2008
Jesus Christ Superstar

Verhaal

OUVERTURE/ HEMEL IN HUN HOOFD
Jezus Christus, op het hoogtepunt van zijn invloed en roem, verliest het vertrouwen van Judas die begint te vermoeden dat de man belang-rijker is geworden dan zijn boodschap.

KOM OP NU! /ONVERSTANDIG, HOOGST MERKWAARDIG/ ALLES IS NU VEILIG
Jezus komt, ter ere van de laatste sabbat, samen met zijn twaalf apostelen en Maria Magdalena. De apostelen maken zich zorgen voor de toekomst, terwijl Jezus steun zoekt bij Maria. Judas is van mening dat Jezus zijn tijd verspilt aan ‘vrouwen zoals zij’ en dat hij zich vlekke-loos moet gedragen, maar Jezus neemt Maria in bescherming. Maria sust hem en koelt het voorhoofd van Jezus met mirre en balsem, waar-op Judas zegt dat zij dat geld beter had kunnen sparen voor de armen.

DIE JEZUS MOET DOOD
Kaiaphas, de hogepriester van de Farizeeërs overlegt met zijn rechterhand Annas en de raad wat er met het verschijnsel Jezus moet gebeuren. Zij voorspellen hun eigen ondergang en die van hun land als het volk Jezus tot koning zou kronen, aangezien de Romeinse bezetter dan zeker zou toeslaan. Zij concluderen dat er maar één oplossing is voor dit probleem: Jezus moet dood.

HOSANNA/ SIMON DE FANATICUS/ ARM JERUZALEM
Jezus maakt zijn intocht in Jeruzalem en wordt bejubeld door het volk dat hem vereert. De Farizeeërs vragen hem zijn ‘supporters’ in de hand te houden, maar Jezus maakt duidelijk dat niemand hun stemmen kan doen verstommen. Simon de Zeloot ziet in Jezus de politieke leider die het volk van Israël kan bevrijden van de Romeinse bezetter en aanbidt hem als een idool en verzetsstrijder. Maar Jezus weet dat er maar één weg is naar politieke bevrijding en dat is die van spirituele bevrijding.

PILATUS DROOMT
Pontius Pilatus ziet zichzelf in een droom de dupe worden van de veroordeling van Jezus.

DE TEMPEL
Vlak voor het Pascha vindt Jezus in zijn tempel handelaars en geldwisselaars die hetgeen hij predikt ‘in de uitverkoop gooien’. Hij drijft ze uit de tempel, maar meteen wordt hij opnieuw belaagd door smekelingen die hem om vergeving van hun zonden vragen en smeken om genezing.

ALLES IS NU VEILIG (REPRISE)/ HOE MOET IK VAN HEM HOUDEN
Maria kalmeert Jezus. Ze probeert hem te begrijpen en te doorgronden en is in de war door haar gevoelens voor hem.

HEL VOOR ALTIJD/ BLOEDGELD
Judas komt terecht bij Kaiaphas en Annas. Hij voelt dat hij vervloekt is als hij Jezus verraadt, maar ook als hij dat niet doet. Hij vertelt de Hogepriester dat ze hem op donderdagnacht kunnen vinden in de tuinen van Gethsemane en krijgt dertig zilverlingen voor zijn verraad.

HET LAATSTE AVONDMAAL
Jezus is bijeen met zijn apostelen en zegt hen dat zijn einde nabij is. Hij deelt zijn bloed en lichaam met zijn discipelen in de vorm van wijn en brood en vraagt ze hem te blijven gedenken. De apostelen begrijpen hem echter niet. Dan voorspelt Jezus dat Petrus hem zal verloochen en Judas hem zal verraden.

GETHSEMANE
In de tuin van Gethsemane bidt Jezus tot zijn vader. Hij is onzeker over het aanvaarden van zijn lot en bang voor zijn dood en vraagt God hem te tonen dat deze niet zinloos zal zijn.

DE ARRESTATIE
Judas verraadt Jezus met een kus, waarna Jezus gevangen wordt geno-men door de Farizeeërs. De overgebleven apostelen zeggen dat ze voor hem zullen vechten, maar Jezus ziet in hoe lafhartig ze zijn. Terwijl Jezus wordt voorgeleid aan Kaiaphas en Annas, geselt de menigte hem met hun vragen en nieuwsgierigheid. Degenen die Jezus voorheen nog met ‘Hosanna’ begroetten, willen hem nu zien bloeden. Kaiaphas en Annas klagen Jezus aan en sturen hem naar Pilatus, aangezien enkel hij Jezus tot de dood kan veroordelen.

PILATUS EN CHRISTUS
Jezus wordt voorgeleid aan Pilatus die hem vraagt of hij daadwerkelijk Koning der Joden is. Maar Jezus geeft hem geen antwoord. Een radeloze Pilatus stuurt hem door naar Herodes, de Tetrarch van Judea, in de hoop dat hij alsnog kan ontkomen aan de veroordeling van Jezus.

LIED VAN HERODES
De frivole maar gevaarlijke Herodes is uitermate nieuwsgierig naar Jezus en diens ‘wonderen’. Hij benadert Jezus als ware hij een goochelaar, weigert zijn wonderen als tekenen te zien en eist dat Jezus zijn trucjes ter plekke toont. Herodes wordt woedend als Jezus hem zwijgend teleurstelt en stuurt hem terug naar Pilatus.

DE DOOD VAN JUDAS
Judas wil de dertig zilverlingen terugbrengen naar Kaiaphas en Annas en zegt het bloed van een onschuldig man te hebben verraden. Maar de Farizeeërs nemen het bloedgeld niet terug en voorspellen dat de naam van Judas en zijn reputatie spreekwoordelijk zullen worden. Judas ziet geen uitweg meer en klaagt God aan dat hij door hem gebruikt is en verraden. Judas pleegt zelfmoord.

HET VERHOOR VAN PILATUS/ DE GESELING/ MAG HET EVEN OVER
Jezus is terug bij Pilatus, die geen schuld in de man kan vinden en met zijn droom in het achterhoofd alles doet om maar geen bloed aan zijn handen te krijgen. Terwijl het volk schreeuwt om de kruisiging van Jezus, probeert Pilatus Jezus emotioneel te breken door hem te confronteren met Maria. Maar Jezus breekt niet en heft zijn ogen naar God. Pilatus laat hem geselen. Maria ziet haar geliefde lijden en hoopt dat dit alles maar een droom is en dat de tijd terug kan worden gedraaid. Maar de harde realiteit wint het van haar hoop. Pilatus kan geen kant meer op en veroordeelt Jezus tot de dood.

SUPERSTER
In een hallucinatie van Jezus vraagt Judas zich als de stem van het geweten van Jezus af waarom Jezus alles zo uit de hand heeft laten lopen.

DE KRUISIGING/ JOHANNES 19/41
Jezus wordt gekruisigd en spreekt zijn laatste woorden. Hij sterft, met Maria aan zijn zijde.