UNITED KINGDOM SCORES WITH

DRESS GIMMICK

 

 

 

 

 

 

Grand Prix International

Won by the UK - Can't Hide My Love

Written by Richard Gillinson &

David Hayes

Performed by Rags

 

 

Grand Prix Japan

Anta No Ballad

Written by Masanori Sera

Performed by Masanori Sera

& Twist

 

 

 

 

 

 

 

 

Date: 11-12-13 November 1977

Venue: Nippon Budokan Hall, Tokyo, Japan

Presenters: Kyu Sakamoto & Judy Ongg

Orchestra: Yamaha Pops Orchestra

Festival Structure: 2 Semi Finals (including all selected international & Japanese entries) and 1 Grand Final

Total participating countries: 24

First-time participants: Paraguay

Total entries: 1.780 (from 60 countries)

Total entries selected: 40

Total entries in Final: 23

Awards: Grand Prix, Most Outstanding Performance Award (MOPA), Outstanding Performance Award (OPA), Outstanding Song Award (OSA) Interval Acts: Rowena Cortes (Participant Hong Kong WPSF 1976), Pickles, Yamaha's Junior Original Concert

 

 

 

 

8th World Popular Song Festival

Stageview

 

 

 

Grand Final 1977

 

1st Semi-Final 1977

 

2nd Semi-Final 1977

 

Full Report 1977

 

 

 

 WPSF 1976

 

MAIN MENU

WPSF 1978

 



GRAND FINAL - 13 NOVEMBER 1977
(in ranking order)

 

Award

Song Title

Performer

Country

GP International

1

Can't Hide My Love

Rags

United Kingdom

GP Japan

1

Anta No Ballad

Masanori Sera

& Twist

Japan

MOPA - OSA

2

Un Ritratto Di Donna

Mia Martini

Italy

3

Torbellino

Johnny Monte

Paraguay

OSA

4

Road To Freedom (Engl. Transl.)

Akihiko Shimomura

Japan

5

Bonsoir Tristesse

Nicole Martin

Canada

6

We've Got It Made

George Chakiris

United Kingdom

7

Damai Tapi Gersang

Ajie Bandi &

Hetty Koes Endang

Indonesia

8

Adieux

Kayoko Ono

Japan

9

Es Mi Corazõn Un Vagabundo

María del Carmen

Mexico

10

L'Amour Monsieur

Martine Clémenceau

France

OSA - OPA

11

Ride Ride America

Paul O'Gorman

Australia

12

A Mes Amours

Ajda Pekkan

Turkey

OPA

13

Star

Sumiko Kimura

Japan

FINALISTS

14

Mad In Madrid

Baccara

West Germany

15

Julie

Olsen Brothers

Denmark

16

Shall We Dance?

Ice Cream Fantasy

Japan

17

Everybody's Listenin', But You

Buzz Cason

U.S.A.

18

Oh, Dominique Send Me

Mystic Knights Of

The Oingo Boingo

U.S.A.

19

What A Feeling

Piera Martell

Switzerland

20

Dangshin Manool Sarang Hae

Hey Eunee

Korea

21

Bia

Wilson Simonal

Brazil

22

Boogie Man

Taiska

Finland

An Outstanding Performance Award was also given to Enrique (France) and to Karel Gott (Czechoslovakia).




1st SEMI-FINAL - 11 NOVEMBER 1977
(in order of appearance)

Song Title

Performer

Country

Sentimental Kisses

Kelly Marie

United Kingdom

Me Siento Triste

Betty Missiego

Spain

Road To Freedom (Engl. Transl.)

Akihiko Shimomura

Japan

Confessioni

Daniela Davoli

Italy

Bia

Wilson Simonal

Brazil

Bonsoir Tristesse

Nicole Martin

Canada

Dangshin Manool Sarang Hae

Hey Eunee

Korea

Cecilia

Enrique

France

If Poems Died Like Promises

Adrienne Johnston

U.S.A.

Boogie Man

Taiska

Finland

Dancing Girl (Engl. Transl.)

Hirokazu

Japan

Mad In Madrid

Baccara

West Germany

Oh, Dominique Send Me

Mystic Knights Of

The Oingo Boingo

U.S.A.

What A Feeling

Piera Martell

Switzerland

Hello There (Engl. Transl.)

Keiko Hiroyama

Japan

Julie

Olsen Brothers

Denmark

Un Ritratto Di Donna

Mia Martini

Italy

Gypsy Tears

Eddie Vas

Hong Kong

Once Again

Mimi Nicklova

Bulgaria

Anta No Ballad

Masanori Sera & Twist

Japan

Kaibigan

Carmen Patena

Philippines

We've Got It Made

George Chakiris

United Kingdom


2nd SEMI-FINAL - 12 NOVEMBER 1977
(in order of appearance)

Song Title

Performer

Country

Like A Rainbow

Nicole Mery

Belgium

Damai Tapi Gersang

Ajie Bandi &

Hetty Koes Endang

Indonesia

Adieux

Kayoko Ono

Japan

Ride Ride America

Paul O'Gorman

Australia

Es Mi Corazõn Un Vagabundo

María del Carmen

Mexico

Jdi Za Štěstím

Karel Gott

Czechoslovakia

You Don't Need Me

Kim Hart

New Zealand

L'Amour Monsieur

Martine Clémenceau

France

Beata Te

Pino Leggeri

Italy

Shall We Dance?

Ice Cream Fantasy

Japan

Brother On A Water

Masuda Toshiro

Japan

Alors, Le Bel Eté (Comme Un Feu Qui Dort)

Delizia

France

Can't Hide My Love

Rags

United Kingdom

A Mes Amours

Ajda Pekkan

Turkey

Torbellino

Johnny Monte

Paraguay

Star

Sumiko Kimura

Japan

Everybody's Listenin' But You

Buzz Cason

U.S.A.

La Dernière Prière

Nicoletta

France


VERSLAG

 

 

 

Twee zichten op het indrukwekkende

"vleugelpiano"-decor van het 8ste WPSF

Mia Martini, Martine Clémenceau, Ajda Pekkan, Baccara, Olsen Brothers, Piera Martell, Betty Missiego en Karel Gott: allen stonden ze in november 1977 op het imposante podium van de Nippon Budokan Hall in Tokio, dingend naar de Grand Prix van het 8ste World Popular Song Festival. Geen van bovengenoemde Eurovisie-sterren sleepte de hoofdprijs in de wacht. Die eer ging dat jaar naar het Britse trio Rags met "Can't Hide My Love" en de Japanse Masanori Sera & Twist met "Anta No Ballad" (A Ballad For You).

 

Rags - "Can't Hide My Love"

(7" - pressing Japan -
picture cover 1)

 

 

Rags - "Can't Hide My Love"

(7" single - pressing Japan -
picture cover 2)

Qutey 5 - Various Artists

(EP - pressing Japan -
incl. Blonde On Blonde, Asei Kobayashi, Blondie,
Rags,
Love Machine, Samantha Sang)

 

Rags veroverde de Grand Prix met een up-tempo nummer én een slimme verkleedtruc. Aan het begin van hun lied was het drietal letterlijk gehuld in "rags" (lompen): kleurrijke, vederachtige lapjesjassen. Naarmate het nummer groeide, werden de lange jassen uitgetrokken en onthulden zowel de twee dames als de heer hun donkerpaarse feestpakjes. Die kledij werd bovendien voor het optreden in de Grand Finale vervangen door galapakjes in wit en goud. Een dubbele verrassing die zijn effect niet miste. Bovendien paste het verkleedconcept perfect bij de naam van de band en het gekozen liedje … Een slimme manier om een middelmatig nummer recht naar de top te zingen. "Can't Hide My Love" werd een dikke nummer 1-hit in Japan en behaalde er goud. Op de 7" single stond tevens een Japanse versie van het liedje.

 

 

Rags bij de uitreiking

van de Grand Prix International

 

Rags eerst in lompen …

 

 

… vervolgens in donkerpaarse
pakjes (halve finale) …

 

… en tot slot in wit-gouden

pakjes (Grand Finale)

 

 

De 8ste WPSF-editie was een topper voor Eurovisie-artiesten (in spe): met acht ESC-sterren en zes ESC-componisten was dit een Eurovisie-songfestival in mini-formaat. Zes (van de acht) behaalden zelfs de WPSF-Finale. Zelfs Rags had een bescheiden Eurovisie-ervaring achter de rug: in maart '77 was de groep met "Promises, Promises" op de vierde plaats geëindigd in A Song For Europe, de Britse preselecties voor het Eurovisiesongfestival.

Mia Martini (ESC '77 & '92) zong voor Italië "Un Ritratto Di Donna", bekroond met een Outstanding Song Award en een Most Outstanding Performance Award voor haar vertolking. Voor de tekst van het nummer tekende Carla Vistarini, een veelzijdige artieste die onder meer tekstmateriaal leverde voor Italiaanse TV-programma's, theaterstukken en topmuzikanten als Riccardo Fogli, Mina, Alice, Peppino Di Capri, Massimo Ranieri,… . "Un Ritratto Di Donna" verscheen op Mia's album "Per Amarti" (enkel in Japan werd de song uitgebracht op single).

 

Mia Martini - "Un Ritratto Di Donna"

(7" - pressing Japan - inzending Italië)

 

Mia Martini - "Per Amarti"

(LP met "Un Ritratto Di Donna"

Mia … uitdagend op het WPSF

 

 

Mia Martini - "Per Amarti"

(LP - pressing Japan)

 

 

Italië stuurde nog twee andere artiesten naar het Festival: Daniela Davoli met "Confessioni" en Pino Leggeri met "Beata Te". Geen van beide slaagde erin door te stoten naar de Grote Finale.

 

Pino Leggeri - "Beata Te"

(7" single - inzending Italië)

 

 

Ajda Pekkan (ESC '80) zong voor Turkije het nummer "A Mes Amours": een chanson met een melancholische intro, gevolgd door een catchy refrein. Het leverde haar een fraaie 12de plaats op én een dubbele onderscheiding (Outstanding Song Award en Outstanding Performance Award). "A Mes Amours" paste in de reeks van Franstalige liedjes die Ajda in de tweede helft van de jaren '70 uitbracht ("Je T'Appendrai L'Amour / Tu Pars Et Tu Reviens", "Viens Dans Ma Vie / Face A Face Avec Moi"), resulterend in een volledig Franstalig album: "Pour Lui" (1978), vreemd genoeg zonder "A Mes Amours". Het nummer werd enkel gereleased op single (in Japan en in Europa).

 

"A Mes Amours" is listed in the Song Archive (n° 1).

 

Ajda Pekkan - "A Mes Amours"

(7" single - inzending Turkije)

Ajda op het WPSF

 

 

Ajda Pekkan - "A Mes Amours"
(7" single - pressing Japan)

Winnares van de WPSF Grand Prix '71, Martine Clémenceau, zong ditmaal "L'Amour Monsieur", opnieuw een compositie van André Popp en goed voor een Outstanding Song Award. Twee Eurovisie-duo's en één -soliste moesten zich tevreden stellen met een finaleplaats zonder award: de dames van Baccara, de Olsen Brothers en de Zwitserse Piera Martell.

 

… Martine Clémenceau waagt opnieuw haar kans
op het WPSF …

 

 

 

 

 

Baccara bezoekt Tokio

 

Back sleeve van LP "The Hits Of Baccara":

het duo in zwart-wit

op het podium van het WPSF 1977

 

 

Baccara met WPSF-afgevaardigden

 

Opmaak voor
fotoshoot

 

De dames van Baccara (ESC '78) stonden vreemd genoeg niet als Spaanse vertegenwoordigsters, maar als muzikale ambassadrices van West-Duitsland op het WPSF-podium. Beide dames waren ongetwijfeld de "hottest stars" van het Festival: "Yes Sir, I Can Boogie" en "Sorry, I'm A Lady" waren in zowat alle Europese landen én in Azië een mega-hit. De deelname van het duo aan het WPSF paste perfect in hun Aziatische promotietournee. Vreemd was echter de keuze voor "Mad In Madrid" als inzending voor het Festival: een eerder rustig, melancholisch nummer dat de opgewektheid en disco-factor van hun vorige nummers miste. De grote pre-tournament favorites strandden dan ook op een onfortuinlijke 14de plaats en West-Duitsland greep naast zijn eerste WPSF Grand Prix. Met uitzondering van de Japanse release werd "Mad In Madrid" verbannen naar de B-side van Baccara's derde single "Darling" of zelfs vervangen, bij andere pressings, door het nummer "Number One". "Mad In Madrid" was (uiteraard) een compositie van Rolf Soja en Frank Dostal (schrijversduo van "Parlez-Vous Français?" - ESC '78 en "L'Amour De Ma Vie" - ESC '86).

 

 

 

 

 

 

Baccara
"Darling" (pressing België)

(7" - B-side: "Mad In Madrid")

 

 

 

 

Baccara - "Mad in Madrid"

(7" single - pressing Japan)

 

 

 

 

 

 

 

 

Baccara
"Darling" (pressing NL)

(7" - B-side: "Mad in Madrid")

De Olsen Brothers waagden zich voor Denemarken aan hun tweede WPSF-deelname. Ditmaal geen rocknummer, maar een mooie, zweverige slow opgedragen aan "Julie" (muziek & tekst: Jørgen Olsen). Een finaleplaatsje was het resultaat. Terwijl ze in Tokio voor het Engels kozen, verscheen "Julie" in Deense versie op het album "San Francisco" (1978). De Engelse versie is thans terug te vinden op diverse compilatie-albums, zoals "Greatest And Latest" (1994), "The HitStory Of Brdr. Olsen" (1999) en "The Story Of Brødrene Olsen" (2000). En in 2003 werd zelfs een Duitse remix-versie opgenomen - "Julie (Du Bist Magie)" - voor het album "Weil Nur Die Liebe Zählt", tevens de Duitse titel van hun Eurovisie-winnend "Fly On The Wings Of Love".

 

Listen here to a fragment of "Julie" (Danish version):
(links to an external RealAudio file)

 

 

 

 

Olsen Brothers
"San Francisco"

(LP - 1978 - met "Julie")

Piera Martell - "Live" (LP)

 

Karel Gott - "Jdi Za Štěstím"

(7" single - pressing Japan)

 

Karel Gott - "Amore Mio"

(LP - Amiga - met 

"Go In Search Of Happiness")

 

 

De laatste ESC-artiest, die in 1977 een finaleplaatsje in de wacht wist te slepen, was Piera Martell (ESC '74) voor Zwitserland met "What A Feeling" (muziek: Peter Reber).

 

De Spaanse Betty Missiego (ESC '79) greep met het nummer "Me Siento Triesto" net naast een finaleplaats.

 

Karel Gott (ESC '68) kon niet aanwezig zijn op de finaledag van 13 november, maar voor zijn vertolking van "Jdi Za Štěstím", gezongen voor Tsjechoslovakije tijdens de halve finale op 12 november, kreeg hij wel een Outstanding Performance Award. "Jdi Za Štěstím" verscheen op single in Japan, op het album "Karel Gott '78" en is vandaag nog te vinden op de verzamelaars "Karel Gott - Originálni Nahrávky Ze 70. Let" (Supraphon) en "Karel Gott - Przeboje lat 70-ych" (Sony Music) met Gott's grootste (Tsjechische) hits uit de jaren '70. De Engelse versie van het nummer - "Go In Search Of Happiness" - verscheen als track op het album "Amore Mio" (Amiga 1979).

 

 

 

 

 

Betty Missiego
"Me Siento Trieste"

(7" single - pressing Japan)

 

 

 

 

 

 

Karel Gott
"
Originální nahrávky ze 70. let" (Verzamelalbum met
"Jdi Za Štěstím")

Van de Lage Landen was enkel België present. Nicole Mery zong het door Ray Bells (muziek) en Remy Ray (tekst) gecomponeerde nummer "Like A Rainbow". Nicole, geboren in 1961 als Nicole Hamerijckx, had reeds deelgenomen aan diverse festivals, waaronder het Sopot Festival in Polen (1976 - 6de plaats) en "Le Ier Festival International d'Istanbul" (1976 - Grand Prix De La Ville). Haar minder succesvolle deelname aan het WPSF (halve finaliste) wist ze echter goed te maken met twee overwinningen op het Festival van Luxemburg in 1978 en 1980. In 1982 dong Nicole mee naar het Eurovisieticket richting Harrogate met "Quelle Surprise" (preselecties RTBF) en zat ze tevens in de Baccarabeker te Middelkerke. In 1988 scoorde ze nog een bescheiden hit met "Can't Waste A Tear".

 

Nicole Mery - "Like A Rainbow / Dance In Istanbul"

(7" single met zowel de Belgische inzending voor het WPSF 1977

als het Grand Prix winnend lied van het "Festival International d'Istanbul 1976")

 

 

Delizia - "J'Ai Rendez-Vous" (EP)

België had nog een klinkende naam in het componistenveld: Salvatore Adamo schreef tekst en muziek voor het nummer "Alors, Le Bel Eté (Comme Un Feu Qui Dort)", gezongen door Delizia voor Frankrijk. Zij kende vooral succes met de EP's "J'Ai Rendez-Vous" en "Prends Le Chien".

 

 

Delizia "Prens Le Chien" (EP)

Naast Delizia en Martine Clémenceau had Frankrijk nog twee andere artiesten op het WPSF-podium: Enrique en Nicoletta.

Enrique zong het met een Outstanding Performance Award bekroonde "Cécilia", een compositie van Philippe Monet.

 

 

 

Enrique - "Cécilia"

(7" single - pressing Japan- inzending Frankrijk)

 

 

De rebelse Nicoletta, geboren als Nicole Grisoli in 1944, bracht het nummer "La Dernière Prière" (muziek: Daniël Carlet). Gedreven door haar passie voor jazz, blues en gospel én bezegend met een heel apart stemgeluid kreeg ze in 1966 de kans om haar eerste plaatje op te nemen: "L'Homme A La Moto". De grote doorbraak kwam er in 1967 met "Il Est Mort Le Soleil", waarvan een Engelse versie werd opgenomen door Ray Charles. In de daaropvolgende jaren nam Nicoletta ook deel aan bekende festivals, waaronder het San Remo Festival en MIDEM in Cannes. Eén van haar grootste successen boekte ze in 1971 met "Mamy Blue", een gospelsong geschreven door Hubert Giraud. Er volgden tournees in Turkije, Afrika, Japan en Brazilië. In 1974 ontving ze de "Prix Charles-Cros" voor haar "Enfants Venez Chanter L'Espoir" en werd ze verzocht om het themalied in te zingen voor de Franse versie van de film "Papillon" (Franklin J. Schaffner). In 1975 schitterende ze voor het eerst in de Parijse Olympia. Behalve enkele 45-toerenplaatjes verscheen geen nieuw materiaal tot de release van het album "Palace" in 1978. Nicoletta's deelname aan het WPSF met "La Dernière Prière", een nummer van het nieuwe album, paste dan ook perfect in de promotie voor "Palace". "La Dernière Prière" raakte echter niet voorbij de halve finale.

 

Nicoletta - "Palace"

(LP met "La Dernière Prière")

 

Nicoletta - "La Dernière Prière"

(7" single - pressing Japan)

 

Voor de tekst van zowel Enrique's "Cécilia" als Nicoletta's "La Dernière Prière" tekende Didier Barbelivien, tevens tekstschrijver van diverse ESC-liedjes ("Il Y Aura Toujours Des Violons", "Il Me Donne Rendez-Vous", "Les Jardins De Monaco" & "Notre Vie, C'est La Musique").

 

 

 

 

Nicole Martin
"Mes Grands Succès"

(verzamelalbum met
"Bonsoir Tristesse")

Ook Canada werd vertegenwoordigd door een stralende diva: zangeres Nicole Martin. Zij deed het met "Bonsoir Tristesse", een compositie van Francis Lai (componist "Où Sont-Elles Passées?" - ESC '64), wel een stuk beter dan Nicoletta: een knappe vijfde plaats én een Outstanding Song Award. "Bonsoir Tristesse", een prachtig opgebouwde balade, stond bij de bookmakers torenhoog favoriet: het nummer ging dan ook vlotjes door naar de Grand Finale, maar moest zich uiteindelijk tevreden stellen met de vijfde plaats. "Bonsoir Tristesse" werd wel een WPSF-klassieker …

 

 Nicole Martin op het 8ste WPSF

 

 

En ook het koele Finland liet zich vertegenwoordigen door een mooie verschijning: de blonde Taiska zong het vlotte "Boogie Man", een dansnummertje op tekst van Pertti Reponen (tekstschrijver "Pump-Pump" - ESC '76). "Boogie Man" (in het bijzonder de opening van het nummer) was duidelijk een knipoog naar ABBA's "Dancing Queen", een soort Dancing King dus. "Boogie Man" zou trouwens de laatste Finse inzending voor het WPSF zijn. In 1982 waagde Taiska haar kans voor het Eurovisie-ticket richting Harrogate met het nummer "Hiroshima" (een knipoog naar haar Japans muziekavontuur?), maar strandde toen op de derde plaats. Nog een Eurovisie-curiositeit: in 1983 nam Taiska een Finse cover op van het winnende "Si La Vie Est Un Cadeau", vertaald als "Lahjan Sain".

 

Taiska - "Boogie Man"

(7" single - inzending Finland)

 

 

 

George Chakiris
op het 8ste WPSF

Behalve Rags had het Verenigd Koninkrijk nog een tweede inzending in de top 10. De Academy Award-winnende George Chakiris wist met zijn "We've Got It Made" (muziek & tekst: Yellowstone & Voice) een mooie zesde plaats (en een Outstanding Song Award) te veroveren. George had in 1961 de Oscar van "Best Supporting Actor" gewonnen voor zijn krachtige vertolking als de leider van "The Sharks" in de musical "West Side Story". De daaropvolgende jaren speelde hij rollen in een groot aantal (minder succesvolle) films en was hij tevens te zien in de TV-serie "Dallas". Op muzikaal vlak bracht hij een aantal album en singles uit, waaronder "We've Got It Made" voor de Japanse markt.

 

 

Georges Chakiris - "We've Got It Made"

(7" single - pressing Japan)

 

 

En dan was er ook nog Kelly Marie voor het Verenigd Koninkrijk, die net een hitje had gescoord in de VS met "Run To Me" (n° 27 in de Club Play Singles Chart 1977). Haar grootste successen zou deze disco-diva behalen in de jaren '80. "Feels Like I'm In Love" was in 1980 de best verkochte disco-plaat in het Verenigd Koninkrijk. En ook de opvolgers, waaronder "Loving Just For Fun", deden het prima. Met haar WPSF-nummer, de vrolijke disco-stamper "Sentimental Kisses", wist Kelly het Japanse publiek echter niet te overtuigen. De song belandde als B-kant op haar single "Make Love To Me" (1978), waarvan ook een 12" versie werd uitgebracht.

 

Kelly Marie - "Make Love To Me"

(7" single met op B-kant: "Sentimenal Kisses")

 

 

Net als in 1976 slaagden de Verenigde Staten er niet in een top 10-notering te bemachtigen. Enkel het bonte gezelschap van de Mystic Knights Of The Oingo Boingo veroverde een finaleplaats.

MKOTOB werd "in elkaar gestoken" door filmregisseur Richard Elfman, die op zoek was naar een band voor het bizarre filmproject "Forbidden Zone". Samen met zijn jongste broer Danny Elfman (vocals, gitaar), Steve Bartek (gitaar) en Johnny "Vatos" Hernandez (drum) richtte hij de MKOTOB op, later ingekort tot Oingo Boingo. Hoofdingrediënten van de band werden: eigenzinnige new wave, gekke podium-acts én … een intrigerende groepsnaam. Aangezien de bandleden geen zin hadden om te wachten om de voltooiing van de film, begonnen ze op te treden in L.A., waar ze populair werden bij de punk/new wave-generatie, en grepen ze in 1977 hun kans voor een deelname aan het WPSF. En met succes! Hun inzending, "Oh, Dominique Send Me" (later herdoopt tot "Comet's Tail"), overdonderde het publiek met een originele sound én een bizarre verkleedpartij. MKOTOB's optreden werd dan ook één van de meest memorabele uit de WPSF-geschiedenis.

 

 

Het bonte gezelschap van de MKOTOB op het 8ste WPSF

 

 

De soundtrack van "Forbidden Zone" verscheen uiteindelijk in 1980 en Oingo Boingo kreeg een platencontract bij A&M Records, wat resulteerde in een aantal geslaagde new wave-albums. Na de overstap naar MCA scoorden de Oingo Boingo-leden hun grootste hit met "Dead Man's Party" (1985), maakten een cameo-optreden in de filmkomedie "Back To School" en scoorden een bescheiden hit met het themalied van de tienerkomedie "Weird Science". Hun albums van eind jaren '80 en begin jaren '90 wisten het commerciële succes echter niet meer te verzilveren, maar hielden wel Oingo Boingo's cultstatus in ere. In 1995 werd echter besloten de groep definitief op te doeken.

Het bekendste Oingo Boingo-lid is uiteraard Danny Elfman, die bevriend raakte met regisseur Tim Burton en aldus een muzikale bedrage leverde tot diens films, waaronder "Beetlejuice", "Batman", "Edward Scissorhands", "The Nightmare Before Christmas" en "Planet Of The Apes". Elfman werkte ook mee aan niet-Burton films, waaronder "Dicky Tracy" en "Men In Black", en schreef de muziek voor diverse TV-programma's, waarvan "The Simpsons" ongetwijfeld de bekendste is.

 

 

 

Adrienne Johnston
"Adrienne Johnston Of The Johnstons"

(LP - 1975 - met

"If Poems Died Like Promises")

In schril contrast met de exuberantie van de MKOTOB stond de ingetogenheid en eenvoud van Amerika's tweede afgevaardigde: Adrienne Johnston en haar "If Poems Died Like Promises". Adrienne begon haar muzikale carrière in de jaren '60 in Dublin samen met zus Luci en broer Michael als "The Johnstons". De groep legde zich toe op close harmony met gitaar-begeleiding. De nationale doorbraak kwam er snel: in februari 1966 wonnen The Johnstons de "Wexford Ballad Competition", wat hen TV-optredens opleverde. Hun debuutsingle, een cover van Ewan McColl's "Travelling People", piekte op nummer 1 in de Ierse hitlijsten. Michael verliet uiteindelijk de groep en werd vervangen door Mick Moloney (vocals, mandoline, banjo) en Paul Brady (vocals, gitaar). De vierkoppige band werd enorm populair in Ierland en toerde de wereld rond. In 1975 ging Adrienne solo met het country-achtige album "Adrienne Johnston Of The Johnstons". Vreemd genoeg nam Adrienne, twee jaar later, met een track uit dit album deel aan het 8ste WPSF, wat nochtans tegen de regels van het Festival was. Een missertje van de jurycommissie? Adrienne kwam in 1981 om het leven tijdens een tragisch auto-ongeval.

 

 

De andere Angelsaskisch mogendheid, Australië, deed het opnieuw prima: Paul O'Gorman behaalde met zijn "Ride Ride America" een fraaie 11e plaats. Het nummer werd een stevige hit en geldt in Australië nog steeds als een van de klassiekers uit de jaren '70.

 

Paul O'Gorman
"Ride Ride America"

(7" single - pressing Japan -

inzending Australië)

 

 

 

 

Paul O'Gorman

op het 8ste WPSF

Paul O'Gorman
"Ride Ride America"

(7" single)

Nieuw-Zeeland was met Kim Hart iets minder succesvol. Kim Denise Hart, geboren in Auckland in 1960, was de leadzangeres van de Penrose High School Band, Chalkdust. Samen met deze groep nam ze deel aan de "Battle Of The Bands"-wedstrijd van 1976, waarin ze de finale bereikten. Kims grote doorbraak kwam er met de TV-musical "Sing", waarna ze een platencontract bij EMI kreeg aangeboden en werd opgenomen onder de muzikale vleugels van liedjesschrijver Mike Harvey. Haar eerste single, "You Don't Need Me", werd door Mike tevens ingezonden voor het WPSF 1977. Het resultaat was een geslaagd optreden in de Budokan Hall, maar geen finaleplaats of onderscheiding. Met een van haar volgende singles, "On My Toes Again" (1978), werd Kim tweede in de Nieuw-Zeelandse finale van het South Pacific Song Contest. In 1978 verscheen ook haar enige album, getiteld "Kim Hart", met de twee hierboven vermelde Festival-nummers. Haar grootste hit had Kim in 1980 met "Love At First Sight", dat de 15de plaats bereikte in de nationale hitparade en zelfs nog beter scoorde in Australië.

 

 

 

 

Kim Hart - "Kim Hart"

(LP - 1978 - met "You Don't Need Me")

Zuid-Amerika werd vertegenwoordigd door Wilson Simonal voor Brazilië, María del Carmen voor Mexico en Johnny Monte voor nieuwkomer Paraguay. Deze laatste pakte met zijn "Torbellino" meteen het brons én de Most Outstanding Performance Award. Het waren vooral Monte's warme stem én de eigen begeleiding op een Indiaanse harp die hem de sympathie van het publiek opleverden.

De charismatische Wilson Simonal de Castro begon zijn carrière als swingende rocker in de jaren '60 en groeide uit tot één van de meest succesvolle black artists in de Braziliaanse muziekgeschiedenis. Zijn 37-jarige carrière, die maar liefst 19 albums omvatte, kende echter een dramatisch keerpunt toen hij in de jaren '70 werd beschuldigd als informant van het militaire regime, dat in Brazilië heerste van 1964 tot 1985. Een beschuldiging die echter nooit formeel kon worden gestaafd. Simonal werd echter verbannen door de media; een slag waarvan hij nooit herstelde. Hij stierf in 2000, op 62-jarige leeftijd.

 

Wilson Simona (Brazilië) -

"A Vida É Só Pra Cantar"

(LP met o.a. "Bia")

 

Wilson Simonal - "Bia"

(7" single - pressing Japan)

 

 

 

 

 

María del Carmen

voor Mexico

op het 8ste WPSF

 

 

María del Carmen -

"Es Mi Corazõn Un Vagabundo"

(7" single - pressing Japan)

 

 

 

 

 

 

Johnny Monte …

schitterende derde plaats

voor Paraguay

 

 

 

 

Masanori Sera in actie

op het 8ste WPSF

De Grand Prix Japan ging dat jaar naar de rockband Masanori Sera & Twist en hun "Anta No Ballad". Die overwinning speelde trouwens een belangrijke rol in de grote doorbraak van rock 'n' roll in de Japanse muziekindustrie. Begin jaren '80 ging Masanori Sera solo en lanceerde sindsdien 12 albums en diverse succesvolle singles. Mr. Sera - zoals hij zich later zou later noemen - timmerde ook aan een filmcarrière. In 1998 was hij nog te zien in de Japanse film "Dr. Akagi".

 

Masanori Sera & Twist
"Anta No Ballad"

(7" single - Grand Prix Japan)

 

 

 

 

 

 

Masanori Sera …

winnaar Grand Prix Japan

Andere succesvolle Japanse inzendingen dat jaar waren "Road To Freedom" van Akihiko Shimomura en "Adieux" van Kayoko Ono, die respectievelijk de 4de en 8ste plaats behaalden. Beide artiesten begeleidden zichzelf op gitaar.

 

Akihiko Shimomura

 Kayoko Ono

 

 

Andere opvallende vertegenwoordigers van het Aziatische continent waren: Ajie Bandi & Hetty Koes Endang voor Indonesië (7de plaats), Hey Eunee voor Korea (20ste), Eddie Vas voor Hong Kong (halve finalist) en Carmen Patena voor de Filipijnen (halve finaliste).

 

 

 

Hetty Koes Endang en Ajie Bandi

voor Indonesië op het 8ste WPSF

 

Hey Eunee -

"Dangshin Manool Sarang Hae"

(7" single - pressing Japan -
inzending Korea)

 

 

 

Carmen Patena
"Choice Cuts"

(LP - Filipijnen)

De Yamaha LP-traditie werd voortgezet. Zo verscheen ook van het 7de WPSF een verzamelalbum met live-vertolking van diverse inzendingen (verschillende albumhoezen).

 

 

 

 

WORLD POPULAR SONG FESTIVAL IN TOKYO '77

 

Side A

 

1 - Can't Hide My Love (United Kingdom) Grand Prix

2 - Bonsoir Tristesse (Canada)

3 - Ride Ride America (Australia)

4 - Adieux (Japan)

5 - Torbellino (Paraguay)

 

**********

Side B

 

1 - Anta No Ballad (Japan) Grand Prix

2 - L'Amour Monsieur (France)

3 - We've Got It Made (United Kingdom)

4 - Road To Freedom (Japan)

5 - Un Ritratto Di Donna (Italy)

 

 

 

 

 

The beginnings

 

 

Select another year for a full description of that year's festival