|
Start Mythen en legenden De feiten Canis lupus Het lied van de wolf Links Site map
| |
Canis lupus
|
|
Portret van de wolf:
|
|
|
|
Afstamming
en evolutie
Wetenschappelijke fiche
Waar
leven wolven
Het
leven van de wolf
De
Roedel
Van
pup tot wolf
Eindelijk
volwassen
|
|
|
|
|
|
De wolf stamt af van de
suborde van de landroofdieren. Deze landroofdieren worden onderverdeeld in drie
superfamilies; met name:
- De marter- en
beerachtigen
- De civetkat- en hyena-achtige
- De hond- en katachtige
Deze laatste splitst zich
in twee subfamilies, namelijk de hondachtige (Canidae) en de katachtige
(Felidae).
De hondachtige zijn
gebouwd op langdurig lopen en worden dan ook drafspecialisten genoemd. Uit de
vorm van het gebit (kiezen) blijkt dat deze hondachtige, enkele uitzonderingen
daargelaten, ook plantaardig voedsel kunnen vermalen. Ze kennen zonder
uitzondering een uitgebreide zorg voor de jongen. Vele soorten leven en jagen in
groep.
De hondachtige (Canidae)
zijn tegenwoordig onderverdeeld in zo'n 13 tal soorten. De meest bekende zijn de
soort Vos en Canis.
De Canis Lupus (wolf)
maakt hier deel van uit.
|
|
|
|
| Terug
naar begin |
|
|
|
|
| Naam: |
Wolf. |
| Wetenschappelijke
naam: |
Canis
lupus. |
| Ouderdom
van de soort:
|
>
200.000 jaar.
|
| Lengte
kop tot staart:
|
<
1,30m tot 1,70m
|
| Gewicht:
|
25
tot > 50 kg (het Europese record is een wolf van 96 kg. gedood in Hongarije in 1942).
|
| Leefomgeving:
|
Wolven
komen voor in heel verschillende landschappen, zowel in bos als open
terrein of in bergstreken
|
| Voedsel:
|
Kleine
zoogdieren, schapen en reeën, zelfs vogels.
In groep jagend ook
grotere zoogdieren zoals herten, rendieren en elanden. Wolven eten ook
dode dieren en soms plantaardige kost.
|
|
Voortplanting:
|
Paartijd
van december tot maart, draagtijd +/- 64 dagen. Per worp gemiddeld 3 à 6
jongen.
|
|
Levensverwachting:
|
Een
wolf leeft ongeveer 15 jaar. (in gevangenschap)
|
|
|
|
|
Terug
naar begin
|
|
|
|
|
|
Het verspreidingsgebied
omvatte zowat de gehele noordelijke helft van de wereld. In vrijwel elk gebied
ten noorden van de evenaar kwamen wolven voor. Blijkbaar hebben woestijnen en tropische regenwouden zijn
verspreiding naar het zuiden tegengehouden.
|
|
Maar de mens heeft
met zijn niet in te tomen expansiedrang de wolf tot een met uitsterven bedreigde
soort teruggebracht. Slechts dank zij zijn ongelooflijk aanpassingsvermogen is
de wolf er in geslaagd te overleven op plaatsen die voor de mens geen
economische waarde hebben, of door de bodemgesteldheid bijna ontoegankelijk
zijn.
Tegenwoordig zijn ze nog te vinden in Alaska, Canada, Siberië en in het
uiterste noorden van Europa. Ook in de onherbergzame gebieden in centraal Europa
en Azië worden nog wel eens wolven opgemerkt. Verder kom je ze alleen nog tegen
in beschermde gebieden waar ze soms met succes opnieuw worden ingepast in de bestaande
biotoop. Dit is onder andere het geval geweest in noord Amerika waar de wolf
opnieuw zijn vroegere leef en jachtgebied heeft ingenomen in een van de grootste
natuurparken van de wereld.
|
|
De parkbeheerders waren
zonder hulp van de wolf nauwelijks in staat om het wildbeheer in goede banen te
leiden. Het ecosysteem van dit immens grote park was niet in evenwicht. Dank zij
de inbreng van de wolf is het wildbestand opnieuw gezond en op een aanvaardbaar
peil gebracht.
|
|
|
| Terug
naar begin |
|
|
|
|
|
Wolven behoren tot de
hoogst ontwikkelde zoogdieren van het dierenrijk. Zij leven in een sociaal
verband dat veel overeenkomst vertoont met dat van de mens.
|
|
Wolven zijn jagers,
en behalve klein wild en gevogelte staat er ook groter wild op het menu o.a.
rendieren, elanden, herten en wilde schapen. Een wolf alleen zou deze grote
dieren moeilijk de baas kunnen, maar in groep lukt dat wel. Daarom is hij
gedwongen in groep te jagen en te leven. Dit vereist taakverdeling, een goede
verstandhouding en vooral organisatie.
|
|
|
| Terug
naar begin |
|
|
|
|
|
De wolvengroep
"roedel" genoemd heeft een structuur waarin de sociale hiërarchie van
zeer groot belang is. Die structuur, wij noemen het “de rangorde”, bepaalt
de plaats van het individu binnen het geheel van de groep. De rangorde is niet
statisch, maar wisselt regelmatig naar gelang de omstandigheden waarin de groep
(roedel) verkeert.
|
|
Aan het hoofd van het
roedel staat de leider = Alfa. Dit alfadier kan zowel een reu of een teef zijn.
Daaronder volgen, naargelang hun dominantie de volwassen teven en reuen. Die
reuen en teven vormen binnen hun eigen sekse ook nog eens een groep met een
afzonderlijke rangorde. Na de volwassen dieren komen dan de jongen, die op hun
beurt reeds onderling een rangorde hebben bepaald. U ziet het, makkelijk is
anders. Maar zo’n structuur is nodig, en de rangorde helpt conflicten te
voorkomen en/of op te lossen.
|
|
Wolven zijn zeer sterke
dieren met een machtig gebit. In onderlinge conflicten zouden zij elkaar
gemakkelijk kunnen verwonden, of zelfs doden, wat het voortbestaan van de groep
in gevaar zou kunnen brengen.
|
|
Om de onderlinge
verstandhouding te bewaren beschikt de wolf over een uitgebreid
gedragsrepertorium. Dit stelt hem in staat om zijn gemoedsgesteldheid aan de
roedelleden duidelijk te maken. Deze gebaren en gedragingen gaan van een
absolute rusttoestand tot agressieve dominantie, of juist het tegenovergestelde,
de volledige overgave.
|
|
Het is niet gemakkelijk
om alle gedragssignalen te beschrijven en de mimiek van de wolf is zo fijn en
gevarieerd dat het voor ons mensen bijna onmogelijk is om alle veranderingen
waar te nemen. Zelfs een hond die niet bij de wolven is opgegroeid is niet meer
in staat om alle gedragssignalen te lezen. Maar voor de wolf is het van
levensbelang om de gedragstaal te beheersen en het leerproces start al heel
vroeg in hun leven, en alle roedelleden helpen mee bij die opvoeding
|
|
Terug
naar begin
|
|
|
|
|
|
Het gedrag van de wolf
wordt bepaald door de ervaringen opgedaan als pup. Om een beter begrip van dat
gedrag te krijgen is het onontbeerlijk terug te gaan tot aan het begin, net na
de geboorte.
|
|
Zoals u vermoedelijk wel
weet doorloopt een wolf, net als alle andere wezens, een aantal fasen tijdens
het leven. Wij gaan de voor ons belangrijkste eens nader bekijken.
|
|
Amerikaanse onderzoekers
hebben vastgesteld dat er zich, tijdens een wolvenleven, vier kritische perioden
aandienen. Een periode wordt “kritisch” genoemd wanneer elke ervaring, hoe
onbelangrijk die ook lijkt, die tijdens zo'n periode wordt opgedaan het latere
gedrag blijvend zal beïnvloeden.
|
|
Die vier kritische fasen
zijn:
- Neonatale fase:
pasgeboren dieren ( 0 tot 21 dagen).
- Overgangsfase: van 21
tot 28 dagen.
- Socialisatiefase:
tussen 4 en 12 weken.
- Juveniele fase: vanaf
12 weken tot de seksuele rijpheid.
|
|
|
|
|
De eerste 12 dagen
na de geboorte is de pup blind en doof. De reukzin, en het gevoel voor
temperatuursveranderingen (temperatuurzin) is wel aanwezig. Dit stelt de pups in
staat om de tepel van de moeder te vinden. In deze periode is het enige waar de
pup belangstelling voor heeft de melk en de warmte van de moeder.
|
|
|
|
|
Deze periode, zo rond het
einde van de derde en de hele
vierde levensweek, is een heel belangrijk stadium waarin het jonge dier een
stormachtige ontwikkeling doormaakt. De mogelijkheden om prikkels waar te nemen
en te verwerken worden snel groter, de oogjes gaan open en ze leren elkaar en
hun moeder zien en herkennen. De eerste sociale gedragspatronen worden nu
zichtbaar. De pup begint te reageren op zijn omgeving.
|
|
|
|
|
Zo tegen het einde van de
vierde week, wanneer de wolvenpups (welpen) voor het eerst het nest verlaten en
de buitenwereld willen verkennen wacht hen een onaangename verassing. Nog maar
nauwelijks zijn ze enkele meter uit het nesthol of ze worden als het ware onder
de voet gelopen door de volwassen roedelleden. Ze worden omvergelopen, er wordt
naar gegromd en in hen gebeten en dat alles met slechts een doel: de pups
testen. Als de pups zich piepend en krijsend op de rug werpen is er niets aan de
hand, en de pup krijgt de kans om zich in veiligheid te brengen in het nest.
Wee de pup die zich niet
overgeeft en grommend en bijtend probeert zich te verdedigen, die pup onderwerpt
zich niet aan het gezag en vormt een potentieel gevaar voor de overlevingskansen
van de groep, het wordt zolang gepest tot de dood volgt.
|
| Tijdens
de inprentingfase staat de pup open voor alles wat nieuw is, dieren,
voorwerpen en geluiden. De nieuwsgierigheid overwint de neiging tot
vluchten en de pup gaat alles van dichtbij bekijken en besnuffelen. Ook de
tandjes worden gebruikt, op zowat alles wat de pups tegenkomen wordt
gekauwd. Spelletjes met de nestgenoten zijn aan de orde van de dag.
|

|
|
|
|
|
Rond de zevende week
begint de eigenlijke socialisering. De pups maken kennis met alle leden van het
roedel en leren wat ze mogen en niet mogen. Ze leren gebruik maken van
gedragssignalen Ook maken ze kennis
met de omgeving waar ze hun hele leven zullen verblijven.
|
|
|
|
|
Deze fase begint
omstreeks de twaalfde week en duurt tot het tijdstip van seksuele rijpheid.
Die lange periode wordt
wel in twee fasen verdeeld. De rangorde fase die loopt van de twaalfde tot en
met de zestiende week, en de samenwerkingsfase in de periode die daar op
volgt.
De pup krijgt tijdens de
rangorde fase zijn plaats in het roedel.
In de samenwerkingsfase
gaan de jonge wolven samen met hun ouders op jacht. Zo leren ze eerst spelend,
later bij de eigenlijke jacht alle technieken om te overleven, en krijgen ze
ervaring in het samenleven in het roedel.
|
|
|
| Terug
naar begin |
|
|
|
|
|
Op de leeftijd van 24 à
30 maanden is de wolf eindelijk volwassen en geslachtsrijp geworden en in staat
om alle taken van een volwassen wolf naar behoren te vervullen.
|
|
De
levensverwachting van de wolf bedraagt in de vrije natuur ongeveer 7 à 9 jaar (in
gevangenschap tot zo’n 15 jaar). Oude
wolven die niet langer meer in staat zijn om voor zichzelf te zorgen worden door
de groep aan hun lot overgelaten en sterven meestal vrij vlug.
|
|
|
|
Terug
naar begin Meer |
|
|