Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond

vastenavond tot 1795

vastenavond wordt carnaval
- Aalst blijft trouw
- de carnavalstoet van 1851
- de
opmars van carnaval
- maskeraden en compagnies
- de voil jeanet
- de eerste carnavalsgroepen
- een nieuw soort carnaval
- de winterfoor
- de carnavalstoet van 1913

carnaval na WOI

carnaval na WOII

Aalst Carnaval vandaag


Vastenavond wordt carnaval

Voil Jeanetten en schandalen

De vastenavonddagen hebben de deelnemers aan de festiviteiten steeds aangezet tot maskeren en vermommen. De organisatie van verkleedpartijen en vastenavondbals in de negentiende eeuw bracht dit verschijnsel nog meer op de voorgrond dan vroeger.

Hoe de negentiende-eeuwse carnavalisten zich verkleedden, is niet zo moeilijk te achterhalen. Krantenverslagen en vooral de processen-verbaal lichten vaak een tipje van de vastenavondsluier op. Het zal wellicht niet verbazen dat de arbeidersbevolking, de voornaamste deelnemers van het straatcarnaval, zich geen pralerige pakken konden veroorloven. Voor hen was het zich verkleden in afgedragen kleren van echtgenoot of echtgenote de goedkoopste oplossing. Dat het niet de bedoeling was hierbij fraai uit de hoek te komen werd al snel duidelijk. Door de economische crisis was dit voor de werklieden ook niet mogelijk.

Reeds in de negentiende eeuw werden slordig verkleedde figuren in de Aalsterse pers als "schandalen en vuil janetten" bestempeld. De ‘Voil Jeanet’, die meer dan honderd jaar later het symbool van het Aalsterse carnaval zou worden, had op het einde van de negentiende eeuw zeker niet het hedendaagse prikkelende en soms aangebrand karakter. Het was op het einde van de negentiende eeuw een typische vastenavondfiguur die in de meeste Vlaamse carnavalsteden voorkwam.

Een ‘Voil Jeanet’ was iemand die geen kostuum of masker kon huren of kopen en die zich dan maar vermomde met wat hij (of zij) thuis kon vinden. Het waren vooral mannen die afgedragen of versleten kleren van hun echtgenote aantrokken. Dit verklaart de naam. ‘Jeanet’ was een scheldwoord voor een man die zich in vrouwenkleren hulde. Vuil sloeg zowel op de slordige kledij als op de vuile, gemene taal die de ‘Voil Jeanetten’ bij het verwijten gebruikten. Deze figuur was het meest herkenbaar aan het masker: een stuk gordijn met daarin drie gaten, twee voor de ogen en een voor de mond, waarlangs men via een strootje of een pijpensteel kon drinken.

Celis beschreef in zijn bekende Volkskundige Kalender uit het Vlaamse Land (1923) ‘Vuil Jeanetten of Schandaulen’ als "…mannen in vrouwen verkleed, of vrouwen in mannen. Hun kleding bestond uit: een katoenen slaapmuts, ofwel een ouden hoed of muts op het hoofd; een versleten of omgekeerde frak of vest, een gescheurde jak en rok om het lijf. In de hand droegen ze een stik waaraan een vogelmuit met haring in, ofwel een skelet van een regenscherm. De vrouw of in vrouw verkleedde man, droeg een bussel stro of een pak lappen bij wijze van een kind".


Uit het negentiende-eeuwse carnaval in Vlaanderen zijn weiging afbeeldingen van
mannen verkleed als Vuil Jeanetten
bekend.
Verschillende beschrijvingen
uit Gent geven een mooi beeld.

Gent, 1924.

“De dinsdag was de minst geëerde dag,
de ware Slonsendag. Toen zag men halfdronken slonsen, vuile Jeannette en schandalen genoemd, door de straten slenteren, geile liedjes zingende. Het waren mannen in vrouw en vrouwen in man verkleed. Hunne kleeding was niet kostelijk: een katoenen slaapmuts, ofwel een ouden hoed of muts op de kop; ene versleten of omgekeerde frak of vest, een gescheurde jak en een rok om het lijf, zoo waren ze gepatroneerd; in de hand, een stok waaraan eene vogelmuit hing met een haring in, of het geraamte van een paraplu. De vrouw of in vrouw verklede man droeg een bussel stroo of een pak vodden, als ware ’t een kind”.

Gent, 1830.

"De mannen gewikkeld in een beddenlaken
of in vrouwen verkleed met, op den rug, de traditionele muit waarin een haring zwiert,
in gezelschap van een koolknol
of van eene wortel”.

Gent, 1875.

“Men zag een hoed (…) van wel dertig jaar oud, een masker met een lange vuile lap, met een gat in het midden waardoor en sigaar stak. Dan een ‘baskine’ en een
lange vuile rok, aan de arm hing een
kabas, ook soms een vogelmuit, waarin
een droge haring hing te bengelen.”