Katha Upanishad
|
Deel 3.
Vers 1 (17)
Twee wonen er in het lichaam, in de voortreffelijke grot van de intelligentie (buddhi) die de zekere beloningen genieten van hun goede (en slechte) daden. De kenners van het Brahman, en evenzo de gezinshoofden, die het drievoudig Nasiketa-offer hebben gebracht, beschrijven deze als schaduw en licht.
Vers 2 (17)
Wij zijn in staat het Nasiketa offer te brengen, dat de brug voor de offeraars is naar de hemel, en (we kunnen ook) het onvergankelijke Brahman, het Allerhoogste (leren kennen) dat gezocht wordt door hen die wensen over te steken naar de oever van onbevreesdheid.
Vers 3 (17)
Weet dat het Atman de heer en meester is in de strijdwagen, en dat het lichaam die strijdwagen is, weet, dat buddhi, intelligentie, de wagenmenner en dat manas (het denkvermogen zonder de wijsheid) de teugels is.
Vers 4 (17)
Ze zeggen, dat de zintuiglijke organen de paarden zijn en de objecten der zinnen de wegen zijn. De wijzen noemen Hem (het Atman) de genieter of degene die ervaart (als hij) verenigd is met het lichaam, de zinnen en het denkvermogen.
Vers 5 (17)
Wie zonder gezond verstand is en wiens manas steeds ongedisciplineerd is, diens zinnen zullen onbeheerst zijn net als de slechte (onbestuurbare) paarden van de wagenmenner.
Vers 6 (17)
Maar wie wel gezond verstand heeft en wiens manas steeds gedisciplineerd is, diens zinnen zullen beheerst zijn, net als de goede (bestuurbare) paarden van een wagenmenner.
Vers 7 (17)
En wie zonder gezond verstand is, en wiens manas niet beheerst is en steeds onzuiver is, zal dat doel nooit bereiken maar geraakt in de cirkelgang van het leven in deze wereld.
Vers 8 (17)
Maar wie wel gezond verstand bezit en wiens manas steeds gedisciplineerd en zuiver is, die bereikt dat doel vanwaar er geen geboorte (d.w.z. terugkeer naar het leven in deze wereld) meer is.
Vers 9 (17)
Hij die vijnanam, buddhi of de rede tot zijn wagenmenner heeft en een (gedisciplineerd) manas als de teugels, bereikt voorwaar het doel van de tocht, de verheven staat van Vishnu.
Vers 10 (17)
De objecten der zinnen zijn verhevener dan de zintuiglijke organen; manas is verhevener dan de objecten; buddhi is verhevener dan manas; mahan atma (Het Verheven Zelf) is verhevener dan buddhi.
Vers 11 (17)
Avyakta (de ongedifferentieerde natuur) is verhevener dan mahat (mahat Atma); Purusha (het Oneindige Zelf) is verhevener dan avyakta. Er is niets verhevener dan Purusha; dat is het uiteindelijke, dat is het verhevenste doel.
Vers 12 (17)
Dit Atman dat in alle wezens verborgen is, is niet aan alle manifest. Maar Het kan door allen gerealiseerd worden, die gewend zijn subtiele waarheden met behulp van hun scherpe verstand te onderzoeken.
Vers 13 (17)
Laat de wijze mens (prajna) zijn woorden doen opgaan in manas en buddhi; laat hem de buddhi doen opgaan in het grote Zelf, (mahat) en dat grote Zelf op zijn beurt in het Zelf van vrede (het Atman of de Purusha).
Vers 14 (17)
Sta op ! Ontwaak ! ontsteek je licht door tot de grote (leraren) te gaan; als het scherpe lemmet van een scheermes is dat pad, zo zeggen de wijzen, moeilijk te betreden en zwaar om te volgen.
Vers 15 (17)
Door te beseffen dat het Atman geluidloos, niet te voelen, zonder vorm, onvergankelijk, en ook niet te proeven, eeuwig zonder geur, zonder begin en einde, ja zelfs voorbij mahat en onveranderlijk is, wordt men bevrijd uit de greep van de dood.
Vers 16 (17)
De intelligente mens, die dit onsterflijke verhaal over Nasiketa heeft gehoord zoals het door de Dood (Yama) werd verteld, komt tot heerlijkheid in de wereld van het Brahman.
Vers 17 (17)
Hij die met innige toewijding dit diepst geheim verteld aan een groep geestelijk zoekenden, of als de sraddha ceremonie plaatsvindt, maakt zichzelf geschikt voor het Oneindige, ja, hij maakt zichzelf geschikt voor het Oneindige.
EINDE HOOFSTUK 3
Kontakteer
Yoga@pandora.be
met vragen en comentaren over deze Site.
Copyright 1998, Frans Moens. All rights reserved.