4. ONDERWIJS
4.1 Probleemstelling
Ons onderwijssysteem schept niet alleen voor de Voyageurs- en Zigeunerkinderen
moeilijkheden. Ook vanuit de hoek van migranten, vluchtelingen, vierde wereld e.d. worden
met de regelmaat van een klok alarmkreten geslaakt over het gebrek aan flexibiliteit, de
selectiesfeer, de overheersing van de middenklasnormen, de voorrang die te vaak gegeven
wordt aan economische boven humanitaire overwegingen enz.
Ondanks de inspanningen van vele geëngageerde leerkrachten worden wij toch steeds weer
gesterkt in onze overtuiging dat ons onderwijssysteem er vooralsnog niet in slaagt om de
moeilijker leerling op te krikken.
Hoewel de schooldeelname van de Voyageurs- en Zigeunerkinderen toeneemt, blijkt de
kwaliteit van het gevolgde onderwijs niet in evenredige mate toe te nemen. Nog te vaak
zien we dat deze kinderen zwakke resultaten halen op school en dat zij problemen
cumuleren. Hun oorspronkelijke achterstand bij de instap in het onderwijs lijkt een
onoverbrugbare kloof te zijn.
4.1.1 Socio-culturele drempels
Vele woonwagenouders hebben een beperkte schoolervaring en een negatief schoolbeeld .
Bovendien had onderwijs weinig relevantie voor de rondtrekkende woonwagenbewoners, zij
konden overleven zonder schoolse vaardigheden. Echter in de steeds complexer wordende
maatschappij ontstaat een nood aan betere scholing.
De kinderen van nu krijgen de kans om regelmatig naar school te gaan, maar toch blijven
ouders vrezen dat hun kinderen van hen vervreemden onder invloed van het onderwijs.
Het kind staat dus vaak alleen om zich te positioneren tussen thuis- en schoolmilieu.
Woonwagenkinderen komen bij hun instap in het onderwijs in een vreemde wereld terecht: wat
men op school belangrijk vindt staat vaak haaks op wat het kind in zijn thuismilieu als
belangrijk ervaart.
- Zij leven erg gebonden aan het hier en nu, er is voor hen weinig toekomstperspectief of
planning in het leven.
- De opleiding van de kinderen en jongeren moet een praktische opleiding zijn (lezen,
schrijven, rekenen), abstracte doelstellingen zoals zelfontplooiing of algemene
ontwikkeling zijn voor hen geen reden om naar school te gaan.
Bij de Roms komt deze tegenstelling nog scherper naar voor.
Voor de Romkinderen op school stelt zich dus een waar integratieprobleem.
De organisatie van ons onderwijssysteem stemt niet overeen met hun (nomadische)
levenswijze. In onze maatschappij is onderwijs een gesedentariseerd gebeuren, in een
bepaald gebouw en gedurende een afgebakende periode.
Tenslotte stelt zich nog een taalprobleem, zeker voor de zigeunerkinderen voor wie het
onderwijs in het Nederlands, onderwijs in een tweede of zelfs derde taal betekent. Maar
ook bij Nederlandstalige Voyageurskinderen speelt een taalprobleem gezien hun beperkte
woordenschat en begrippenvoorraad.
4.1.2 Psycho-pedagogische drempels
Woonwagenbewoners hebben een waardenbeleving, vaardigheden en aspiraties voor de toekomst
anders ingevuld en dit is niet onderwijsgericht.
- Het woonwagenkind krijgt bv. al heel vroeg stimuli tot het ontwikkelen van de grove
motoriek
(lopen, in bomen klimmen en fietsen ).
- Het kind heeft een haast onbeperkte bewegingsvrijheid.
- Het kan op elk moment zijn activiteiten zelf kiezen.
- Zelden is er speelgoed, teken- of knutselmateriaal aanwezig waarmee de fijne motoriek
ontwikkeld kan worden.
- Woonwagenkinderen leven zoals hun ouders in het nu. Deze ruimte- en tijdsbeleving staat
haaks op de gestructureerde schoolorganisatie.
- Beloning en straf zijn voor woonwagenkinderen sterk momentgebonden; wat vandaag is
toegelaten, is morgen misschien verboden. Dat de regels van vandaag ook morgen nog gelden
is voor hen niet evident.
- Het kind volgt het ritme en de leefgewoonten van de volwassenen. Dit kan tot gevolg
hebben dat woonwagenkinderen het moeilijk hebben met gezag op school.
4.1.3 Continuïteit van onderwijs
De Voyageurs hebben zich in de loop der tijd gesedentariseerd. Sindsdien voldoen haast al
hun kinderen aan de leerplicht, zelfs deelname aan het kleuteronderwijs is voor deze groep
een gegevenheid. Uit onderzoek blijkt dat 94,6% van de voyageurskinderen voldoet aan de
leerplicht, zij het dat slechts 80,3% van de kinderen meer dan 4 dagen per week naar
school gaat. Dit lage cijfer is te verklaren door de woensdagafwezigheden (een halve dag
loont de moeite niet) en het veelvuldig absenteïsme in het secundair onderwijs.
Ook de Manoesjen hebben een zekere onderwijstraditie opgebouwd. Bijna 81% van de kinderen
gaat naar school, slechts 67,8% neemt echter deel aan het secundair onderwijs. Een
specifiek probleem dat zich bij deze groep stelt is het "schoolshoppen".
Het meest opvallende probleem met betrekking tot onderwijs stelt zich bij de Roms. De
meesten onder hen zijn vrij mobiel en hadden tot voor kort geen enkele onderwijservaring.
Uit bovenvermeld onderzoek bleek dat slechts 18,8% van de leerplichtige Romkinderen naar
school gaat (tussen de 40 en 100% van de schooldagen). (2)
Het grootste probleem blijkt nog dat het onderwijs geen antwoord heeft op het rondtrekken,
het leerproces wordt zondermeer voor kortere of langere tijd onderbroken. In elk geval is
een sterk dynamische aanpak vereist voor deze kinderen.
Door het samenspel van de culturele en de
psycho-pedagogische drempels worden vele van deze kinderen reeds op zeer jonge leeftijd
schoolmoe. Kinderen zakken met het verloop van de tijd af naar steeds zwakkere richtingen
of zelfs het buitengewoon onderwijs. Ze wisselen vaak van school en komen uiteindelijk in
het deeltijds onderwijs terecht. Veel jongeren haken op termijn volledig af.
4.1.4 Beeldvorming
Aan de Universiteit van Gent werd onderzoek (4) ontwikkeld over beeldvorming.
Leerkrachten en directies ervaren een agressieve opstelling van Rom-, Manoesj- en
Voyageurskinderen tegenover hun medeleerlingen. Het beeld dat men binnen de scholen heeft
van deze kinderen en hun ouders hangt sterk samen met de maatschappelijke perceptie van
deze bevolkingsgroep. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat Manoesj-kinderen het
minst beoordeeld worden vanuit een neerbuigende houding, zij lijken zich het meest te
hebben aangepast aan de normen en regels van de school. Rom- en Voyageurskinderen
daarentegen worden zeer sterk veroordeeld op basis van hun milieu: het voorkomen en het
gedrag van de kinderen wordt sterk afgekeurd vanuit het eigen waardenkader van de
leerkrachten.
Binnen de theorie notie van
maatschappelijke kwetsbaarheid stelt men vast dat het vooral de culturele dimensie is die
verklaart waarom Voyageurs- en Zigeunerkinderen onvoldoende voordeel halen uit het
onderwijs.
Enerzijds maakt de culturele component dat de jongere de school minder kunnen aanwenden om
de ongelijkheid te verminderen. Hij
zal dus eigen oplossingsgedrag gaan ontwikkelen dat zijn maatschappelijke kwetsbaarheid
juist bestendigt.
Anderzijds wordt de schoolkwetsbaarheid van de jongere meer beïnvloed door de houding van
de leerkracht t.a.v. de culturele kenmerken (waarden, verwachtingen...) van het gezin dan
door de structurele gezinskenmerken (inkomen, woonst). De cultuurverschillen tussen
leerkrachten en ouders zijn bron van heel wat misverstanden die negatieve vooroordelen in
stand houden en tot vicieuze cirkels leiden. Met als resultaat een verminderende
maatschappelijke weerbaarheid van Voyageurs en Zigeuners. (5)
4.1.2 Beleidsmaatregelen
4.1.2.1 Geïntegreerde opvang van kinderen
van woonwagenbewoners en zigeuners in het onderwijs
In drie Vlaamse scholen (voor de Roms in Holsbeek en Mortsel, voor de Voyageurs in As)
zijn projecten opgezet om de integratie van woonwagen- en zigeunerkinderen in het
onderwijs te bevorderen. De projectscholen beschikken over twee projectleerkrachten (48
lesuren) en 100.000 fr. werkingstoelagen (bovenop de reguliere werkingstoelagen).
Voor zigeunerkinderen wordt gewerkt aan schoolse socialisatie voor de nieuwe instappers en
aan beginnend onderwijs voor de gevorderden, met integratiemomenten in de reguliere
klassen.
In de school van As zijn de projectleerkrachten mobiele leerkrachten die
binnenklasdifferentiatie mogelijk maken.
Deze projecten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, het VCW verzorgt de
begeleiding en ondersteuning van de scholen.
4.1.2.2 VFIK-projecten
In het kader van de VFIK-fondsen van de gemeenten Genk (sinds februari. 1993),
Maasmechelen en Hasselt (sinds november. 1991) heeft het VCW contracten afgesloten voor
een "schoolopbouwwerk" voor woonwagenkinderen.
Het doel van deze projecten is om de kloof tussen onderwijs en woonwagengezinnen en
-kinderen te verkleinen zodat de kinderen betere kansen krijgen binnen het onderwijs. De
werking steunt op drie peilers nl. gezinsgericht werken, kindgerichte activiteiten en
schoolgericht werken.
4.1.2.3 Education, travail and travelling
(ET&T)
Ondanks de stijgende aanwezigheid van Zigeunerjongeren in het Lager Onderwijs, haken zij
meestal af wanneer de stap naar het Secundair Onderwijs moet worden gezet. Het project
ET&T wil de geringe deelname van Rom- en Manoesj-jongeren aan het Secundair Onderwijs
bevorderen.
In samenwerking met het Centrum Deeltijds Onderwijs te Laken, wordt een aangepast
curriculum samengesteld en een flexibeler organisatie uitgewerkt. Dit om in het Secundair
Onderwijs ruimte te creëren voor de eigenheid van de Zigeuners. Met dit project willen we
de huidige generatie jongeren een positieve ervaring in het Secundair Onderwijs meegeven.
Deze positieve ervaringen kunnen veel invloed uitoefenen op de latere overstap naar het
Secundair Onderwijs van de jongere Zigeunerkinderen. Het model dat binnen dit project
ontwikkeld wordt zou een plaats moeten krijgen in het regulier onderwijssysteem.
Daar dit project loopt binnen het Europees programma Youthstart werken er transnationale
partners aan mee: Association de Recherche Pédagogique Ouverte en Milieu Tsigane in
Straatsburg, Frankrijk en Kerry Diocesan Youth Service in Tralee, Ierland. Deze
samenwerking moet resulteren in een innoverend model voor toeleiding van Zigeuners naar
het onderwijs en naar de arbeidsmarkt.
Op dit tweejarig project moet een vervolg komen om de voorzichtige interesse van de
Zigeuners voor het Secundair Onderwijs blijvend te kunnen stimuleren; enkel continuïteit
kan dan verzekeren.
4.1.2.4 Regenboogschool
Deze school in Sint-Jans-Molenbeek werkt, onafhankelijk van het VCW, sinds 1986 met
Romkinderen. In 1987 werd de vzw. Rom-Integratie opgericht die instaat voor het vervoer
van en naar school. De Romkinderen worden er sinds het schooljaar 1996-1997 volledig
geïntegreerd in de gewone klassen. Deze school financiert de extra omkadering deels
vanuit het onderwijsvoorrangsbeleid voor migranten. Het VCW voorzag gedurende drie jaar in
een gedeeltelijke betoelaging van de kosten voor het vervoer van en naar de school van de
zigeunerkinderen.
4.2 Algemene doelstelling
Voorkomen en opheffen van maatschappelijke kwetsing in het
onderwijs zodat alle kinderen die in Vlaanderen verblijven (permanent of doortrekkend)
onderwijs krijgen dat aangepast is aan hun capaciteiten en aan hun ervaringswereld.
4.3 Werkdoelen en sleutelactiviteiten
4.3.1 De constructieve communicatie tussen school en gezin op gang brengen en houden
4.3.1.1 Het verhogen van het inzicht in de structuur en de organisatie van het
onderwijssysteem bij de ouders.
Hiertoe worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- minstens eenmaal per jaar huisbezoeken bij alle gezinnen met kinderen tussen 0 en 18
jaar
- publicatie in de Trekhaak van minstens drie artikelen over onderwijs
4.3.1.2 Vijf op tien ouders met
leerplichtige kinderen hebben minstens eenmaal per jaar persoonlijk contact met de school
en/of het PMS
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- registratie van individuele vormingsmomenten tijdens de huisbezoeken
- het organiseren van groepsbijeenkomsten voor ouders minstens tweemaal per jaar
- het recruteren van vier ervaringsdeskundigen
4.3.1.3 Het inzicht in de problematiek van
de doelgroep bij het schoolteam vergroten
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- contacten onderhouden met alle scholen waar er Voyageurs- en Zigeunerkinderen uit de
wagens naar school gaan
- informatie geven op personeelsvergaderingen van scholen waar meer dan 5 Voyageurs-
en Zigeunerkinderen uit de wagens naar school gaan
- bevorderen van persoonlijke contacten via terreinbezoeken van minstens 1 leerkracht en 1
directielid na de personeelsvergadering
- eenmaal per jaar een voordracht in een normaalschool in de provincies waar het VCW
werkzaam is
4.3.2 De ontwikkelingskansen van het kind
thuis verhogen
4.3.2.1 We willen een schoolvriendelijk gezinsklimaat stimuleren in Voyageurs- en
Zigeunergzinnen
Om dit te bereiken worden de volgende sleutelactiviteiten opgezet:
-werkers van het VCW bieden een antwoord op gezinsvragen die door het gezin zelf
voorgelegd worden
- indien nodig en mogelijk, stimuleren en begeleiden van een doorverwijzing (2de lijn)
- modelling
4.3.2.2 Stimuleren van de ouders om hun
kinderen minimum twee jaar het kleuteronderwijs te laten volgen
Dit willen we bereiken via de volgende sleutelactiviteiten:
- informatie geven aan ouders: gebruik maken van de videomontage over het
kleuteronderwijs. en ander materiaal
- bij gezinsbezoeken specifieke aandacht besteden aan ontwikkelingsaspecten die een
basisvoorwaarde zijn voor een goede start in het onderwijs o.a. fijne motoriek,
taalontwikkeling, ...
4.3.2.3 Het aanreiken van zinvolle
vrijetijdsbesteding
Om dit te bereiken worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- elk jaar meer kinderen toeleiden naar reguliere speelpleinen, jeugdbewegingen, sport- en
hobbyclubs
- afbouwen van de eigen speelpleinwerking gedurende de schoolvakanties
4.3.2.4 Het bieden van individuele
studiebegeleiding
Om dit te bereiken worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- het bieden van studieplanning voor leerlingen van het middelbaar onderwijs
- het recruteren en begeleiden van vrijwilligers voor de huiswerkbegeleiding van kinderen
in het lager onderwijs
4.3.3 Welbevinden en de betrokkenheid van
de woonwagenkinderen op school verhogen
4.3.3.1 Counselling van leerkrachten over individuele problemen van kinderen
Door het informeren en het sensibiliseren beogen we een stijgend aantal spontane oproepen
vanuit de scholen en het PMS
4.3.3.2 Bekendmaken van beleidsmaatregelen
over onthaal van Voyageurs en Zigeuners in het onderwijs.
Hiertoe worden volgende sleutelactiviteiten opgezet:
- Folder over reglementen voor onthaal van Voyageurs- en Zigeunerkinderen maken en
verspreiden onder alle scholen
- Regionale informatiemomenten organiseren op tijdstippen van uitgave
4.3.3.3 Aangepast onderwijsmateriaal ter
beschikking stellen van scholen
- Vanuit Steunpunt ICO een afdeling intercultureel onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners
uitbouwen en het materiaal actief ter beschikking stellen
4.3.3.4 Opleiden van ervaringsdeskundigen
Het VCW wil aan vier Voyageurs- en Zigeunervrouwen een opleiding aanbieden tot
intercultureel bemiddelaar in het onderwijs. Er zal getracht worden voor deze bemiddelaars
een (deeltijdse) baan te creëren. De training van deze mensen is opgevat in combinatie
met praktijk in enkele geselecteerde scholen. Deze training is vooralsnog niet voorzien om
uit te monden in een gehomologeerd diploma. Deze norm zou te hoog gegrepen zijn vermits de
personen die voor deze opleiding in aanmerking komen niet voldoende schools gevormd zijn
om een uitgebreide theoretische opleiding aan te pakken.
Hoofddoel is dat deze bemiddelaars kennis hebben van het onderwijssysteem, van de
problemen in het systeem en in onze doelgroep en daarbij vaardigheden trainen op het vlak
van (interculturele) onderhandelingen. Ons eerste opzet is ook niet om deze mensen een
taak te geven in het sensibiliseren van de doelgroep, vermits we ervaren hebben (hier en
bij Europese partners) dat dit slechts met succes kan binnen zeer beperkte
deeldoelgroepen.
Binnen het Europees Socratesprogramma zijn hiervoor toelagen aangevraagd vanaf het
schooljaar 98-99.
4.3.3.5 Publiceren
Actualiseren en verspreiden van de brochure "Woonwagenkinderen op weg naar
school". Deze publicatie moet voorzien in informatie over de doelgroepen en in
handreikingen om deze kinderen in de reguliere klassen beter op te vangen. Op de eerste
plaats is hij bestemd voor leerkrachten in het kleuter- lager- en middelbaar onderwijs.
4.3.3.6 Onderzoek opzetten
naar de concrete, actuele situatie van kinderen van Voyageurs en Zigeuners in het
onderwijs
4.3.4 Beleidsgericht werken
4.3.4.1 Uitbouw van een Steunpunt Onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners
Opbouw van een Steunpunt Onderwijs voor Voyageurs en Zigeuners dat beleidsadviezen zal
formuleren om het onderwijs voor deze doelgroep te optimaliseren. Het zal instaan voor de
begeleiding van scholen voor de ondersteuning van de VCW-werkers "te velde".
4.3.4.2 Samenwerken
met bestaande begeleidings- en ondersteuningsdiensten van het onderwijs i.f.v. meer
aandacht voor de doelgroep. Een koepel op het Vlaams niveau zal per jaar gecontacteerd
worden voor een seminarie, aangeboden door het VCW.
4.3.4.3 Structurele onderwijsvoorzieningen
voor de doelgroep
In het reguliere doelgroepenbeleid van Onderwijs zullen structurele maatregelen opgenomen
worden op maat van Voyageurs en Zigeuners.
4.3.4.4 Afstandsleren
Onderwijs op afstand kan voor sommige doelgroepkinderen een oplossing zijn voor de opvang
van de kloof die vaak geschapen wordt door het trekken tijdens de zomer. Het VCW zal
ervoor ijveren dat een aangepaste vorm van onderwijs op afstand erkend kan worden binnen
de wet op de leerplicht.
4.3.4.5 Structurering onderwijsopbouwwerk
De huidige verworvenheden van het VCW op het vlak van schoolopbouwwerk met Voyageurs en
Zigeuners dient een plaats te krijgen binnen de structurering van de sector
Onderwijsopbouwwerk