Narada Bhakti Sutra



Vers 1

Wij zullen nu uitleggen wat Liefde (Bhakti) is;

Vers 2

Haar natuur is de uiterste toewijding (Prema) tot het enige wezen.

Vers 3

Liefde is het levenselixer.

Vers 4

Door het verkrijgen, waarvan de mens volmaakt wordt, geheel bevredigd en onsterfelijk;

Vers 5

Door het verkrijgen, waarvan hij niets meer verlangt, geen verdriet meer heeft, geen haat meer kent of zinnelijk genot, en geen daden meer verricht ter zelfbevrediging;

Vers 6

Door het ervaren, waarvan hij dronken van vreugde en tot in het diepste der ziel bewogen wordt, en hij zijn vreugde stelt in het Zelf.

Vers 7

Liefde kan niet gebruikt worden om begeerten te vervullen, want haar wezen is zelfverlochening.

Vers 8

Zelfverlochening is afstand doen van vormen en van wereldse zaken.

Vers 9

Het is uitsluitende toewijding tot Liefde, en onverschilligheid tegenover al wat ermee in strijd is.

Vers 10

Uitsluitende toewijding is het afstand doen van alle andere toevluchten,

Vers 11

En het navolgen van wat met Liefde in overeenstemming is in de dingen der wereld, en in de geschriften.

Vers 12

Laat de geboden der geschriften nagevolgd worden totdat men innerlijk geheel overtuigd is van de waarheid,

Vers 13

Anders bestaat het gevaar van het verkeerde te doen in naam van de vrijheid.

Vers 14

Als Liefde zich gevestigd heeft, worden zelfs de sociale vormen, tot dan nagevolgd, opgegeven, behalve die welke nodig zijn voor de noodzakelijke levensbehoeften.

Vers 15

Definities van Liefde worden nu gegeven volgens verschillende meningen.

Vers 16

Vyāsa zegt, dat Liefde toewijding is tot een religieus leven.

Vers 17

Gārga zegt, dat het vreugde is bij het horen spreken over het Zelf.

Vers 18

Sandilya zegt, dat het het onafgebroken bewustzijn is van het Universele Zelf in de eigen ziel.

Vers 19

Maar Nārada zegt, dat Liefde begonnen is als men alle gedachten, woorden en daden wijdt en overgeeft aan God, en als men de diepste ellende doormaakt bij het minste vergeten van God.

Vers 20

Waarlijk, zo is het.

Vers 21

Zoals het het geval was met de schaapherderin van Vraja, (die Sri Krishna liefhad).

Vers 22

Zelfs daar kan men het verwijt niet maken, dat de kennis van het Grote Zelf verduisterd was.

Vers 23

Zonder die kennis zou het de liefde van minnaars geweest zijn. In de liefde van minnaars is er niet alleen geluk in het geluk van de ander.

Vers 25

Liefde is groter dan Werk, Kennis of de systematische ontwikkeling der innerlijke vermogens (Bhakti-Yoga is groter dan Karma-Yoga, Jnāna- Yoga, of Rāja-Yoga).

Vers 26

Want ze is haar eigen doel;

Vers 27

En omdat God hoogmoed veroordeelt en deemoed liefheeft.

Vers 28

Sommigen zeggen, dat Kennis het middel is om tot Liefde te geraken;

Vers 29

Anderen zeggen, dat Liefde en Kennis van elkaar afhankelijk zijn;

Vers 30

De zonen van Brahmā, Nārada en Sanatkoemāra, zeggen, dat Liefde haar eigen beloning is.

Vers 31

Zoals een man zijn honger niet kan verzadigen door het zien van voedsel, of zijn verlangen naar comfort niet kan bevredigen door het zien van een paleis,

Vers 32

Zo kan iemand niet voldaan zijn door het kennen of zelfs het zien van God, totdat Liefde tot hem komt.

Vers 33

Daarom moet Liefde alleen aangegrepen worden door hen die Verlossing begeren.

Vers 34

De Leraren bezingen aldus de middelen om tot Liefde te geraken:

Vers 35

Door het opgeven van gehechtheid aan zintuiglijke voorwerpen, en door het afstand doen van werelds gezelschap;

Vers 36

En door onafgebroken inspanning voor Liefde, en voor niets anders;

Vers 37

Men moet naar plaatsen gaan waar over de heerlijkheid van God gezongen en gesproken wordt.

Vers 38

Maar het belangrijkste komt door de Liefde van de heilige Groten, of door een vonk van Goddelijke Genade.

Vers 39

Het gezelschap der Groten is moeilijk te vinden en moeilijk te bereiken, maar het blijft nooit zonder gevolgen.

Vers 40

Het wordt verkregen door de genade van God,

Vers 41

We bereiken Liefde door het gezelschap der Groten, omdat er geen verschil is tussen God en de Zijnen.

Vers 42

Liefde is het hoogste. Beoefent het in eenzaamheid. Beoefent het in eenzaamheid!

Vers 43

Op iedere wijze is slecht gezelschap te vermijden,

Vers 44

Omdat het tot wellust en toom leidt, tot begoocheling, afdwaling en gebrek aan volharding, tot wils zwakte en krachtsverlies.

Vers 45

Deze dingen zijn eerst als kabbelende golfjes, maar worden spoedig tot vloedgolven.

Vers 46

Wie steekt de oceaan der Grote Begocheling (Māyā) over? Hij, die afstand doet van slecht gezelschap; hij, die omgaat met de Groten van geest; hij, die ieder gevoel van bezit verliest;

Vers 47

Hij, die de eenzaamheid opzoekt; hij, die de banden der wereld ontwortelt; hij, die de drie Goenas te boven gaat en, alle zorgen opgevend, alleen van God afhangt betreffende zijn bestaan;

Vers 48

Hij, die niet gehecht is aan de vruchten van zijn werk; hij, die afstand doet van ieder werk, en de tegenstellingen van vreugde en smart, enz., te bovenkomt;

Vers 49

Hij, die zelfs de Geschriften opgeeft; waarlijk, hij bereikt onwankelbare Liefde;

Vers 50

Waarlijk, hij steekt de oceaan der Grote Begoocheling over en helpt anderen om die over te steken.

Vers 51

Onuitsprekelijk is het ware wezen van Liefde (Prema).

Vers 52

Zoals een stomme niet kan uitdrukken wat hij ervaart, maar door zijn houding zijn gevoelens verraadt, zo kan de Bhakta deze Liefde niet in woorden uitdrukken, maar openbaart ze door zijn daden.

Vers 53

In zeldzame personen openbaart zich Liefde,

Vers 54

Ontdaan van de drie Goenas, begeerteloos, eeuwig toenemend, eeuwig voortdurend, en van het wezen van subtiele waarneming.

Vers 55

Na het bereiken van Liefde ziet men Dat alleen, hoort men Dat alleen, spreekt men over Dat alleen, en denkt men over Dat alleen.

Vers 56

Er zijn drie soorten zoekers naar de drie Goenas: trage, hartstochtelijke en evenwichtige; en ieder zoeker bevindt zich in een der volgende stadiums: bezochtheid, innerlijk verlangen, waarheid zoeken, en realisatie.

Vers 57

De laatste van deze Goenas en stadiums staan hoger dan de voorafgaande.

Vers 58

Liefde (Bhakti) is gemakkelijker dan de andere methoden.

Vers 59

Omdat ze zelf-getuigend is hangt ze niet af van andere waarheden,

Vers 60

En omdat ze van het wezen van Vrede is en van de allerhoogste Vreugde.

Vers 61

Er mag niet gedacht worden aan vernietiging van volksgebruiken. Ingewijde zielen hebben respect voor sociale en godsdienstige gebruiken.

Vers 62

Als Liefde bereikt is, worden deze gebruiken niet geminacht, maar nagevolgd zonder gehechtheid aan de gevolgen.

Vers 63

Men moet niet deelnemen aan gesprekken over sensuele onderwerpen, of aan athe stische discussies, en men moet niet sprek n over de daden van de vijanden van Liefde.

Vers 64

Ego sme en aanmatiging moeten worden opgegeven.

Vers 65

Alle handelingen moeten aan God geofferd worden, Als men nog lijdt onder hartstocht, toom, hoogmoed, enz., moet men deze zwakheden ook alleen op deze wijze richten.

Vers 66

Vereert God als Zijn eeuwige dienaar of geliefde, de drieheid van Liefde, Liefhebber en Geliefde ineensmeltend, en maakt aldus Liefde één met God.

Vers 67

Die toegewijden, die alleen dit levensdoel hebben, zijn de grootste.

Vers 68

Met van ontroering bevende stem en overeindstaand haar, en met vreugde-tranen, terwijl zij met elkaar spreken over Liefde, reinigen zij hun naasten in de wereld.

Vers 69

Zij vormen de bron van heiligheid voor heilige plaatsen. Zij maken ieder werk tot goed werk, en geschriften tot heilige geschriften.

Vers 70

Ze zijn vol Goddelijkheid.

Vers 71

Hun voorouders verheugen zich over hen. De Devas dansen vol vreugde omdat de wereld in hen beschermers vindt.

Vers 72

Er moet geen onderscheid onder hen gemaakt worden van kaste, geleerdheid, schoonheid, klasse, rijkdom, of beroep;

Vers 73

Want zij zijn alle van Hem.

Vers 74

Ijdele discussies moeten vermeden worden,

Vers 75

Vanwege hun eindeloosheid en onzekerheid.

Vers 76

Geschriften van Liefde moeten het onderwerp zijn van meditatie, en werken, die Liefde doen toenemen, moeten verricht worden.

Vers 77

Alle begeerten naar genoegen en winst opgevend, en smart vernietigend, en deze dingen alleen tegemoettredend als de tijd ze brengt, - Verspil geen ogenblik zonder nut!

Vers 78

Het geen kwaad berokkenen aan enig wezen door gedachte, woord of daad, waarheidslievendheid, reinheid, mededogen, en het beamen van de waarheden der geschriften, zijn kostbare deugden.

Vers 79

Men moet God dienen met onafgebroken en onverdeelde aandacht, en zonder enige zorgen te koesteren.

Vers 80

Als Hij geprezen wordt, openbaart Hij Zich spoedig en doet Zichzelf door Zijn toegewijden ervaren.

Vers 81

Ten allen tijde is Liefde het allerhoogste.

Vers 82

Verknochtheid door macht en heerlijkheid; verknochtheid door schoonheid; verknochtheid door plicht; verknochtheid door eredienst; verknochtheid als dienaar; verknochtheid als vriend; verknochtheid als geliefde; verknochtheid als kind; verknochtheid door zelf-opoffering; verknochtheid door vereenzelviging; verknochtheid door smart bij scheiding (zoals in het geval van geliefden). Aldus vertoont de éne Liefde elf vormen.

Vers 83

Aldus verkondigen Koemāra, Vyāsa, Soeka, Sandilya, Gārga, Vishnoe, Sesa, Oeddhava, Vāroeni, Bali, Hanoemān, Vibhisana, enz., die Leraren van Bhakti waren, en wie het volkomen onverschillig was of hetgeen ze zeiden voor kinderpraat of voor wijsheid gehouden werd.

Vers 84

Hij, die gelooft en eerbiedigt hetgeen hier door Nārada verkondigd is, door het bevel van Shiva wordt hij overmeesterd door Liefde, hij bereikt Dat Dierbaarste.