1. Algemene situatieschets
1.1 Doelgroepen
Het woonwagenwerk in de Vlaamse
Gemeenschap houdt zich bezig met drie deeldoelgroepen: Voyageurs, Manoesjen en Roms. Deze
groepen zijn sociaal gedefinieerd: Voyageur, Manoesj, Rom is diegene die zichzelf zo
benoemt en die door de andere respectievelijk Voyageurs, Manoesjen of Roms als zodanig
benoemd wordt.
Voyageurs
De mensen die zich Voyageur noemen zijn autochtonen, afstammend van de trekkende
handelaars en ambachtslui van vroeger. Diegenen die wonen in woonwagens, staan nu vaak op
gemeentelijke terreinen. Velen onder hen zijn, al dan niet gedwongen, gaan wonen in huizen
maar zij blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. Voyageurs in
Vlaanderen zijn Nederlandstalig.
Manoesjen
De zigeunerbevolking die wellicht sinds de 15de eeuw in onze contreien vertoeft zijn de
Manoesjen. Hun levenspatroon (wonen en werken) lijkt sterk op dat van de voyageurs.
Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor. Als eerste taal
spreken zij hun Manoesj en als tweede taal Nederlands.
Rom
Deze groep kwam wellicht vanaf midden vorige eeuw in verschillende golven in ons land aan.
Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun
Romanes, met als tweede taal Frans.De vrouwen dragen bij voorkeur hun traditionele
klederdracht. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in
aantal het kleinst zijn.
Buitenlandse zigeuners
Oost-Europese Roma
Het VCW komt meer en meer in contact met deze Oost-Europese Zigeuners.
Velen van hen wonen in huizen in de grotere agglomeraties of verblijven in
mobiele woningen. Er groeien stilaan contacten tussen individuen uit deze groep met de
hier reeds aanwezige zigeuners. We vinden hen meestal terug in de grotere agglomeraties,
met een sterke wisseling naargelang de seizoenen. Zij proberen zo weinig mogelijk op te
vallen, waardoor een begeleiding moeilijk is op te zetten. Zij spreken daarenboven hun
zigeunertaal met als tweede taal meestal deze uit hun land van herkomst. Nederlands of
Frans is voor hen slechts een 4de of 5de taal. Door hun precaire verblijfsstatus (in
asielprocedure of vaak volledig zonder geldige papieren) kunnen zij niet op de
arbeidsmarkt terecht en evenmin bij de reguliere sociale voorzieningen.
Doortrekkers
Onafhankelijk van deze eerste groep ontmoeten we in de lente- en zomermaanden steeds
grotere groepen zigeuners, meestal uit EU-landen, die rondtrekken in Vlaanderen. Deze
groepen variëren van 30 tot 150 caravans en hebben vaak familiale of sociale banden met
de Belgische zigeuners.
Raakvlakken
Foorreizigers, schippers, circuslui,
campingbewoners, 4de wereldmensen ... bij elk van deze groepen zijn er gezinnen die
aansluiting vinden bij de voyageurs, hetzij via familiale banden hetzij via
winteractiviteiten. Op verschillende woonwagenterreinen vinden we hen dan ook naast
voyageurs.
Het is onduidelijk welke invloed deze groepen uitoefenen op de voyageurs en omgekeerd. Het
VCW spitst zijn aandacht echter bewust toe op die mensen die traditioneel in de nomadische
cultuur leven. Het is immers dit culturele onderscheid dat de specificiteit van de
problematiek uitmaakt en dus ook van de benadering ervan.
Het VCW houdt er rekening mee dat in de
toekomst er een blijvende uitwisseling zal zijn met de huidige voyageurs en/of zigeuners.
Deze doelgroepen worden dan ook 'gevolgd' via deelname van het VCW aan o.m. het Vlaams
Centrum Bewonersbelangen en het Vlaams Forum Armoedebestrijding. Tevens zijn er de nodige
contacten ad hoc met de beroepsverenigingen van foorreizigers, circuslui en schippers.
1.2 Aantallen
Over het aantal voyageurs en zigeuners in Vlaanderen is niet veel met zekerheid gekend.
Ten eerste willen Voyageurs en Zigeuners niet geregistreerd of geteld worden: de Tweede
Wereldoorlog ligt op dat vlak nog vers in het collectief geheugen. Ten tweede er is geen
enkele objectieve basis waarop een Voyageur of een Zigeuner identificeerbaar zou zijn. Hun
identiteit is sociaal bepaald (zie 1.1) en het VCW dient dus op basis van eigen ervaring
en van "horen zeggen" binnen de doelgroep schattingen te maken. Hierbij moeten
we dan nog rekening houden met de vage grenzen tussen Rom, Manoesj, Voyageur, burger
vermits elk van deze groepen in elke stamboom wel ergens voorkomen.
Dit maakt het onmogelijk om de juiste omvang van de potentiële doelgroep weer te geven,
zoals dat bijvoorbeeld gebeurt voor migranten, vluchtelingen, langdurig werklozen ... Onze
ervaring leert dat door de uitbouw van een werking in een regio, die schijnbaar zeer dun
bevolkt is met Voyageurs of Zigeuners, na verloop van tijd steeds meer doelgroepleden
aantrekt die tot dan toe onbekend waren.
Een reden te meer voor het VCW om ervoor te zorgen dat overal een gepast aanbod kan
uitgewerkt worden.
Deze cijfers kunnen niet gebruikt worden als indicatie voor de totale populatie. De
spreiding van voyageurs in huizen en in woonwagens verschilt zeer sterk van de ene regio
tot de andere. In sommige regios (bijv. Limburg) woont de helft van de voyageurs in
huizen. In andere regios (bijv. Meetjesland) is dat 80%. In de meeste regios
is de verhouding zelfs niet gekend. Uit een telling in Limburg bleken er in deze provincie
(afgerond) 1.000 voyageurs te wonen. Geëxtrapoleerd naar de 5 andere provincies en
Brussel kunnen we het aantal Voyageurs schatten op 6.000 mensen.Het aantal Manoesjen
schatten we op 1.200 en het aantal Roms, met winterstandplaats in Vlaanderen, op 600. (1)
Het aantal Oost-Europese Zigeuners is nog
moeilijker te bepalen. Uit onze beperkte contacten kunnen we echter afleiden dat er in
Brussel meerdere honderden families moeten verblijven. Voor de rest van Vlaanderen moeten
we er zeker nog eens zoveel bijtellen. Dit doet ons het aantal Oost-Europese Roma in
Vlaanderen schatten rond de 3.000.
1.3 Eigenheid
Zoals alle cultuurgroepen streven Voyageurs en Zigeuners naar respect voor hun eigenheid.
Omschrijven wat deze eigenheid precies betekent is vrijwel onmogelijk: een
minderheidscultuur wijzigt immers naargelang de evoluties van de dominante cultuur
waarbinnen zijzelf evolueert.
Het meest frappante voorbeeld is wel de benaming "woonwagen"bewoner. In feite
woont momenteel slechts een klein deel van de voyageurs in woonwagens. De Belgische
zigeuners wonen meestal in woonwagens, de Oost-Europese zigeuners practisch altijd in
huizen en de doortrekkers uiteraard in caravans. Vandaar dat in de publicaties van het VCW
steeds wordt gesproken van Voyageurs en Zigeuners.
Eigenheid=cultuur
Hun gemeenschappelijke eigenheid is te vinden op het culturele vlak. Daaraan valt o.m. op
dat Zigeuners en Voyageurs zichzelf ervaren als een zelfstandig volk (intern verdeeld
zoals zovele volkeren) dat leeft en ontwikkelt binnen, maar los van, de
meerderheidscultuur rondom hen. Met deze meerderheidscultuur hebben zij een pragmatische
overlevingsrelatie: uitwisselen van goederen en diensten. De basis van die relatie is
economisch. Dit weerspiegelt zich doorheen elk contact tussen de burger- en
nomadencultuur. Ook een woonwagenwerk is voor hen op de eerste plaats een hulpmiddel om te
overleven. Hetzelfde geldt voor onderwijs, arbeid, gezondheid, welzijnsvoorzieningen ...
Zij nemen ervan wat nodig is maar slechts in zoverre het past binnen hun cultuur: zij
blijven steeds alert dat "wij" geen burgers van hen zouden maken.
Binnen deze context hebben tsiganologen enkele typerende kentrekken van de nomadische
cultuur in kaart gebracht. Het betreft categorieën die onderling zo verweven zijn, dat de
opsplitsing kunstmatig kan overkomen, het komt echter wel de duidelijkheid ten goede.
Wij en zij
De nomadische maatschappij is gestructureerd via "clans": een uitgebreide
familieband, waarin ook niet-bloedverwanten kunnen opgenomen zijn. In deze cultuur valt
het onderscheid tussen wij (Zigeuners, Voyageurs) en zij (de burgers) het meest op. Deze
scheiding is vooral gevoelsmatig en dus zeer diep. Typerend hierbij is bijv. dat Zigeuners
in hun taal geen woord hebben voor "Zigeuner" maar wel voor
"niet-Zigeuner": gadgo (mv: gadgé). Het resultaat hiervan is wel een
fundamenteel wantrouwen tegenover alles dat uit de burgerwereld komt.
Hier en nu
Vanuit een levenswijze waarin rondtrekken een essentieel deel uitmaakte is een
ongebondenheid aan tijd en ruimte een logisch gevolg. Zij leven in een eeuwigdurend nu. Er
wordt dus weinig gepland op lange termijn. Hun leven, werken en wonen vormen een eenheid.
Vandaar dat de opdeling van de levenssferen in de burgermaatschappij (school, werk, thuis,
ontspanning, godsdienst) weinig aansluiting vindt in hun denkwereld.
Hun groot vertrouwen in "Geluk hebben" past ook in dit kader. Bijv. op het vlak
van gezondheid zal men er sterk op vertrouwen het geluk te hebben van gezond te blijven,
terwijl preventieve zorgen minder aandacht krijgen.
Rein, onrein
Voyageurs en Zigeuners zijn zeer begaan met zuiverheid. Zowel morele maar zeker de
fysieke. Dit uit zich in een zeer propere woonwagens, nauwgezette voedselbereiding e.d.
Het onderscheid dat nomadische groepen intern maken wordt vaak verwoord in termen van
zuiverheid.
Flexibiliteit
De fierheid van Voyageurs en Zigeuners is hun all-round vakmanschap. Als een beroep
vandaag niet meer loont schakelen ze morgen over op een ander (tweedehandsauto's, schroot,
ambulante handel ...). Het blijkt tot de eigenheid van de Zigeunercultuur te horen dat zij
zich nestelen in de zgn. niches van de economie. "Werken gaan" zoals bij de
gadge trekt hen hoegenaamd niet aan. De zelfstandige arbeid staat hoog in hun vaandel
Cultuur=Collectief
Belangrijk is hierbij te vermelden dat deze cultuurtrekken blijkbaar gedeeld worden door
alle zigeuners ter wereld (hierin begrepen ook de voyageurs, reizigers, travellers,
tinkers, Yenisch...). Dit maar om duidelijk te stellen dat we hier te maken hebben met een
verschijnsel dat kan bogen op een eeuwenlange traditie ondanks vervolging en een sterke
geografische spreiding.
1.4 Maatschappelijke kwetsbaarheid
Al de nomadische groepen hebben doorheen hun geschiedenis altijd kunnen terugvallen op
welménende individuen of organisaties binnen gemeenten, steden, kerken, gilden... Maar de
grote lijn van die geschiedenis blijft een spiraal van afwijzing. Hierdoor vergrootte de
afstand en stilaan ontpopte zich een vijandigheid tussen de nomadische en de sedentaire
cultuur. Dit deed de repressie op zijn beurt weer toenemen. Hoogtepunten hierin zijn zeker
de klopjachten op Heydens (want zo werden de rondtrekkenden toen genoemd) in de 18de eeuw
en de officieel geplande totale vernietiging op internationale schaal in de Tweede
Wereldoorlog. Hun geschiedenis lijkt wel een illustratie van toenemende maatschappelijke
kwetsbaarheid over de generaties heen: hoe sterker mensen en groepen gestigmatiseerd
worden als verworpenen, hoe meer kans dat ze ook effectief afstand nemen van die
maatschappij.
Het departement Criminologie van de
KULeuven ontwikkelde de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid (7). Daarin wordt
verklaard hoe personen en groepen, die niet voldoen aan de algemeen geldende
(middenklasse-) normen, systematisch worden achtergesteld. Dit mechanisme is een samenspel
van culturele en structurele factoren. De culturele component bestaat dan uit waarden,
aspiraties, opvoedingsmodel e.d. De structurele factoren slaan o.m. op inkomen,
huisvesting, beroepsniveau.
Deze groepen, die cultureel niet
gewaardeerd worden, komen vooral in aanraking met de sanctionerende kanten van de
maatschappelijke instellingen. Hoewel deze instellingen bedoeld waren om de kansen op
welzijn van alle burgers te verhogen. De mensen met een lage sociaal-economische status
krijgen echter minder bindingen met (belangrijke personen in) deze instellingen. De
wetmatigheid hierrond bestaat erin dat hoe minder bindingen iemand aangaat met de
maatschappij hoe meer kans die persoon loopt om probleemgedrag te ontwikkelen. Anderzijds:
hoe meer maatschappelijke bindingen een persoon aangaat hoe minder kans er blijkt te zijn
op probleemgedrag.
Doorheen zo een voortgezette kwetsing
krijgt een persoon een deuk in zijn geloof aan zijn waarden en zijn vaardigheden. Hij
vergelijkt zich met de "gewone" mensen en dit resulteert in een negatief
maatschappelijk zelfbeeld: het feit dat ik in een marginale positie kom, wijt ik aan
mijzelf (interne attributie).
Maar elk mens heeft de primaire behoefte
om tot een groep te behoren en binnen die groep iets te betekenen. Elk mens zal dus op
zoek gaan naar gebieden, mensen of groepen die zijn zelfbeeld kunnen opkrikken.
Dat vindt hij in een referentiegroep die
zorgt voor een externe attributie (mijn marginaliteit wijt ik aan de anderen). Binnen deze
groepen vormt zich de anticultuur die zeer verschillende vormen kan aannemen: berusten ,
provoceren e.d.
De Voyageurs en Zigeuners hebben een
cultuur die van geboorte tot graf steeds aanwezig is: er is blijkbaar geen
"begin" van een anticultuur in de loop van een individueel leven. Hun cultuur is
er een die van generatie op generatie de afstand tot de burgerwereld cultiveert.
We zien bijvoorbeeld dat ook
voyageurskleuters deze afstand onderhouden.
1.5 Emancipatie
Tegenover deze achterstelling van de nomadische cultuur stelt het VCW een fundamentele
noodzaak aan emancipatie.
Het VCW is er zich van bewust dat emancipatie een opdracht is voor de belanghebbende op de
eerste plaats. Wij ondernemen daarom zoveel mogelijk initiatieven die steunen op vragen
vanuit de doelgroepen.
Daarnaast ontwikkelt het VCW een aanbod op eigen initiatief. Dit aanbod kadert in haar
bemiddelingsopdracht tussen twee culturen die vaak tegenover elkaar staan met een muur van
wantrouwen, onbekendheid en onbegrip tussen beide. Het eigen aanbod van het VCW is echter
steeds gebaseerd op een streven naar een verhoging van kansen tot emancipatie: vanuit een
keuze voor de woonwagenbewoners, ondanks alles.
1.5.1 Principe
De activiteiten van het VCW moeten erop gericht zijn dat
woonwagenbewoners als volwaardige partners de evolutie van de maatschappij mede in handen
nemen.
Woonwagenbewoners:
Voyageurs, Roms en Manoesjen; zowel de populatie als geheel als deelgroepen en individuen.
nemen ... in handen:
er is dus een recht op betrokken zijn en betrokken worden
mede:
als gevolg van het partnerschap, wij opteren dus niet voor apartheid: wij werken
categoriaal waar het moet, inclusief waar het kan
volwaardige:
met respect voor hun eigenheid en bevordering van hun mondigheid
partner:
hierbij streven wij naar het inpassingsmodel van het Koninklijk Commissariaat
voor de Migranten. (3)
- Wat de openbare orde betreft - zoals de gelijke rechten en plichten van man en vrouw in
een huwelijk, of gelijk loon voor gelijk werk in het arbeidsrecht - moeten partners van de
Belgische maatschappij zich aanpassen.
Het VCW wijst op de noodzaak van een correct begrip van de notie "openbare
orde". Deze term wordt door gemeentebesturen immers al te vaak gebruikt om
uitdrijving van woonwagens te verrechtvaardigen.
.- Wat betreft de oriënterende sociale basisbeginselen die de cultuur van een land
schragen en die met "moderniteit", "emancipatie" en "volwaardig
pluralisme" te maken hebben pleit het Commissariaat voor een "consequente
bevordering van een zo goed mogelijke inpassing".
- Voor het derde niveau - de godsdienstbeleving, de gezinsvormen en andere cultuuruitingen
- roept het Koninklijk Commissariaat op tot respect voor de culturele verscheidenheid
omdat ze kan leiden tot een wederzijdse verrijking. Elk van deze drie domeinen vereist een
juiste inpassing :
* de bevordering van de structurele betrokkenheid van de minderheden bij de activiteiten
en doelstellingen van de overheid;
* objectieve informatie en bevordering van de communicatie tussen de verschillende
bevolkingsgroepen;
* de versterking van de strijd tegen racisme en xenofobie.
maatschappij:
hierin zit zowel het structureel bestel als de samenleving van onderuit inbegrepen.
evolutie:
de nomadische cultuur noch de omringende samenleving zijn statische gegevens; wij leven in
een multiculturele maatschappij en wij wensen dit als een waardevol gegeven mee uit te
bouwen.
1.5.2 Opdrachten
Door de structurele en culturele
tekortkomingen heerst er tussen de twee betrokken culturen onbegrip en gebrek aan inzicht.
Het VCW heeft daarom een schakelfunctie: her-talen van "boodschappen" van/naar
beide culturen. Dit concretiseert zich in assistentie bij het creëren van alternatieven,
bij het maken van keuzes en bij het waarmaken van die keuzes.
Door haar positie zelf verwerft het VCW een eigen deskundigheid: kennis en inzicht zowel
in burgercultuur als in de nomadische cultuur gecombineerd met de schakelfunctie
daartussen is aanwezig binnen het VCW. Deze deskundigheid brengt een verantwoordelijkheid
mee om initiatieven te nemen.
Deze opdrachten situeren zich op twee niveaus: individueel en collectief.
Individueel: bevordering van de zelfredzaamheid. Het VCW dient assistentie te voorzien
voor zover het nodig is. We dienen de woonwagenbewoners zoveel mogelijk te vormen zodat ze
zélf hun zaken leren aanpakken;
Collectief: naar de doelgroep: ondersteuning en stimulering van de zelforganisatie of die
nu nationaal is dan wel lokaal, per familie of per onderdeel van de doelgroep. Naar de
maatschappij: binnen de voorzieningen, instituties, beleidsorganen en publieke opinie
helpen ruimte scheppen voor de Voyageur en de Zigeuner. Concreet vertaalt zich dit in het
verlagen van drempels m.n. naar de welzijnsvoorzieningen en tegelijk stappen ondernemen om
de achterstellingsmechanismen in de maatschappij te bestrijden.
1.5.3 Emancipatorische werkwijze
Als het doel emancipatie is, moet de methode
ook emanciperend zijn.
Methode en technieken zijn emancipatorisch als
- zij vertrekken van en aansluiten bij de behoeften van de betrokken mensen zoals zij die
meemaken;
- het zelfwaardegevoel van de doelgroepleden erdoor verhoogd wordt;
- de leden van de doelgroep (opnieuw) het woord (leren) nemen.
Een methode is niet emancipatorisch als het VCW in de plaats van de woonwagenbewoners gaat
denken (beslissen wat goed voor hen is).