Beroepen van woonwagenbewoners.

De reizigers (voyageurs) trokken vroeger rond om hun geld te verdienen.
Ze gingen naar die plaatsen waar ze nodig waren.Boeren waren meestal blij als de reizigers langskwamen.Ze kregen wel bijna geen geld voor wat ze deden maar de reizigers kregen wel eten en een slaapplaats.De boeren kwamen bijna nooit in de stad en vonden het leuk als de reizigers nieuws hadden of dingen meebrachten uit de stad om te verkopen.

De reizigers veranderden ook wel van beroep.Ze keken naar wat er gevraagd werd.
Soms lapten ze ketels op,soms waren ze dan weer marktkramer of iets anders.
Ze verkochten soms ook schoenen,lompen of andere dingen.Ze konden ook gemakkelijk van beroep veranderen omdat de reizigers zelfstandig werkten.Dat betekent dat ze altijd dingen deden zonder baas en zonder regels.

Iedereen vond deze reizigers wel leuk maar het verslechterde toen ze in woonwagens gingen wonen.

Toen er meer en meer fabrieken kwamen werd het voor de reizigers nog slechter : de machines deden nu het werk dat zij vroeger deden.Daarom moesten ze van beroep veranderen.

Zo waren er veel woonwagenbewoners die de resten van andere mensen verzamelden en die deze dan verkochten zoals lompen en oud ijzer.

Er werd vanaf dan ook meer gewerkt van deur tot deur.De woonwagenbewoners verkochten vaak ook antiek of tapijten bij de mensen thuis.

De kinderen mochten al vroeg beginnen te helpen bij het werk.Daardoor maakten ze de lagere school niet af.De meeste woonwagenbewoners konden dan ook niet lezen of schrijven:het waren analfabeten.

Ze deden vroeger ambachtelijke beroepen zoals:ketellapper,mandenmaker,scharen slijpen,stoelen maken en paraplu's herstellen.

Daarnaast had je ook de woonwagenbewoners die dingen verkochten:sommigen verkochten dekens,stoffen,antiek,schoenen,...Anderen verkochten afval zoals ijzer,lompen,oud papier,auto's of oude woonwagens.


Er waren ook woonwagenbewoners die elk seizoen wisselden van beroep.Ze gingen eerst fruit plukken,dan aardappels,bieten of uien van het veld halen,gras maaien turf steken,...

Sommige woonwagenbewoners waren niet hun eigen baas maar gingen bij iemand werken in de bouw of in een fabriek,in het bos of als vrachtwagenchauffeur.

Een kleine groep woonwagenbewoners hadden een eigen zaakje opgebouwd als glazenwasser,winkelier,automonteur,schoorsteenveger,muzikant,paardenfokker of stoffeerder.

De meeste Rom in BelgiŽ verdienen nu hun geld door tweedehands auto's te kopen en te verkopen.

Ga eens langs bij de smid, de vruchtenplukkers en de paardenfokkers van vroeger :