(Atharva- Veda)
In vocatie
Mogen onze oren het goede horen. 0 Goden! Inspiratie tot offers! Mogen onze ogen het goede zien. Mogen wij Hem dienen met al de kracht van ons lichaam. Mogen wij ons gehele leven Zijn wil ten uitvoer brengen. Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.
Sukesha Bharadvaja, Satyakama Shaibya, Sauryayani Gargya, Kausalya Ashvalayana, Bhargava Vaidarbhi en Kabandhi Katyayana, allen leerlingen en godzoekers, kwamen met hun offers tot de Wijze Pippalada, hopende dat hij hen alles zou uitleggen.
De Wijze Pippalada zeide: 'Blijf een jaar bij mij, oefen U in geloof, soberheid, zelfbeheersing; stel dan de vragen die ge wilt.'
Aan het einde van een jaar zeide Kabandhi Katyayana: Heer! Wie schiep alle dingen?'
De Wijze zeide: 'De Schepper, met het oog van Zijn geest op de wereld gericht mediteerde en maakte een paar leven en materie, denkend dat zij de rest zouden doen.
'De zon is het leven, de Maan is materie; de beweeglijke en onbeweeglijke Wereld is materie, alle vorm is materie.
'De Zon kijkt in het oosten, dan in de andere windstreken dan hoven en onder en geeft leven, geeft licht.
'Hij, het alles beheersende leven, toont zich het eerst als Licht. Dit is mijn gezaghebbende uitspraak:
'De wijzen kennen Hem, de alles doordringende, alles verlichtende, alles wetende, de Ene, de instandhouder van alles en Zij zeggen dat Hij opgaat als de Zon, opdat Hij alles kan verwarmen, in alles kan binnengaan, als ieders eigen leven.
'Het jaar is de Schepper. Er zijn twee paden, het zuidelijke en het noordelijke. Zij die tevreden zijn met het geven van aalmoezen en met ritueel en aan het familieleven de voorkeur geven, gaan langs het zuidelijke pad tot hun vaderen. Zij bereiken de wereld van de maan en worden opnieuw geboren. Alles is daar materie.
'Doch zij die het Zelf zoeken door middel van soberheid, zelfbeheersing, geloof, kennis, gaan langs het noordelijke pad, bereiken de wereld van de Zon. Dat is leven, onsterfelijk, boven vrees verheven; dat is het doel. Eenmaal daar, is er geen terugkeer. Dat is de wet. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak: 'Sommigen noemen de Zon onze beschermer, met vijf voeten, twaalf lichamen, die boven de hemel woont en de regen zendt. Anderen noemen Hem het jaar, berekenaar van tijd, die rijdt in de wagen met zeven wielen of zeven paarden.'
'Ook de maan is de Schepper, de lichte helft is leven, de donkere helft materie. Wijze mensen verrichten hun ritueel in de lichte helft; dwazen in de donkere.
'De cyclus van dag en nacht is de Schepper; dag is leven, nacht is materie. Zij die bij dag gemeenschap hebben met een vrouw, verspillen bet leven, zij die bet bij nacht hebben, behouden het.
'Voedsel is de Schepper. Voedsel maakt zaad: alle dingen komen uit zaad.
'Zij die God als Schepper gehoorzamen, krijgen alles wat leven en materie kunnen geven. Zij die soberheid, zelfbeheersing, waarheidsliefde beoefenen, stijgen boven deze uit en zijn standvastig.
Zij die noch oneerlijk, noch huichelachtig, noch leugenachtig zijn, gaan verder en komen in de zuiverbeid van bet Zeif (Brabman).,
2
Bbargava Vaidarbhi vroeg: 'Heer! Welke machten hebben het lichaam geweven? Welke machten geven het leven? Welke is de grootste?'
De Wijze Pippalada zeide: 'De ether is zulk een macht, lucht, vuur, water, aarde, spraak geest, oog en oor. Deze alle riepen, dat zij het lichaam geweven hadden.
'Het Leven, groter dan deze, zeide: Ge misleidt uzelf. Ik alleen ben het die mijzelf in vijf stromen verdeel en het Iichaam weef en leven geef.' Doch zij wilden het niet geloven.
'Het Leven, om zich te wreken, stond op alsof het uit het lichaam weg wilde gaan. Maar terwijl hij opstond, wisten de anderen dat ook zij moesten opstaan. Wanneer hij terugkeerde, keerden ook zij terug. Zoals bijen hun koningin volgen wanneer zij uitgaat, terugkeren wanneer zij terugkeert. Zo keerden spraak, geest, licht van het oog, gehoor terug. Zij begonnen het Leven te prijzen.
'Leven brandt in het vuur, schijnt in de zon. Regen, wolken, lucht, aarde, zijn leven. Materie is leven. Alles wat vorm heeft of geen vorm heeft, is leven. Leven is onsterfelijkheid.
'Alles zit vast aan het leven, zoals spaken aan de naaf van het wiel - de drie Veda's, alle offers, alle moed en alle wijsheid.
'Leven, Heer der Schepping, Gij die beweegt in de moederschoot en uzelf daar tot geboorte brengt, gij meester van de vijf stromen! Alle dingen offeren u hun tol.
'Gij brengt de offergaven naar de goden en de vaderen; zelfs adem en zintuigen maakt gij met uw handen.
'Leven! Schepper, Beschermer, Vernietiger! Zon in hemelse kringloop! Meester der sterren!
'Stort de regen omlaag, laat alle dingen hun voedsel vinden, gedijen, verheugd zijn.
'Leven-zelf! Puurheid zelf! Vuur zelf, Eter, Heer van alles. De gehele wereld is uw voedsel. Vader in de Hemel! Allesdoordringende adem.
'Moge uw lichaam in al ons spreken zijn, in al ons horen, in al ons zien, in al ons denken, maak ons gelukkig en verlaat ons nimmer.
'Moge het Leven, Meester van drie werelden, ons beschermen, zoals een moeder haar kinderen beschermt. Verleen ons Wijsheid, verleen ons voorspoed.'
3
Kausalya Ashvalayana vroeg: 'Heer! Wanneer begint het leven; hoe komt het in het lichaam; hoe leeft het daar nadat het zich verdeeld heeft; hoe gaat het uit het lichaam weg; hoe ondersteunt het alles wat buiten is, alles wat binnen is?'
De Wijze Pippalada zeide: 'Ge stelt gewichtige vragen: ge graaft tot op de wortel. Hier is mijn antwoord:
'Het leven valt van het Zelf af zoals schaduw van de mens afvalt. Leven en Zelf zijn met elkaar verweven, doch Leven komt in het lichaam, opdat de begeerten van de geest bevredigd mogen worden.
'Zoals de koning zijn rijk in delen verdeelt onder verschillende ambtenaren, zo verdeelt het Leven het lichaam onder vijf levende stromen.
'De organen van uitscheiding en verwekking onder de neerwaartse stroom Apana; oog, oor, waar Hij zelf woont, onder de stroom Prana, die uitvloeit door mond en neus; het midden van het lichaam onder de egaliserende stroom Samana, die het voedsel uitdeelt en de zeven vlammen ontsteekt.
'Het Zelf leeft in het hart. Er zijn honderd en één slagaderen; uit iedere slagader komen honderd aderen; uit iedere ader twee en zeventig duizend kleinere aderen - deze alle heeft Hij onder de verspreidende stroom Vyana gesteld.
'Door één van deze klimt de opwaartse stroom Udana, die de verdienstelijke mens tot zijn beloning voert; de zondige mens tot zijn straf; indien zijn verdiensten en gebreken gemengd zijn, terug tot de wereld.
'Rijzende zon is het symbool van leven; de zon onderhoudt de Prana van het oog; de aarde trekt Apana neerwaarts; wat tussen zon en aarde is, onderhoudt Samana; lucht, Vyana.
'Licht onderhoudt Udana. Wanneer dat licht uit is, lossen de zintuigen zich op in de geest en wordt de mens opnieuw geboren.
'Wanneer Udana op het moment van sterven verenigd is met de wens van de geest, dan keert hij terug tot het leven; en het Leven, met Udana als verlichter van de weg, brengt de ziel tot de plaats die zij verdient.
'De mens die dit weet, kent de betekenis van het leven; zijn kinderen raken nooit verdwaald. Dit is mijn gezaghebbende uitspraak:
'Hij die de bron en de macht van het Leven kent, hoe het binnentreedt, waar het woont, hoe het zich in vijven verdeelt, hoe zijn verhouding tot het Zelf is, bereikt onsterfelijkheid; ja, onsterfelijkheid bereikt hij.
4
Sauryayani Gargya vroeg: 'Heer! Wie is het in het lichaam van de mens, die waakt, slaapt, droomt, geniet? Van wie zijn deze dingen afhankelijk?'
De Wijze Pippalada zeide: 'Zoals de stralen van de ondergaande zon zich samentrekken binnen de zonnebal, om weer naar buiten te treden met zonsopgang, zo trekken de zinnen zich samen binnen de geest, die de meester van hen alle is. Daarom, wanneer een mens niet hoort, ziet, voelt, ruikt, proeft, spreekt, ontvangt, geeft, beweegt, geniet, dan zeggen wij dat hij slaapt.
'Alleen de levende vuren zijn dan wakker. Het levende vuur Apana komt overeen met het eeuwigdurende Garbapatya offervuur van de huisvader; het levende vuur Vyana komt overeen met het Anvaharyapachana offervuur, dat naar het zuiden en het zuidelijke pad gekeerd is; het levende vuur Prana, ontstoken door het vuur Apana, komt overeen met bet Ahavaniya offervuur, ontstoken door het eeuwigdurende Garhapatya vuur dat naar bet oosten en de opkomende zon gekeerd is.
'Het levende vuur Samana wordt het egaliserende vuur genoemd, omdat het de offergaven: de uitgaande en inkomende adem, in evenwicht houdt. De menselijke geest is degene die offert. De beloning voor het offer is het levende vuur Udana, de diepe slaap, die de menselijke geest steeds weer opnieuw tot het Zelf voert.
'De dromende geest geniet zijn grootheid. Wat hij gezien heeft, ziet hij weer: wat hij gehoord heeft, hoort hij weer; wat hij genoten heeft in verschillende landen en gewesten, geniet hij weer. Alles wat gezien is, niet gezien, gehoord. niet gehoord, genoten, niet genoten, werkelijk onwerkelijk, hier en daar, dat weet hij; hij weet alles.
'Wanneer de menselijke geest verloren is in het licht van het Zelf, droomt hij niet meer; stil geworden in het lichaam, is hij verloren in dat geluk.
'Mijn zoon! Alle dingen vliegen naar het Zelf toe, zoals vogels naar een boom vliegen om te rusten.
'Aarde en haar kwaliteit, geur; water en zijn kwaliteit, smaak; vuur en zijn kwaliteit, schoonheid; lucht en zijn kwaliteit, tastzin; ether en zijn kwaliteit, geluid; oog en wat het ziet; oor en wat het hoort; neus en wat hij ruikt; tong en wat hij proeft; huid en wat hem aanraakt; stem en wat hij zegt; handen en wat zij hanteren; verwekking en wat haar aanspoort; uitscheiding en wat wordt uitgescheiden; menselijke geest en zijn verbeelding; intellect en wat het onderscheidt; trots en wat hem doet zwellen; gedachte en wat gedacht wordt; licht en wat verlicht wordt; leven en wat ervan afhankelijk is; deze vliegen alle naar het Zelf.
'Dit is het Zelf, dat ziet, tast, hoort, ruikt, proeft, denkt, onderscbeidt, handelt. Met persoonlijke zelf en het uiteindelijke, onvergankelijke, onpersoonlijke Zelf, zijn één.
'Mijn zoon! Wie het onpersoonlijke Zelf kent, waarin het persoonlijke zelf, de levende vuren, de zinnen, de elementen leven, die weet alles. Dit is mijn gezaghebbende uitspraak:
'Hij die het onvergankelijke Wezen vindt, waarin het individuele zelf, de zinnen, de vitaliteit en de elementen leven, hij weet alles; doordringt alles.'
Satyakama Shaibya vroeg: 'Heer! Waarheen gaat de mens na zijn leven, indien hij zijn gehele leven over OM mediteert?'
De Wijze Pippalada zeide: OM is de hogere en de lagere Brahman. Alleen met behulp daarvan bereikt de wijze mens de ene of de andere.
'Indien hij alleen mediteert over de letter A, wordt hij spoedig opnieuw geboren op deze aarde.
'Indien hij de Rig-Veda gezongen heeft, wordt hij als een groot, sober levend, zelfbeheerst, godvrezend mens onder de mensen geboren.
'Indien hij mediteert over de twee letters A en U en de Yajur-Veda gezongen heeft, dan gaat hij naar de maan en na er de genoegens van genoten te hebben, keert hij terug naar de aarde, steeds weer opnieuw.
'Hij die mediteert over de drie letters A, U en M, als over God, wordt verenigd met het licht van de zon. Terwijl hij zijn slechtheid afpelt, zoals de slang haar huid afwerpt, gaat hij, met behulp van de SamaVeda gezangen, door dat licht heen naar het Koninkrijk der Hemelen, tot de God die groter is dan de grootste van alle schepselen, hoewel hij in ons lichaam woont. Dit is mijn gezaghebbende uitspraak:
'Indien een mens over de drie letters afzonderlijk mediteert, dan is dat het zinnebeeld van sterfelijkheid; doch indien hij over alle drie tezamen mediteert, onscheidbaar, wederkerig afhankelijk, dan zullen de drie toestanden: de fysieke, de mentale (subtiele) en de causale, hem belonen; dan komt hij sterfelijkheid te boven.
'Rig-Veda brengt de mens naar de aarde, Yajur-Veda zendt hem naar de hemel, doch alleen de Ziener kent de wereld die Sama-Veda brengt. De wijze mens gaat daarheen met bebulp van OM boven verval, dood en vrees uit, bij bereikt vrede.'
6
Sukesha Bharadvaja zeide: 'Heer! Hiranyanabha, Prins van Kosala, stelde mij deze vraag: 'Bbaradvaja! Kent ge God en zijn zestien fasen? - ik zeide tot de jonge man: 'ik ken Hem niet.' 1k zal er niet om liegen, want ik weet wat er gebeurt met een leugenaar. Als ik Hem kende, zou ik het u zeggen.' De Prins steeg in zijn wagen en vertrok zonder een woord. Nu vraag ik u: 'Waar is die God?'
De Wijze Pippalada zeide: 'Mijn zoon, die God en zijn zestien fasen zijn in dit lichaam.
'God dacbt bij zichzelf: 'Wat is datgene wat mij zal dwingen te gaan wanneer het gaat, te blijven wanneer het blijft?'
'Toen schiep Hij het leven; uit het leven: kennis; uit kennis: ether; uit ether: lucht; uit lucht: vuur; uit vuur: water; uit water: aarde; uit aarde: zinnen; uit zinnen: geest; uit geest: voedsel, uit voedsel: kracht; uit kracht: soberbeid; uit soberheid: openbaring; uit openbaring: karma; uit karma: wereld; uit wereld: namen.
'Wanneer de rivieren zich met de zee vermengen, verliezen zij hun namen en vormen en de mensen spreken alleen van de zee; evenzo verliezen deze zestien fasen, wanneer zij zich met God vermengen, hun namen en vormen en de mensen spreken alleen van God: de mens wordt de fasenloze, de tijdloze. Dit is mijn gezaghebbende uitspraak:
'God is de naaf van het wiel, waarvan de zestien fasen de spaken zijn: ken Hem en sterf niet meer.
'Wat ik u gezegd heb, is alles wat mij over Brahman bekend is.'
Zij prezen de Wijze en zeiden: 'Gij zijt waarlijk onze vader. Gij hebt ons naar de overzijde van onwetendheid geleid.
'Allen buigen zich voor u neder, Grote Ziener! Buig U neder voor de Grote Zieners!'
Kontakteer
Yoga@pandora.be
met vragen en comentaren over deze Site.
Copyright 1998, Frans Moens. All rights reserved.