vowlogo.GIF (7333 bytes)

Gelieve onze nieuwe website te bezoeken voor actuele informatie

Veuillez visiter notre nouvelle site avec de l'information plus actuelle

Please visit our new website with the recent informations

http://home2.pi.be/tmachiel

 


Home Up Algemene situatieschets Wonen Maatschappelijk Werk Onderwijs Arbeid Sociaal Cultureel Werk Gezondheid Rom Onthaal WetenschappelijkOnderzoek Uitstraling Opties

 

 

1. Algemene situatieschets

1.1 Doelgroepen

Het woonwagenwerk in de Vlaamse Gemeenschap houdt zich bezig met drie deeldoelgroepen: Voyageurs, Manoesjen en Roms. Deze groepen zijn sociaal gedefinieerd: Voyageur, Manoesj, Rom is diegene die zichzelf zo benoemt en die door de andere respectievelijk Voyageurs, Manoesjen of Roms als zodanig benoemd wordt.

Voyageurs
De mensen die zich Voyageur noemen zijn autochtonen, afstammend van de trekkende handelaars en ambachtslui van vroeger. Diegenen die wonen in woonwagens, staan nu vaak op gemeentelijke terreinen. Velen onder hen zijn, al dan niet gedwongen, gaan wonen in huizen maar zij blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. Voyageurs in Vlaanderen zijn Nederlandstalig.

Manoesjen
De zigeunerbevolking die wellicht sinds de 15de eeuw in onze contreien vertoeft zijn de Manoesjen. Hun levenspatroon (wonen en werken) lijkt sterk op dat van de voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal spreken zij hun Manoesj en als tweede taal Nederlands.

Rom
Deze groep kwam wellicht vanaf midden vorige eeuw in verschillende golven in ons land aan. Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun Romanes, met als tweede taal Frans.De vrouwen dragen bij voorkeur hun traditionele klederdracht. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn.

Buitenlandse zigeuners

Oost-Europese Roma
Het VCW komt meer en meer in contact met deze Oost-Europese Zigeuners.
Velen van hen wonen in ‘huizen’ in de grotere agglomeraties of verblijven in mobiele woningen. Er groeien stilaan contacten tussen individuen uit deze groep met de hier reeds aanwezige zigeuners. We vinden hen meestal terug in de grotere agglomeraties, met een sterke wisseling naargelang de seizoenen. Zij proberen zo weinig mogelijk op te vallen, waardoor een begeleiding moeilijk is op te zetten. Zij spreken daarenboven hun zigeunertaal met als tweede taal meestal deze uit hun land van herkomst. Nederlands of Frans is voor hen slechts een 4de of 5de taal. Door hun precaire verblijfsstatus (in asielprocedure of vaak volledig zonder geldige papieren) kunnen zij niet op de arbeidsmarkt terecht en evenmin bij de reguliere sociale voorzieningen.

Doortrekkers
Onafhankelijk van deze eerste groep ontmoeten we in de lente- en zomermaanden steeds grotere groepen zigeuners, meestal uit EU-landen, die rondtrekken in Vlaanderen. Deze groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak familiale of sociale banden met de Belgische zigeuners.

Raakvlakken

Foorreizigers, schippers, circuslui, campingbewoners, 4de wereldmensen ... bij elk van deze groepen zijn er gezinnen die aansluiting vinden bij de voyageurs, hetzij via familiale banden hetzij via winteractiviteiten. Op verschillende woonwagenterreinen vinden we hen dan ook naast voyageurs.
Het is onduidelijk welke invloed deze groepen uitoefenen op de voyageurs en omgekeerd. Het VCW spitst zijn aandacht echter bewust toe op die mensen die traditioneel in de nomadische cultuur leven. Het is immers dit culturele onderscheid dat de specificiteit van de problematiek uitmaakt en dus ook van de benadering ervan.

Het VCW houdt er rekening mee dat in de toekomst er een blijvende uitwisseling zal zijn met de huidige voyageurs en/of zigeuners. Deze doelgroepen worden dan ook 'gevolgd' via deelname van het VCW aan o.m. het Vlaams Centrum Bewonersbelangen en het Vlaams Forum Armoedebestrijding. Tevens zijn er de nodige contacten ad hoc met de beroepsverenigingen van foorreizigers, circuslui en schippers.

 

1.2 Aantallen

Over het aantal voyageurs en zigeuners in Vlaanderen is niet veel met zekerheid gekend.
Ten eerste willen Voyageurs en Zigeuners niet geregistreerd of geteld worden: de Tweede Wereldoorlog ligt op dat vlak nog vers in het collectief geheugen. Ten tweede er is geen enkele objectieve basis waarop een Voyageur of een Zigeuner identificeerbaar zou zijn. Hun identiteit is sociaal bepaald (zie 1.1) en het VCW dient dus op basis van eigen ervaring en van "horen zeggen" binnen de doelgroep schattingen te maken. Hierbij moeten we dan nog rekening houden met de vage grenzen tussen Rom, Manoesj, Voyageur, burger vermits elk van deze groepen in elke stamboom wel ergens voorkomen.
Dit maakt het onmogelijk om de juiste omvang van de potentiële doelgroep weer te geven, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt voor migranten, vluchtelingen, langdurig werklozen ... Onze ervaring leert dat door de uitbouw van een werking in een regio, die schijnbaar zeer dun bevolkt is met Voyageurs of Zigeuners, na verloop van tijd steeds meer doelgroepleden aantrekt die tot dan toe onbekend waren.
Een reden te meer voor het VCW om ervoor te zorgen dat overal een gepast aanbod kan uitgewerkt worden.
Deze cijfers kunnen niet gebruikt worden als indicatie voor de totale populatie. De spreiding van voyageurs in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk van de ene regio tot de andere. In sommige regio’s (bijv. Limburg) woont de helft van de voyageurs in huizen. In andere regio’s (bijv. Meetjesland) is dat 80%. In de meeste regio’s is de verhouding zelfs niet gekend. Uit een telling in Limburg bleken er in deze provincie (afgerond) 1.000 voyageurs te wonen. Geëxtrapoleerd naar de 5 andere provincies en Brussel kunnen we het aantal Voyageurs schatten op 6.000 mensen.Het aantal Manoesjen schatten we op 1.200 en het aantal Roms, met winterstandplaats in Vlaanderen, op 600. (1)

Het aantal Oost-Europese Zigeuners is nog moeilijker te bepalen. Uit onze beperkte contacten kunnen we echter afleiden dat er in Brussel meerdere honderden families moeten verblijven. Voor de rest van Vlaanderen moeten we er zeker nog eens zoveel bijtellen. Dit doet ons het aantal Oost-Europese Roma in Vlaanderen schatten rond de 3.000.

1.3 Eigenheid
Zoals alle cultuurgroepen streven Voyageurs en Zigeuners naar respect voor hun eigenheid. Omschrijven wat deze eigenheid precies betekent is vrijwel onmogelijk: een minderheidscultuur wijzigt immers naargelang de evoluties van de dominante cultuur waarbinnen zijzelf evolueert.
Het meest frappante voorbeeld is wel de benaming "woonwagen"bewoner. In feite woont momenteel slechts een klein deel van de voyageurs in woonwagens. De Belgische zigeuners wonen meestal in woonwagens, de Oost-Europese zigeuners practisch altijd in huizen en de doortrekkers uiteraard in caravans. Vandaar dat in de publicaties van het VCW steeds wordt gesproken van Voyageurs en Zigeuners.

Eigenheid=cultuur
Hun gemeenschappelijke eigenheid is te vinden op het culturele vlak. Daaraan valt o.m. op dat Zigeuners en Voyageurs zichzelf ervaren als een zelfstandig volk (intern verdeeld zoals zovele volkeren) dat leeft en ontwikkelt binnen, maar los van, de meerderheidscultuur rondom hen. Met deze meerderheidscultuur hebben zij een pragmatische overlevingsrelatie: uitwisselen van goederen en diensten. De basis van die relatie is economisch. Dit weerspiegelt zich doorheen elk contact tussen de burger- en nomadencultuur. Ook een woonwagenwerk is voor hen op de eerste plaats een hulpmiddel om te overleven. Hetzelfde geldt voor onderwijs, arbeid, gezondheid, welzijnsvoorzieningen ... Zij nemen ervan wat nodig is maar slechts in zoverre het past binnen hun cultuur: zij blijven steeds alert dat "wij" geen burgers van hen zouden maken.
Binnen deze context hebben tsiganologen enkele typerende kentrekken van de nomadische cultuur in kaart gebracht. Het betreft categorieën die onderling zo verweven zijn, dat de opsplitsing kunstmatig kan overkomen, het komt echter wel de duidelijkheid ten goede.

Wij en zij
De nomadische maatschappij is gestructureerd via "clans": een uitgebreide familieband, waarin ook niet-bloedverwanten kunnen opgenomen zijn. In deze cultuur valt het onderscheid tussen wij (Zigeuners, Voyageurs) en zij (de burgers) het meest op. Deze scheiding is vooral gevoelsmatig en dus zeer diep. Typerend hierbij is bijv. dat Zigeuners in hun taal geen woord hebben voor "Zigeuner" maar wel voor "niet-Zigeuner": gadgo (mv: gadgé). Het resultaat hiervan is wel een fundamenteel wantrouwen tegenover alles dat uit de burgerwereld komt.

Hier en nu
Vanuit een levenswijze waarin rondtrekken een essentieel deel uitmaakte is een ongebondenheid aan tijd en ruimte een logisch gevolg. Zij leven in een eeuwigdurend nu. Er wordt dus weinig gepland op lange termijn. Hun leven, werken en wonen vormen een eenheid. Vandaar dat de opdeling van de levenssferen in de burgermaatschappij (school, werk, thuis, ontspanning, godsdienst) weinig aansluiting vindt in hun denkwereld.
Hun groot vertrouwen in "Geluk hebben" past ook in dit kader. Bijv. op het vlak van gezondheid zal men er sterk op vertrouwen het geluk te hebben van gezond te blijven, terwijl preventieve zorgen minder aandacht krijgen.

Rein, onrein
Voyageurs en Zigeuners zijn zeer begaan met zuiverheid. Zowel morele maar zeker de fysieke. Dit uit zich in een zeer propere woonwagens, nauwgezette voedselbereiding e.d. Het onderscheid dat nomadische groepen intern maken wordt vaak verwoord in termen van zuiverheid.

Flexibiliteit
De fierheid van Voyageurs en Zigeuners is hun all-round vakmanschap. Als een beroep vandaag niet meer loont schakelen ze morgen over op een ander (tweedehandsauto's, schroot, ambulante handel ...). Het blijkt tot de eigenheid van de Zigeunercultuur te horen dat zij zich nestelen in de zgn. niches van de economie. "Werken gaan" zoals bij de gadge trekt hen hoegenaamd niet aan. De zelfstandige arbeid staat hoog in hun vaandel

Cultuur=Collectief
Belangrijk is hierbij te vermelden dat deze cultuurtrekken blijkbaar gedeeld worden door alle zigeuners ter wereld (hierin begrepen ook de voyageurs, reizigers, travellers, tinkers, Yenisch...). Dit maar om duidelijk te stellen dat we hier te maken hebben met een verschijnsel dat kan bogen op een eeuwenlange traditie ondanks vervolging en een sterke geografische spreiding.

1.4 Maatschappelijke kwetsbaarheid
Al de nomadische groepen hebben doorheen hun geschiedenis altijd kunnen terugvallen op welménende individuen of organisaties binnen gemeenten, steden, kerken, gilden... Maar de grote lijn van die geschiedenis blijft een spiraal van afwijzing. Hierdoor vergrootte de afstand en stilaan ontpopte zich een vijandigheid tussen de nomadische en de sedentaire cultuur. Dit deed de repressie op zijn beurt weer toenemen. Hoogtepunten hierin zijn zeker de klopjachten op Heydens (want zo werden de rondtrekkenden toen genoemd) in de 18de eeuw en de officieel geplande totale vernietiging op internationale schaal in de Tweede Wereldoorlog. Hun geschiedenis lijkt wel een illustratie van toenemende maatschappelijke kwetsbaarheid over de generaties heen: hoe sterker mensen en groepen gestigmatiseerd worden als verworpenen, hoe meer kans dat ze ook effectief afstand nemen van die maatschappij.

Het departement Criminologie van de KULeuven ontwikkelde de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid (7). Daarin wordt verklaard hoe personen en groepen, die niet voldoen aan de algemeen geldende (middenklasse-) normen, systematisch worden achtergesteld. Dit mechanisme is een samenspel van culturele en structurele factoren. De culturele component bestaat dan uit waarden, aspiraties, opvoedingsmodel e.d. De structurele factoren slaan o.m. op inkomen, huisvesting, beroepsniveau.

Deze groepen, die cultureel niet gewaardeerd worden, komen vooral in aanraking met de sanctionerende kanten van de maatschappelijke instellingen. Hoewel deze instellingen bedoeld waren om de kansen op welzijn van alle burgers te verhogen. De mensen met een lage sociaal-economische status krijgen echter minder bindingen met (belangrijke personen in) deze instellingen. De wetmatigheid hierrond bestaat erin dat hoe minder bindingen iemand aangaat met de maatschappij hoe meer kans die persoon loopt om probleemgedrag te ontwikkelen. Anderzijds: hoe meer maatschappelijke bindingen een persoon aangaat hoe minder kans er blijkt te zijn op probleemgedrag.

Doorheen zo een voortgezette kwetsing krijgt een persoon een deuk in zijn geloof aan zijn waarden en zijn vaardigheden. Hij vergelijkt zich met de "gewone" mensen en dit resulteert in een negatief maatschappelijk zelfbeeld: het feit dat ik in een marginale positie kom, wijt ik aan mijzelf (interne attributie).

Maar elk mens heeft de primaire behoefte om tot een groep te behoren en binnen die groep iets te betekenen. Elk mens zal dus op zoek gaan naar gebieden, mensen of groepen die zijn zelfbeeld kunnen opkrikken.

Dat vindt hij in een referentiegroep die zorgt voor een externe attributie (mijn marginaliteit wijt ik aan de anderen). Binnen deze groepen vormt zich de anticultuur die zeer verschillende vormen kan aannemen: berusten , provoceren e.d.

De Voyageurs en Zigeuners hebben een cultuur die van geboorte tot graf steeds aanwezig is: er is blijkbaar geen "begin" van een anticultuur in de loop van een individueel leven. Hun cultuur is er een die van generatie op generatie de afstand tot de burgerwereld cultiveert.

We zien bijvoorbeeld dat ook voyageurskleuters deze afstand onderhouden.

1.5 Emancipatie
Tegenover deze achterstelling van de nomadische cultuur stelt het VCW een fundamentele noodzaak aan emancipatie.
Het VCW is er zich van bewust dat emancipatie een opdracht is voor de belanghebbende op de eerste plaats. Wij ondernemen daarom zoveel mogelijk initiatieven die steunen op vragen vanuit de doelgroepen.
Daarnaast ontwikkelt het VCW een aanbod op eigen initiatief. Dit aanbod kadert in haar bemiddelingsopdracht tussen twee culturen die vaak tegenover elkaar staan met een muur van wantrouwen, onbekendheid en onbegrip tussen beide. Het eigen aanbod van het VCW is echter steeds gebaseerd op een streven naar een verhoging van kansen tot emancipatie: vanuit een keuze voor de woonwagenbewoners, ondanks alles.

1.5.1 Principe
De activiteiten van het VCW moeten erop gericht zijn dat woonwagenbewoners als volwaardige partners de evolutie van de maatschappij mede in handen nemen.

Woonwagenbewoners:
Voyageurs, Roms en Manoesjen; zowel de populatie als geheel als deelgroepen en individuen.

nemen ... in handen:
er is dus een recht op betrokken zijn en betrokken worden

mede:
als gevolg van het partnerschap, wij opteren dus niet voor apartheid: wij werken categoriaal waar het moet, inclusief waar het kan

volwaardige:
met respect voor hun eigenheid en bevordering van hun mondigheid

partner:
hierbij streven wij naar het ‘inpassings’model van het Koninklijk Commissariaat voor de Migranten. (3)
- Wat de openbare orde betreft - zoals de gelijke rechten en plichten van man en vrouw in een huwelijk, of gelijk loon voor gelijk werk in het arbeidsrecht - moeten partners van de Belgische maatschappij zich aanpassen.
Het VCW wijst op de noodzaak van een correct begrip van de notie "openbare orde". Deze term wordt door gemeentebesturen immers al te vaak gebruikt om uitdrijving van woonwagens te verrechtvaardigen.
.- Wat betreft de oriënterende sociale basisbeginselen die de cultuur van een land schragen en die met "moderniteit", "emancipatie" en "volwaardig pluralisme" te maken hebben pleit het Commissariaat voor een "consequente bevordering van een zo goed mogelijke inpassing".
- Voor het derde niveau - de godsdienstbeleving, de gezinsvormen en andere cultuuruitingen - roept het Koninklijk Commissariaat op tot respect voor de culturele verscheidenheid omdat ze kan leiden tot een wederzijdse verrijking. Elk van deze drie domeinen vereist een juiste inpassing :
* de bevordering van de structurele betrokkenheid van de minderheden bij de activiteiten en doelstellingen van de overheid;
* objectieve informatie en bevordering van de communicatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen;
* de versterking van de strijd tegen racisme en xenofobie.

maatschappij:
hierin zit zowel het structureel bestel als de samenleving van onderuit inbegrepen.

evolutie:
de nomadische cultuur noch de omringende samenleving zijn statische gegevens; wij leven in een multiculturele maatschappij en wij wensen dit als een waardevol gegeven mee uit te bouwen.

1.5.2 Opdrachten

Door de structurele en culturele tekortkomingen heerst er tussen de twee betrokken culturen onbegrip en gebrek aan inzicht.
Het VCW heeft daarom een schakelfunctie: her-talen van "boodschappen" van/naar beide culturen. Dit concretiseert zich in assistentie bij het creëren van alternatieven, bij het maken van keuzes en bij het waarmaken van die keuzes.
Door haar positie zelf verwerft het VCW een eigen deskundigheid: kennis en inzicht zowel in burgercultuur als in de nomadische cultuur gecombineerd met de schakelfunctie daartussen is aanwezig binnen het VCW. Deze deskundigheid brengt een verantwoordelijkheid mee om initiatieven te nemen.
Deze opdrachten situeren zich op twee niveaus: individueel en collectief.
Individueel: bevordering van de zelfredzaamheid. Het VCW dient assistentie te voorzien voor zover het nodig is. We dienen de woonwagenbewoners zoveel mogelijk te vormen zodat ze zélf hun zaken leren aanpakken;
Collectief: naar de doelgroep: ondersteuning en stimulering van de zelforganisatie of die nu nationaal is dan wel lokaal, per familie of per onderdeel van de doelgroep. Naar de maatschappij: binnen de voorzieningen, instituties, beleidsorganen en publieke opinie helpen ruimte scheppen voor de Voyageur en de Zigeuner. Concreet vertaalt zich dit in het verlagen van drempels m.n. naar de welzijnsvoorzieningen en tegelijk stappen ondernemen om de achterstellingsmechanismen in de maatschappij te bestrijden.

1.5.3 Emancipatorische werkwijze

Als het doel emancipatie is, moet de methode ook emanciperend zijn.
Methode en technieken zijn emancipatorisch als
- zij vertrekken van en aansluiten bij de behoeften van de betrokken mensen zoals zij die meemaken;
- het zelfwaardegevoel van de doelgroepleden erdoor verhoogd wordt;
- de leden van de doelgroep (opnieuw) het woord (leren) nemen.
Een methode is niet emancipatorisch als het VCW in de plaats van de woonwagenbewoners gaat denken (beslissen wat goed voor hen is).