Mundaka-upanishad



(Atharva- Veda)








Aanroeping



O Goden, inspiratie tot offers! Mogen onze oren het goede horen. Mogen onze ogen het goede zien. Mogen wij Hem dienen met al de kracht van ons lichaam. Mogen wij ons gehele leven Zijn wil uitvoeren. Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.



Boek I



I



De Schepper was de eerste; Hij schiep Zichzelf als Schepper; noemde Zichzelf daarna de Beschermer van de wereld. Hij gaf de kennis van Brahman, de basis van alle kennis, aan zijn oudste zoon Atharva.



Atharva gaf haar aan Angir; Angiras aan Satyavaha Bharadvaja; Satyavaha Bharadvaja aan Angiras, Die beroemde heer, de huisvader Shaunaka, zeide tot Angiras: "Wat is het dat ons, wanneer wij het kennen, alles in de wereld doet kennen?"



Angiras zeide: 'Zij die Brahman kennen, zeggen dat er twee soorten van kennis zijn, een lagere en een hogere.



'De lagere kennis is de kennis van de vier Veda's en zulke dingen als uitspraak, ceremonieel, spraakkunst, etymologie, dichtkunst, sterrenkunde; de hogere kennis is de kennis van het Onveranderlijke;



'Van datgene wat niet tastbaar is, geen geslacht of kaste heeft, noch kleur, ogen, oren, handen, voeten; alomtegenwoordigt, onmeetbaar klein, vanzelfsprekend, onverwoestbaar, altijd levend is; Dat onvergankelijke is het wat de wijzen zien als oorsprong van alle wezens.



'Zoals het web aan de spin ontspringt en weer ingetrokken wordt, zoals de plant aan de grond ontspringt, haren aan het lichaam van de mens, zo ontspringt de wereld aan het Onveranderlijke.



'Brahman schept door contemplatie voedsel, voedsel leven, leven menselijke geest, menselijke geest de elementen, de elementen de wereld, de wereld Karma, Karma onsterfelijkheid.



'Hij ziet alle dingen; weet alle dingen. Alle dingen, hun voedsel, hun namen, hun vormen, zijn uit Zijn wil. Alles wat Hij gewild heeft, is juist.'



2



'De wijzen bestudeerden de rituele verrichtingen die in de Veda's beschreven worden; zij gingen nog verder en bereikten de Waarheid. Misschien vindt ge het beter bij hen te blijven; indien ge de beloning van uw handelingen zoekt, blijf dan bij hen.



Wanneer het offervuur flikkert, en het offervuur licht, moet men tussen twee offergave boter in zijn offergave inwerpen, offer met geloof.



'Indien de offeraar zijn offer niet volgens de regels offert, gedurende de periode van de nieuwe maan, of in het regenseizoen, of in de oogsttijd, indien hij het niet regelmatig of op andere tijden doet, of in het geheel niet, indien hij geen gasten ontvangt bij de offerplechtigheid, dan zal zijn familie gedurende zeven generaties onvoorspoedig zijn.



'Er zijn zeven vuurtongen: de verterende, de verschrikkelijke, de snelle, de rokende, de rode, de heldere, de flakkerende.

'Indien het offer op de juiste tijd gebracht is, dan dragen de vuurtongen die het symbool zijn van de zonnestralen, de toegewijde naar het paradijs.



'Welkom! Welkom!' roepen zijn vriendelijke, vleiende goede daden, terwijl de tongen, symbool van de zonnestralen, hem meevoeren. 'Zie eens wat wij voor je gemaakt hebben, zie dit schone paradijs.



'Die offers met hun bemanning van achttien man, zijn niet-zeewaardige schepen, zij behoren tot een onbeduidend karma. De dwaas vestigt er zijn hoop op en lijdt schipbreuk.



'Dwazen steunend op hun kennis, zij zijn trots, onwetend, oppervlakkig; zij zwalken heen en weer, blind en door blinden geleid.



'Onwetenden denken in hun trots dat zij ieder probleem opgelost hebben; zij die hartstochtelijk zijn, leren nooit. Deze allen worden, wanneer de verdienste van hun offer uitgeput is, uit het paradijs ge-stoten en komen in de ellende van het leven.



'Deze misleide mensen denken dat ritueel en aalmoezen voldoende zijn; zij weten niets van ware goedheid; wanneer ritueel en aalmoezen hun werk gedaan hebben, vallen zij terug in hun oude menselijke leven of misschien nog wel lager.



'De wijzen en de reinen, tevreden met wat zij krijgen, levend in eenzaamheid, strenge soberheid beoefenend, gaan naar het Onsterfelijke, door de poorten van de zon.



'Hij die de resultaten van actie begrijpt, wenst ze alle op te geven. Activiteit kan het inactieve niet bereiken; laat hem daarom met gevouwen handen tot een leermeester gaan, die in Brahman leeft en in wie openbaring leeft.



'Aan zulk een leerling, nederig, meester van zijn geest en zinnen, kan de leermeester alles leren wat hij weet en hem tot het onsterfelijke brengen.'



Boek II



1



'Dit is de waarheid: de vonken, ofschoon van dezelfde aard als het vuur, springen eraf; ontelbare wezens springen van het Onveranderlijke af, doch deze, mijn zoon, worden er weer in opgelost.



'Het Onveranderlijke is zonder vorm, zonder geboorte, zonder adem, zonder gedachte, het is boven alles, buiten alles, binnen in alles.



'Uit Hem worden leven, gedachten, zinnen, ether, lucht, vuur, water, aarde geboren, die alles staande houden.



'Hij is het innerlijkste Zelf van allen. Vuur, Zijn hoofd; zon en maan, Zijn ogen; de vier windstreken, Zijn oren; openbaring, Zijn stem; lucht, Zijn adem; wereld, Zijn hart; aarde, Zijn voeten.



'Vuur is uit Hem, brandstof de zon, maan uit zon, regen uit maan, voedsel uit regen, de mens uit voedsel, zaad uit de mens; zo stamt alles uit Brahman.



'Uit Hem zijn hymnen, heilige zangen, ritueel, inwijding, offers, ceremonieel, al de offers, tijd, daden, alles onder zon en maan.



'Uit Hem zijn goden, engelen, mensen, vee, vogels, levende vuren, rijst, koren, soberheid, geloof, waarheid, standvastigheid, wet.



'Uit Hem, zeven zinnen als rituele vuren, zeven begeerten als vlammen, zeven objecten als offers, zeven genietingen als offers, zeven zenuwen als woonsteden, zeven centra in het hart als holten in de grot.



'Uit Hem, zeeën en rivieren, bergen, kruiden en hun eigenschappen; in het midden van de elementen bet innerlijkste Zelf (Atman).



'Mijn zoon! Er is niets in deze wereld dat niet Brahman is. Hij is actie, zuiverheid, Eeuwigdurende Brahman; vind Hem in de grot; knaag de koop van onwetendheid door.'





2



'Stralend en toch verborgen, leeft Brahman in de holte van het hart. Alles wat op en neer beweegt, ademt, zich opent, zich sluit, leeft in Brahman; boven geleerdheid, boven alles, beter dan alles; levend, niet-levend.



'Het is de onvergankelijke, vlammende Brahman, dat zaad van alle zaden, waarin de wereld en al zijn schepselen verborgen liggen. Het is leven, spreken, denken, werkelijkheid, onsterfelijkheid. Het is er om geraakt te worden. Raak het, mijn Zoon!



'Neem de boog van onze heilige kennis, leg er de pijl van toewijding tegenaan trek de pees van concentratie, tref het doelwit.



'Om is de boog, het persoonlijke zelf de pijl, Brahman het doelwit. Mik nauwkeurig, verzink erin.



'Aarde, denkende geest, leven, het hemelgewelf, het Koninkrijk der Hemelen, zijn in Zijn mantel geweven. Hij is alleen en enig; 's mensen brug naar onsterfelijkheid.



'Mediteer over OM als het Zelf. Herinner U dat Hij vele vormen aanneemt, in de naaf woont, waar de slagaderen elkaar ontmoeten; en moge Zijn zegen u uit de duisternis leiden.



'Hij weet alles, weet iedere bijzonderheid. Zijn glorie zegeviert op aarde, in de hemel, in Zijn eigen zetel, de heilige stad van het hart.



'Hij wordt geest en leidt lichaam en leven. Hij leeft in 's mensen hart en eet 's mensen voedsel. Hij die Hem kent, vindt vreugde en daardoor onsterfelijkheid.



'Hij die Hem kent als de gevormde en de vormloze, snijdt de knoop van zijn hart door, lost iedere twijfel op, put iedere handeling uit.



'In een schone gouden schede verbergt zich de vlekkeloze, ondeelbare, lichtende Brahman.



'Noch zon, noch maan of ster, noch vuur of bliksem verlicht Hem. Als Hij schijnt begint alles te schijnen. Alles in de wereld weerkaatst Zijn licht.



'Brahman is overal, aan de rechterkant, aan de linkerkant, boven, onder, achter, voor. Wat is de wereld anders dan Brahman?'



Boek III



I



'Twee vogels, in vriendschap met elkaar verbonden, hebben hun tehuis in dezelfde boom gemaakt. Een van de twee pikt van de zoete vrucbt, de ander kijkt alleen maar toe.



'Het persoonlijke Zelf wordt het pikken van kleine beetjes moe en verzinkt in neerslachtigheid; doch wanneer bij door meditatie begrijpt dat de ander -het onpersoonlijke, ware Zelf - Brahman is, dan verdwijnt de neerslacbtigheid.



'Wanneer de wijze Brahman ontmoet - Zijn gouden gestalte, de heer, de ene Persoon - dan bereikt hij, verlost van goed en kwaad, smetteloos, de opperste gemeenscbap met Hem.



'De wijze, die Hem kent als het leven en de levengever, stelt zichzelf niet op de voorgrond; genietend van het Zelf, zich vermeiend in het Zelf, doet hij zijn plicht, is de grootste onder de kenners van Brahman.



'Het Zelf wordt gevonden door waarheidsliefde, zuiverheid, plichtsbetrachting, zelfbeheersing. De asceet, die aldus gelouterd is, ontdekt Zijn brandende licht in het hart.



'Valsheid doet u van de weg afdwalen: waarheid alleen overwint. Het einde van de weg is waarheid; de weg is geplaveid met waarheid. De wijze reist erheen zonder begeerte.



'De Waarheid ligt boven verbeelding; hoven het paradijs; groot, kleiner dan het kleinste; nabij, verder dan het verste; Zij verbergt zich voor de reiziger in de holte van het hart.



'Geen boetvaardigheid kan Hem ontdekken, geen ritueel Hem openbaren, geen oog kan Hem zien, geen tong Hem uitspreken; alleen in meditatie kan de menselijke geest, zuiver en stil geworden, de vormloze Waarheid ontdekken.



'Het Zelf schijnt uit het zuivere hart, wanneer het leven met zijn vijf vuren binnentreedt en de geest vult.



'Een zuiver mens krijgt alles wat hij wenst. Een mens wiens gedacbten gevestigd zijn op een ander mens die het Zelf kent, krijgt alles wat hij wenst.'





2



'Hij kent de opperste verblijfplaats van Brahman, waar alles licht en levend is; de wijzen die, bevrijd van begeerte, die opperste Persoon aanbidden, ontsnappen aan het zand van wedergeboorte.



'Hij die het ene ding na het andere begeert en er over peinst, wordt geboren waar zijn begeerten bevredigd kunnen worden; doch wanneer het Zelf bereikt is en deze ene begeerte bevredigd is, zijn alle begeerten bevredigd.



'Het Zelf wordt niet gekend door discussie, noch door kennis, noch door verstand, hoe groot ook. Hij komt tot de mens die hij liefheeft; Hij openbaart Zich aan die mens en toont hem zijn eigen natuur.



'Het Zelf wordt niet bereikt door iemand, die geen kracht in zich heeft, noch door iemand die niet oplettend is, noch door doelloze gestrengheid. Doch iemand die omzichtig, sterk en vasthoudend is en die begrip heeft, zal doordringen in de verblijfplaats van Brahman.



'Hij die Hem gevonden heeft, zoekt niet meer; daar zijn begeerte verdwenen is, heeft bij vrede. Nadat hij dat wat overal is, van alle kanten benaderd heeft, gaat bij over in het Al (Brahman).



'Wanneer de asceet de betekenis van de Vedantaleer meester geworden is, vergeet bij het lichaam, herinnert zich het Zelf, bereikt onsterfelijkheid.



'Zijn elementen keren terug tot hun bron, zijn zinnen tot hun goden, zijn persoonlijke zelf en al zijn handelingen tot het onvergankelijke, onpersoonlijke Zelf.



'Zoals rivieren hun namen en vormen in de zee verliezen, zo verliezen de wijzen naam en vorm in God, die verder is dan de verste verte.



'Hij die de opperste Brahman kent, wordt Brahman zelf. In zijn familie wordt niemand geboren die van het Zelf niet weet. Hij gaat verdriet, zonde, dood, te boven; de knopen van zijn hart zijn losgemaakt; hij bereikt onsterfelijkheid.



'De Rig-Veda zegt: 'Zeg dit aan hen die de Veda's kennen, die bun plicht doen, de wet gehoorzamen, zichzelf ten offer brengen aan het enige Vuur.'



'Dit is die zeer oude Waarheid,' verklaarde de wijze Angiras. 'Gehoorzaam de wet en begrijp.'



Wij buigen ons neder voor de Grote Wijzen!

Wij buigen ons neder voor de Grote Wijzen!

Dit is de upanishad.