comte d'Egmont op de Grote Markt en in Het Concert op het Keizersplein. De katholieke burgerij kwam samen in de Cercle Catholique op de Grote Markt en het Casino in de Vlaanderenstraat. De arbeidersbevolking zocht andere oorden op en vertoefde in populaire danszalen als A la Salle de Danse in de Hoogstraat of A la Nouvelle Corbeille op de Varkensmarkt.

De Borse van Amsterdam

Dit gebouw uit 1630 werd onder meer gebruikt door de rederijkerskamer De Barbaristen. In de negentiende eeuw was dit de uitvalsbasis van
de Aalsterse katholieken.

In 1868 beschreef De Denderbode een opmerkelijk voorval met in de hoofdrol een groep "importante liberale damen van eersten rang, die van herberg tot herberg liepen om de mensen te intrigueren en zottigheden te zeggen". Aan een katholieke herberg gekomen kregen ze enkele emmers water over het hoofd gekieperd. "Gelijk natte kiekens" moesten ze op de vlucht.

Vastenavondcompagnies

Het gebeurde zelden dat individuen het vastenavondvertier opzochten. Vaak ging men de nacht tegemoet in groep of in zogenaamde vastenavondcompagnies. Deze geïmproviseerde carnavalgroepen waren groepen van mensen die samen van café naar danszaal trokken. Deze compagnies werden veelal gevormd door werklieden uit eenzelfde fabriek of wijk. Zij werkten samen aan kostuums, zodat ieder van de groep er ongeveer gelijk uitzag of legden een cent opzij teneinde kostuums te kopen of te huren. Sommige arbeidersgezinnen spaarden maandenlang voor een mooi kostuum.

Vastenavond op de Kouter van Gent, Huis Van Alijn,
Fonds Arnold Vander Haegen, 2de helft 19de eeuw.

Uit het negentiende-eeuwse Aalst zijn weinig afbeeldingen bewaard die ons aantonen hoe de vastenavondvierders verkleed waren. Hierboven een afbeeling uit Gent.

Uit de processen-verbaal en de kranten blijkt dat er zich tijdens de vastenavonddagen wel degelijk groepen verkleden in de straten bevonden. Het kan moeilijk anders dan dat er in heel wat werkersgezinnen voor vastenavond werd gespaard. Hoe vallen de gerapporteerde arbeidersfestiviteiten anders te rijmen met de hachelijke sociaal-economische situatie? In 1887 maakte De Denderbode gewag van werkmeisjes die 30 tot 60 frank aan een "karnavalsploenje" hadden besteed. Een jaar eerder al stond dezelfde krant al even verbaasd bij het zien van zoveel arbeidersvreugde "ondanks de armoede die hier, zoo men zegt, ten gevolge van de crisis heerst". De krant, die de katholieke meerderheid van de stad steunde, besloot dan ook dat "de drei vastenavonddagen (…) bewezen dat wij geenen slechten tijd beleven, of wel dat het armoede-lijden hier zeer overdreven is".

Hoe beter de economische situatie werd, hoe kleurrijker de verkleedkledij. Op het einde van de negentiende eeuw bestond er reeds een goeddraaiende handel in carnavalartikelen. In 1892 leverde een gespecialiseerde ondernemer enkel voor de vastenavonddagen van dat jaar ongeveer 122 nieuwe "vastenavondploenjes". De aard van de pakken verschilde van jaar tot jaar. In 1890 was de 'Voil Jeanet' populair. Rond 1900 kwam de clown in de mode. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werden heel wat carnavalmilitairen opgemerkt: "De bevelhebber der gendarmerie heeft hen doen ontmaskeren en hunnen kledij in beslag genomen".

Carnaval in Duinkerke, eerste helft 19de eeuw.

In 1907 liepen ze "in benden van soms 20 koppels". Tijdens de vastenavonddagen van 1901 doorkruisten tientallen carnavalisten op houten "huppeldepeerdekes" de straten van de stad. Op deze manier werd de spot gedreven met legerofficieren die in 1900 in een militaire rit heel Vlaanderen hadden bezocht. Talrijke herbergen in de stad droegen opschriften met daarop namen van steden en dorpen die door de militairen waren aangedaan. In navolging van de militairen poogden de vastenavondvierders op hun hobbelpaardjes zoveel mogelijk verschillende dorpen en steden te bezoeken. In 1902 was er een groep die op vastenavondzondag de aandacht trok door het samen roken van een reuzenpijp: "Te midden van den groep bevond zich de drager van een stok waaraan een groote houten pijpkop was gehecht. Aan dien pijpkop waren een tiental buisjes in caoutchouc voorzien van een mondstuk, aangebracht. Allen hielden een dier buisjes in den mond en rookten uit den zelfden pijpkop".


De Graaf Van Egmont

Op de Grote Markt van Aalst doet een zandstenen herenhuis uit 1776 sinds 1854 dienst als de herberg De Graaf van Egmont. Het was in de negentiende eeuw de pleisterplaats van de liberale carnavalisten.