Persbericht Antwerpen: van de vroegste tijden tot de Gouden Eeuw Jan Lampo brengt een brok vergeten geschiedenis tot leven Antwerpen kan terugblikken op een rijk en roemrucht verleden. Historici bogen en buigen zich al jaren over de geschiedenis van de stad aan de stroom. Maar vooral de Gouden Eeuw (de tijd van Rubens en Jordaens) kreeg in talrijke publicaties alle aandacht. De vroegste geschiedenis (die van de dappere Galliërs en de vroege Middeleeuwen) werd vaak in enkele zinnen afgehandeld. Vandaag verschijnt er een boek bij uitgeverij Davidsfonds/Leuven dat deze leemte eindelijk opvult: Vermaerde Coopstadt. Antwerpen in de Middeleeuwen van de Antwerpse historicus Jan Lampo. De bijzonder vlot lezende monografie (de auteur is ook romancier) is schitterend geïllustreerd en toont een pittoresk Antwerpen uit een ver verleden. Vergeten geschiedenis De Kaasrui, de Eiermarkt, de Lombardenvest, de Kistemaeckerstraat, de Handschoenmarkt... het zijn slechts enkele straat- en pleinnamen uit de Antwerpse binnenstad die men zonder veel moeite op een kaart kan aanstippen. Allemaal verwijzen ze naar de handel en wandel van de Middeleeuwse Antwerpenaar. Jan Lampo wandelt al jaren langs straten en pleinen en raakte gefascineerd door de getuigen van een ver verleden. Tot zijn verbazing ontdekte hij dat die vroegste geschiedenis van zijn stad door historici meer dan stiefmoederlijk was behandeld. Het omvangrijke werk (5 delen) Geschiedenis van Antwerpen van Prims gepubliceerd tussen 1927 en 1940 stond uitgebreid stil bij die vroegste Antwerpse tijd. Verder vond hij separaat wel een aantal artikels maar nergens een vlot geschreven monografie die een echte synthese brengt. Wervelend verleden Het verhaal start bij een heuvel, een landrug van zon 6 meter boven de zeespiegel. Slechts enkele hectaren, maar voldoende groot om vee te laten grazen en graan te zaaien. Een inham kan dienst doen als onderkomen voor een kleine primitieve vissershaven. Archeologen schatten dat de eerste Antwerpenaren zo rond 150 na Christus deze plaats uitkozen om zich te vestigen. Dit is vrij laat, want andere steden kunnen op een ouder verleden terugblikken. Caesar verslaat de Belgen, die hij - tot eigen eer en glorie - de dappersten aller Galliërs noemt. In het gebied waar later Antwerpen zal ontstaan woonden toen de Eburonen. Ze behoorden tot de Keltische stam en werden systematisch uitgemoord door de Romeinse agressor. Langzaamaan krijgt de samenleving een Romeinse stempel. De bewoners graven diepe putten om zoet water te verkrijgen, hun afval dumpen ze in putten, de huizen hebben gebakken dakpannen. Dreven ze toen al handel? Al wat gevonden werd wijst vooral op inheems aardewerk. Na de Germaanse invallen wordt het vroegste verleden van Antwerpen bijzonder duister. De Franken vullen het niemandsland op. Zonder bloedvergieten nemen ze vooral de vruchtbaarste gebieden in. Sinds Clovis zijn de Franken gechristianiseerd en trekken missionarissen rond om de nieuwe parochies te stichten. De medestanders van Amandus bouwen een Antwerpse Castrum en een kerkje. En zo belandt Lampo bij de Karolingische dynastie en Karel de Grote. Over die periode in de Antwerpse geschiedenis weet men zo goed als niets. De Noormannen verschijnen met hun snekken op de Schelde en sommige historici nemen aan dat ze zich blijvend vestigen op de oevers. Vanaf 843 krijgt men een klaardere kijk op het Antwerpse verleden. Antwerpen vormt de grens tussen Oost- en West-Francia. Binnen een aarden wal, op de uitsprong in de Schelde die men Werf noemt, wonen handelaars en ambachtslui. Friese kooplui meren er hun boten aan. Ze drijven handel met Engeland en Friesland. Buiten de wal leven boeren en veetelers in de gehuchten Kraaiwijk, Kipdorp en Klapdorp. Het bevolkingsaantal neemt sterk toe, er wordt een watersingel gebouwd om de Antwerpenaren te beschermen tegen rovers. Op een stadsplan kan je die vandaag nog steeds volgen: via de Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui en de Sint-Paulustraat. Zo ontstaat de ruienstad. In het zuiden van de ruienstad ligt een driehoekige opstal: pas in 1200 vindt men een eerste bron die die plaats als een forum of markt benoemt. Expansie en stedelijk bestuur Vanaf de dertiende eeuw is bronnenmateriaal meer voorhanden en kan men zich een vrij consistent beeld vormen van het verleden van Antwerpen. Jan Lampo staat niet alleen stil bij de urbanisatiegeschiedenis, maar heeft ook oog voor de bestuurlijke organisatie: poortsluiters, erfscheiders, cautsidemeesters, spuiknapen, sluismeesters verschijnen op het toneel. Aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk wordt gestaag gewerkt. Kunst en cultuur, revoluties en kleine relletjes, bruisende nijverheid en handel... Lampo schildert met een rijk gevarieerd palet een bijzonder levendig beeld. Wie Antwerpen een beetje kent, kan zich de tijd van toen zo voor de geest halen, vooral ook omdat de namen van straten en pleinen vaak onveranderd tot vandaag in gebruik zijn. Antwerpse Gouden Eeuw Het verhaal van Lampo eindigt waar de meeste historici hun geschiedenis starten: bij de Gouden Eeuw van Antwerpen, de glorietijd van de sinjorenstad. De kunst beleeft in de 16de eeuw hoogtijdagen. De handel stijgt naar ongekende hoogten. Zowat de totale specerijenmarkt die de Portugese vloot aanbrengt, wordt verhandeld in Antwerpen. De bevolking stijgt van zon 40.000 in 1496 naar 55.000 in 1526. Er breekt een nieuwe tijd aan: de Middeleeuwen zijn voorbij. Pittoresk Antwerpen Het middeleeuwse Antwerpen is nog zichtbaar in het hedendaagse stadsbeeld. Een fotograaf trok samen met Lampo op pad om die stadselementen naar voren te halen die nog getuigen van een ver verleden. Gravures en andere illustraties uit vooral de 19de eeuw tonen de lezer-kijker vandaag hoe het er allemaal moet hebben uit gezien. Een verrassende confrontatie met een pittoresk Antwerpen. Via kaartjes kan men de gestage groei van de metropool volgen: van de kleine nederzetting van de Eburonen tot de middeleeuwse stad op de vooravond van haar grote expansie. Vermaerde Coopstadt. Antwerpen in de Middeleeuwen vult niet alleen een leemte op in de historiografie van de metropool, het boek is bovendien ook bijzonder vlot geschreven. Jan Lampo is naast geschiedschrijver ook een echte schrijver met een hart voor zijn stad. Leuven, najaar 2000 |
Enkele biografische gegevens over de auteur Jan Lampo (Antwerpen, 1957) studeerde geschiedenis. In 1985 verscheen zijn debuutroman In Altijd Lege Kamers. Een verhaal van hem werd opgenomen in de legendarische bundel Mooie Jonge Goden. Jan Lampo was van 1990 tot 1995 redacteur van De Standaard. Voor de reeks Musea Nostra van het Gemeentekrediet schreef hij in 1993 de monografie Het Stadhuis van Antwerpen. Thans werkt hij als wetenschappelijk consulent bij de Stad Antwerpen. Zijn jongste boeken zijn Verzonnen stad. Antwerpen in de literatuur literatuur in Antwerpen (opstellen, 1994) en Beniti Cornelis. Een medicijnman in Mechelen (1998, kunstenaarsmonografie), en Blauwe duivels en enige andere verhalen (Davidsfonds/Literair, 2000).
Bibliografie van Jan Lampo In altijd Lege Kamers, roman, Leuven, Kritak, 1985. De Vlakten van Iowa, een verhaal, in de bundel Mooie Jonge Goden, Leuven, Kritak, 1986, en in de bloemlezing Vlaams Lettterland, Luitingh-Sijthoff, 1989. Zwarte Gids voor Antwerpen, Antwerpen, De Dageraad, 1989 (opstellen over mysterieuze aspecten van de Antwerpse geschiedenis, met enkele bijdragen over literaire auteurs). Stadsboek Antwerpen, Leuven, Kritak, 1989 (door mij bedacht en gecoördineerd journalistiek boek over Antwerpen, waarin ik o.m. het hoofdstuk over literatuur voor mijn rekening nam). Chère Marquise, verhaal, in het dagblad De Standaard en in de bundel Vereerde Meester, DNB/Pelckmans, Kapellen, 1991. Schrijver in de Rupelstreek, Piet van Aken en Twee van t Gehucht, essay, in Piet van Aken, Twee van t Gehucht, Antwerpen, Humanistisch Centrum voor Lectuurbegeleiding, 1991. De Verhuizing, verhaal, in het themanummer Ontzette Stad, Antwerpse auteurs over hun stad van het tijdschrift Deus ex Machina, 16de jaargang, nr. 4, 1993, verschenen ter gelegenheid van Antwerpen 93. Het Stadhuis van Antwerpen, Brussel, Gemeentekrediet van België en Gent, Ludion, 1993 (historische monografie, waarin zijdelings literaire auteurs en boeken aan bod komen, en waarvan van de stilistische kwaliteiten erg werden gewaardeerd). Verzonnen Stad. Antwerpen in de literatuur, literatuur in Antwerpen, Antwerpen, Manteau, 1994 (opstellen). Een tempel bouwen voor de Muzen. Een korte geschiedenis van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, Antwerpen, VriKA, 1995. Blauwe Duivels, verhaal, in De Gids, themanummer n.a.v. honderd jaar uitgeverij J.M. Meulenhoff. 750 jaar Sint-Bernardusabdij, Hemiksem, Gemeentebestuur; Antwerpen, Continental Publishing, 1996 (door mij mede samengestelde en geredigeerde uitgave, waarin twee bijdragen van mijn hand verschenen). Met Felix Timmermans door Lier, Leuven, Davidsfonds, 1997 (literaire gids, in samenwerking met Gommaar Timmermans en Arthur Lens). Beniti Cornelis. Een medicijnman in Mechelen, Antwerpen, Pandora, 1998 (kunstenaarsmonografie). Blauwe duivels en enige andere verhalen, Davidsfonds/Literair, 2000. |
Praktische gegevens Titel: Vermaerde Coopstadt. Antwerpen in de
Middeleeuwen |