Geschiedenis

volkskundige begrippen

vastenavond

vastenavond tot 1795

vastenavond wordt carnaval

carnaval na WOI

carnaval na WOII
- een Aalsters karakter
- prins carnaval
- Ros Balatum en de pop
- Aalsters Karnaval Verbond
- Voil Jeanet mè klas

Aalst Carnaval vandaag


Carnaval na de Tweede Wereldoorlog

Een Aalsters karakter

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geen carnavalstoeten georganiseerd. Verkleden en maskeren was verboden. De danszalen waren wel open en ook de Winterfoor vond plaats, maar vanzelfsprekend was er van een carnavaleske sfeer weinig te merken.

Eens de oorlogsjaren voorbij werd de draad met het verleden snel terug opgenomen. Gezien de nasleep van de oorlog bleef het maskeren op straat en in balzalen verboden. Op zondag 3 maart 1946 zou de eerste naoorlogse carnavalstoet plaatsvinden. De barre winteromstandigheden maakten de optocht echter onmogelijk. Een week later trok dan toch de achttiende officiële stoet door de stad.

Domino's

In 1947 werd het maskeren opnieuw toegelaten. In die tijd was de meest opvallende carnavalsfiguur de domino: bijna iedereen droeg een zwart pak, een zwart masker en een puntige zwarte kap over het hoofd. Wie zich verkleedde in domino bleef dus volstrekt onherkenbaar.

Dat maakte het elkaar verwijten, nog steeds een kenmerk van vastenavond, een stuk gemakkelijker. Mensen die bij elkaar hoorden, brachten op de zwarte kostuums kentekens aan om elkaar terug te vinden in de massa identiek verkleden. De domino's maakten van het straatcarnaval tot in de jaren zestig een indrukwekkend maar kleurloos gebeuren.

Op zoek naar een eigen identiteit

Onder de negenenvijftig groepen die in 1946 meeliepen in de stoet, waren er amper negen Aalsterse verenigingen. Jaar na jaar werd de stoet langer: in 1950 waren er al drieënnegentig groepen, waaronder slechts vier Aalsterse (de Jacquetten, de Exentrieken, Kunst en Vermaak en de Ware Gilles). De roep om maatregelen klonk steeds luider. Aalst besefte dat het gebrek aan eigen kwaliteitsvolle groepen de toekomst van carnaval ondermijnde.

In 1952 scheef de Aalsterse apotheker Marcel De Bisschop een originaliteitsprijs uit. De Aalsterse groep met de meest spitsvondige spot kreeg tweeduizend frank. Henri Van de Perre, penningmeester van het feestcomité, spoorde de Aalstenaars aan groepen te vormenen deel te nemen aan de stoet om carnaval een door en door Aalsters karakter te geven.

De inspanningen vertaalden zich in meer Aalsterse groepen. In 1955 waren het er al zeventien. De kwaliteit was niet altijd even hoogstaand. "De mening wordt geopperd dat sommige groepen overdrijven, zowel in het kiezen van een uit te beelden onderwerp, als wat de uitbeelding ervan betreft. In de toekomst zal er meer en strengere controle gedaan worden op de groepen en zullen dezen die niet voldoen zonder meer worden geweerd ui de stoet", zo noteerde het feestcomité in 1957.

Vereniging der Aalsterse Komische Groepen

Om hun belangen bij het stadsbestuur en het feestcomité te verdedigen, verenigden de Aalsterse carnavalisten zich in de 'Vereniging der Aalsterse Komische Groepen'. Meteen overhandigden ze aan het feestcomité een twaalfpuntenprogramma voor meer inspraak, een betere samenwerking en een vlottere communicatie tussen organisatoren en groepen. De wil om de Aalsterse krachten te bundelen en de stoet zo een typisch Aalsters accent te geven won veld. Toch stierf de 'Vereniging der Aalsterse Komische Groepen' een stille dood.


Marcel De Bisschop
( 1907-1991)

Bevorderde met zijn originaliteitsprijs het Aalsterse karakter van de carnavalsstoet.