Spelling: werkwoorden vervoegen

Op deze pagina's vind je de opgaven die de leerlingen gebruiken om tijdens de les Nederlands ook de basisprincipes van tekstverwerking onder de knie te krijgen. Om de oefenbestanden te downloaden kan je best met de rechtermuisknop klikken op de link en dan "Doel opslaan als..." kiezen. Hierna kan je het bestand op je harde schijf plaatsen om het van daar uit te openen met MS Word 97 of hoger.

Spelling, oefening 1 - 5

Onderwerp Nederlands: Werkwoorden vervoegen (algemeen)
Onderwerp ICT: Tekst invoeren (en opmaken)

Opdracht: Open het bestand "Spelling_oef_1-5.doc" en vervolledig de 100 zinnen door de gepaste werkwoordsvormen in te vullen. Verplaats de cursor met muis en/of de pijltjestoetsen tot de gewenste plaats en vervang de puntjes door de gepaste vervoeging. Plaats de ingevulde uitgang in het vet en onderstreep deze letter(s).


Spelling, oefening 6

Onderwerp Nederlands: Werkwoorden vervoegen (algemeen)
Onderwerp ICT: Tekst invoeren (en opmaken)

Opdracht: Open het bestand "Spelling_oef_6.doc" en vervolledig de tekst door de gepaste werkwoordsvormen in te vullen. Verplaats de cursor met muis en/of de pijltjestoetsen tot de gewenste plaats en vervang de puntjes door de gepaste vervoeging. Indien je over voldoende tijd beschikt mag je de ingevulde werkwoorden nog onderstreept, cursief, in een ander (leesbaar) lettertype en in een andere kleur zetten.


ICT vaardigheden

Om bovenstaande oefeningen tot een goed einde te brengen moet je het volgende kunnen met je tekstverwerkingsprogramma:

  • Het programma starten en afsluiten
  • Een bestaand document (tekst) openen
  • Een document opslaan op harde schijf of diskette
  • Efficiënt tekens invoeren
  • De cursor efficiënt verplaatsen in je tekst
  • Tekst selecteren en wissen of overschrijven
  • Een stuk tekst onderstrepen, cursief of vet zetten
  • Lettertype (en -grootte) wijzigen
  • De kleur van een stuk tekst wijzigen
  • Tekstopmaak kopiëren (*)

    (*) Uitbreidingsdoelstelling


Terug