Zigeunerspelletjes

 

‘Poem,poem,tala tsjiro nak.’

 

Dat zeggen de zigeunerkinderen als ze dit spel spelen.Het spel heet ook zo.Twee kinderen steken hun handen naar elkaar uit en houden ze hoog zodat de anderen kinderen er door kunnen gaan.Af en toe doen de twee kinderen bij het voorbijgaan van een kind de armen omlaag en zo hebben ze iemand gevangen.As ze iemand hebben gevangen dan stoppen de kinderen met zingen .

De twee kinderen die elkaar vasthouden moeten proberen het kind dat gevangen is aan het lachen te brengen door grapjes uit te halen.Als het kind in de lach schiet wordt dat kind een duivel.

Hij of zij moet dan in een groep van duivels.Als zij of hij niet had gelachen moest hij of zij in de groep van de engeltjes.Zo wordt ieder kind een engel of een duivel behalve de twee kinderen die elkaar vasthouden.Als iedereen verdeeld is dan moeten de duivels de engeltjes tikken.Als een duivel een engel heeft getikt dan wordt de engel ook een duivel.

Op het einde van het spel blijft er nog één engel over en dat is de winnaar.

 

Bojtsi.(kleuren)

 

Er is één kind dat de klant is.Een ander kind is de baas van het kraampje.De rest zijn fruitjes,bijvoorbeeld bananen,sinaasappels of zo.De kinderen die een stuk fruit moeten zijn kiezen samen met de baas van het kraampje welk fruit ze zijn.Het kind dat de klant is mag het niet horen.Als iedereen een fruitnaam heeft dan mag de klant een fruitnaam zeggen.Als hij of zij een fruitnaam gezegd heeft en er is iemand van de kinderen die dat fruit is dan moet de baas van het kraampje de klant tien seconden vasthouden.

Ondertussen moet het kind met die fruitnaam wegrennen.Dan moet de baas de klant loslaten en die moet proberen het fruit dat weggelopen is te pakken.Als het fruitje terug bij het kraampje is en de klant heeft hem niet kunnen pakken dan moet de klant weggaan en dan opnieuw terugkomen en het proberen met een nieuwe fruitnaam.Als de klant het stuk fruit wel heeft kunnen pakken dan wordt het fruitje klant en de klant fruitje.

 

Als de klant geen fruitnaam heeft gezegd en dat fruit is er niet dan roepen de fruitjes : ‘eta e wudar’,dat betekent ‘dit fruitsoort hebben we niet’.De klant moet dan een andere fruitnaam zeggen.

 

Kanjnja (kippen)

 

Er is een ploeg kinderen die kippen zijn en er is een groep kinderen die de vossen zijn.

Er is een kind dat de dochter speelt en op de kippen moet passen.Er is ook een kind dat moeder speelt van het meisje .

De vossen moeten naar het kippenhok gaan en de dochter wijsmaken met een leugen dat ze naar haar moeder moet gaan.De vossen moeten ondertussen een kip pakken en weggaan .Als de dochter terugkomt moet de moeder de kippen tellen.Voor elke kip die weg is krijgt de dochter een klets op haar poep.Dat gebeurt een paar keer.Als alle kippen wegzijn dan lopen moeder en dochter achter de vossen en ze moeten hen tikken.De kippen,de moeder en de dochter gaan in een kring staan en de vossen gaan in het midden van de kring staan.Dan zeggen de kinderen van de kring ‘Moesta,moesta !’ tegen de vossen.Dat betekent poes of eigenlijk ‘Mis poes !’.

 

Kraaja (koning)

Dit is een spelletje dat veel zigeuners spelen.

Je hebt er een holle stok voor nodig die je in de lengte in twee snijdt.Dan moet je in elke hand een stuk nemen en de stukken over elkaar wrijven.Dan laat je ze vallen.

Ze kunnen op drie manieren vallen :

  1. één met de platte kant,de andere met de bolle kant naar boven
  2. twee ronde kanten naar beneden
  3. twee platte kanten naar beneden

 

Er moet 1 kind koning zijn, een ander kind beul en de rest zijn de slachtoffers.De slachtoffers moeten om beurt de stokjes nemen.

Als de stokjes op de eerste manier vallen dan mag de koning zeggen hoeveel tikken de beul aan het slachtoffer mag geven met een zakdoek met een knoop in op de hand van het slachtoffer.Het is beter wanneer men de tweede mogelijkheid heeft.Dan wordt men beul en de beul wordt slachtoffer.

 

Nog beter is het als je de derde mogelijkheid werpt,dan word je zelf koning.De koning mag zelf beslissen hoe hard en hoeveel slagen er door de beul gegeven worden.