Om

Sri Guru Gita



Hoofdstuk 1

Vers 1

Onderwerping aan Brahman, het ondenkbare, het ongemanifesteerde, voorbij en boven de Gunas (sattva, rajas, tamas), de eigenheid van de gunas, de steunende substantie en substraat achter het gemanifesteerde universum.

De wijze zeiden;

Vers 2

Suta, de wijze, u die meesterschap heeft gekregen over nigamas en agamas! Aub, vertel de werkelijke en ware natuur van de Guru, die de kracht heeft om de onzuiverheden te verwijderen.

Vers 3

Door dit te aanhoren wordt men bevrijd van alle pijnen en door het volgen van het pad die de wijzen aantonen verkrijgt men de staat van alwetendheid.

Vers 4

Door dit te verkrijgen raakt men verlost van de cyclus van geboorte en dood, dus vertel het ons nu, wat is de hoogste werkelijkheid.

Vers 5

Suta, we zijn vol verlangen al dit te aanhoren van u, en uitzonderlijk de Guru Gita dewelke de essentie en het geheim van alle geheimen is.

Vers 6

Aldus door de wijze herhaaldelijk gevraagd, sprak Suta deze wijze woorden met groot enthousiasme.

Suta zei:

Vers 7

Wijze, aanhoor met een verscherpt aandacht, ik zal u nu de Guru Gita vertellen die de mogelijkheid heeft om alle ziekten van Samsara te vernietigen, en die is zoals de moeder voor u allen.

Vers 8

Er was eens, op de bergpiek van Kailasa gezeten, omgeven door Siddhas en Gandharvas, en op de mooiste natuurlijke plaatst met heesters, bloemen, fruit, enz.

Vers 9

Gezeten op een tijgervel, omgeven door Suka en andere heilige, op een gelegenheid, terwijl Heer Siva, de Rishis de hoogste werkelijkheid verklaarde,

Vers 10

Parvati, met haar aangezicht vol van devotie, zal zij voor de heer buigen tot sommige met grote vurigheid en heel erg verrast zijn met dit, vroeg zij aldus tot de Heer.

Vers 11

Parvati zei: Gegroet ben je, O Heer der heren, u bent de leraar van het ganse universum, u bent het hoogste. U onderwijst de kennis van de hoogste. Goden, demonen en mensen aanbidden u met veel devotie.

Vers 12

Heer Brahman, Heer Vishnu, Indra en andere vereren u altijd, ik wens van u te weten, wie is de ontvanger van u verering. Is er iemand die superieur is aan u, tot wie hebt u te aanbidden? Bent u niet het ene en hoogste wezen, de enige verblijfplaats en toevluchtsoord?

Vers 13

Deze daad van u te hebben opgemerkt, ben ik verwonderd. Ik ben niet in de mogelijkheid dit te begrijpen. O heer verlicht mij.

Vers 14

Heer, Kenner van alle Dharmas, O Sambhu, vertelt mij A.u.b. de glorie van de Guru die de beste is van alle Vratas.

Vers 15

Op welke manier kan een individuele ziel de hoogste staat van het Brahmanschap bereiken? Ik vereer U. Ik aanbid uw voeten. Zou u zo goed willen zijn me dit te verklaren.

Vers 16

Aldus herhaaldelijk gebeden door Parvati, de grote Heer Mahesvara sprak de volgende woorden, Zijn hart overvloedig van grote zaligheid.

Vers 17

Lord Mahadeva zei: O devi, dit is het geheim van alle geheimen. Dit is nog nooit verteld aan iemand. Ik heb dit tot hiertoe nog niet aan iemand kenbaar gemaakt. Maar ik zal het aan u vertellen vanwege u grote devotie voor mij.

Vers 18

Devi, U bent mijn eigen Zelf in een andere vorm. Nog nooit heeft iemand me deze vraag gesteld. U vraag gaat de ganse wereld aan. Daarom zal ik het u vertellen.

Vers 19

Hij die de hoogste devotie heeft tot de Heer en dezelfde devotie tot zijn Guru, Tot hem alleen zal die verklaard worden, en zullen zichzelf verklaren.

Vers 20

Hij die de Guru is is niemand anders dan Siva zelf, zo vertellen de schriften, en het feit dat Siva de Guru is, wordt ons herinnerd in de Smritis, hij die een onderscheid maakt tussen de twee, begaat dezelfde fout als de vrouw van zijn leraar te verleiden.

Vers 21

De Guru is Brahman en niemand anders dan Brahman zelf, O Parvatie. Ik verklaar deze Waarheid aan u. Luister naar mijn woorden en geloof, Want deze woorden zijn onbekend voor iemand anders in de drie werelden.

Vers 22 & 23

De Vedas, de Sastras, de Puranas, de Itihasas enz. de wetenschap van Mantra, Yantra, Mohana, Uchatana enz. Culten zoals Saiva, Agama, Sakta enz. en andere culten die tegenwoordig bestaan in de wereld zijn veelal valse theorieën uitgelegd in verkeerde woorden, die verward de onwetendheid en de Jivas misleiden.

Vers 24

Japa, soberheid, voorschriften, pelgrimstochten, offergaven, liefdadigheid - al deze zijn verloren inspanning zonder het begrijpen van de Guru Tattva.

Vers 25

Parvati, ik verklaar u, met nadruk bij mijn commando, er is geen verschil tussen de Guru en het Atma. Daarom, voor het verkrijgen zullen inspanningen door de zoekers gemaakt worden, men leert in de schrifturen, mensen van wijsheid.

Vers 26

De verborgen onwetendheid, afwezigheid van het zelf, Maya het lichaam, alle veroorzaakt door onwetendheid (ajnana). Door wie zijn gunst verkrijgt men directe kennis van het zelf, - hij is gekend door de naam "GURU".

Vers 27

Ik geef mij over aan die Guru, die is zoals de twee lotus-achtige voeten die helpen voor het verwijderen van alle miseries die te voorschijn komen uit de paren van tegenstelling en die helpen voor het doorbreken van de rondes van geboorte en dood.

Vers 28

Ik zal aan u vertellen door wat de gebonden ziel Brahman wordt, het is door dienst van de Gurus voeten. Ik zeg dit vanwege mijn speciale interesse in u.

Vers 29

Door het drinken van het water nadat de heilige voeten van de Guru zijn gewassen, en de overschot gesprenkeld over het hoofd, verkrijgt men de vruchten van een bad genomen in alle heilige rivieren en op de heilige plaatsen.

Vers 30

De Padodaka (water dat verzameld werd na het wassen van de voeten van de Guru) van de Guru heeft de kracht van het vernietigen van de zonde van de discipel, en brengt hem de lamp van wijsheid, en brengt hem over de oceaan van Samsara

Vers 31

Men zal het water drinken waarin de voeten van de Guru zijn gewassen, voor het ontwortelen van de onwetendheid, om de cyclus van Karma, geboorte, dood, enz. te doorbreken, en voor het verkrijgen van de onpartijdigheid van de kennis van het Zelf.

Vers 32

Men zal altijd de naam van de Guru herhalen, mediteren op zijn vorm, het water drinken waarin de voeten van de guru zijn gewassen, en de restanten van zijn eetplaat opeten.

Vers 33

Het herhalen van de namen van de Guru, is zoals het herhalen van de namen van Heer Siva, die Ananta is en de meditatie op de naam van de Guru is zoals meditatie op Siva.

Vers 34

Het stof op de voeten helpen om voorgoed de brug van samsara over te steken, zo een beschermer, Satguru, zal ik dagelijks aanbidden.

Vers 35

Bij wiens zegen alleen twee, lijden en bedrog vernietigd, tot die verheven Heer Guru breng ik mijn groet.

Vers 36

Door wiens zegen men de belemmeringen verliest van onwetendheid, mijn groet tot die hoogste leraar die schenkt alle verlangen van de vier Purusharthas (Dharma, Artha, Kama en Moksha).

Vers 37

De plaats waar de Guru leeft is Kashi Kshetra en het water nadat de heilige voeten van de Guru zijn gewassen is de ganges. The Guru is Heer Viswanatha depersonaliseert, en zijn woorden tonen de Taraka Brahma.

Vers 38

De dienst van de Guru is Gaya-Kshetra, zijn lichaam is de ontvankelijke Banyan boom, zijn voeten de voeten van Heer Vishnu, en alles wat geofferd wordt aan zijn voeten worden oneindige verdienste.

Vers 39

De discipel zal altijd mediteren op zijn Guru, hij zal altijd de naam van de Guru herhalen. Hij zal altijd zijn lering uitdragen, hij zal slechts devote zijn aan zijn Guru, en aan niemand anders.

Vers 40

Brahman verblijft in de mond, de tong of Saraswati nadi van de Guru en de discipel verkrijgt Brahman door de gratie van de Guru. Men zal altijd mediteren op zijn Guru, net zoals een trouwe vrouw enkel aan haar echtgenoot denkt.

Vers 41

Afstand nemen van manier van leven, kaste en plaats in de samenleving en andere wereldse acties zal men steeds afhangen van zijn Guru.

Vers 42

De gedachtegang van de ganse wereld opgevend en enkel attentie hebben voor de gedachten van de Guru verkrijgt men de hoogste zaligheid gemakkelijk. Daarom bij iedere mogelijkheid vereert uw Guru.

Vers 43

De discipel krijgt door devotie tot de Guru, de kennis die de Guru bezit. In de drie werelden is dit duidelijk kenbaar gemaakt door de Goddelijke wijzen, de pitris en de voorouders.

Vers 44

De letter "Gu" geeft duisternis weer, en de letter "Ru" geeft de verwijdering van duisternis. Brahman die de mogelijkheid heeft om de onwetendheid op te lossen is zeer zeker de Guru.

Vers 45

"Gukara" betekent de cyclus van de geboorte en dood. "Rukara" betekent de vernietiging van geboorte en dood. Aan de beschouwing van kracht van vernietiging va geboorte en dood, is de leraar gekend door de naam "Guru".

Vers 46

De letter "Gu" betekent dat hij verheven is boven de drie gunas en "Ru" geeft weer dat hij vorbij de vorm gaat. Omdat hij bevrijd is van de Gunas en vormen wordt hij "Guru" genoemd.

Vers 47

De eerste lettergreep "Gu" schept of manifesteert Maya en de Gunas. "Ru" is Para Brahman dat verdwijnt door Maya of illusie, ik ben dit lichaam, ik ben dit denken, enz.

Vers 48

Dus de staat van de Guru is groot en subliem. Het is heel moeilijk om het te verkrijgen zelfs door de Devas.

"Haha, Huhu", de verschillende Ganas en Gandharvas vereren deze zeldzame Gurupada.

Vers 49

Guru Tattva is uitzonderlijk. Er is niets groter dan de guru. Men zal zijn guru vereren en zichzelf toewijden, - lichaam, denken en ziel - aan de Guru.

Vers 50

De Sadaka zal steeds aanwezig zijn aan de Guru's zitplaats, slaapplaats, rijtuig, voertuig, ornementen, enz. eigen aan zijn tevredenheid.

Vers 51

Men zal, in gedachten, woorden en daden zijn Guru altijd vereren met volledige overgave, het lichaam plat op de grond voor de Guru. Hij zal nooit verlegen zijn wanneer hij zich aldus overgeeft.

Vers 52

Men zal zich volledig overgeven aan de Guru. Het lichaam, de zintuigen, de Prana, rijkdom, zijn relatie, het Zelf, vrouw, enz. al dit zal worden overgegeven aan de Guru.

Vers 53

De volledige schepping die bestaat uit Brahma, Vishnu en Shiva, is de Guru alleen. Er is niets groter dan de Guru. Daarom zal men de Guru vereren.

Vers 54

De heilige lotus-achtige voeten van de Guru stralen zoals twee parels van de Volledige Srutis. Hij (Guru) is de weergave van de Waarheid van Vedanta. Daarom zal men de Guru vereren.

Vers 55

Door de grotere herinnering van de Kennis die vanzelf komt; hij de Guru is zijn volledige rijkdom. Daarom, zal de aspirant altijd zijn Guru vereren.

Vers 56

O Parvati, ken dit lichaam als een verblijfplaats van pijn, ongedierte, bloed, faeces, urine en andere slecht ruikende zaken.

Vers 57

Diegene die de boom van Samsara hebben beklommen vallen in de oceaan van de hel. Vereer uw Guru die u beschermt tegen vernietiging.

Vers 58

Guru is Brahman. Guru is Vishnu, Guru is de god Mahevara. Guru alleen is waarlijk de hoogste Brahman. Vereer daarom de Guru.

Vers 59

Ik vereer die Guru die mij de hoogste staat van Brahman toont door de collyrium van Kennis tot iemand die blind is door cataract van Ajnana (afwezigheid van Kennis).

Vers 60

Ik vereer tot die Sadguru door wie het ganse universum is samengevat door de ononderbroken Bewustzijn en gevuld is met gedachten in iedere beweging en van objecten, en wie mij mijn intuïtieve visie bracht van de volledige massa van het hoogste Bewustzijn.

Vers 61

Al wat beweegt en onbeweeglijk is, dat wat het leven beschermt, en zonder leven, tot die Guru die dit bereikte en de ware betekenis van Tvampada - is deze verering.

Vers 62

Ik vereer die Guru die uitleg verschaft van de Asi-Pada die doordringt in de drie werelden als Chinmaya (massa van licht) dat beweegt en bewegingloos is.

Vers 63

Het Zelf waargenomen, wat Siva is, bevrijd men zichzelf (van de schakels van Maya) binnen een seconde of zelfs binnen een halve seconde, door het volgen van de woorden van de Guru, mijn verering tot die Guru.

Vers 64

Mijn verering tot die Guru die eeuwig is, vredevol, onaangeraakt, vol van licht en Kennis, voorbij het niveau van Nada, Bindu, en Kala en die Akasa transcendeert.

Vers 65

Dat wat voorbij de Gunas (Sattva, rajas en Tamas) is, foutloos, kleurloos, vredevol, bewegend en onbewogen, dat wat de ganse wereld doordringt die Sat-Guru, vereer ik.

Vers 66

Hij is de vader, hij is de moeder, hij is het familielid, om ons te bevrijden van het bedrog van Samsara; daarom vereer ik Hem.

Vers 67

Door wiens mogelijkheid deze wereld schijnt waar te zijn, door wiens licht de wereld is verlicht, door wiens zaligheid iedereen gelukkig is, tot die Guru vereer ik.

Vers 68

Dat waarin het ganse universum bestaat, door wiens licht alles verlicht is, door wiens vreugde en liefde enz. ons dierbaar zijn, tot die Guru breng ik mijn verering.

Vers 69

Door wiens kracht we hier alles zien, door wiens kracht het denken, intellect, chitta, enz. functioneert, door wiens intelligentie de verschillende staten van waken, dromen en slaap gekend zijn, tot die Guru breng ik mijn offer.

Vers 70

Wiens Kennis dit universum is, voor wie zien en gezien niet bestaat, die altijd gevestigd is in Kennis van éénheid, tot die Guru zijn mijn vereringen.

Vers 71

Brahman is werkelijk begrepen of voldoende begrepen, hij heeft iets gerealiseerd, dat het ongekende en onkenbare voor hem steeds blijft, maar als iemand denkt, dat hij het weet, dan, in feite weet hij het helemaal niet, daarom iemand die verblijft in zijn eigen Bhava (eigenheid) van het zelf, tot die guru gaan steeds mijn vereringen.

Vers 72

Hij die de oorzaak is van alles, toch verschijnt hij in de wereld als een effect, mijn verering tot Hem die de natuur deelt van beide, oorzaak en gevolg.

Vers 73

Deze wereld van verschillende vormen, in wie er geen diversiteit verschijnt, die schijnt als de oorzaak en effect van alles, tot die Guru mijn verering.

Vers 74

Hij die gevestigd is in kennis en kracht, wie versierd is met een guirlande van Waarheid, de werkelijkheid, hij die in deze wereld bevrijding en gelukzaligheid schenkt, tot die Guru mijn verering.

Vers 75

Hij die breekt met de gebondenheden van Karma verwerft in ontelbare geboorten door de kracht van Kennis, ik vereer die Guru.

Vers 76

Ik vereer die Sadguru van wie het water waarin zijn voeten zijn gewassen de kracht heeft om de oceaan op te drogen van Samsara en de positie in het leven opvrolijkt.

Vers 77

Er is geen grotere waarheid dan Guru, geen grotere boetedoening dan Guru, geen kennis groter dan Guru, daarom zal ik steeds tot die Guru mijn offers brengen.

Vers 78

Mijn Heer is de Heer van het universum, Mijn Guru de Wereld-Guru (begeleider van de ganse wereld), Mijn Zelf is het Zelf van alle wezens in dit universum, daarom zal ik Guru vereren.

Vers 79

Guru is de belangrijkste en de eerste. Hij is zonder begin. Guru is de hoogste Werkelijkheid en Godheid. Er is geen Mantra zoals de mantra van de twee lettergrepige "Guru" genoemd zelfs als de één lettergrepige "Omkara" Brahman is. Daarom vereer Guru.

Vers 80

Er is één hoogste hulp, aanverwante en vriend in deze wereld wanneer men geconfronteerd wordt in verschillende situaties; Guru is de beste Dharmatma, daarom vereer Guru.

Vers 81

Het universum is gesitueerd in Guru en Guru is het middelpunt van deze wereld. Deze wereld zelf is Guru (niets anders), daarom vereer Guru.

Vers 82

Tot iemand die verward is in het woud van verandering over de richtingen, enz. diegene die het juiste pad aanwijst, tot Guru breng ik mijn groet.

Vers 83

Aangeroerd door de drie verschillende vuren, de rusteloze schepselen op aarde zwerven rusteloos. Tot zo een mensen, het voetwater van de Guru is werkelijk de Ganges. Vereer hem.

Vers 84

Voor diegene die gebeten zijn door een cobra van onwetendheid, is er geen andere dokter dan de Guru, hij alleen kent de Mahamantra van de juiste Kennis (van het Zelf).

Vers 85

Mijn groet tot de Guru die Sambhu is, de oorzaak van de wereld, de brug om de oceaan van de onwetendheid over te steken en de bron van alle Kennis en wetenschap.

Vers 86

De achtergrond (de gedachten) voor meditatie is de vorm van Guru, het beeld voor verering zijn de voeten van Guru, de geheiligde mantra voor Japa is het woord van Guru en de oorzaak van Moksha is de gunst van Guru.

Vers 87

Welke verdienste er nodig zijn voor pelgrimstocht en welke baden in de heilige waters verlegd tot de zeven zeeën als één, kan niet in vergelijking worden gebracht tot zelfs een duizendste deel van de verdienste van het nemen van het water waarin de voeten van de Guru zijn gewassen.

Vers 88

Wanneer Siva kwaad is kan de Guru u redden. Als de Guru kwaad is kan niemand u redden. Daarom, wanneer je de Kali Guru hebt neem u toevlucht tot hem.

Vers 89

Net zoals een bij dorstige naar honing gaat van de ene naar de andere bloem zo ook zal een leerling op zoek gaan naar kennis, gaan van de ene leraar naar de andere.

Vers 90

Ik vereer de twee voeten van de Guru, begiftigd met de stralen van Siva en Sakti Prabha, onderscheidbaar door witte en rode kleuren, en die voorbij gaan aan het bereik van de spraak, denken en gevoelens.

Vers 91

"Gu" geeft de staat aan van de Guru die boven de drie Gunas is en "Ru" geeft vrijheid van de schakels of vromen aan. Iemand die begiftigd is met de staat boven de drie Gunas en de vromen is de Guru.

Vers 92

O liefste Parvatie, Guru is Siva zonder de drie ogen. Hij is Hari met twee handen. Hij is ook Brahma zonder de vier hoofden.

Vers 93

Moge deze verering met samengevouwen handen de oceaan van genade zijn door wiens gratie wezens bevrijding van het wondervolle Samsara verkrijgen.

Vers 94

Net zoals een blinde de opkomende zon niet ziet (of licht), mensen van beperkt intellect ongelukkig, zien niet de hoogste vorm van de Guru met de hulp van discriminatie.

Vers 95

Guru is ogenblikkelijk de redder van iemands familielijn niet slechts één maar crores (10.000) van generaties, dit geweten zal men de Sadguru drie maal daags vereren.

Vers 96

Mijn Liefste Parvatie, in welke richting de heilige voeten van Sri Natha (Sadguru) ook mogen rusten tot die plaats en richting, vereer met grote devotie elke dag.

Vers 97

Men zal zijn Guru dagelijks vereren door volledige voorover te liggen tot Hem. Door zo een verering verkrijgt men standvastigheid en ultieme realisatie van iemand eigen natuur.

Vers 98

Vereer volledig plat liggende op de buik, met beide handen, benen, knieën, lenden, hoofd en aangezicht, denken en spraak zal men de Guru vereren. Deze volledige overgave is Sashtanga Pranama.

Vers 99

Tot die richting waar de Guru Bhagavan verblijft, de eeuwige getuige van deze handeling van het opkomen, blijven en oplossen in de wereld, ronddwaalt, offer met een handvol verse bloemen.

Vers 100

Wat is het doel van de gevaarlijke, en pijnlijke, langdurige, bedenkelijke oefening, resulterend in ziektes, oncontroleerbare adem, enz. wanneer door de gratie van de Guru alle moeilijkheden op het pad van yoga verdwijnen en de zalige staat van die Sahajavastha verkrijgt. Daarom, zal men de Guru alleen vereren en dienen, het andere in bijkomstig.

Vers 101

Door de devotie die beoefend wordt naar de Guru verkrijgt men de staat van Mukti zelfs zonder kennis, voor diegene die het pad volgen van onwrikbare devotie tot de Guru, is er geen andere Sadhana nodig dan de gratie van de Guru (Guru Prasada).

Vers 102

De Srutis verklaren: "Neti-Neti" - "niet dit, niet dit", en spreken van iets dat voorbij gaat van datgene wat niet wordt genoemd - die Tattva is realiteit van de Guru. Men zal daarom door de Trikarana (denken, spraak en actie) zijn Guru vereren.

Vers 103

Het is door de gratie van de Guru dat Brahman, Vishnu en Siva de mogelijkheid hadden om hun plicht te doen - schepping, onderhouden en oplossing. Daarom zal men zijn Guru altijd vereren.

Vers 104

Zelfs de Devas, de Kinnaras, Gandharvas, Pitris, Yakshas en Wijzen zoals Tumburu en andere kennen niet de juiste techniek om de Guru te dienen.

Vers 105

Mensen die de kennis bezitten in Tarkasastra, in de Vedische Chhandas, kenners van de goddelijke wezens, Karmakandins, mensen in de wetenschappen - geen van hen weet wat Guru-Tattva in de basis is.

Vers 106

Rekenschap gevend van groot egoïsme, trots, kracht van Tapas en onderwijs, zwerven (mensen) in deze wereld zoals de potten van een Perzisch wiel.

Vers 107

Niet diegene die grote offers houden, noch Yogis, noch diegene die uitzonderlijke oefeningen doen zijn bevrijdt zonder de ware kennis van de Guru Tattva.

Vers 108

Diegene, die afkerig staan tegenover de onderhouder, kan geen bevrijding verwachten van de cirkel van Samsara (geboorte en dood), misschien zijn zij Gandharvas, Pitris, Yakshas, Charanas, Rishis, Siddhas of goden.

Aldus eindigt het eerste deel van de Guru Gita, de dialoog tussen Sri Uma en Sri Mahesvara (Parvati en Siva) het tweede deel is de Skanda Purana.

Hoofdstuk 2

Vers 109

O Mahadevi, hoor door de methode van meditatie (op de Guru), de schenker van zaligheid, vreugde en gelukzaligheid. Het is de schenker van Bhukti en Mukti en alle verschillende gelukkigheid.

Vers 110

Ik mediteer op de Sadgusru, ik bid tot de Sadguru die het Parabrahman is, ik spreek van de Sadguru en ik vereer de Sadguru.

Vers 111

ik aanbid de Sadguru, de schenker van de hoogste gelukzaligheid, de zaligheid van Brahman, die absolute kennis is, de ene zonder een tweede, die voorbij gaat aan de paren van tegenstelling, groots en doordringend zoals de hemel, het doel dat bedoeld wordt in de Mahavakya "Tattvamasi", het eeuwige, zuiver, onveranderlijk, de getuige van de functies van het intellect, die boven de Bhavas (mentale condities) staat en de drie Gunas (Sattva, Rajas en Tamas).

Vers 112

De discipel zal mediteren op de Guru zoals gezeten op de goddelijke troon in de lotus van het hart. Hij zal mediteren op de goddelijke vorm van de Guru, stralend licht zoals dat van de volle maan. Het heeft de mogelijkheid om de mediteerder de zegen te schenken van de zaligheid van Sat (bestaan), Chit (bewustzijn) en zaligheid.

Vers 113 & 114

Ik zal Sri Sadguru altijd vereren die Yogaindra is, klaar om te aanbidden, de dokter die alle ziektes geneest van geboorte en dood, die altijd zaligvol is, die zichzelf is, zalig schenkend, zalig voor iedereen, die altijd vrolijk is, vol van kennis, die een wit kledingstuk draagt, omringt met witte bloemen, aan wie langs de linker kant Goddelijke Sakti zit, die een vrolijk gelaat heeft, die begiftigd is met Kripa-Kataksha (goedogend), en die twee ogen heeft.

Vers 115

Ik aanbid de lotusvoeten van de leraars die me de bron toonde van de eeuwige oceaan van zaligheid, Het zelf binnenin hem geboren, die ons de remedie gaf van het "Halahala" vergif van Samsara.

Vers 116

Men zal die Guru vereren in wie de vijf soorten van giften altijd aanwezig zijn; scheppen, onderhouden, vernietigen, Nigraha (straf) en Anugraha (zegen).

Vers 117

De Guru in zijn heilige lotus-voetachtige bezit het vuur om de volledige Samsaras te verbanden (van de discipel) en heeft in kroon op zijn hoofd (Brahma Randhra) de maan-achtige nectar die de mogelijkheid heeft om de vlammen van Samsara te vernietigen, en geeft de discipel de onsterfelijkheid.

Vers 118

Men zal mediteren op de Guru gezeten in de duizendbladige lotus van de drie mandala driehoeken waar de drie lijnen (van de driehoek) de Akara, Kakara en Thaakara beschrijft.

Vers 119

Dat eeuwig zuivere, vormloze, onaangeraakt, ongemanifesteerde, constante kennis van eeuwigheid, bestaan-zaligheid - tot die Guru offer ik mijn verering.

Vers 120 & 121

Mogen de Goddelijke visie van de Sadguru altijd in mij verblijven. De Divya Drishti van de Guru is zo krachtig dat de ganse schepping er vanaf hangt, aan wie de ganse schepping lijkt te bestaan, van wie de ganse vedische kennis afhangt, in wie de ganse schepping rust, van wie de wegen van Brahman afhangt en zijn creatie, in wie het pad van bevrijding rust, waarin de steun van de schepping samengebald is in zovele werelden, de regen van wie genadevol is schenker van zelfkennis, de visie van Satchitananda en alle creatieve bestaan.

Vers 122

Er is niets groter dan Guru, Er is niets groter dan Guru, Er is niets groter dan Guru, niets is groter dan Guru. Door de commando van Siva zeg ik, door de commando van Siva zeg ik, door de commando van Siva zeg ik, Door de commando van Siva zeg ik Dit.

Vers 123

Met de autoriteit van Vishnu dit alleen is Siva, door de autoriteit van Vishnu dit alleen is Siva, door de autoriteit van Vishnu dit alleen is Siva, door de autoriteit van Vishnu dit alleen is Siva.

Vers 124

Door het bevel van Brahma is dit de enige echte onveranderlijk Waarheid. Door het bevel van Brahma is dit de enige echte onveranderlijk Waarheid. Door het bevel van Brahma is dit de enige echte onveranderlijk Waarheid. Door het bevel van Brahma is dit de echte onveranderlijk Waarheid.

Vers 125

Dus door meditatie op de Guru verkrijgt men echte Kennis. Men zal dan voelen: "door de instructies van de Guru ben ik bevrijd".

Vers 126

Men zal zijn denken zuiveren met de methodes die beschreven zijn door de leraars? Met de kennis van het Zelf (Atman) zal men al het andere afwijzen als onwerkelijk.

Vers 127

Alle zaken die vervagen van de kennis, alle verschijningen, alle objecten van kennis, al deze komen in het bereik van het denken. Kennis en het gekende hebben één en dezelfde basis.

Vers 128

Wat is het nut van teveel uiteenzettingen van Crores (10.000) duizenden schrifturen? Echte vrede van Chitta (denkstof) is zeer zeldzaam. Hoe kan ik het verkrijgen zonder Guru Kripa?

Vers 129

Hij is de Sadguru verantwoordelijk voor het opgaan van de Kennis van het Zelf, wie trek uit elkaar, voor de discipel, de acht gehechtheden, met het zwaard van genade (Karuna).

Vers 130

Dit gehoord hebbend (de belangrijkheid van een Guru) O Mahadevi, wie de leraar beschaamd gaat naar de verschrikkelijke hel en verblijft daar zolang de zon en de maan schijnt op aarde.

Vers 131

O Devi, men zal aan zijn Guru denken zolang als hij een lichaam heeft, misschien tot het einde van een Kalpa wereld (cyclus van schepping). Veronachtzamen van de Guru zal niet gebeuren, zelfs als men onafhankelijk wordt, een vrije vogel.

Vers 132

De intelligente discipel zal nooit zijn Guru schaden, men zal nooit leugens vertellen in de aanwezigheid van de Guru.

Vers 133

Voor de Guru te spreken met het woord "Hem" en "tvam" is een grote zonde. Zo een persoon zal een Brahmarakshasa (soort duivels) in een woud of woestijn worden.

Vers 134

Ten alle tijden en onder alle condities voel de niet dualiteit zoals "Brahman alleen bestaat, ik ben Brahman". Maar nooit in de nabijheid van de Guru zult u dit Bhava (gevoel) hebben.

Vers 135

Men zal altijd de voeten van de Guru vereren tot het "inzicht" verdwijnt. Tot deze alleen is er bevrijding en niet voor degene die handelen uit contradictie.

Vers 136

Als men een kenner is van de volledige Waarheid (de kenner van alle Sastras), als hij een Guru-Tyagi (verlaten van de Guru) is, zal hij op het moment van de dood, grote verwarring tegenkomen.

Vers 137

Men zal nooit de plichten tegenover de Guru verzaken. Men zal niets doen zonder zijn Guru te raadplegen. Men zal niet opstaat zonder zijn Guru te vereren. Dit zijn de karakteristieken van iemand die devoot is tot de Guru.

Vers 138

Wanneer de Guru aanwezig is zal men geen instructies geven aan andere. Als hij het toch doet wordt hij een demon.

Vers 139

In de Guru's Ashram zal men vermijden alcohol te drinken of zo'n daden. Men zal geen "show" opvoeren voor de Guru, of vuile praat, schriften tonen om zijn eigen grootheid, of initiatie van discipelen, enz.

Vers 140

Heel nabij zitten, gebruik makend van luxe kussens, de benen strekken, felle geuren en andere luxe producten zullen niet geduld worden in de nabijheid van de Guru.

Vers 141

Men zal geen orders van de Guru naast zich neerleggen, juist of onjuist. Om tot uitvoer te brengen men zal dag en nacht leven als een dienaar, met de Guru.

Vers 142

Men zal niet genieten van de rijkdom die niet door de Guru werd gegeven. Datgene wat gegeven werd door hem, zal men genieten zoals een dienaar. Men verkrijgt daarbij grote verdienste en lang leven.

Vers 143

Schoenen, sandalen, zitplaats, bedden, enz. die gebruikt worden door de Guru zullen niet met de voeten worden aangeraakt. Aan de andere kant zal men al die zaken vereren

Vers 144

Terwijl de Guru loopt zal de discipel hem volgen. Hij zal de schaduw van de Guru niet oversteken. Hij zal de kleding, symbolen, ornementen van de Guru niet imiteren

Vers 145

Men zal de aanwezigheid van een persoon die slecht spreekt van de Guru onmiddellijk verlaten, als hij zijn tong niet kan afsnijden.

Vers 146

Men zal nooit de orders van de Guru afwijzen. Hij zal het overgebleven voedsel van de Guru niet delen met andere. De volledige Ucchishta (wat overblijft) nemen, men zal dat wat overblijft nemen, dit is een groot offer.

Vers 147

Spreek geen slecht over de leraar en ook niet wat hij niet goed vindt, spreek niet met hoogmoed, spreek niet te veel voor de Guru, spreek niet in commando toon tot de Guru. Voer de opdrachten van de Guru uit.

Vers 148

O Heer, O God, O beste onder de mensen, O koning, men zal de Guru benaderen met devotie, respect en ontzag. Hij zal zich gedragen met respect en vrees voor de Guru.

Vers 149

Zelfs als je vervloekt bent door Wijze, goden of in aanraking komt met slangen, dood, enz. Guru zal uw redder zijn.

Vers 150

Zelfs Goden en Wijzen zijn hulpeloos om iemand te redden wanneer iemand vervloekt is door de Guru.

Vers 151

Het tweeletterwoord "Guru", O Devi (Siva preekt tot Parvati) is de koning onder de Mantras. Het is de essentie van de Vedas, Smritis en Puranas.

Vers 152

Iemand die het oker-gekleurde kleed draagt en de Danda (staf) te wille van eergevoel, respect en verering kan geen Sannyasin worden genoemd. Een Sannyasin is iemand die de bedoeling heeft de Kennis van het zelf te ontdekken.

Vers 153

Zij die de belangrijkheid van de Mahavakyas begrijpen door de service van de Guru, zijn ware Sannyasins. De andere zijn meer dragers van een oker-kleurig kleed.

Vers 154

Wie hier realiseert dat het eeuwige Brahman Waarheid is, Absolute Kennis, zonder attributen en vormloos, zijn leraarschap schittert hier in deze wereld.

Vers 155

De standvastigheid op het pad tot Mukti, door het zien van Het Zelf door het Zelf, door de beoefening in innerlijk schouwen en door de gratie van de Guru, de kennis van het Zelf komt in de Sadhaka.

Vers 156

Alle hier van Brahma tot een pilaar is een vorm van Parmatman, wat er ook is is deze wereld beweeglijk of onbeweeglijk (ken hem als Para Brahman), ik vereer dat.

Vers 157

Ik vereer de wereldleraar die Sat-Chit-Ananda (bestaan-bewustzijn-zaligheid) is, die boven verschillende staten van bestaan staat, enz. eeuwig, "Vol"-ledig, zonder kenmerken, vormloos en altijd gecentreerd in het Zelf.

Vers 158

Men zal altijd mediteren op het hoogste, voorbij daar waar niets bestaat, wat altijd zaligheid is, wat zijn verblijfplaats heeft in het hart en wat zuiver schijnt zoals een kristal.

Vers 159

Net zoals een kristal straalt met de schoonheid van de kristal, een spiegel in een spiegel, zo ook, in het Zelf schijnt de zaligheid van Chidakasa. "Dat ben ik" is voorbij alle twijfel.

Vers 160

Heer Siva zei tot Parvati, "ik zal u vertellen, O Parvati, De Bhava dat tevoorschijn komt in het hart wanneer de Purusha, ter grote van een duim, mediteert op Chinmaya in het hart.

Vers 161

"Ik ben ongeboren, onsterfelijk, zonder begin, zonder einde, zonder kenmerk, ik ben bewustzijn en zaligheid, ik ben het kleinste van het kleine, en de grootste van het grootte.

Vers 162

Er is niets belangrijk en onbelangrijk, ik ben eeuwig, ik ben zelf-stralend. Ik ben pijnloos en zonder ziekte. Ik ben altijd zuiver, ik ben de eeuwige Akasa (ether). Ik ben zonder de minste beweging. Ik ben zaligheid (Ananda).

Vers 163

O Parvati, "in ben onzichtbaar. Ik ben onbereikbaar door de spraak en denken. Ik ben zonder naam of vorm. Ik ben onuitdrukbaar door woorden of spraak, ken me aldus". Want dit is mijn natuurlijke staat van zijn.

Vers 164

Zoals de geur samenhangt met de natuur van kamper, bloemen, enz. Net zoals Hitte en koude samengaan met vuur en ijs. Zo ook is Brahman oneindigheid zijn natuur.

Vers 165

Net zoals goud bestaat in zijn eigen natuur in ornementen zoals oorringen, armbanden enz. zo ook blijft Brahman altijd bestaan.

Vers 166

Net zoals een worm door zijn constante vrees voor de zwarte bij tenslotte een zwarte bij zelf wordt, zo ook, men zal door constante meditatie te beoefenen op Brahman, ergens Brahman worden.

Vers 167

Men zal door de beoefening van meditatie op de Guru, Brahmamaya (Brahma bewustzijn) worden, terwijl in dit lichaam en verkrijgt de hoogste staat van vrijheid. Zo een persoon is een bevrijde Ziel. Hierover bestaat geen twijfel.

Vers 168

Parvati zei: O Mahadeva, O Sankara, vertel me, wat is Pinda, Wat is Pada, Wat is Rupa en wat is Rupatita?

Vers 169

Sri Mahadeva zei: Pinda is Kundalini Sakti, Pada is Hamsa, Rupa is Bindu en Rupatita is zonder kenmerk

Vers 170

Zij zijn werkelijk vrij als zij die bevrijd zijn in Pinda. Zij zijn ook vrij in Pada. Zij zijn ook vrij in Rupa. Diegene die vrij zijn in Rupatita zij zijn werkelijk vrij. Er bestaat hierover geen twijfel, O Parvati.

Vers 171

Door volgehouden meditatie op de Guru alleen, een belichaamde ziel wordt het niet belichaamde Brahman. Waar hij ook mag verblijven hij is bevrijd. Hierover is geen twijfel.

Vers 172

Kennis van het Zelf, Zelfrealisatie, vrede, onpartijdigheid, welsprekendheid en doorzettingsvermogen, diegene die deze zes kwaliteiten bezit is Bhagavan, die is Sri Guru, mijn liefste Parvati.

Vers 173

Guru is Siva, Guru is God, Guru is evenredig met alle belichaamde zielen, Guru is Atman, Guru is Jiva, er is niets anders dan de Guru.

Vers 174

Alleen, verlangenloos, kalm, vredevol, bevrijd van jaloersheid, bevrijd van hebzucht, hij die verblijft in waarheid is een Brahma Jnani.

Vers 175

Er is geen vreugde in iets in deze wereld zelfs niet in de Vedas, De Sastras, de Mantras, de Tantras, uitgezonderd in de gratie van de Guru.

Vers 176

Er is geen waar geluk in de filosofie van de Charvakas, ook niet in de Vaishnavas ook niet in de Prabhakaras. Het geluk die getoond wordt in de voeten van de Guru wordt nergens anders gevonden. Dit is een toegegeven feit in Vedanta.

Vers 177

De gelukzaligheid die wordt genoten door een Wijze die bevrijd is van gehechtheden, die leeft in afzondering, wordt zelfs niet genoten door Indra, God der Goden, een keizer, of machtige heersers.

Vers 178

Gedronken hebbend van de volledige Brahmarasa en tevreden in Paramatman, de wijzen van realisatie die indra aanbelangd is als een druppel en dan wat te spreken van een gewone koningen van de wereld

Vers 179

De zoekers naar bevrijding zullen ten alle tijde Guru Bhakti ontwikkelen, omdat door het volgen van het pad getoond door de Guru verkrijgt men de supergunst en de Kaivalya staat.

Vers 180

"Ik ben één en één alleen zonder een tweede", wie aldus constant meditatie beoefent als een resultaat van het advies van de Guru met volle vastberadenheid is het niet nodig zich terug te trekken in het woud.

Vers 181

Door de beoefening zelfs voor een korte periode verkrijgt men de staat van Samadhi. De Zonde die voortvloeien uit geboorte worden onmiddellijk vernietigt.

Vers 182

O zondeloze (Parvati), hoe zou iemand hem aanroepen die ongemanifesteerd is? Hoe en waar zal doet men Visarja voor de al-beschermer? Hoe vereren of mediteren op Hem die vormloos is?

Vers 183

Als de Rajasische Brahma, Guru schept deze wereld, als de Sattvische Vishnu beschermd het, en de Tamasische Rudra vernietigd de wereld.

Vers 184

Volledige begiftigd met het Brahma-Bewustzijn zal men het hoogste, de instandhouder, ziekteloze, en het Paratpara en niet anders, waarnemen.

Vers 185

Een glimp gekregen van dat Hoogste, zal men zonder kontakten verblijven en bevrijd zonder gehechtheden, vredevol, door zijn gratie.

Vers 186

Al men iets verkrijgt of niet, is het een beetje of een grote hoeveelheid, zal men altijd met een tevreden hart genieten zonder de minste gehechtheid.

Vers 187

Aldus een Sarvamaya in deze wereld wordt de man die altijd zaligvol, altijd vredevol, leeft gelukkig ergens en overal. Deze staat is gekend als de staat van Sarvajnatva (alwetendheid).

Vers 188

Waar de bevrijde ziel verblijft dat land is gezegend en toekomende verdienste lovenswaardig. Aldus O Devi heb ik u de karakteristieken verteld van een bevrijde ziel.

Vers 189

O Devi, die is het advies in het pad van Guru-Marga dewelke in een staat is Mukti te schenken. Daarom Guru Bhakti zal altijd beoefend worden met grote devotie en vastberadenheid.

Vers 190

Altijd vrij, de steun van alles, de schrijver van de Vedas, de schenker van Kennis van alles en het ene, ik vereer die Guru die God zelf is.

Vers 191

O Geliefde Parvati, Men mag de vier Vedas geleerd hebben, en de zes vertakte Agamas (Siksha, Kalpa, Vyakaranam, Nirukta, Jyotisha en Chhandas) en alle Adhyatma Sastras; maar men kan geen Kennis verkrijgen zonder een Guru.

Vers 192

Men mag Siva puja uitoefenen, of die versmelt zijn in Vishnu Pooja, Maar als hij zonder de kennis is van Guru Tattva, al het gene hij geleerd heeft is meer verloren tijd.

Vers 193

Als het vereren van Siva gedaan wordt zonder de ware natuur van Siva te kennen, die verering is maar voor de naam. Mijn liefste Parvati, die verering is zoals een lamp die getekend wordt op een papier.

Vers 194

Door de glorie en uitwerking van Guru Diksha dragen al uw acties vruchten. Door de verbinding met een Guru verkrijgt men alles. Iemand zonder Guru is meer een gek.

Vers 195

Omdat men de ware natuur van Siva niet begrijpt en zijn eigen Zelf door Zichzelf, voor iemand zonder leermeester kan gezegd worden dat hij meer een dier, een worm of een vuurvlieg is.

Vers 196

Daarom ontzie alle kontakten met mensen, met alle mogelijke middelen, geef alle conflicten van de schriften op, men zal enkel van de Guru aanhangen.

Vers 197

Vermijd alle twijfel, met één-puntig en geconcentreerde visie van het allerhoogste, hij die het geheim ontdekt en de hoogste visie mogelijk maakt, tot die Heer en Guru, breng ik mijn verering.

Vers 198

De Guru verstoken van kennis, die toegeeft aan leugens en die vijandig is, in niet in de mogelijkheid voor zichzelf vrede te vinden. Hoe kan hij dat vrede geven aan iemand?

Vers 199

Welke speciale kennis heeft een steen in het redden van andere stenen van de verdrinking? Het kan geen rivier oversteken door zichzelf, hoe kan hij dan andere stenen helpen oversteken?

Vers 200

Die (zo een Guru) zijn niet waart te worden vereert. Hoe pijnlijk is het? Door hun visie scheppen zij verwarring. Zo een Guru zullen vermeden worden. Men zal zich wenden tot goede en geleerde.

Vers 201 & 202 & 203

O Parvati, bedriegers en niet gelovers in de Vedas, gewoonte zondaars, atheïsten, slaven van vrouwen, slechteriken, bedriegers, religieuze hypocrieten , diegene die zijn van Karma Marga, diegene die ongeduldig zijn, wie zich mengt in slechte discussies, lichtzinnige, diegene die kwaad zijn, gewelddadige, onverzettelijk in discussie, afwezig van Kennis, grote zondaars - zo een Gurus zullen vermeden worden; en men zal zijn toevlucht zoeken in ware leraren met éénpuntige devotie en discriminatie.

Vers 204

O Devi, dit zal aan niemand kenbaar worden gemaakt dan de discipel. Devotie is de oorzaak voor het verkrijgen van de verlangde vruchten door mensen.

Vers 205

De verborgen, de standvastige, de liefdevolle en tevredene, de in stilte concentrerende, degene die ronddwalen bij zijn wil, en plots en onverwacht opduikt, om een Sishya te zegenen, van zijn overvloedige genade en met zijn eigen akkoord - dit zijn de vijf verschillende leraren.

Vers 206

Wat er ook verkregen wordt van de Guru is vruchtenvol en heeft de mogelijkheid om zonden te vernietigen en in zijn beste aandeel. De discipel zal nooit stelen van de rijkdom van de Guru.

Vers 207

O goede vrouw, ik ben tevreden met wat er geofferd wordt tot de Guru door de discipel. De sandalen, de zegels en de Mulamantra (Guru Mantra) - dit zal verborgen worden gehouden.

Vers 208

Parvati zei, "ik aanbid O Heer, de lotus voeten, dat zijn altijd gedachten in volle concentratie door ernstige zoekers die wensen zicht te bevrijden van het effect van hun eigen acties, door woorden, denken, Prana, het intellect en alle zintuigen.

Vers 209

Mahadeva zei, ik zal u vertellen, O Parvati, wat er kan worden bereikt door dit. Dit zal ik u vertellen voor het voordeel van de hele wereld. Men zal alle wereldse denken vermijden.

Vers 210

Door de afwezigheid van Kennis in deze oceaan van Samasara ondergaat veel lijden. In die staat wanneer men zelfkennis verkrijgt, zullen Karma en Nishkarma volledige verdwijnen.

Vers 211

Wie studeert met vertrouwen en devotie, of hoort het (met devotie), of schrijft in een boek en geeft het aan iemand, verkrijgt alle verdienste.

Vers 212

O Devi, moge je mediteren op deze Guru Gita in je hart met grote devotie. Zelfs wanneer je wordt geconfronteerd met lijden van ongeneeslijke ziektes (Mahavyadhi) zal je dit met succes herhalen.

Vers 213

O liefste Parvatie, iedere letter en lettergreep van de Guru Gita is een Mantra-Raja. Andere Mantras, veelvuldige soorten, geven niet het hetzelfde resultaat of zelfs niet een zestiende deel hiervan.

Vers 214

Men verkrijgt eindeloze vruchten doe de herhaling van de Guru. Het vernietigd alle zonden, O Devi, en het verwijderd alle armoede.

Vers 215

De studie van de Guru Gita maakt een einde aan de ongelegen dood en kwellingen. Het vernietigt ook de slechte effecten van Yakshas, Rakshasas, Bhutas, angst voor dieven, tijger, enz.

Vers 216

De studie van de Guru Gita verwijdert alle kwellingen, problemen, ziektes zoals lepra en grote zonden. Door de studie van de Guru Gita verkrijgt men hetzelfde voordeel als van het gezelschap van de Guru.

Vers 217

Deze Guru Gita wordt de schenker van alle Siddhis en allerhande goddelijke Aiswaryas er vernietigt allerhande Ziektes. In het geval van Mohana en Vasya (bedrieglijke krachten) zal men altijd Japa verrichten op deze Gita.

Vers 218

Gezeten op een mat van Kusa of Durva gras of een zitplaats van een wit deken, zal men Japa beoefenen met éénpuntigheid en geconcentreerd denken.

Vers 219

Een witte zitplaats is aan bevolen voor alle doeleinde. Rode kleur wordt gebruikt voor Vasya. Met zal zitten in de Padmasanas en Japa doen voor het verkrijgen van de hoogste vrede.

Vers 220

Als de Japa wordt gedaan op een zitplaats gemaakt van stof verkrijgt men armoede, ziektes als de zitplaats steen is, als je zit op de grond komt pijn, als de zitplaats van hout is verkrijgt hen geen vrucht, of de inspanning gaat verloren.

Vers 221

Als de zitplaats een dierenhuid is verkrijgt men Jnana, gezeten op een tijgervel verkrijgt men Moksha. Als je gezeten bent op Kusha-gras verkrijgt men kennis van het Zelf, gezeten op een wollen zitplaats verkrijgt men psychische krachten.

Vers 222

Door Japa te doen met het aangezicht naar het zuiden krijgt men de kracht om andere aan te vallen, naar het noord-west heeft men geen vijanden, naar het zuid-westen verkrijgt men goddelijke visie en naar het noordoosten verkrijgt men Kennis.

Vers 223

Met het aangezicht naar het noorden gedurende Japa wordt men vredevol, naar het oosten trekt andere aan, naar het zuiden ontmoet dood, naar het westen verkrijgt rijkdom.

Vers 224

Deze Guru Mantra heeft de kracht om iedereen aan te trekken. Het vernietigt alle gebondenheden en veroorzaakt vrijheid, het maakt Indra gunstig voor u. Het brengt zelfs koningen onder u controle.

Vers 225

Deze Mantra heeft de kracht, om de kracht van spreken te stoppen. Het verhoogt iemands deugden. Het vernietigt alle slechte Karma en versterkt goede acties.

Vers 226

Men verkrijgt succes in alle actie zelfs diegene die beschouwd worden als onsuccesvol. Het is de vernietiger van alle angst en slechte invloed van de planeten. Het vernietigd totaal alle slechte dromen en schenkt de vruchten van goed Karma.

Vers 227

O uitverkoren, deze Gita Sastra brengt vrede waar er verwarring en rusteloosheid is. Het brengt vrijheid waar er gebondenheid is. Het is de bewaarplaats van alle Kennis en speciaal Atma Jnana.

Vers 228

Welk verlangen een mens heeft of denkt dat hij verkrijgt, geeft het eeuwige reputatie, fortuin, heiligheid en vernietigd de drie pijnen (Adhyatmika, Adhibautika en Adhidaivika) basis en vertakkingen.

Vers 229

Dit geeft vrede en permanente gelukzaligheid zoals het plezier van een onvruchtbare vrouw die een Suputra krijgt (een zoon die gehoorzaamt en goed gedraagt). Voor een vrouw geeft deze Guru Gita fortuin en Avaidhavya (de staat van niet-weduweschap).

Vers 230

Men verkrijgt gezondheid, lang leven, goede vooruitzichten, meer zonen, kleinzonen, enz. Een weduwe die dit studeert zonder zelfzucht verkrijgt bevrijding.

Vers 231

Een weduwe die dit bestudeerd met de verwachting van de wereldse vruchten zal, in andere geboortes, nooit een weduwe worden. Het vernietigd haar pijn, angst en hindernissen en kwellingen.

Vers 232

Dit is de vernietiger van alle zonden, het geeft Dharma, verlangen, rijkdom en vrijheid. Hij verkrijgt zeker datgene wat hij verlangt.

Vers 233

Van alle verlangens voor objecten is Guru Gita Kamadhenu. Van alle zaken in het denken is de Kalpataru (wens voortbrengende boom). Van alle zaken die verlangd worden voor het is het Chintamani juweel van alle gunst.

Vers 234

Diegene die de volledige Guru Guta schrijft met de hand en het vereerd verkrijgt Moksha. In zijn hart zal de devotie verschijnen voor de Guru.

Vers 235

Guru Gita wordt herhaald door de volgers van Sakti, volgers van Ganapati, volgers van Vishnu en volgers van Siva, en soortgelijke, met gelijke devotie. Dit is de Waarheid. Dit is de Waarheid. Er is absoluut geen twijfel over dit.

Aldus eindigt het tweede hoofdstuk van de Guru Gita, een dialoog tussen Uma en Mahesvara, in de Uttarakhanda van de Skanda Purana.

Hoofdstuk 3

Vers 236 & 237 & 238

Nu zal ik u vertellen, O Parvati, de beste plaats waar de Guru Gita kan gereciteerd worden met de intenties om de verlangde objecten te verkrijgen. Zeekust, nabij een rivier, pelgrimsoord, tempels van Vishnu, Siva of Devi, koeiestal, alle tempels, onder een Vata Vriksha, (banyan boom), Vrindavana (het woud van Vrinda bomen), of in iedere zuivere plaats, kan Japa van de Guru Gita worden aangevat. Men zal beginnen de Japa van deze Guru Gita nadat men aan zijn dagelijkse verplichtingen is tegemoet gekomen, bewust is van de stilte en een zuiver en onpartijdig hart heeft.

Vers 239

Door deze Japa te doen, verkrijgt men succes en Japa Siddhi zeer zeker. Men zal alle verboden handelingen opgeven en ook afstand doen van verboden plaatsen.

Vers 240

Men zal Japa doen op plaatsen waar lijken worden verbrand, onder een Bilva boom of een Vata boom, Kanaka boom of een Mango boom voor succes te verkrijgen.

Vers 241

De beoefenaar zal een gele zitplaat hebben voor Mohana, een witte zitplaats voor vrede, en een rode zitplaats om Vasya te verkrijgen.

Vers 242 & 243

Door Japa te doen gezeten op verboden zitplaatsen verkrijgt de vruchten van verboden daden. Men verkrijgt succes: door Japa te doen in een stervensbed, verkrijgt men bevrijding. Door het herhalen van de Guru Gita op het moment van een reis aan te vangen, in gevechten, en wanneer men met angst voor de vijanden, verkrijgt men succes. Voor hem alle handelingen geven de verlangende vruchten, en ongetwijfeld zo, voor de Guru Putra (zoon van de Guru).

Vers 244

Tot de persoon die altijd de Guru mantra in zijn mond heeft, worden alle daden vruchtenvol, anders niet. Door de kracht van initiatie verkrijgt men succes in alle Krama (handeling) en dit geld ook voor de Guruputraka (discipel).

Vers 245

Voor de vernietiging van de Samsarawortels en vertakkingen en voor de vernietiging van de acht vormen van gehechtheden, de Kenner van Waarheid neemt baden in de waters van de Ganges.

Vers 246

Hij is de echte Guru, Sadguru, die de kenner is van Sat en Asat. Al zijn plaatsen zijn heilig. Er is daar niet de minste twijfel van.

Vers 247

Waar de altijd-zuivere Guru verblijft met zijn eigen akkoord daar verblijven de Devas. Zij verplaatsen zich naar de plaats waar de Guru verblijft.

Vers 248 & 249

Men verkrijgt Kennis door zien of gevoel van deze zuivere zielen voorzien van wijsheid, diegene die de Guru Gita herhalen terwijl men zit, ligt, beweegt, staat, op de rug van een paard, de rug van een olifant, waken of slapen.

Vers 250 & 251 & 252

Het Atman wordt één met het Paramatman net zoals een rivier één wordt met het water van de oceaan, melk met melk, water met water of de lucht in een pot met Mahakasa. Zo ook, de man van Kennis leeft altijd verenigd met het Hoogste alle dagen en nachten. Aldus verenigt met Maha Yoga in alle plaatsen en alle tijden. Daarom, met alle middelen zal men Guru Bhakti beoefenen.

Vers 253

O Parvati, men wordt vrij, door de Guru te plezieren. Door zijn gratie heeft men recht op de achtvoudige Siddhis.

Vers 254

De Jnani verblijft in en geniet de zaligheid van evenwichtigheid, dag en nacht. Dus de Maha Mouni verkrijgt de staat van gelijkheid in de drie werelden.

Vers 255

Door het steeds herhalen van de Guru Gita verkrijgen de mensen van de wereld hun verlangde objecten. Wat ik gezegd heb, O Parvati is de Waarheid. Het is de Waarheid. Het is de Waarheid.

Vers 256

Het is de Waarheid. Het is de Waarheid. Niets dan de Waarheid. Wat ik ook heb verklaard deze verbintenis is de essentie van deugdzaamheid. Er is geen gebed gelijk aan de Guru Gita en er geen waarheid groter dan de Guru Tattva.

Vers 257

Guru is God, Guru is Dharma. De grootste boetedoening is onwankelbaar vertrouwen in Guru. Er is niets hogers dan Guru. Ik herhaal dit met kracht.

Vers 258

Gezegend is de moeder, gezegend is de vader en gezegd is de familie en traditie, gezegend de aarde, O devi, daar waar er Guru Bhakti is.

Vers 259

O Devi, door de meer tevredenheid van de Guru, alle boetedoening, offergave, soberheid, enz. beoefend in crores (10.000) geboorten, in crores van Kalpas worden vruchtvol.

Vers 260

Het lichaam, de gevoelens, de vitale lucht, gezondheid, zijn eigen afstammelingen, langs moeders kant en vaderskant, al deze zijn aanwezig in Guru, er bestaat daarover niet de minste twijfel.

Vers 261

De onfortuinlijke, de zwakke, zij die hun aangezicht hebben gekeerd van de service van de Guru, zij die niet de belangrijkheid van de Guru voelen - deze personen lijden in verschrikkelijke hellen.

Vers 262 & 263

Geleerdheid, gezondheid, sterkte, rijkdom - al deze zijn van geen nut zonder de gratie van Guru. Zelf als men de status van Brahma, Vishnu, Rudra, De goden, de Pitris, de Kinnaras, de Siddhas, de Charanas, de Yakshas of zelfs grote Rishis, (zonder Guru Kripa) verkreeg, hij valt.

Vers 264

Guru Bhava is de grootste zuiveraar of Tirtha (heiligste van het heilige) andere zijn waardeloos. Alle Tirthas zijn aanwezig, O Devi, in de gewijde heilige voeten van de Guru.

Vers 265

Zij die afkerig staan tegenover hun wettige echtgenoot en zich vergrijpen aan andere vrouwen zijn gekken en gedachteloze mannen van beestige natuur. O Devi, ik geef deze grote waarheid aan u, zodat zelfs deze mensen hun gedrag kunnen verbeteren door de ontwikkeling van de devotie tot de Guru.

Vers 266

Dit groot geheim, moeilijk om te begrijpen, zal niet aan iedereen worden kenbaar gemaakt. Het is om welbewaakt te worden. Ik heb dit kenbaar gemaakt aan u, omdat u heel dierbaar bent voor mij.

Vers 267

Dit zal aan niemand gegeven worden zelfs niet aan Ganesa, Subramanya, zelfs de Goden of de Vaishnavas, O Mahalaye, geef me deze zekerheid door mijn voeten aan te raken, O Devi.

Vers 268

Tot degene zonder devotie, bedriegers, tot de zwakke, tot de ongelovige, tot de atheïsten en andere van dat type, Deze Guru Gita zal nooit verteld zelfs niet mentaal.

Vers 269

Er zijn altijd zo vele leraren in de wereld die de gezondheid van hun leerlingen beroven. Maar ik beschouw hen rare specimen onder Gurus, die de mogelijkheid heeft om de kwellingen te verwijderen in het hart van de discipelen.

Vers 270

De verstandige, de bekwame, de onderscheidmakers, de zuivere, de Kenners van waarheid van spirituele wetenschap, diegene die hun hart zuiver is, hij is de ware Guru, zijn Gurutva straalt, niet die van andere.

Vers 271

Leermeesters zijn diegene die zuiver van hart zijn, kalm en bedaard. Die gematigde woorden spreekt, vrij van lust, hebzucht, haat, enz. die hun zintuigen beheersen, en verblijven in Sadachara.

Vers 272

Leraren zijn van verschillende types met verschillende capaciteiten. Zij zijn gekend door namen, Suchaka, enz. De student zal weten en testen voor zichzelf en dienen diegene die gevestigd is in Tattva Nishtha.

Vers 273

The Suchaka leraar is iemand die vertrouwd is met verzen en alle wereldse wetenschap.

Vers 274

O Parvati, ken de functies van de leraar van de verschillende kasten en ordes. Varna en Ashrama - Dharma en Adharma enz. zijn van het Vachaka type.

Vers 275

De Guru die de discipels inwijd in de Panchakshari Mantra enz. O Patvati, Hij is van de Bodhaka type en staat boven de Suchaka type, hierboven aangehaald.

Vers 276

De Guru die iemand inwijd in de lagere types zoals Mohana, Marana, Ucchatana, Vasya wordt Nishiddha Guru genoemd.

Vers 277

"Alles wat hier is, is niet blijvend en een verblijf van rampspoed", aldus de wereld die een verblijf van miseries is, de Guru, wie het pad toont dat leid naar Vairagya, is gekend als Vihita type.

Vers 278

De leraar die de discipel inwijd in de Mahavkyas, Tattvamasi, enz. O Parvati, hij wordt de Karana Guru genoemd. Hij vernietigde de ziektes van Samsara in de discipel.

Vers 279

Hij die een expert is in het verwijderen van de verschillende wortels van twijfel, en wie de angst voor geboorte en dood verwijderd, wordt beschouwd als de Parama Guru.

Vers 280

Hij die zo een Maha Guru verkrijgt als resultaat van verdienste verkregen gedurende verschillende geboortes. Aldus zo een Guru verkregen is de discipel nooit meer gebonden aan Samsara. Hij wordt absoluut vrij.

Vers 281

O Parvati, er zijn in deze wereld verschillende soorten leraren. Van al deze zal met een geringe inspanning de Param Guru dienen. Hij is klaar om te dienen

Vers 282

De discipel van een Nishiddha Guru aangezet door slecht en zwakke verlangens van een nadelige natuur, zal nooit meer in een menselijk lichaam komen tot het einde van een Brahma Pralaya

Vers 283

De woorden horend van Mahadeva, Parvati vroeg aldus met een groot en angstig gedacht.

Vers 284

Sri Parvati zei: O Heer, ik vereer u, er is iets wat ik gehoord heb van u, mijn denken is eerder verward en opgewonden door het horen van uw woorden.

Vers 285

Ik wilde u vragen, het lot van deze discipelen die door toeval een Nishiddha Guru benaderde. Die zijn niet door zichzelf begiftigd met veel onderscheidingsvermogen en verdienstelijke daden, verkrijgen virakti en zijn bang voor de dood.

Vers 286

Sri Mahadeva zei: O Devi, hoor deze Waarheid, wanneer iemand begiftigd is met Vairagya, de Srutis zeggen dat hij een goed Adhikari is (student).

Vers 287

Iemand die de student de mogelijkheid geeft om in zichzelf te zien, de homogene essentie dat altijd vrij is, vrij van pijn, de onsterfelijke Brahman, wordt zijn redder en leraar.

Vers 288

Net zoals de oceaan de koning is van de wateren, zo ook de Parama Guru wordt de Koning onder alle leraars.

Vers 289

Een Parama Guru is iemand die verstoken van Moha, enz. vredevol, altijd tevreden in zichzelf, hangt niet af van iemand anders, wie beschouwd meer als karakter de status van Brahma en Vishnu zelfs.

Vers 290

Iemand die altijd onafhankelijk is en opklimt, die een onveranderlijk denken bezit en altijd gelukkig, die geniet van Akhandaikarasa van het Atman en er tevreden is, zo een persoon is een Parama Guru

Vers 291

Iemand die vrij is van het gevoel Dvaita en Advaita, die straalt bij licht van zelfrealisatie, die de mogelijkheid heeft om de diepe duisternis van onwetendheid te vernietigen en die de al-kenner is - Hij is een Parama Guru

Vers 292

Door zijn Darsan verkrijgt men kalmte, succes, vrede van denken en ook Dhriti - zo een persoon is een Parama Guru.

Vers 293

De groep van Shiddis waarnemen van de yogi en mantravadins iemand die de opvatting heeft "al dit is een illusie" - zo een persoon is een Parama Guru.

Vers 294

Iemand die naar zijn eigen lichaam kijkt al een wapen, van zijn eigen Zelf als het niet dualistische Brahman, en die de rusteloosheid vernietigd en verdwazing voor gezondheid en vrouwen - zo een persoon is een Parama Guru.

Vers 295

O Parvati, luister naar mij, er zijn twee verschillende kenners van de waarheid (Tattvajnas). Ze zijn de Mouni en de Vagmi.

Vers 296

De Vagmi heeft de mogelijkheid om iemand te redden uit de draaikolk van Samsara sagara. Daarom, hij heeft de mogelijkheid om al de twijfel te vernietigen door de Kennis van de Sastras, Zijn eigen overtuigende argumenten die altijd aanwendbaar zijn en dit door zijn eigen directe realisatie, en kennis van het Zelf.

Vers 297

Door Japa van de naam van de Guru, O Devi, vernietigd de zonde die opgestapeld zijn in ontelbare levens. Er is niet de minste twijfel over dit.

Vers 298

In deze wereld, is er geen God zoals Sri Guru en geen vader zoals Sri Guru. Er is geen daad gelijk tot Guru Dhyana in deze wereld. Ongetwijfeld is er geen daad zoals dit, niets zoals dit.

Vers 299

Familietradities, gezondheid, sterkte, de kennis van de Sastras, vrienden, broers - geen van dit is bruikbaar voor u op het moment van de dood. Guru is de enige redding.

Vers 300

Door de Guru te dienen is de ganse familie gezuiverd. Door de tevredenheid van de Guru alle Devas, Brahma, Vishnu, Siva, enz worden gunstig gestemd.

Vers 301

Het is enkel de Guru die de ware Svarupa kent van de indrukwekkende Heer. De kennis van het hoogste is door zijn gratie (guru) en er is geen andere weg. Zelfs door duizend of crores (10.000) schriften kan men niet die kennis verkrijgen.

Vers 302

Zonder de kennis van het Zelf (Svarupa) wat ook gedaan wordt vruchteloos. O Devi, boetedoening, Japa van een Mantra, enz. alles wordt zoals het babbelen van een kind.

Vers 303

Sommige zeggen Siva is de hoogste Heer, sommige zeggen Hari is de grootste. Andere zeggen Brahma is al dit en sommige zeggen dit is allemaal Sakti Lila. De verschillende visies hier argumenteren zonder enig doel.

Vers 304

Diegene die afkerig zijn tot Guru Diksha kennen nooit de hoogste Kennis. Ze zijn zoals dieren en dwaas zonder de kennis van het Zelf.

Vers 305

Voor het verkrijgen van bevrijding van de cyclus van geboorte en dood, daarvoor zal je je Guru gunstig stemmen, O liefste Parvati. Zonder de Guru kunnen de onwetende van de wereld de hoogste Werkelijkheid niet kennen.

Vers 306

Alle knopen van het hart zijn uit elkaar, alle twijfel gezuiverd, alle karmas zijn vernietigd, door de gratie en genade van de Guru, O Parvati.

Vers 307

Guru Bhakti, die beoefend wordt om het verbod van de Vedas en de Sastras door iemand die devote is tot de Guru die heeft de mogelijkheid om bevrijding te geven van alle belangrijke zonden

Vers 308

Iemand die slecht gezelschap zondevol daden heeft opgegeven, wie zijn hart heeft gezuiverd van zonde, tot zo iemand wordt Guru Diksha gegeven.

Vers 309

Iemand, wiens hart standvastig is in Tyaga, die vrij is van trots en kwaadheid, die alle gevoelens heeft opgegeven en alles van dualiteit tot zo iemand wordt Diksha gegeven

Vers 310

Iemand, die begiftigd is met deze eigenschappen, wie is geïnteresseerd in de welstand van alle wezens van deze wereld, wiens leven zuiver en onbevlekt tot hem is diksha toegestaan door de Sastras.

Vers 311

Het volledige verloop van Diksha is door mij voorgeschreven te samen met alle rituelen en voorschriften (gezegde van Heer Siva tot Parvati), met inbegrip van de beproeving van Mantra Diksha met de daarbij horende ritueel ervoor.

Vers 312

Zonder Guru Diksha, zonder het juiste ritueel, wie kan zeggen dat hij volgeling is van de regels van Guru Tattva die de kracht bezit van de geven van Guru Sayujya.

Vers 313

Ook al bezit hij de kwaliteiten of niet, hij met onbeperkte devotie, en ten dienste staan van, en toevlucht zoekend in de Guru is klaar voor Moksha en geniet van al het geluk van deze wereld. Het leven van zo'n discipline wordt vruchtbaar.

Vers 314

O Parvati, dit zal kenbaar worden gemaakt tot hij die intense devotie en vertrouwen in de guru bezit, en die volledig zuiver van hart is. Het geeft me de grootste voldoening en geluk.

Vers 315

Deze Guru Gita Sastra is het geheim van alle schrifturen, o Siva, tot de hoogst bezielde Sadhaka, die zal kenbaar gemaakt worden na grondig onderzoek.

Vers 316

Tot de intelligente, hij de Chitta Suddhi (zuiverheid van hart) bezit, tot hen in wie alle goede daden vruchten dragen, alleen tot die geschikte Sadhaka zal deze Guru Gita worden mede gedeeld met de nodige inspanning.

Vers 317

Tot de atheïst, tot de besluiteloze, tot hij die slecht doet, naar zijn vrienden, tot de listige, tot de hypocrieten, tot hij die niet devoot is, tot hij die tegen de guru is, zal deze guru gita nooit worden meegedeeld.

Vers 318

Tot de hartstochtelijke, tot zij die hunkeren naar gezelschap van vrouwen, tot de zwakken, tot het wiens denken vervuld zijn van lust, verlangens, enz. tot degene die haten, zal deze Guru Gita niet verteld worden.

Vers 319

O Devi, O Sive, Deze Gita Sastra is de vernietiger van alle zonde en verwijderd alle onheil en hindernissen. Het vernietigt de angst van geboorte en dood..

Vers 320

O uitverkoren, dit is de essentie van alle Srutis (schrifturen). In dit wordt alles verteld in een notenschelp. Er is geen andere manier om mukti te verkrijgen voor die mensen die devotie hebben tot de voeten van de Sadguru.

Vers 321

Wanneer een kandidaat gebukt gaan onder de zonde van de eindeloze geboorte zal hij de ware betekenis van deze Guru Gita niet begrijpelijk zijn. Om u te bevrijden van de ketting van geboorte en dood zal men zich te alle tijden overgeven tot de Guru alleen.

Vers 322

"Ik ben gans deze wereld, ik ben de hoogste staat van vrijmaking", van waaruit men aard van realisatie (kennis) tot die Guru verkrijgt, ik zal me altijd onderwerpen.

Vers 323

Genoeg verleiding. In werkelijkheid besta ik alleen. In mij rust de ganse wereld van het beweeglijk en onbeweeglijke. Hij (de Guru) die dit geheim aan me toonde, aan hem alleen is het waard om te vereren.

Vers 324, 325

Hij die geen einde, midden of begin is, die geen handen, voeten, kaste, noch regelt, die geen man, vrouw noch beide (Napumsaka), die onveranderlijk is, geboorte, dood, deugd gebrek, die zelf geen tattva is - De enige waarheid, homogeen, altijd gelijk, die begiftigd is natuurlijke evenwichtigheid en uniforme Bhava, tot die guru zal ik me onderwerpen.

Vers 326

Tot het eeuwige, tot de altijd-waarheid, tot de bewuste licht en kennis, het altijd nieuwe, tot de majestueuze waardigheid, tot het paratpara (grootste van het grootste), tot het zuivere, tot de verlichte, tot de onthechte, moge mijn verering altijd tot die guru Sekhara (tot de borstjuweel onder de guru's) toekomen.

Vers 327

Mijn onderwerping tot sri Gurunatha het aldoordringde paramatma wiens vorm Sat Chit Aananda is, die licht en zaligheid is.

Vers 328

Mijn verering tot die guru die de getuige is van mijn buddhi, die de kenner van de Vedanta is (die gekend kan worden door Vedanta), wiens aard waarheid-zaligheid is (Satyananda Svarupa), en die de oorzaak van kennis en gelijkheid is (bodha en sukha).

Vers 329

Mijn verering tot u o Heer, O Bhagavaan, Siva in guru's vorm. U neemt verschillende vormen aan om u Vidyavatara (verspreiden van de kennis over de wereld) te volbrengen.

Vers 330

Tot de vernieuwde en nieuwe, die verschijnt door zijn eigen maya, in verschillende nieuwe, nieuwere en nieuwste vormen, maar die toch die ene vorm van Paramartha (werkelijkheid) blijft, tot de massa van zuiver bewustzijn of spiritueel licht, tot de zon, de vernietiger van onwetendheid, zijn deze onderwerpingen.

Vers 331, 332, 333

Tot de onafhankelijke, tot het beeld ontstaan uit genade, tot de siva svarupa, tot het toevlucht voor devoten, tot hem die vertrouwt is voor de bhaktas, tot de meest mooie vorm, tot de discriminatie van de Vivekis (onderscheiden), tot hen die de ondervrager van de ondervragers van Brahman zijn, tot het licht der lichten, tot hem die het licht is voor hen die licht nodig hebben, tot hem die de kennis in van het zelf in de kenners van het zelf, moge deze onderwerpingen vooraan, achteraan, boven en onder zijn. Moge het u ten alle tijden bevallen om u verblijfplaats aan te nemen in mijn hart. Moge u verblijven in mijn hart.

Vers 334

Mijn groet tot Sri Guru die de hoogste zaligheid is, de vorm van Ananda, in wiens aanwezigheid het denken de vorm van zuiver bewustzijn en zaligheid aanneemt.

Vers 335

Moge deze onderwerping voor u zijn, O Guru, die altijd versmolten is in zaligheid, en de nectar van zijn spraak het vergif vernietigd die Samsara wordt genoemd.

Vers 336

Door onnoemelijke gepaste advies al van kinds af zijn disciplines bewaard, u schenkt hen, door u buitengewone vriendelijkheid de onbevattelijke staat van Guruchitpadam.

Vers 337

Mijn onderwerping aan u O guru, U bent de Paramatman, u bent Achyuta. U bent vertrouwd met al de Sastras. U bent Chidghana (massa van Bewustzijn) en Zaligheid.

Vers 338

Mijn verering aan u O Guru, u bent Achyuta. U hebt de eigenschappen van Vidya en Avidya. U hebt het inzicht om u disciplines op het juiste pad te richten. U bent oceaan van onsterfelijkheid en genade.

Nota:

Het tweede gedeelte van de eerste lijn van dit vers heeft een andere versie;

De Guru is de zon die de duisternis van de onwetendheid verdrijft.

Vers 339

Aan de verheven Guru, die helpt met de discipline om de oceaan van samsara over te steken, wordt zoals het was, de brug, de onuitputtelijke bron van de devoten, verering tot die Chitsukhatma (de ongebonden zaligheid die uit het hart tevoorschijn komt).

Vers 340

Er is geen God, geen vader zelfs geen familie die gelijk is aan Guru nama. Er is geen Heer zoals Gurunama. Er is geen status zoals deze Parama Pada van de Guru.

Vers 341

Hij die geen respect en eergevoel heeft voor de Guru, de gever van de Mono-syllabe, zo iemand neemt verschillende lelijke vormen aan zoals dat van een hond en wordt uiteindelijk een Chandala (gaat naar Chandala Yoni).

Vers 342

Bij het verlaten van de Guru gaat men naar de dood, door het verwerpen van de Mantra verkrijgt men zwakte, de verwerper van de Guru Mantra gaat naar de hel gekend als Raurava.

Vers 343

De Guru heeft de mogelijkheid om de boosheid van Siva teniet te doen. Maar zelfs Siva kwam u niet beschermen als je misnoegen en de kwaadheid van de Guru oploopt. Daarom zal men met alle mogelijkheden erop toezien dat men de Guru niet ongehoorzaam is.

Vers 344

De mantra die u help om de oceaan van samsara over te steken, de Siddha mantra die aanbeden wordt door Brahma en wijzen, de Mantra die u beschermt tegen schraalheid en de grote angst van samsara, ik vereer die grote Gururaja Mantra.

Vers 345

De zeven crores (10.000) van de Mahamantra veroorzaakt rusteloosheid van het denken. Er is slechts een Mahamantra die uit twee letters "Gu" en "Ru" bestaat (om u te beschermen).

Vers 346

Dit aldus gezegd hebbend, richten Heer Mahadeva zich terug naar Parvati met deze woorden: Dit is de enige hoogste Tattva, O Devi, hoor dit; het schenkt u gelukzaligheid

Vers 347

Aldus werd u de volledige Guru Tattva aan u verteld, O Devi, in een samenvatting. Dit is het grote onverkondigde geheim. Daarom, zal dit niet aan iedereen worden gegeven.

Vers 348

O Devi, dit zal nooit onwaar worden, wat er door mij werd verteld is de waarheid, O Satyarupini (een incarnatie van de waarheid, de eigenste vorm van de waarheid). Er is in de ganse wereld geen Stotra die gelijk is aan deze Guru Gita, er is er geen, deze bestaat niet.

Vers 349

Deze Guru Gita is de verdrijver van alle pijnen die veroorzaakt zijn door samsara. O Devi, dit zal niet worden voorgelezen aan iemand die geen Guru Diksha heeft.

Vers 350

Dit is een groot geheim. Dit geheim der geheimen zal niet gegeven worden aan zondaars, O Devi. Het is enkel door goede daden, gedurende vele vruchtbare geboortes dat iemand klaar is voor deze grote waarheid.

Vers 351

Door wiens gratie realiseer ik me nu dat: "ik ben alles en alles is in mij", door wiens gratie heb ik de mogelijkheid om deze Sadatmarupa (realiseren van mijn Zelf) te kennen, tot zijn Lotus voeten zal ik altijd mijn verering en groet richten.

Vers 352

Op mij wiens ogen zijn bedekt door de cataract van onwetendheid, wiens denken gevangen is door de genietingen der zintuigen, O Heer, door de gift van Jnana-Prabha (licht van kennis) mogen uw mij zegenen.

Aldus eindigt de Guru Gita, een dialoog is tussen Uma en Mahesvara, wat een deel is van de Sanat Kumara Samhita in de Uttara Khanda van de Skanda Purana.