0. VCW: Ontstaan
Zoals zovele voorzieningen in de
welzijnszorg is het woonwagenwerk ontstaan uit initiatieven van christelijken huize.
Vooral het werk van de Capucijnen is vermeldenswaard. Gestart in 1868 telde het in 1933
niet minder dan 66 woonwagencomités over het ganse land. Van deze comités maakten
geestelijken, adel en weldoeners deel uit. Zij hielden zich bezig met pastoraal werk en
liefdadigheid.
Vanaf WO II brokkelt dit systeem af en
vinden we steeds meer diocesane priesters in het pastorale werk en lekeninitiatieven in
het sociale luik. Zij begonnen zich stilaan in te laten met gezondheid, standplaatsen en
sociale zekerheid. In de jaren 70 ontstaan dan de eerste vzws die de integrale
problematiek van de woonwagenmensen gaan aanpakken. Van deze vzw's bestaan Woonwagenwerk
Limburg, Zwaluwnest, en Keree Amende nog steeds. Woonwagenwerk Brabant en Woonwagenactie
Bond Zonder Naam zijn in 1995 ontbonden.
Deze vzws engageerden de eerste
professionele basiswerkers. In 1977 richtten ze een pluralistisch overleg op: Vlaams
Centrum Woonwagenwerk. Het bestrijkt expliciet het territorium vanVlaanderen en stelt zich
open op tegenover elke geloofsovertuiging. Tegelijk houdt het zijn oorspronkelijke
opdracht van "mensen toeleiden naar een betere leefwereld" in ere.
Vanaf dan beschikten de vrijwillig(st)ers
voor het eerst over een professionele landelijke woonwagenwerker. De definitieve stap naar
de verdere professionalisering werd gezet bij het verschijnen van
tewerkstellingsinitiatieven als DAC, bij het inschakelen in de kansarmoede-fondsen,
dankzij een niet gereglementeerde toelage van de Vlaamse Gemeenschap, door deelname aan
Europese Fondsen e.d.
VCW: Beheer*
De Algemene Vergadering
is als hoogste orgaan verantwoordelijk voor het geheel van de werking. Gezien zij in
normale omstandigheden één keer per jaar vergadert concentreert zij zich hoofdzakelijk
op de evaluatie van het voorbije werkingsjaar, op de planning van het volgende jaar en op
de exploitatie, balans en begroting.
De Raad van Beheer
vergadert om de maand, uitgezonderd juli of augustus. Zij is samengesteld uit
vrijwilligers-grondleggers , aalmoezeniers, een woonwagenbewoner en externen. Binnen het
VCW kunnen enkel die dingen doorgang vinden die binnen de Raad van Beheer zijn overlegd.
Zij fungeert dus daadwerkelijk als inhoudelijk en beleidsmatig centrum. Het is binnen het
VCW eveneens een goede gewoonte geworden dat op elke vergadering één personeelslid
uitgebreid aan bod komt in het schetsen van zijn/haar werk, opvattingen, knelpunten e.d.
De samenstelling van Raad van Beheer en Algemene Vergadering tracht een weerspiegeling te
zijn van de context waarbinnen het woonwagenwerk zich beweegt. Om die reden heeft het VCW
besloten ruimte laten voor nieuwe leden in beide organen: met name voor vertegenwoordigers
uit de socio-culturele, de economische en de wetenschappelijke sferen.
Gezien haar pluralistische opstelling
waakt het VCW erover dat een evenwichtige spreiding tussen de gezindten wordt gewaarborgd
alsook een regionale spreiding. Qua evenwicht man/vrouw wordt nagestreefd naar maximum van
2/3 leden van hetzelfde geslacht.
Het Dagelijks Bestuur
vergadert in principe om de maand tussen twee beheerraden in. Het is verantwoordelijk voor
de voorbereiding van de agendapunten van de Raad van Beheer en neemt bij hoogdringendheid
stelling in zaken die een snelle reactie vereisen.
VCW: Werking
Coördinator
De coördinator fungeert als draaischijf tussen werkers en beheer, dit vooral in nauw
overleg met de voorzitter. In die functie neemt hij deel aan elk van de vergaderingen die
beleid en werking moeten sturen.
Nationale en Regionale teams
Dit zijn de platforms waarin werkers van verschillende provincies elkaar gestructureerd
ontmoeten.
Zij fungeren als communicatiekanaal van en naar de Raad van Beheer, als team rond
knelpunten in de begeleidingen en als opvolgingsinstrument voor de jaar- en
meerjarenplannen.
Rom-cel
Gezien de eigen positie van de Rom-zigeuners in de woonwagenbevolking wordt hun
begeleiding ook apart gestructureerd. De Rom-cel vergadert om de 6 weken.
Werkersvergadering
Op onregelmatige tijdstippen, 5 à 6 keer per jaar worden alle woonwagenwerkers zowel
binnen als buiten het VCW uitgenodigd op een themadag. Deze kunnen nu eens handelen over
visie-ontwikkeling vanuit de ervaring (o.a. over voorliggende nota), dan weer zijn ze
vormingsgericht op basis van externe deskundigen uit belendende werkvelden.
Personeel
Bij het begin van dit meerjarenplan beschikt het VCW over 11,5 personeelsleden, zeer
onregelmatig verspreid over de Vlaamse Gemeenschap: 3 in Limburg, 3 in Antwerpen, 1,5 in
Brussel en 4 nationaal. Dit betekent dat de Voyageurs en Zigeuners in West-Vlaanderen,
Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant geen beroep kunnen doen op betaalde krachten voor hun
begeleiding.
Nota
Hieruit kan verkeerdelijk de indruk ontstaan dat deze provincies door het VCW uit het oog
verloren worden. Niets is minder waar. Door de nationale structuur en de vele
samenwerkingsverbanden kan een minimumdienst gegarandeerd worden door de bestaande equipe.
Het spreekt vanzelf dat het VCW deze beperkte service ruimschoots onvoldoende vindt (zie
verder in dit hoofdstuk).
VCW: Vlaamse beleid voor etnisch-culturele
minderheden.
De Vlaamse Gemeenschap werkt aan een structurering van haar minderhedenbeleid. Hierbij
wenst zij de organisaties die werken met migranten, vluchtelingen en woonwagenbewoners
onder te brengen in een gemeenschappelijke koepel.
Een ruimere doelgroep
In de teksten bij het voorontwerp van decreet stelt de Minister dat onder
woonwagenbewoners kunnen verstaan worden: "een sociale groepering van personen die
traditioneel in een woonwagen wonen of woonden en rondtrokken. Het gaat hier zowel om
personen van inheemse afkomst (die zich "Voyageur" noemen) als om personen van
uitheemse afkomst ("zigeuners" genoemd waaronder Manoesj en Roma). Deze groepen
worden sociaal gedefinieerd. D.w.z. voyageur, Manoesj en Rom zijn diegenen die zichzelf zo
benoemen en die door de anderen zo worden benoemd. Hoewel deze groep in steeds sterkere
mate sedentariseert, speelt de 'nomadische cultuur' een belangrijke rol." (6)
In deze context worden circuslui, foorreizigers, schippers en doortrekkers een
"belendende doelgroep" genoemd. Oost-Europese Zigeuners worden wel bij de
doelgroep gerekend. Campingbewoners niet.
Onze eigenheid
Het VCW benadrukt in deze dynamiek de eigenheid van het werken met Voyageurs en Zigeuners.
Een hoofdtema in deze eigenheid is de sterke rechtstreekse band van elke werker met de
doelgroep. Deze band is een noodzakelijke voorwaarde voor de bemiddelingsrol die het VCW
moet opnemen tussen de sedentaire en de nomadische cultuur.
Het VCW stelt zich daarom positief op tegenover een koepel die zorgt voor administratieve
en logistieke samenwerking. De vrijwaring van de eigenheid ziet het VCW echter enkel te
realiseren als het inhoudelijke werkgeverschap voor elke professionele woonwagenwerker bij
het VCW ligt. Indien de begeleiding van Voyageurs en Zigeuners zal bepaald worden vanuit 8
of meer beleidsniveau's, zal er geen coördinatie tot stand komen. Dit kan als gevolg
hebben dat er opbod ontstaat tussen regio's (in aantrekking of afstoting) en dat bepaalde
deelgroepen kunnen gaan "shoppen" in die regio's waar de begeleiding hen het
best uitkomt. De begeleiding zal op die manier haar doel voorbij schieten. En dat kan niet
de bedoeling zijn van een nieuw decreet.
Samen en gespreid
Concreet houdt dit in dat het VCW wenst te komen tot een structuur op het niveau van de
Vlaamse Gemeenschap met een nationaal secretariaat en steunpunten in de regionale
integratiecentra, die in de provincies en de agglomeraties van Antwerpen, Brussel en Gent
dienen opgericht te worden.
In het kader van het Vlaamse Minderheden
Centrum zal een structurele aanwezigheid van 2 woonwagenwerkers dienen uitgebouwd te
worden in de 8 voorziene regio's met een steunpunt in de Provincies Antwerpen, Limburg,
Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen en in de agglomeraties Antwerpen,
Brussel en Gent.Om zijn ambitieus beleidsplan waar te maken heeft het VCW dus minstens 25
professionele voltijdse krachten nodig.
2 in elk van de 8 regio's, verantwoordelijk voor het opbouwen van de noodzakelijke
vertrouwensrelaties en het waarnemen van de uitvoering van de beleidsopties "te
velde".
2 Rom-werkers om het huidig engagement van Mr. en Mevr Tambour-Pierre (cfr. Hfst 8) verder
te zetten: 1 in Antwerpen en 1 in Brussel.
1 Contactpersoon voor Oost-Europese Zigeuners
2 Terreinbegeleiders: 1 voor residentiële terreinen en 1 voor doortrekkersterreinen.
4 nationale stafleden: een algemeen coördinator, 1 staflid "wonen" 1 staflid
"onderwijs" en 1 secretaris-boekhouder.
De 16 regionale beroepskrachten zullen elk een opdracht hebben rechtstreeks naar de
doelgroep. Zij zullen echter elk kunnen specialiseren op één of meer beleidsdomeinen en
in dat kader meedraaien op gemeenschaps-, gewestelijk, federaal en transnationaal vlak.
Referenties
(1) Eigen tellingen van het VCW.
(2) VERLOT Mark e.a., Scolarisatie van
voyageurs- en zigeunerkinderen, Departement Onderwijs, Brussel, 1994, 34pp.
(3) MARTENS Patrick, Het rapport dat
niemand las, Boek, Zonhoven, 1991,64 pp.
(4)GOETHALS Nele, Onderzoek naar de
wederzijdse beeldvormingsmechanismen tussen Roma, Manouchen en Voyageurs, en de scholen
die zij frequenteren in Vlaanderen.1994, Universiteit Gent, Vakgroep Vergelijkende
Cultuurwetenschappen en Afrikanistiek, o.l.v. Prof. Dr. H. Pinxten, Opdracht van het
Departement Onderwijs, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 120 pp.
(5)VAN REGENMORTEL Tine, Maatzorg.
Een methodiek voor het begeleiden van kansarmen. Acco, Leuven / Amersfoort, 1996, 188p.
(6) Voorontwerp van decreet betreffende
de erkenning en subsidiëring van organisaties die instaan voor de ondersteuning van het
Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden. Memorie van toelichting
(7) VETTENBURG N. en WALGRAVE L., School
en probleemgedrag. Kansen en risico's, Leuven, Onderzoeksgroep Jeugdcriminologie,
1988, 29 p.