5. ARBEID
5.1 Probleemstelling
5.1.1Algemeen
Inkomen en beroepsstructuur van de
woonwagenbevolking ouder dan 18 jaar
Zelfstandige arbeid 26,7 %
Loonarbeid 14,7 %
Vervangingsinkomen 52,9 %
Ander inkomen 05,7 %
(Deze cijfers gelden enkel voor de bevolking die effectief in wagens woont.)
De traditionele beroepen van de
woonwagenbewoners zijn economisch van steeds minder tel. We denken daarbij aan slijperij,
de ijzerhandel, autohandel, stoelenvlechters, deur- aan deurverkoop enz... Een alternatief
hiervoor is niet zomaar te voorzien vermits Voyageurs en Zigeuners fundamenteel gericht
zijn op flexibel en zelfstandig werk, vanuit hun eigen dynamiek..
Arbeid in loondienst is op de eerste plaats bijna niet te vinden en daarbij behoort het
niet tot de cultuur van woonwagenbewoners. Onze bekommernis gaat hierbij nog speciaal uit
naar de jongeren, die niet meer kunnen terugvallen op traditionele bezigheden zoals hun
ouders. Zij hebben dus bijna geen toekomstperspectief meer.
5.1.2 Beleidsmaatregelen
De Vlaamse werkgelegenheidsconferentie van maart 93 voorzag een doelgroepenbeleid voor
mensen die worden uitgesloten van de arbeidsmarkt. Daarbij werd er gepleit
- voor een gedifferentieerde benadering, aangepast aan de specifieke noden;
- voor een integrale aanpak van de oorzaken van de precaire arbeidssituatie;
- voor een coördinatie tussen alle actoren.
De VDAB ontwikkelde geen beleid dat gericht is op Voyageurs en Zigeuners.
5.2 Algemene doelstelling
Het VCW wil ertoe komen dat alle woonwagenbewoners een
gemotiveerde keuze kunnen maken voor een lucratieve, maatschappelijk gewaardeerde arbeid,
aangepast aan hun cultuur en hun capaciteiten en die keuze ook waar kunnen maken.
5.3 Werkdoelen
Arbeid is een zaak die Voyageurs en Zigeuners beschouwen als hun eigen territorium. Van
oudsher trekken zij hun plan en daarbij hebben zij in principe de burgers enkel nodig als
potentiële klant.
Deze mentaliteit is zeer levendig en behoort tot de identiteit van deze mensen.
Het VCW is een beperkte organisatie, de doelgroep zit ver verspreid, het is dus een zware
opgave om bijvoorbeeld een tewerkstellingsproject op te zetten dat voldoende omvangrijk is
om Vlaanderen en Europa te motiveren om met financies over de brug te komen.
Dit alles zal onvermijdelijk doorklinken in de doelstellingen en zeker in de
sleutelactiviteiten die het VCW zich voorneemt.: deze handelen allemaal over het scheppen
en aanbieden van kansen. En daar houdt (voorlopig) onze invloed op.
5.3.1 Binnen bestaande
opleidingsorganisaties de woonwagencultuur bekend maken.
Dit begint met het inventariseren van de opleidingsinitiatieven in elke regio.
Voor een brede waaier van diensten zal een aantrekkelijk en practisch vademecum ontwikkeld
worden waarin beroepsopleiding voor Voyageurs en Zigeuners uitgewerkt wordt.
5.3.2 Categoriale initiatieven
Binnen de bestaande opleidingsdiensten is er nood, bij wijze van drempelverlaging, aan
categoriale initiatieven voor woonwagenbewoners.
Dit begint met een behoeftenpeiling binnen onze doelgroep naar opleidingsbehoeften door
elke regionale werker. Uit de inventaris, vermeld in 5.3.1 kiezen we 1 organisatie per
provincie die het meest geschikt lijkt voor zulk initiatief. De voorkeur gaat ernaar uit
om per provincie een ander type van instelling te kiezen (Open School, VIZO, VDAB, ...).
Met deze centra zal een weg afgelegd worden waarbinnen o.m. intensieve contacten met
Nederlandse voorbeelden zullen gelegd en onderhouden worden.
Met de VDAB zal overlegd worden om in het centrum voor beroepsopleiding in Haasrode, bij
wijze van proef, een opleiding specifiek voor voyageurs aan te bieden.
Deze operaties dienen gecoördineerd te worden door één persoon binnen het VCW, die
voldoende zicht heeft op de arbeids- en opleidingsmarkt en op de woonwagenbevolking.
De gestarte opleidingen zullen door de plaatselijke werker(s) zeer nauw gevolgd worden om
het rendement te maximaliseren. Tevens dienen de opgedane ervaringen uitgangspunten te
worden voor een verder categoriaal dan wel inclusief aanbod. Met elke initiatiefnemer en
deelnemer zal daartoe uitgebreid geëvalueerd worden voor bijsturing.
5.3.3 Prioriteit bij het activeren van de
jongeren
Om te starten zullen we op 1 terrein per provincie een intensieve, informele contactname
met jongeren opbouwen via individuele gesprekken. Door het aanbieden van interessante
topics werken we naar groepssessies (vb. lassen, houtbewerken, bedrijfsbezoeken).
Vandaaruit kunnen we hun interesses rond arbeid aanvoelen en initiatieven hierop enten. Na
evaluatie van de werking op het eerste terrein kunnen we stappen zetten naar een tweede
en/of naar voyageurs in huizen.
Hierbinnen is de rol van vrijwilligers onmisbaar. Het is een taak die niet door de
regionale werker zelf kan opgenomen worden, wegens te tijdsintensief. We dienen dus van in
het begin vrijwilligers te werven. In elke regio waar zulk initiatief gepland wordt,
zullen daarom stagiairs aangetrokken worden die zowel de eerste activiteiten als de
werving van vrijwilligers zullen organiseren.
5.3.3 Op aanvraag individuele
trajectbegeleiding aanbieden.
Wij doen hiervoor een beroep op bestaande diensten. Onze rol is jongeren met hun
verwachtingen te introduceren bij deze diensten en de evolutie opvolgen: ondersteunen en
bemiddelen als het ergens dreigt spaak te lopen.
5.3.4 Tewerkstellingsprojecten
In de periode 1997-2002 wenst het VCW zelf geen projecten voor tewerkstelling van
Voyageurs en Zigeuners op te zetten. Waar zulke initiatieven ontstaan zal het VCW de
nodige steun bieden: introductie in Europese fondsen, werving via het tijdschrift Den
Trekhaak ...