TUSSEN SCHOOL EN WAGEN
Onderwijs aan Voyageurs, Manoesjen en Roms

Beste Meester,
Liefste Juf,

Heeft u dat soms ook ? Dat onbestemd gevoel van ik wil wel en ik kan het ook, maar ik bereik ze niet: die kinderen die "altijd in de buurt zijn" als er keet wordt geschopt, van wie de ouders nooit te zien zijn op een ouderavond of aan de schoolpoort.
Je zit met het gevoel dat hun ouders niet echt geïnteresseerd zijn in school. Dat ze hun kinderen maar wat "laten lopen".
Jijzelf zou die kinderen best alle kansen willen geven. Maar dat eenrichtingsverkeer vind je op de duur niet meer eerlijk. Moet dan àlles van de school komen ?
In dit boek stellen we dat de band die jij opbouwt met dàt kind, zo belangrijk is, dat hij zijn stempel drukt op de hele schoolse, professionele en sociale carrière van het kind.
Zeker als het gaat om kinderen van Voyageurs, Manoesjen of Roms: hun eerste contact met de burger is bij jou, in de klas. Als dat positief verloopt is de basis gelegd voor hun latere integratie. De school speelt dus wel een cruciale rol, of we dat nu graag hebben of niet.
Dit boek geeft je de nodige informatie over hun cultuur, taal, opvoeding… Over onze ervaringen met kinderen van Voyageurs en Zigeuners in de klas.

We geven je heel wat denkstof en tips.

Maar van hen houden moet je nog steeds zelf doen.

 

 

 

INHOUDSTAFEL

 

 

Hoofdstuk 1.

Achtergronden van de onderwijsproblematiek van Zigeuners en Voyageurs

 

 

1. Groepen

Voyageurs

Manoesjen

Roms

 

4. Opvoeding

Kenmerken van de opvoeding

Toewijding

Vragen en geven

Weinig sturing

Beroepsbekwaamheden

Geen aparte kinderwereld

Opvoeding door de groep

Opvoeding van jongens en van meisjes

De opvoeding en moeilijkheden op school

Problemen

Uiting in het gedrag

5. Taal

Taal en taalgebruik van de Zigeuners

Romanès

Manoesj

Gelijkenissen en verschillen tussen Zigeunertalen

Taal en taalgebruik van de Voyageurs

Bargoens

Thuistaal en schooltaal : moeilijkheden op school

Zigeuners : onderinstromers en zij-instromers

Voyageurs

Taalvaardigheid en andere factoren die het schoolsucces bepalen

Taalvaardigheid thuis en op school

Deelvaardigheden

Taalachtergrond, sociaal milieu en andere factoren

Taalonderwijs

 

literatuur

 

 

Hoofdstuk 2.

Het schoolgaan van Zigeuners en Voyageurs bekeken vanuit de theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid

 

Probleemschets en theoretisch kader

Onderwijsproblemen van Zigeuners en Voyageurs : een schets

Maatschappelijke kwetsbaarheid in een notendop

Waarde van de theorie

Kloof tussen culturen

Eigenheid

Minderheid

De afstand vergroot

Kloof tussen opvoeding in het gezin en schoolvoorwaarden

Verschillen tussen gezin en school

Tijdsbewustzijn

Mobiliteit

Structuur

Taal

Motoriek

Taakgerichtheid

Onderwijsmotivatie van de ouders

Waarom wel naar school gaan

Waarom niet naar school gaan

Geen aansluiting

Schoolvoorwaarden

In de ogen van leerkrachten : beeldvorming

Beeldvorming van leerkrachten over leerlingen

Beeldvorming over Rom-leerlingen

Beeldvorming over Manoesj-leerlingen

Beeldvorming over Voyageur-leerlingen

Beeld van de groep en beeld van het kind

Sociale binding en neerwaarts proces over de generaties heen

Sociale binding : positieve ontwikkeling

Sociale binding : negatieve ontwikkeling

Doorbreken van de neerwaartse spiraal : een uitdaging

Het individu

De maatschappij

Het onderwijs

literatuur

 

 

 

Hoofdstuk 3.

Onderwijsvoorzieningen voor woonwagenkinderen in Vlaanderen

 

 

1. Wat vooraf ging

 

2. Huidige onderwijsvoorzieningen

Lager onderwijs

Doelstellingen van de projecten basisonderwijs

Organisatie

Categoriale opvang van de Rom-kinderen met gerichtheid op integratie

Gedifferentieerde opvang voor Voyageurskinderen

Onderwijs aan Manoesj-kinderen

Knelpunten

2.2. Secundair onderwijs

 

 

3. Leerplicht

 

 

4. Langzaam maar zeker vooruit

 

 

literatuur

 

 

Hoofdstuk 4.

Zigeuner- en Voyageur-ouders over de school

 

 

1. Eigen ervaringen

 

2. Wantrouwen

 

3. Onderwijsmotivatie

 

4. Verwachtingen

Verwachtingen omtrent onderwijs bij de Roms

4.2. Verwachtingen omtrent onderwijs bij de Manoesjen

4.3. Verwachtingen omtrent onderwijs bij de Voyageurs

 

 

5. Invloed van de beeldvorming van ouders op kinderen

 

 

literatuur

 

 

 

Hoofdstuk 5.

Aanbevelingen

 

Inleiding

 

2. Randvoorwaarden

Informatie

Niveau van de school

Niveau van de Zigeuner- en Voyageurouders

Niveau van het beleid

Vertrouwensrelatie leerkracht-kind

Vertrouwensrelatie leerkracht-ouder

Brugfiguur tussen school en gezin

De school

Organisatie

Integratie

Belang van kleutergericht werken

Differentiatie

Aanpak schoolverzuim

Zorgverbreding

Taalvaardigheidsonderwijs

Intercultureel onderwijs

Aanbevelingen op schoolniveau

Aanbevelingen op klasniveau

Aanwending extra lestijden

Onderwijsbegeleiding VCW

Beleid

 

literatuur

 

 

 

Bijlagen

 

 

Bijlage 1. Aantal gemeentelijke standplaatsen

 

Bijlage 2. Ontwikkeling van de sociale binding op school

 

Bijlage 3. Onderwijsmateriaal

Zorgverbreding

Taal

ICO

Bijlage 4. Nuttige adressen

Het VCW

Projectscholen voor het onderwijs aan Zigeuners en Voyageurs, waarnaar gerefereerd wordt.

Begeleidingsdiensten en materialenbanken

 

 

Woord vooraf door Marc Verlot

 

Het voorliggend boek geeft een synthese van recente inzichten en ervaringen inzake onderwijs aan Voyageurs en Zigeuners. Het bezit een duidelijke opbouw en een klare verhaallijn. Onderwijsmensen en geïnteresseerden in onderwijs- en cultuurprocessen krijgen een bruikbaar en leesbaar instrument aangeboden.

 

Het boek is meer dan zomaar een pleidooi voor beter onderwijs aan Voyageurs en Zigeuners. Het put uit recente inzichten zoals daar zijn: het taalvaardigheidsonderwijs, de beweging rond zorgverbreding, intercultureel onderwijs en de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid. Bovendien incorporeert het de resultaten van het antropologisch onderzoek van Nele Goethals (Universiteit Gent) en geeft zo een extra dimensie aan de analyses.

Maar het boek is bovenal een neerslag van jarenlange ervaringen, opgedaan op de woonwagenterreinen en in de school. Er wordt een vrij accuraat portret opgehangen van het onderwijs aan Zigeuners en Voyageurs. Her en der is de inhoud confronterend, maar de realiteit is niet anders.

Portrettering houdt steeds het gevaar in van eenzijdigheid. Het beschrijven van de cultuur van zulke verscheiden en kleine groepen zoals de Zigeuners en Voyageurs in Vlaanderen/België kan leiden tot overaccentuering. Dit verwijt is hier niet op zijn plaats, omdat het VCW een authentieke bezorgdheid wil uitdrukken over de particuliere en veelal extreem marginale situaties waarin Zigeuners en Voyageurs leven.

Overdrijving is er wel wanneer de cultuur in de school wordt getypeerd in termen van ‘de heersende ideologie van de middenklasse’. Het is mij niet onmiddellijk duidelijk wat die ideologie wel is in een periode waar precies het einde van de ideologie zich voltrekt. Met dergelijke zinsneden wordt onvoldoende recht gedaan aan de verscheidenheid in Vlaamse scholen. Maar er steekt een terechte vingerwijzing in. Scholen hebben het moeilijk met onderwijs aan Zigeuners en Voyageurs en grijpen te makkelijk naar culturele argumenten om het gebrek aan resultaten met de leerlingen te verklaren.

 

Zoals uit het boek blijkt zijn er de laatste 10 jaar in enkele scholen ernstige inspanningen geleverd. De projecten in de scholen sedert 1989 spelen in op een toegenomen vraag naar scolarisering vanuit de minderheidsgroepen.Het blijft echter een eeuwig afwegen in welke mate de school specifieke, rechtstreekse ondersteuning biedt aan de doelgroep en in welke mate ze investeert in algemene kwaliteitsverbetering. De initiële opzet was de toeleiding naar en de doorstroming in het lager onderwijs te organiseren. Gaandeweg is de klemtoon verschoven naar het kleuteronderwijs, inspelend op de vraag of ook de kleinere broers en zussen naar school konden komen. Dit in antropologische termen onverwacht succes stelt de projectscholen voor een vergaande uitdaging, het waarmaken van het nieuwe vertrouwen. Dit vertrouwen is broos en zoals uit het onderzoek van Goethals blijkt, voorwaardelijk. Met deze nieuwe ontwikkeling voelen scholen zich soms - na alle geleverde inspanningen - overbevraagd. Ze zien niet steeds in waarom de verwachtingen en normen die ze steeds hebben gesteld, nu ineens moeten bevraagd worden. Deze vragen stellen zich niet alleen naar de projectscholen. Naarmate het aantal kinderen uit verschillende cultuurgroepen toeneemt, zullen alle scholen daarmee geconfronteerd worden en evolueren in de richting van intercultureel onderwijs.

 

De vragen aan scholen komen ook terug op beleidsvlak. In welke mate moeten er aparte voorzieningen worden gecreëerd voor Zigeuners en Voyageurs? Vanaf welke leeftijd? En tot wanneer?

Voortgaand op eigen inzichten ben ik van mening dat aparte voorzieningen voor minderheidsgroepen en a fortiori voor dergelijke kleine marginale groepen enkel nodig en verantwoord zijn in een initiële fase en in de basisvorming (basisonderwijs + 1e graad secundair).

Voorbij de basisvorming missen aparte voorzieningen hun doel (doorstroming en integratie) en zijn omwille van de kleine aantallen hoe dan ook onhaalbaar.

Het is evenmin aangewezen in de basisvorming langer dan nodig aparte voorzieningen aan te houden. Waar er zich een zekere concentratie voordoet, moeten aangepaste en flexibele organisatievormen mogelijk zijn, maar dit mag niet tot segregatie leiden.

De huidige projecten in het basisonderwijs tonen aan dat er een neiging is tot segregatie. Precies om die reden ben ik er voorstander van om zoveel mogelijk scholen te stimuleren Zigeuners en Voyageurs op te nemen in gewone klassen, eerder dan te opteren voor een netwerk van specifieke voorzieningen. De scholen moeten wel beroep kunnen doen op gespecialiseerde ondersteuning zoals het VCW die leverde aan de projectscholen. Voorwaarde is wel dat de school de bereidheid opbrengt haar sociale en culturele doelen te herdenken door rekening te houden met de toenemende verscheidenheid in de samenleving. Het is vervolgens aan de school om daar de pedagogische vertaling van te maken.

 

Dit boek kan daarbij een goede hulp zijn.

 

 

Marc Verlot

Gent/Chité, augustus ‘97

 

 

 

Marc Verlot is docent aan de Universiteit Gent en coördinator van het Steunpunt intercultureel onderwijs. Hij is tevens als expert-attaché inzake minderhedenbeleid verbonden aan het departement onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

 

 

 

 

HOOFDSTUK 1.

ACHTERGRONDEN VAN DE ONDERWIJSPROBLEMATIEK VAN ZIGEUNERS EN VOYAGEURS

Het is niet zo vanzelfsprekend dat je vertrouwd bent met Zigeuners en Voyageurs. Deze bevolkingsgroep is niet zo groot, en deze mensen leven vaak buiten de woonkernen. In doodgewone huizen, in chalets of caravans. Wanneer de realiteit van hun bestaan onzichtbaar is, staat alleen de mythe van dit volk ons voor de geest. En zelfs al heb je wel eens een woonwagenterrein in je buurt opgemerkt, dan weet je waarschijnlijk nog niet wie de bewoners zijn en hoe ze leven. Tenzij je persoonlijke contacten met hen hebt, of geïnformeerd bent langs een betrouwbare weg.

De onderwijsproblematiek van Manoesjen, Roms en Voyageurs in Vlaanderen moet je zien tegen de achtergrond van hun totale leefwijze. Daarom behandelen we in dit hoofdstuk de groepen die in Vlaanderen leven, hun aantal, hun eigenheid, hun opvoeding en hun taal.

 

1. Groepen

In dit boek hebben we het over drie groepen : Voyageurs, Manoesjen en Roms. Het zijn de deeldoelgroepen van het woonwagenwerk in de Vlaamse Gemeenschap. Deze groepen zijn sociaal gedefinieerd: Voyageur, Manoesj, Rom is diegene die zichzelf zo benoemt en die door de andere respectievelijk Voyageurs, Manoesjen of Roms als zodanig benoemd wordt.

1.1. Voyageurs

De mensen die zich Voyageur noemen zijn autochtonen, afstammend van de trekkende handelaars en ambachtslui van vroeger. Diegenen die wonen in woonwagens, staan nu vaak op gemeentelijke terreinen. Velen onder hen zijn, al dan niet gedwongen, gaan wonen in huizen maar zij blijven zowel voor zichzelf als voor de groep echte Voyageurs. Voyageurs in Vlaanderen zijn Nederlandstalig.

1.2. Manoesjen

De Zigeunerbevolking die wellicht sinds de 15de eeuw in onze contreien vertoeft zijn de Manoesjen. Hun levenspatroon (wonen en werken) lijkt sterk op dat van de Voyageurs. Gemengde huwelijken tussen deze twee groepen komen dan ook geregeld voor.

Als eerste taal spreken zij hun Manoesj en als tweede taal Nederlands.

1.3. Roms

Deze groep kwam wellicht vanaf midden vorige eeuw in verschillende golven in ons land aan. Zij leven sterk nomadisch, hechten grote waarde aan familiale banden en spreken steeds hun Romanes, met als tweede taal Frans.

De vrouwen dragen bij voorkeur hun traditionele klederdracht. Mede daardoor zijn zij misschien de meest opgemerkte groep, hoewel ze in aantal het kleinst zijn.

 

 

 

Rom, Manoesj, Voyageur, gadgo, boer, burger…

Rom en Manoesj is voor burgers een aanduiding van een bepaalde etnische groep. Voor henzelf betekent Rom of Manoesj gewoon "mens".

 

Rom is Romanès voor man.

 

Manoesj betekent mens.

 

Gadgo is Romanès voor niet-Zigeuner. Voor Zigeuner hebben ze zelf geen woord.

 

Boer is Bargoens voor niet-Voyageur. Zowel het woord gadgo als het woord boer zijn negatief geladen.

Wanneer we het in dit boek over niet-Zigeuners en niet-Voyageurs hebben, spreken we over burgers.

 

 

 

 

 

 

BIJLAGEN

 

Bijlage 1. Aantal gemeentelijke standplaatsen

- Aalst (Hofstade) 13

- Aarschot (Ourodenberg) 11

- Antwerpen (Deurne) 24

- Antwerpen (Wilrijk) 12

- As 6

- Bilzen 3

- Diest 5

- Genk (Horensberg-Waterschei) 57

- Gent (Ottergemse Stwg) 12

- Gent (L. De Heerestr.) 5

- Grobbendonk 10

- Heist o/d Berg (Booischot) 10

- Hasselt (Kiewit) 8

- Hasselt (Kuringen) 18

- Ham (Kwaadmechelen) 10

- Leuven (Kessel-lo) 18

- Maaseik (Wurfeld) 24

- Maasmechelen(Eisden) 26

- Mechelen (Grote Nieuwendijk) 20

- Mortsel 26

- Oud Turnhout 8

- Puurs 5

- Rotselaar (Werchter) 6

- St. Jans Molenbeek 8

- St. Katelijne Waver 12

- St. Truiden 16

- Wetteren 15

 

totaal: 387

 

 

 

Bijlage 2. Ontwikkeling van de sociale binding op school

 

invoegen : schema Nicole Vettenburg

 

Uit " Vettenburg, N., & Walgrave, L., 1988. School en probleemgedrag. Kansen en risico’s. Leuven : Katholieke Universiteit Leuven, Onderzoeksgroep Jeugdcriminologie."

 

 

 

Bijlage 3. Onderwijsmateriaal

Zorgverbreding

Laevers, F., & Van Sanden, P., 1992. Basisboek voor een ervaringsgerichte kleuterklaspraktijk. Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Dit basisboek biedt leerkrachten van het kleuteronderwijs een houvast om stap voor stap te werken aan een nieuwe aanpak, vertrekkend van de huidige praktijk, op eigen tempo en naar eigen mogelijkheden.

Laevers, F., & Van Sanden, P., 1996. Kleurig klashouden. Ervaringsgericht werken met kansbelemmerden en migranten in het kleuteronderwijs. Leuven, Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Ervaringsgericht aan zorgbreedte werken in het kleuteronderwijs.

Van den Broeck, K., & Van Sanden, P. Juf tussen culturen. Praktijkverhaal over ervaringsgericht werken met 2.5 en 3-jarige kansbelemmerden en migranten. Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Een leerkracht doet haar verhaal over over haar aanpak en ervaring als ze met bouwstenen uit Kleurig Klashouden aan de slag gaat.

Laevers, F., 1992. Ervaringsgericht werken in de basisschool. Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Kader om de betrokkenheid te vergroten, met concrete voorbeelden. Betrokkenheidsfactoren en organisatievormen.

Laevers, F. (Red.) De Leuvense betrokkenheidsschaal voor kleuters (LBS-K). Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Videomontage en handleiding om de verschillende niveaus van betrokkenheid te illustreren en te leren scoren.

Laevers, F., Peeters, A., & Vanwijnsberghen, P. De Leuvense betrokkenheidsschaal voor leerlingen (LBS-L). Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Videomontage en handleiding om de verschillende niveaus van betrokkenheid te illustreren en te leren scoren.

Kog, M., & Moons, J. Een doos vol gevoelens. Een speelleerset voor jonge kinderen rond de gevoelens "Blij, Boos, Bang, Verdrietig". Leuven : Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs.

Om jonge kinderen te helpen bij het leren herkennen, onderscheiden en benoemen van de 4 basisgevoelens.

Taal

Didactisch materiaal dat speciaal ontworpen is voor het aanbieden van taakgericht taalonderwijs, kan een voortreffelijk hulpmiddel zijn. Ook ander materiaal kan gebruikt worden in taalvaardigheidsonderwijs, het gaat tenslotte meer om houdingen en vaardigheden van de leerkracht dan om materiaal. We stellen enkele taalpakketten voor, die volgens ons zeer bruikbaar zijn.

2.1. Taalvaardigheid in de kleuterklas

Jaspaert, K., (1994). Taal-materiaal. Talig omgaan met materialen in de kleuterklas. In de reeks Kleutertaal-Leidstertaal. Deurne : Plantyn.

Jaspaert, K., (1995). Taal-verhaal. Prentenboeken, verhalen en drama in de kleuterklas. In de reeks Kleutertaal-Leidstertaal. Deurne : Plantyn.

Jaspaert, K., (1997). Taal-centraal. Taalbeschouwing in de kleuterklas. In de reeks Kleutertaal-Leidstertaal. Deurne : Plantyn.

Schatkist. Tilburg : Zwijsen.

Kleuters ondernemen allerlei activiteiten naar aanleiding van voorleesverhalen. Hierbij doen ze ervaringen op die bijdragen aan de taalontwikkeling (Schatkist-taal/lezen) en aan wiskundige vaardigheden (Schatkist-rekenen).

2.2. Taalvaardigheid in het basisonderwijs

Jaspaert, K.,(1995 en 1996). De Toren van Babbel. Nederlands voor de lagere school 1 t.e.m. 6. Deurne : Plantyn.

De Tuin van Babbel : buitengewoon onderwijs

2.3. Taalvaardigheid in het secundair onderwijs

Bogaert, N., & Goossens, G., (1992). Klimop 1. Reis naar de wereld. Nederlands voor de eerste graad van het Secundair Onderwijs. Tekstboek, oefenboek en handleiding. Deurne : Plantyn-Novum.

Bogaert, N., & Goossens, G., (1993). Klimop 2. Wereldreizigers. Nederlands voor de eerste graad van het Secundair Onderwijs. Tekstboek, oefenboek en handleiding. Deurne : Plantyn-Novum.

Bogaert, N., & Goossens, G., (1994). Klimop 1. Naar andere werelden. Nederlands voor de eerste graad van het Secundair Onderwijs. Tekstboek, oefenboek en handleiding. Deurne : Plantyn-Novum.

Bogaert,N., & Goossens, G., (1996). Tatami 1. Leerlingenboekje en handleiding. Leuven : Steunpunt NT2.

2.4. Nieuwkomers in de kleuterklas

Kleef, M., 1993. Knoop het in je oren. Nederlandse taal voor kleuters in meertalige groepen. Vlaamse aanpassing. Rotterdam : projectbureau OVB.

Ondersteuning van de taalvaardigheid van allochtone kleuters in de tweede kleuterklas.

Boers, M., & Kleef, M., 1993. Laat wat van je horen. Nederlandse taal voor kleuters in meertalige groepen. Vlaamse aanpassing. Rotterdam : projectbureau OVB.

Ondersteuning van de taalvaardigheid van allochtone kleuters in de derde kleuterklas.

Werkgroep Nederlands voor anderstaligen. Van horen en zeggen. Groningen : Wolters-Noordhoff.

Een taalmethode voor anderstaligen die nauwelijks Nederlands praten en wel in hun moedertaal maar niet in het Nederlands kunnen lezen en schrijven.

2.5. Nieuwkomers in het basisonderwijs

Bogaert, N., Broekaert, H., Duran, G., & Mechelmans, C. (1995). Instapmodule Onthaalklas. Basisonderwijs. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bronnenboek met activiteiten voor de eerste weken van het eerste jaar dat anderstaligen Nederlandstalig onderwijs volgen. Ze worden ingeschoold, op een receptieve manier geconfronteerd met onze gesproken taal en ons schrift.

Bogaert, N., Broekaert, H., & Duran, G., (1995).Thema 1 Basisonderwijs. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken aansluitend bij de instapmodule.

Bogaert, N., Broekaert, H., & Duran, G., (1996). Thema Beweging Basisonderwijs. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken voor het tweede trimester in de onthaalklas, waarin ook de mondelinge productieve vaardigheden geoefend worden, met bijzondere aandacht voor differentiatie.

Joker. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bronnenboek met activiteiten voor de reguliere klas waarin enkele nieuwkomers ook kunnen functioneren, voor het hele schooljaar.

Lezen doe je overal, 1996. Meerhout : Infoboek.

Een methode voor aanvankelijk lezen voor allochtone kinderen van 10 jaar of ouder. Leesboekjes voor lezen met de leerkracht en zelfstandig, met opklimmende moeilijkheidsgraad.

2.6. Nieuwkomers in het secundair onderwijs

Bogaert, N., Broekaert, H., Duran, G., & Mechelmans, C. (1995). Instapmodule Onthaalklas. Secundair Onderwijs. Leuven : Steunpunt NT2.

Een handboek voor de eerste 10 dagen van het eerste jaar dat anderstaligen Nederlandstalig onderwijs volgen. Ze worden ingeschoold, op een receptieve manier geconfronteerd met onze gesproken taal en ons schrift.

Bogaert, N., Broekaert, H., & Duran, G., (1995). Thema Beweging Secundair onderwijs. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken voor het tweede trimester in de onthaalklas, waarin ook de mondelinge productieve vaardigheden ontwikkeld worden, met een bijzondere aandacht voor differentiatie.

Echt of Schijn. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken waarin receptieve en productieve vaardigheden aan bod komen, met een bijzondere aandacht voor taalbeschouwing.

Bogaert, N., Broekaert, H., Duran, G., & Mechelmans, C., (1995). Thema De Zoekende Mens. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken rond korte informatieve teksten, met bijzondere aandacht voor zaakvaktermen.

Bogaert, N., Broekaert, H., Duran, G., & Mechelmans, C., (1995). Thema Het schrift. Leuven : Steunpunt NT2.

Een bundel taken rond korte informatieve teksten, met bijzondere aandacht voor zaakvaktermen.

Lezen doe je overal, 1996. Meerhout : Infoboek.

Een methode voor aanvankelijk lezen voor allochtone kinderen van 10 jaar of ouder. Leesboekjes voor lezen met de leerkracht en zelfstandig, met opklimmende moeilijkheidsgraad.

3. ICO

Er is bijna geen intercultureel lesmateriaal ontwikkeld specifiek rond Voyageurs en Zigeuners. Dat is wel geen noodzaak om intercultureel te werken, maar toch wel interessant, zeker voor scholen waar Zigeuner- of Voyageur-leerlingen op de banken zitten. Leerkrachten kunnen wel zelf materiaal maken aan de hand van achtergrondinformatie over de doelgroep.

Hieronder volgt ook een (zeer beperkte) selectie van intercultureel materiaal dat niet doelgroep-gebonden is. Het dient om rond vooroordelen te werken, om te leren samenwerken, om te leren dat iedereen verschillend is en dat dat heel normaal is.

ICO-materiaal rond Zigeuners en Voyageurs

de Bijl, M., van Duuren, R., Kuyper, R., Timmermans, R., & Vossen, J., 1983. Rondom de woonwagen. Een lessenreeks voor de bovenbouw van het lager onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. ‘s Hertogenbosch : vereniging van de samenwerkende landelijke pedagogische centra.

Verschaft leerkrachten en leerlingen inzicht in de achtergronden en leefwijze van woonwagenbewoners en hun kinderen. Bestaat uit drie delen : geschiedenis, wonen en leven. Handleiding voor de leerkracht en werkbladen voor de leerlingen.

Verbeek, M., & u/h Broek, A., 1986. Kopieermap lesmateriaal voor zigeunerkinderen. ‘s Hertogenbosch : Katholiek Pedagogisch Centrum.

Intercultureel lesmateriaal voor alle leerlingen van het lager onderwijs, rekening houdend met de leefwereld van Zigeuners. Materiaal voor aanvankelijk lezen, voor taalonderwijs, en rond enkele thema’s als markt, sprookjes, familie, geluiden.

Kindermuseum TM Junior, 1980. Er wonen een heleboel mensen in Nederland. Het spel rond Turken, Surinamers, Zigeuners en Nederlanders. Amsterdam : Kindermuseum.

Werkboekje voor het lager onderwijs rond het leven en de achtergrond van Turken, Surinamers, Zigeuners en Nederlanders in Nederland. Bevat teksten op kinderniveau rond geschiedenis, wonen, werken, school, eten en reizen van Zigeuners.

3.2. ICO-materiaal : algemeen

Katholiek Pedagogisch Centrum, 1997. De basisagenda. Nijmegen : La Verbe. In België : Bakermat uitgevers.

Een schoolagenda rond dewelke men occasioneel ICO kan uitbouwen. Bevat bijdragen over o.a. racisme. Agenda voor de leerkracht met handleiding voor gebruik en agenda voor de leerlingen. Aangepast aan de Vlaamse situatie.

Werkgroep CLIM, 1997. Coöperatief leren in Multiculturele Groepen, CLIM. VLOR, Cel Migranten.

Algemene informatie rond de CLIM-aanpak, leerkrachtenpakket en leerlingenpakket voor leerlingen van de derde graad basisonderwijs en 1B van het secundair onderwijs. Rond 3 thema’s : Rechten of plichten ?, Milieu, redden we het ?, Wat gebeurt er als culturen elkaar ontmoeten? Intercultureel en taakgericht groepswerk in projectvorm.

Engelman, M., Hartman, J., van Nistelrooy, B., Schouwerwou, A., e.a., 1991. Ik ben anders heel gewoon. Utrecht : G.V.O. De Anders-Groep.

Projectmateriaal voor de basisschool met werkbladen voor leerlingen en kist met gebruiksmateriaal. Over overeenkomsten en verschillen tussen mensen : zelfbeeld, beeldvorming, zelfvertrouwen, respect voor de eigenheid van anderen, vooroordelen, discriminatie, stereotypering.

Een vreemde eend in de bijt. Brussel : Unicef.

Een project over vooroordelen, bestaande uit een brochure oor 10-14 jarigen en een handleiding voor de leerkracht. In een eerste fase gaan we op zoek naar booroordelen binnen de eigen leefwereld van de kinderen. Daarna wordt daarop voortgebouwd om te letten op vooroordelen in grotere verbanden en op wereldschaal.

Boucneau, J., Van Geertruyen, G., & Van Loocke, P., 1983. Omtrent vooroordelen. In de reeks "Culturen als buren". Gent : Centrum voor Mondiale Vorming.

Brochure voor leerkrachten rond het lesgeven over vooroordelen, met veel praktische suggesties. Onderdeel van vijf brochures bij een klastentoonstelling, kan ook apart gebruikt worden. Eerder voor het secundair onderwijs.

EvenWaardig. Multicultureel Samenleven in Vlaanderen. 1997. Brussel : VCIM.

Een voorlichtingsproject bestaande uit een brochure en een spel over vooroordelen, en een handleiding voor leerkrachten en jeugdwerkers die met lessen en projecten over de multi-etnische en multiculturele samenleving van start willen gaan. Doel is jongeren te begeleiden bij het zelfstandig en bewust vormen van een eigen houding in de multi-etnische samenleving.