Taittiriya-upanishad

(Yajur-Veda)





Boek een



Hoofdstuk 1



Invocatie



Moge de Zon (Mitra) ons zegenen! Moge De Nacht (Aryaman) ons zegenen! Moge Het Licht (Varuna) ons zegenen! Mogen Geest (Indra) en Macht (Brihaspati) ons zegenen! Moge de alles-overheersende Vishnu ons zegenen!



Welkom Brahman! Welkom Lucht, Leven (Vayu), gelaat van Brahman! Waarheid zal op mijn lippen en waarheid zal in mij gedachten zijn. Moge waarheid mij beschermen; mijn leermeester beschermen; ons beiden beschermen.

Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.



Hoofdstuk 2

Wij zullen verklaren wat bestanddelen zijn van uitspraak. Deze omvat letters, accent, maat, klemtoon, gelijkvormigheid en tenslotte volgorde.



Hoofdstuk 3

Moge de glorie van kennis van Brahma met ons beiden zijn, moge Hij ons beiden zegenen!

Dit hoofdstuk gaat over vijf onderwerpen: de wereld, de hemellichamen, kennis, nageslacht, ons lichaam. Dit wordt de grote volgorde genoemd.

Wat is deze wereld? Aarde beneden, hemel boven, ether er tussenin, lucht die ze met elkaar verbindt.



Wat zijn de hemellichamen? Vuur de eerste vorm, zon de latere vorm. Water er tussenin, bliksem die ze met elkaar verbindt.



Wat is kennis? De leermeester aan de ene kant, de leerling aan de andere kant, kennis er tussenin, onderricht dat ze met elkaar verbindt.



Wat is nageslacht? Moeder aan de ene kant, vader aan de andere kant, kind er tussenin, paringsdaad die ze met elkaar verbindt.



Wat is het lichaam? De onderkaak aan de ene kant, de bovenkaak aan de andere kant, woorden er tussenin, tong die ze met elkaar verbindt.



Dit zijn de opeenvolgingen. Hij die ze alle kent, zal nageslacht, vee, voedsel, kennis, de hemel verkrijgen.





Hoofdstuk 4



OM! Moge Indra, de grootste, die ontsproten is aan onsterfelijke zangen, mij vervullen van kennis, opdat ik onsterfelijkheid moge bereiken!



Maak mijn lichaam sterk, mijn tong zoet, mijn oren scherp. Zij zijn de wapenrusting van Brahman, verborgen door intelligentie. Behoed mij voor vergeten. Mogen kleding, vee, spijs, drank, steeds toenemen opdat ik U beter moge dienen. Mogen er leerlingen komen, mogen leerlingen zich om mij heen scharen, mogen leerlingen luisteren, opdat ik U beter moge dienen. Mogen zij in vrede hun gedachten en zinnen beheersen, opdat zij U beter moge dienen.



Moge ik roem verwerven, nog meer dan die van de rijksten, opdat ik U beter moge dienen.



Moge ik in U binnengaan, moge Gij in mij binnengaan! Moge ik wegsmelten in Uw duizenden vormen, tot mijn reiniging.



Zoals water naar beneden vloeit, zoals maanden op gaan in het jaar, O Beschermer! Mogen evenzo leerlingen van alle kanten toestromen, opdat ik U beter moge dienen.



Gij zijt de Schuur der schapen. Neem mij tot U, ver licht mij.



Hoofdstuk 5

Bhur, Bhuvah, Svaha, zijn heilige klanken. De Wijzen Mahacamasa onderwees een vierde, Maha, hetgeen, Brahman betekent, de andere zijn Zijn ledematen.



Als Bhur aarde is, Bhuvah uitspansel, Svaha hemel, dan is Maha de zon; want alles wordt door de zon in stand gehouden.



Als Bhur vuur is, Bhuvah lucht, Svaha zon, dan Maha de maan; want planeten worden door de maan in stand gehouden.



Als Bhur Rig-Veda is, Bhuvah Sama-Veda, Svaha Yajur-Veda, dan is Maha Brahman; want de Vedas worden door Brahman in stand gehouden.



Als Bhur Prana is, Bhuvah Apana, Svaha Vyana, dan is Maha voedsel; want de levende vuren worden door voedsel in stand gehouden.



Zo zijn er vier maal vier, zestien heilige klanken.? Hij die ze kent, kent Brahman; alle goden zullen hem eer bewijzen.



Hoofdstuk 6

Die Goddelijke Persoon woont in de kleine ruimte in het hart, vult het met onsterfelijkheid, licht en intelligentie.



Waar de huig in het verhemelte hangt, waar de schedel zich deelt en waar men de scheiding trekt, daarlangs loopt het pad van Brahman en is de verblijfplaats van Indra.

Door die poort gaat de mens uit in het vuur, terwijl hij Bhur roept, in de lucht terwijl hij Bhuvah roept, in de zon terwijl hij Svaha roept, in Brahman terwijl hij Maha roept.



In Brahman bereikt hij beheersing van het Zelf, overwint hij zijn geest, Manas, wordt hij meester over zijn spreken, over zijn zien, horen, kennis.



Hij wordt Brahman zelf, wiens lichaam ruimte is, wiens ziel Waarheid is, wiens vreugde Leven is; daar is hij vredig, gelukkig, onsterfelijk.



Hoofdstuk 7



Aarde, uitspansel, hemelen, de kwartieren en onderkwartieren, vuur, licht, zon, maan en sterren, water, ether, planten, bomen, het lichaam; dat zijn elementen.



Prana, Vyana, Apana, Udana, Samana; oog, oor, geest, tong, tastzin; huid, vlees, spier, been, merg; dat is het lichaam.



Een wijze, die deze reeksen van vijf begreep zeide:

'Alles is vijfvoudig; met het vijfvoud kan men het vijfvoudige overwinnen.



Hoofdstuk 8

OM Is Brahman. Dit alles is OM.

OM laat toe, OM geeft bet sein, OM begint de ceremonie. Alle gezangen beginnen met OM. De priester begint met OM. Zijn gebeden zijn uit naam van OM. Hij die offert, brengt bet offer met OM. De leermeester begint met OM. De leerling begint met OM. De leerling zoekt naar Brahman terwijl het OM prevelt; tenslotte vindt bij Brahman.



Hoofdstuk 9



Doe uw plicht; leer en onderwijs. Spreek de waarheid; leer en onderwijs. Mediteer; leer en onderwijs. Beheers de zinnen; leer en onderwijs. Beheers de geest; leer en onderwijs. Ontsteek het vuur; leer en onderwijs. Voed het vuur; leer en onderwijs. Wees gastvrij; leer en onderwijs. Wees menselijk; leer en onderwijs. Dien uw familie; leer en onderwijs. Plant U voort; leer en onderwijs. Voed uw kinderen op; leer en onderwijs.



Satyavacas (de waarheid sprekende), zoon van Rathitara zegt: 'Waarheid is nodig'. Taponitya (de asceet), zoon van Paurushishti, zegt: 'Soberheid is nodig'. Naka (de pijnloze), zoon van Mudgala zegt:

'Leren en onderwijzen is nodig.'



Leren en onderwijzen, dat is soberheid;



Hoofdstuk 10

'Ik voed de boom des levens. Mijn glorie is als de bergtop. Ik ben hoog verheven, wijs, licht-verspreidend, onsterfelijk, puur. Ik ben het leven dat uit de zon stroomt.' Aldus sprak Trishanku, nadat hij het doel bereikt had.



Hoofdstuk 11



Na de Veda's onderwezen te hebben, zegt de leermeester tot de leerling: 'Spreek de waarheid. Doe uw plicht. Bestudeer de Veda's. Geef de leermeester wat passend is. Zet uw geslacht voort. Verwaarloos noch uw geestelijke noch uw wereldlijke welzijn. Leer en onderwijs altijd. Vergeet noch de waarheid, noch de deugd. Wees plichtsgetrouw jegens de Goden.



'Laat uw moeder uw god, uw vader uw god, uw gast uw god, uw leermeester uw god zijn. Volg alleen onze goede daden na, zo kan U niets verweten worden.



'Zie uit naar mensen groter dan wij, heet hen welkom, verleen hun gastvrijheid.

'Geef met vertrouwen; indien ge vertrouwen mist, geef dan niets.

'Geef in verhouding tot uw middelen. Geef met hoffelijkheid.

'Geef met eerbied. Geef aan hen die het verdienen.



'Indien ge in een bijzonder geval twijfelt, bedenk dan welke vriendelijkheid, welk plichtsgevoel, welke onafhankelijkheid van publieke opinie sommige heilige mensen in uw omgeving onder gelijke omstandigheden zouden tonen. Indien ge twijfelt wat ge van iemand moet denken, bedenk dan wat sommige van zulke heilige mensen van hen zouden denken.

'Dit is de aansporing, de raad, de wet van de Veda's.

Gehoorzaam! Gehoorzaam!'









Boek twee



Invocatie



Moge Hij ons beiden beschermen. Moge Hij in ons beiden behagen vinden. Mogen wij tezamen moed betonen. Moge geestelijke kennis ons pad verlichten. Mogen wij elkander nooit haten.



Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.



Hoofdstuk 1

Hij die Brahman kent, kent het fundament. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak: 'Hij die Brahman kent als die grenzeloze, wijze realiteit, verborgen in de spelonk van het hart, krijgt alles wat hij wenst.'



Uit het Zelf kwam ether, uit ether lucht, uit lucht vuur, uit vuur water, uit water aarde, uit aarde plantenleven, uit plantenleven voedsel, uit voedsel de mens.



Het elementaire zelf van de mens komt uit voedsel:

dit zijn hoofd; dit zijn rechterarm; dit zijn linkerarm; dit zijn hart; deze benen zijn fundament. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 2



'Uit voedsel worden alle schepselen geboren; zij leven van voedsel, zij worden weer opgelost in voedsel. Voedsel is het voornaamste van alle geschapen dingen; daarom wordt het de universele medicijn genoemd. Zij die voedsel als Brahman beschouwen, zullen nooit tekort komen. Uit voedsel worden alle wezens geboren, alle wezens nemen toe in omvang; alle wezens voeden zich ermee, Het voedt zich met alle wezens.'



Het elementaire zelf komt van voedsel, doch er binnenin woont zijn complement en voltooiing, het levende zelf. Prana is zijn hoofd, Vyana zijn rechterarm, Apana zijn linkerarm, lucht zijn hart, aarde zijn fundament. hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 3



'Goden, mensen en dieren leven door adem. Adem is leven en wordt de Levensgever genoemd.'



Het levende zelf is de ziel van het elementaire zelf, doch er binnenin woont zijn complement en voltooiing, het denkende zelf. Het denkende zelf groeit op naast bet levende zelf. Meditatie is zijn hoofd, ritueel zijn rechterarm, gebed zijn linkerarm, aansporing van de Veda's zijn hart, bymnen van de Atharvans en de Angiras zijn fundament. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 4



'Hij die de geestelijke vreugde kent die het verstand niet kan bevatten, de tong niet kan uitspreken, vreest niets.'



Het denkende zelf is de ziel van het levende zelf, doch er binnenin woont zijn complement en voltooiing, bet wetende zelf. Het wetende zelf groeit op naast het denkende zelf. Geloof is zijn hoofd, rechtvaardigheid zijn rechterarm, waarheid zijn linkerarm, contemplatie zijn hart, discriminatie zijn fundament. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 5



'Kennis loopt uit op offers brengen en spoort tot actie aan. Goden aanbidden kennis als de hoogste uitdrukking van Brahman. Hij die Brahman onafgebroken aanbidt als kennis, stijgt uit boven alle kwaad, krijgt alles wat hij wenst.



Het wetende zelf is de ziel van het denkende zelf, doch er binnenin woont zijn complement en voltooiing, het vreugdevolle zelf. Het vreugdevolle zelf groeit op naast het wetende zelf. Blijdschap is zijn hoofd, verrukking zijn rechterarm, vreugde zin linkerarm, gelukzaligheid zijn hart, Brahman zijn fundament. hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 6



'Hij die Brahman ontkent, ontkent zichzelf; hij die Brahman bevestigt, bevestigt zichzelf.

Dit vreugdevolle zelf is de ziel van het wetende zelf.



Bereikt een onwetend mens Brahman na zijn dood, of alleen een wijs mens?



Hij (de Opperste Ziel) dacht: 'Ik wilde dat Ik vele was; Ik zal mij voortplanten.' En in de hitte van zijn meditatie schiep Hij alles; alles scheppende trad Hij alles binnen; alles binnengaande, nam Hij vorm aan, bleef evenwel vormloos; nam Hij grenzen aan, bleef evenwel grenzenloos; maakte Hij zich een tehuis, bleef evenwel zonder tehuis; schiep kennis en onwetendheid; werkelijkheid, onwerkelijkheid; werd alles; daarom is alles werkelijkheid. hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 7



'In den beginne was er geen schepping; toen kwam de schepping. Hij schiep zichzelf, uit Zichzelf. Daarom wordt Hij Zelf-Schepper genoemd.'



Alles is Zelf-geschapen. Hij is die essentie. De mens drinkt die essentie en is vol gelukzaligheid. Indien de mens zich niet in die vreugde verloor, zou hij niet kunnen ademen, zou hij niet kunnen leven. Het Zelf is de enige vreugdegever.



Wanneer de mens onzichtbare, naamloze, tehuisloze, vormloze, onkwetsbare rots vindt, is hij niet langer bevreesd. Brahman betwijfelen is in vrees leven. Voor de mens die zichzelf wijs denkt, maar Brahman betwijfelt, wordt Brahman de vrees zelf. hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 8

'Door vrees voor Hem schijnt de zon, stroomt de regen, brandt het vuur, blaast de wind, spoedt zich de dood.'



Wat is geluk?



Neem een jonge man, welbelezen, flink, sterk, edel, actief; geef hem alle rijkdom van de wereld, noem het een eenheid van menselijk geluk.



Vermenigvuldig dat geluk honderd maal en noem het dan eenheid van het geluk van goede geesten. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch zonder begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het eenheid van het geluk van goddelijke geesten. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van het geluk van de vaderen die in hun eeuwig paradijs wonen. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij is van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het d&n eenheid van de vreugde van in de hemel geboren goden. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij is van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van de vreugde van goden die tot godheid gebracht zijn door hun goede daden. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van de vreugde van Indra. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij is van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van de vreugde van Brihaspati, die de leermeester van de goden was. Een mens vol kennis van de Veda's, doch vrij van begeerten, heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van de vreugde van Prajapati, de schepper van goden. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij is van begeerten heeft gelijke vreugde.



Vermenigvuldig die vreugde honderd maal en noem het een eenheid van de vreugde van Brahman. Een mens die vol kennis van de Veda's is, doch vrij van begeerten, heeft gelijke vreugde.

Hij die in de mens leeft, Hij die in de zon leeft, zijn één.



Hij die dit weet, bereikt wanneer hij deze wereld verlaat, het Zelf dat uit voedsel bestaat, dat uit Leven bestaat, dat uit geest bestaat, dat uit weten bestaat, dat uit puur geluk bestaat. Hier is mijn gezaghebbende uitspraak:



Hoofdstuk 9

'Hij die de geestelijke vreugde van Brahman kent, die de geest niet kan vatten, de tong niet kan uitspreken, vreest niets.'



Al zou hij verkeerd handelen, of goed ongedaan laten, hij kent geen spijt. Wat hij doet, wat hij niet doet, is geheiligd; wat hij doet, wat hij niet doet, is geheiligd.



Boek drie



Invocatie



Moge Hij ons beiden beschermen. Moge Hij in ons beiden behagen vinden. Mo gen wij tezamen moed betonen. Moge geestelijke kennis ons pad verlichten. Mogen wil elkaar nimmer haten.



Moge vrede en vrede en vrede overal zijn.



Hoofdstuk 1

Bhrigu zocht zijn vader Varuna op en zeide: 'Heer! wat is Brahman?'



Varuna zeide: 'Ken eerst voedsel, leven, zien, horen, spreken, denken; dan pas Brahman uit wiens alle dingen geboren worden, door wiens zij leven, naar wiens zij zich bewegen, in wiens zij terugkeren.



Hoofdstuk 2

Bhrigu mediteerde en vond dat materie Brahman is. Uit materie worden alle dingen geboren, door mate-ne leven zij, naar materie bewegen zij zich toe, in materie keren zij terug.



Toen hij dit gevonden had, zeide hij tot zijn vader:



'Heer! Vertel mij nog meer over Brahman. Varuna zeide: 'Vind Brahman door meditatie, meditatie is Brahman.'



Hoofdstuk 3

Bhrigu mediteerde en vond dat leven Brahman is. Uit leven worden alle dingen geboren, door leven leven zij, naar leven bewegen zij zich toe, tot leven keren zij terug.



Toen hij dit gevonden had, zeide hij tot zijn vader:

'Heer! Vertel mij nog meer over Brahman.'



Varuna zeide: 'Vind Brahman door meditatie, meditatie is Brahman.'



Hoofdstuk 4

Bhrigu mediteerde en vond dat geest Brahman is. Uit geest worden alle dingen geboren door geest leven zij, naar geest bewegen zij zich toe, in geest keren zij terug.



Toen hij dit gevonden had, zeide hij tot zijn vader:

'Heer! Vertel mij nog meer over Brahman.'



Varuna zeide: 'Vind Brahman door meditatie, meditatie is Brahman.'



Hoofdstuk 5

Bhrigu mediteerde en vond dat kennis Brahman is. Uit kennis worden alle dingen geboren, door kennis leven zij, naar kennis bewegen zij zich toe, in kennis keren zij terug.



Toen hij dit gevonden had, zeide hij tot zijn vader:

'Heer! Vertel mij nog meer over Brahman.'



Varuna zeide: 'Vind Brahman door meditatie, meditatie is Brahman.'



Hoofdstuk 6



Bhrigu mediteerde en vond dat Brahman vreugde is. Uit vreugde worden alle dingen geboren, door vreugde leven zij, naar vreugde bewegen zij zich toe, in vreugde keren zij terug.



Dit is wat Bhrigu, zoon van Varuna, diep in zijn hart vond.



Hij die het weet, staat op een rots; bezit voedsel; geniet van voedsel; sticht een familie, verzamelt kudden vee en wordt beroemd door het licht van Brahman, is een groot man.



Hoofdstuk 7



Heb eerbied voor voedsel. Leven is voedsel; het lichaam leeft van voedsel. Lichaam is gevestigd in leven, leven is gevestigd in lichaam; zij zijn voedsel voor elkaar.



Hij die het weet, staat op een rots; bezit voedsel; geniet van voedsel; sticht een familie, verzamelt kudden vee; wordt beroemd door het licht van Wijsheid, is een groot man.



Hoofdstuk 8



Veracht geen voedsel. Water is voedsel; vuur leeft van water. Water is gevestigd in vuur, vuur is gevestigd in water; zij zijn voedsel voor elkaar.



Hij die het weet, staat op een rots; bezit voedsel; geniet van voedsel, sticht een familie, verzamelt kudden vee; wordt beroemd door het licht van de wijsheid; is een groot man.



Hoofdstuk 9



Verzamel voedsel. Aarde is voedsel; ether leeft van aarde, aarde is gevestigd in ether, ether is gevestigd in aarde; zij zijn voedsel voor elkaar.





Hij die het weet, staat op een rots; bezit voedsel; ge-niet van voedsel; sticht een familie, verzamelt kudden vee; wordt beroemd door het licht van wijsheid; is een groot man.



Hoofdstuk 10



Stuur nooit iemand die voor onderdak komt, weg van de deur; verzamel voldoende voedsel, zeg tot de vreemdeling: 'Heer, het eten staat klaar.' Hij die in zuiverheid geeft, krijgt zuiverheid terug; hij die in hartstocht geeft, krijgt hartstocht terug; hij die in onwetendheid geeft, krijgt onwetendheid terug.



Hij die weet, mediteert over Brahman als de zegen van spraak; als Prana en Apana, het krijgen en geven van in- en uitademing; als de activiteit van de handen, als het bewegen van voeten, als het legen van de darmen. Dit zijn de gebruikelijke overwegingen over het lichaam.



Hij mediteert over Brahman als voedsel in regen, als geweld in bliksem, als overvloed in vee, als het licht in de sterren, als schepping, vreugde, onsterfelijkheid in de sexen, als alles-vullende, alles-omvattende natuur in de ruimte. Dit zijn de gebruikelijke overwegingen over de Natuur.



Aanbid Brahman als de ondersteuner word ondersteund; aanbid Brahman als de grote: word groot; aanbid DAT als geest; wordt geest.



Buig u neder voor DAT als het enige object van aanbidding; wees het einddoel van alle begeerte; aanbid DAT als de meester van alles; word de meester van alles.



Aanbid DAT als de vernietiger, dan zullen uw vijanden, hetzij binnen of buiten uw huis, vernietigd worden.



Hij die in de mens leeft, Hij die in de zon leeft, zijn dezelfde.





Hij die dit weet, gaat wanneer bij de wereld vaarwel zegt, voorbij het elementaire zelf, voorbij het levende zelf, het denkende zelf, het wetende zelf, het vreugde-voile zelf.



Hij beweegt zich door de gehele wereld, naar het hem zint, geniet naar het hem zint, schept vormen naar het hem zint, prijst de eenheid van Brahman en zingt deze lofzang:



Wonderbaarlijk, wonderbaarlijk, wonderbaarlijk. Ik ben het voedsel, ik ben het voedsel,

ik ben het voedsel;

Ik ben de eter, ik ben de eter, ik ben de eter;

Ik ben de twee in één, ik ben de twee in één,

ik ben de twee in één.

Ik ben de eerstgeborene onder de zichtbare en onzichtbare dingen. Ik bestond voor de goden. Ik ben de navel van onsterfelijkheid. Wie mij geeft, beschermt mij. Ik ben voedsel; wie weigert mij te geven, eet Ik als voedsel.



Ik heb de hele wereld overwonnen; Ik schitter als de zon.

Wie dit weet, Weet.